Beleg van Naarden

hkloosdrecht

Schetzen betrekking hebbende tot het bloccus, naderhand beleg rechter vleugel van Naarden, door P.G. van Os te 's-Graveland

SCHETZEN BETREKKING HEBBENDE TOT HEY BLOCCUS,

. NADERHAND BELEG RECHTER VLEUGEL VAN NAARDEN

•.

DOOR

P. G. VAN OS

TE 'S-GRAVENLAND

MEDEGEDEELD DOOR

MR. H. C. H A Z E W I N K E L

ARCHIVARIS DER GEMEENTE ROTTERDAM

UITGAVE DRUKKERIJ ,DE KROON" -

HILVERSUM




•.


N30~VVN NV 1\ 139n31/\ ~31H:)3~ 93138 ONVH~30VN

'Sn:):)018 l3H 101 30N3883H 9NDDI3~138 N3Z13H:)S


l

l

PIETER GERARDUS VAN OS

Van So meren no. 4077

Ets uit J. E. Marcus studieprentwerk

ncar de teekening

van H . W . C a s p a r i .


SCHETZEN BETREKKING HEBBENDE TOT HEY BLOCCUS,

NADERHAND BELEG RECHTER VLEUGEL VAN NAARDEN

DOOR

P. G. VAN OS

TE 'S-GRAVENLAND

MEDEGEDEELD DOOR

MR. H. C. HAZE WINKEL

ARCHIVARIS DER GEMEENTE ROTTERDAM

UITGAVE DRUKKERIJ ,DE KROON"- HILVERSUM

..


GEZICHT BIJ 'S-GRAVELAND

DOOR P. G . VAN OS

Schilderij in het Rijksmuseum .

Geschenk von F. G . Woller.


IN L ElD I N G.

Onder de gemeente Nederhorst den Berg

woonde en werrkte in 1813 de kunstschilder

Pieter GerardUs van Os. Hij was 8 October

1776 geboren. als zoon van den schilder

en dichter Jan v. Os en Susanne de la

Croix, dochter van den doofstommen Haagschen

po·rtretschilderr van dien naam, die

ook zelf de schilderkunst beoefende. Het

onderrkht, dat hij en zijn jongere broeder

Georgius Jacobus Johannes van hun vader

mochten ontvangen, heeft al spoedig goede

vruchten gedragen. GeYnspireerd door Potters'

stier legde hij zich bij voorkeur toe

op bet teekenen van schilderijen van landschappen

met vee.

2 Maart 1800 huwde hij ElisabE'th Cornelia

Loncq. Om ·in bet ond·erhoud voorr zich

en zijn gezin te voorzien, gaf hij in AmsteTdam

teekenles, zonder daarom zijn

kunst te verwaarloozen; zoo behaalde hij

in 1808 een door koning Lodewijk uitgeloofden

prijs voor een schilderij, voorstellende

vee in een heuvelachtig landschap,

teTwijl Felix Me·ritis hem in 1810 d·en eereprijs

reikte voor een gekleurde teekening.

Aan den toenmaligen smaak van bet publiek

kwam hij tegemoet door bet vervaardigen

van. etsen naar schilderij en van

Ruysdael, Potter en Berghem, die blijkbaar

zeer gewaaTdeerd werden. Volgens Immerzeel,

die in vriendschappelijke relatie met

hem stond, heeft hij n.a 1812 niet meer geetst

1) . Deze meening is echter onjuist zoo

als aanstonds blijken zal.

Wanneer Van Os zich met zijn. gezin te

Nederho•:-st den Berg heeft gevestigd, is onbekend;

in ieder geval woonde hij er in

den herls·t van 1813, toen de Franschen bet

land begonnen te ontruimen. Blijkbaar was

hij een van de notabelen van het dorp,

l) J. Immerzeel Jr., De levens en werken

der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders

enz., Amsterdam 1842, blz. 286.

want de keus viel onmiddellijk op hem bij

de benoeming van officieren voor den inderhaast

in bet leven geroepen Landstorin.

Den 28sten November vertrok hij met een

vertrouwelijke zending naar Utrecht, waaT

hij bij de Wittevrouwenpoort de ee:-ste kozakken

aantrof; hieraan heeft bet schilderij:

,Het bin:nenkomen der kozakken te

Utrecht", dat hij in 1824 aan den Kei'zer

van Rusland aanbood, zijn ontstaan te danken.

Ook in de volgende maanden had hij

gelegenheid te over om bet ongewone gebeUITen

om hem heen schetsmatig op papier

vast te leggen. Toen de vaderlandsche

zaak gezegevierd had en de rust was teruggekeeTd,

werkte hij deze schetsen uit.

Het resultaat van dezen aTbe:d is een aantal

teekeningen, etsen en schilderijen, die

zich ·ten deele in 's Rijks Prentenkabinet en

het Rijksmuseum, ten deele in bet Raadhuis

van NaaTden bevincen. Het moet in zijn

bedoeling gelegen hel:>ben, zijn prentwerrk,

van een beknopte toelichting en inleiding

voorzien, ui't te geven; in een voorwoord

van bet manuscript, dat hij hiertoe reeds

had vervaardigd, vertelt hij n.l.: .,Eenige

prenten geetst hebbende van de schetzen,

welke ik ten tijde derr bloccade en van het

beleg de:r vesting Naarden ve


wensch, al is het dan ook na 130 jaar, in

vervulling te do en gaan. 1)

We mogen aannemen, dat Van Os met

zijn boeTen tijdrens de blokkade en het beleg

van Naarden nuttig werk heeft verricht

en dat de verklaring van een ooggetuige

2), dat hij en zijn korps ,geen duit

pTesteerden", als een malicieuse


N 0 V EM BE R 1813.

DE EERSTE KOZAKKEN.

Even gelijk aan de meeste plaatsen in ons

Vaderland had ook hier reeds een geruimen

tijd ene gisting plaats, welke juist wei de

kracht niet kon bezitten om enen op:stand

t.egens de toemalige order van zaken te weeg

te brengen, maar echter stilzwijgend sterk

genoeg scheen, om enige bijstand in geval

zulke gevordert werd. te kunnen aan brengen.

Intusschen bleef ieder stil en rustig in

zijnen eigen kring voortwerken, niettemin

alle mogelijke nieuwstijdingen en geruchten

inwinnende, terwijl men zich streelde met de

hoop ener aanstaande verlossing van het

juk der overheersching en dat doe! wierd als

het ware rusteloos tegemoed gezien.

't Was op den vijftienden November 1813

bij het vallen van den avond, dat cenige dorpelingen

de eerste tijding aanbrachten van

de beweging te Amsteldam; dadelijk was ieder

op de been; men dacht, men vroeg ....

en niemand wist iets nader.

Hoe verlangend men ook mogte wezen.

om den anderen dag iets te vernemen,

maakte de nabijheid der sted.en' Naarden,

Muyden, Utrecht ·e!ll Amersfoort, welke allen

door de Franschen bezet waren, ene stremming

om ·aan de nieuwsgierigheid te voldoen

en zich van zijne haardstede te verwijderen,

ten einde oa,ggetuigen te zijn van de gebeurtenissen

te Amsteldam. Men bleef dus bij de

zijnen en ied•eren vreemdeling wierd aangehouden

om tach het gehoorde nieuws van

de vorigen avond te bevestigen.

Den 17 tegen den middag kwamen enige

deserteurs, verziert met het Oranjelint op

hunne chaco's; ook op de dorpen hadden de

meeste burgers zich reeds met dat teken

verziert. De gemelde manschappen informeerden

zich na den we:g ten einde Fransche

posten te vermijden, waarin zij dadelijk

door de bereidvaardigheid van onze

dorpelingen wierden voortgeholpen en enen

veiligen weg naar Amsteldam aangewezen.

Den 24 November hoorde men van de

nagtwagts, dat er dien nacht .een groat aantal

paardenvolk was voorbijgetrokken, komende

van de Laarderweg; dat zij door de

duisternis niet hadden kunnen ontdekken,

waartoe die behoorden, maar aan de voet

welke de paarden hadden achtergelaten, waren

het blijkbaar kleine paarden geweest.

Ik haaste mij, om met een mijner vrienden

naar Hilversum te gaan. Daar komende wist

men van niets af; alleen was er dien nacht

ene enkelen afgedwaalde kozak geweest en

bij den Maire gehuisvest geworden, welke

hem weder des morgens met een gids den

weg naar Nieuwkevk, van waar men dacht

dat hij hier heen gedwaald was, had doen

terug brengen, verder van niets wetende.

Op het onverwachte vernamen wij, dater

vreemd volk bij het dorp was. Wij spoeden

ons naar het einde aan den weg van Amersfoort

en zagen werkelijk enige kozakken den

weg op 's-Gravenland' inslaan.

Vervoerd van blijdschap snelden wij naar

de onzen; men kwam ons reeds tegemoed

met de verhalen, dat die wonderlijke menschen

door ons dorp waren heen getrokken,

welke wij slechts op enen groten afstand

hadden kunnen beschouwen.

De gevolgen dezer doortocht waren het opzetten

der Oud-Hollandsche vlaggen op de

torens van anderscheide dorpen in deze ommestreken,

't welk echter op vele plaatsen

zeer nadelige gevolgen had kunnen hebben,

getuige hiervan de gemeentens van de Loosdrecht,

alzo op d~ November enige Franschen

met een gensdarme, welke aan de

Nieuwe sluis gelegert waren, de vlag van de

Loosdrecht kwamen weg halen. De wijze

voorzorg van de Heeren Pauw aldaar, welke

met de beste voornemens het gerucht verspreiden,

dat men dien ochtend in dien omtrek

kozakken had gezien, deden de Franschen,

zonder het plegen yan verdere balda-

7


digheden, die Vaderlandsche dorpen verlaten.

Den 28 November ging ik naar Utrecht

ene commissie aan den Heere van Heekkeren

tot Brantzenburg op mij nemende en

niet beter wetende of de Franschen waren

nog daar, verborg ik mijne cocarde in mijn

gehaald en de poort door de Nationale Guarde

bezet. Wij vernamen dat den Heere van

Heekkeren als kommandant der stad was gekozen;

daar wij aan de wacht te kennen gaven,

dat wij bij den zelve moesten wezen.

wierden wij binnen gelaten. Des middags ten

twaalf uren wederom willende vertrekken,

Kozakkenpost voor Naarden, naar een penteekening van 9 Dec. 1813,

door P. G. van Os. In 's Rijks Prentcnkabinet te Amsterdam.

zakportefeuille. Een mijner vrienden verzelde

mij op dezen togt. Aan den Tolakker,

klaagde men ons, dat hunne zonen met paarden

en wagens de vorige nacht waren weggehaald

door de Franschen, ons verzoekende

om, zo wij in de stad mogten ·komen, na dezelve

te vernemen. Wij gaven onze pistolen

daar in bewaring en vervolgden onzen weg

op Utrecht.

Aan de Blauwkapel riep men ons toe: de

Franschen zijn weg! Deze onverwachte tijding

was ons thans dubbel welkoom. Aan de

poort gekomen zijnde waren de bruggen opwaren

reeds enige kozakken voor de Wittevrouwenpoort.

Verlangend om weder bij de

onzen te zijn, verzochten wij aan den kommandant,

om ons buiten te laten. Den overste

Kuitenbrouwer, schoon te voren zijne

demissie gevraagt en bekomen hebbende,

was dadelijk weder opgezeten en geleide ons

naar buiten.

Dit waren dan de eerste kozakken, welke

ik van nabij beschouwde. Hier zetten wij de

Oranje-cocarde op, hetwelk door de bewoners

der voorstad dadelijk gevolgd wierd.

Wij toefden buiten de poort tot aan het


ogenblik, dat de kozakken binnen trokken

en het gejuich der stedelingen klonk nog

lang in onze oren, toen wij reeds verre waren

weggereden.

Juist op dien namiddag had een gedeelte

der bezetting uit Naarden de eerste vijandelijke

uittocht gedaan en in ons naburig

Hilversum en:,ge requisitien gevraagd, welke

hun gedeeltelijk gegeven en gedeeltelijk

door den toemalige maire Van Versen beloofd

wierden te bezorgen, welke zij echter

nimmer bekomen hebben. De verslagenheid

was overal in den ommestreek uit ieders

ogen te lezen. Zonder enig middel van tegenweer,

zonder zeUs enige kozakken in den

gantschen omtrek te vermoeden, welke tot

assistentie zouden kunnen dienen, om de

welmenende voornemens der Goijers en omliggende

dorpbewoners te ondersteunen, was

men duchtig voor verdere gevolgen bevreest.

Daarbij was het verschrikkelijk lot

van Woerden alomme verspreid geworden;

hoop, vrees, moed en zwakheid streden met

elkander in aller harten en in alle huisgezinnen.

H1er zag men enige met hunne beste

goederen de wijk naa~r Amsteldam nemen,

daar bezig deze toe te pakken, nog besluiteloos

wat te doen en alzo gingen de dagen

in drukte en in zorgen tot den avond.

Falbo, de beruchte plunderaar van Woerden,

was nu ook met zijne bende etrangers

te Naarden binnengerukt. Dit deed een elk

het ergste vrezen. Den anderen morgen

echter vernam men van de boeren aan de

Heide, dat er des nachts enige kozakken waren

doorgetrokken; dit gaf enigzints moed.

Thans beraamde de bestgegoede ingezetenen

het plan ten einde enige Kozakken als

wacht voor ons dorp te verzoeken en belaste

mij met den aanvoer derzelve. Enigzints

huiverig om de opgezetenen eigenaars der

buitenplaatzen, temeer daar ik niet onder

de ,gemeente van 's-Gravenland, maar onder

die van Nederhorst den Berg woonachtig

was, verzocht ik den Heere A. W. Straalman

den kommendant Van Heeckeren te

Utrecht zulks te verzoeken. De .expresse

kwam terug met de boodschap, dat nog denzelfden

avond tachentig kozakken naar ons

zouden worden afgezonden.

Nu was het vaderland gered, zo zegt het

spreekwoord, dan wij in onze betrekking

bleven echter bijna een halfjaar hopen om

deze blijde kreet maar te mogen aanheffen.

Den avond daalde, 't wierd reeds laat en

nog geen kozakken. lets te beproeven ter

oprichting van een boeren-vrijwilligers korps

zonder ruggesteun der kozakken durfde

niemand ondernemen, daar de Franschen

volstrekt de handen ruim hadden om ons

elk oogenbUk met eem bezoek te overvallen

en zeker de strengste wraak zouden

hebben uitgeoeffent, waarvan wij de bewijzen

nog te versch in het geheugen hadden.

Saandam, Leijden en Woerden deden ons

alles even zwaar wegen.

HET VERZET WORDT GEORGANISE,ERD.

Van alle kanten wierden kruit, lopers en

kogels aangebracht. Men bad om meerder

wapenen; ik zelve deelde nog vijf jagtgeweren

uit en algemeen overrede men mij,

om hun als geleide tegen den vijand te

willen dienen. Aangemoedigd door vrouwen

en grijsaarts ging men welgemoed naar het

einde van het dorp aan den weg van Naarden,

met het voornemen om zo wij bijstand

van enige kozakken mo.gten bekomen, de

beste schutters zich als dan in het hakhout

aan den wal op de plaats genaamd Schapenburg

zouden begeven, om ingeval de vijand

onder bereik kwam, te vuren, terwijl

de Dverigen zich met de kozakken zouden

vereenigen, zijnde Dp zijn boers met een

hooyvork gewapend.

Het was des nachts ten drie uren, dat

onze gidzen een patrouille van omtrent dertig

kozakken aanbrachten. Deze hadden

zich te Hilversum zolang moeten ophouden,

alzo zij vooraf in tegenswoordigheid van den

burgemeester eenen eed van getrouwheid

aan Keizer Alexander hadden moeten zweren

en beloven, de kozakken-patrouille niet

te verlaten, maar die wederom den weg op

HUversum terug te geleiden.

9


De kozakken bleven een geruimen tij d

onbewegelijk op hunne paarden bij ons

staan, luisterden scherp en beduidden aan

iedereen, om zich ook stil te houden. Dit

:ieed ieder denken, dat de vijand naderde.

Men verwachtte tog niet anders, alzo het

gerucht zich alom verspreid had, dat het

plan dien nacht ook op 's-Graveland gericht

was.

Intusschen reden onze kozakken ineens

voort op een weg naar W eesp en namen de

gidzen mede, welke wij hun te Hilversum

hadden toegezonden. Onze ruiters kwamen

terug van het dorp Ankeveen met de tijding,

dat daar ook allen op de bee!1 waren

en wederkerig assistentie beloofden en verzochten.

De manschappen, welke naar

W eesp waren geweest, kwamen terug met

de tijding, dat de Franschen die de stad

reeds geheel hadden verlaten, enige requisitien

hadden gevorderd en mede gevoerd,

zijnde werkelijk weder op de terugmarsch

over Muiden op Naarden. Die van Bussum

kwamen ook met geruststellende tijdingen;

hier eu daar hadden de boeren op de heide

groote vuren aangestoken, ten einde den

vijand in den waan te brengen, dat daar

kozakken bivouakkeerden. Misschien heeft

dit, gepaard met de geruchten van opstand

en vereniging met de kozakken, hen van

het voornemen afgehouden om onze boschrijke

gemeente door een bezoek te verontrusten.

Des morgens ten zeven ure kwamen onze

kozakken terug en brachten onze boerenruiter:s

weder met zich. Zij namen hun afscheid,

bestaande in de woorden: ,brave

Hollande, de Fran!;ois kapot" en daarmede

was de nacht en - voor de eerste ogenblikken

- ook de angst voorbij. De gevolgen

echter waren minder opwekkend: wat

heden niet gebeurd was, kon morgen plaat~

vinden en zo al meer. Dit had ten gevolge,

dat vele. inzonderheid vrouwen en kinderen,

oppakten en wegtrokken. Ook dit zelfde

had bij mij plaats ten opzichte van onze

kinderen, terwijl ik nu vastelijk besloten

had om zo veel mogelijk aan het vertrou-

wen van het volk in deze gemeentens te

beandwoorden en met hun het uiterste te

wagen, ten minsten mede te werken, om

al ware het dan slechts als gidsen, de Geallieerde

troupen van dienst te zijn.

Ten gevolge hiervan ging ik met de meest

geschikte burgers naar den toenmaligen

maire, thans burgemeester, van 's-Graveland,

zijn Ed. te ·kennen gevende, dat het

plan der burgerij was, om vervolgens zo te

voet als ook te paard een en andere plaatzen

als wachten te bezetten en alzo voor

enen onverwachten in val, zo veel onze krachten

toelieten, zorg te dragen. Het overige

van dien dag wierd besteed om de wachten

voor den volgenden nacht te bepalen. Dit

ging bij uitnemendheid goed; er waren zo

vele vrijwillige aanbieders, dat niemand behoefde

gevraagd te worden. Domine,

schoolmeester, vredenrechter, alles bood zich

aan en men bepaalde dan ook twee hoofdwachten,

als een aan het huis van de weduwe

Ten Dam aan de weg van Naarden

en de ander·e op de plaats genaamd Smirna,

geleden aan de Klapbrug, waarheen een

tweede weg, genaamd het Ankeveensche

pad uitloopt. Men zette posten uit en de

boereruiterij patrouilleerde om en om twee

uren lang op de heide. Dit ging nacht op

nacht op dezelfde wijze tot aan de komst

der trouppen onder de orders van den

collonel (J.) Van den Bosch.

Den 30ste November maakte de vijand

enen uittocht op Bussem, nam daar vele

koebeesten en andere zaken mede. 'tWas

ons niet mogelijk zonder bizondere hulp

van de kozakken die gemeente, zo vlak bij

Naarden gelegen, en onderhorig aan deszelfs

bestuur, enige hulp toe te brengen.

De aankomst van de kozakken over Hilversum

deed hun met het geroofde in de vesting

terug keren. Enige achtergebleven

Duitochers kwamen bij ons aan. Zij gaven

hunne wapenen over en verlangden tegen

de Franschen dienst te doen. Na hun dezelve

te hebben teruggegeven gaven wij hun gidsen

mede, ten einde zij langs den binnenweg

een veilige koers over den Berg or

10


I

Amsteldam zouden nE:men. Van tijt tot tijt

kwamen er meerder manschappen over.

Ieder beijverde zieh om hun de veiligste

weg op Amsteldam aan te wijzen. Dit was

al spoedig overal bekend en Iangs dezen

weg kwamen allen behouden ter plaatzen

hunner bestemming over.

Op den ochtend van den 4 December, nadat

onze uitgaandP. ruiters reeds lang waren

teruggekomP.n, hoorde men het gerucht,

dat de Franschen weder buiten de vesting

waren. Dit .gaf grate verslagenheid onder

het zwakste gedeelte der dorpelingen. Vele

vrouwen en kinderen namen de wijk over

de velden naar Kortenhoef. S.poedig waren

alle de gewapende manschappen weer bijeen.

Men hoorde werkelijk enige snaphaanschoten

aan de zijde van Hilversum. Ik ontving

enige boeren te paard van de Loosdr·echten

om te vernemen wat er gaande

was, ten einde elkanderen bij te staan. De

beer Pauw en de heer Hakke, toen predikant

aldaar, thans te Haarlem, hadden zich

nu aan het hoofd van de Loosdrechters gesteld,

ten einde mede te werken om den

vijand in tijt van nood zo veel mogelijk te

helpen afweren. Ik wist nog niets, alzo ik

niet, voordat het gerucht zich reeds aan de

andere zijde van bet dorp verspreid had,

in staat was geweest om mijne boereruiterij

tot onderzoek uit te zenden. De Franschen

waren reeds weder naar binnen getrokken.

Zij vernemen aileen enige deserteurs op

de hoogte van Hilversum, waarom men dan

:;ok aldaar schoten had gedaan om hun te

seinen; dan zij vervolgden hunnen weg

boger op. Ik had ook weder anderen uitgezonden

naar Weesp, werwaarts enige kozakken

waren heengetrokken, welke nu ook

een patrouille tot ons afzonden.

De inwoonders van Bussem, welke hier

en elders de wijk genomen hadden, keerden

van tijt tot tijt met hunne goederen en vee

weder naar hunne woningen: de kozakken

waren nu overal in den omtrek verspreid.

Op den 9 December vestigden zij hunne

eerste bivouakken te 's-Gravenland. Zij

zagen ons gaarne op zijn boers gewapend

bij hun en ·kouten op hunne wijzen veel met

de onzen, waarvan nog den een, nog den

ander veel verstond. Reeds vroeger was bet

Polderhuis te Ankeveen door een grate afdeling

kozakken bezet geworden, zodat wij

nu, indien de vrees bij den vijand wat mogt

afdoen, gantsch waren gerust gesteld.

Intusschen had men ook een wachtmeester

met enige Pruissische lanciers als

Sauveguarde bekomen, welker tegenwoordigheid

in allen opzichte een grate gerustheid

aanbracht. Deze menschen hebben in

onze gemeente de erkentenis nagelaten, dat

zij bij uitstek getrouw waren in het waarnemen

van hunne plichten en menigeen

van· den over last des oorlogs bevrijd hebben.

Des Sondags den 12 December 1813 omtrent

twaalf uuren des middag.s kwamen

de eerste Hollandsche trouppen aan, we}ke

onder de orders stonden van den collonel

Van den Bosch, met twee veldstukken, waarover

de lieutenant Van Hall bet commando

voerde. Het was over bet algemeen een vrij

grate hoop menschen, de Artillery en de

Grenadiers, welke meest oud gediende soldaten

waren. Voor bet overige waren bet

meest nieuw aangeworvene jongelingen,

gekleed met een kapot over bet herod, een

linnen broek en politiemuts. Iedereen had

nu de handen vol om die soldaten wat te

eten te bezorgen. Ik voor mij ontving er

twaalf, alle jonge kinderen met een Fransch

sergeant en een Brabandsch korporaal op

een billet. door den maire van Kortenhoef

ondertekent, ofschoon ik onder Nederhorst

den Berg behoorde. Ik bekwam ene order

van den burgemee~:;ter uit mijne gemeente,

ten einde in zijne plaats te zorgen, om geen

inkwartiering dan op zijne last in mijne

buurschap te ontvangen. Vaderlandsliefde

alleen deed ons echter op aanmaning van

den collonel dezen last mededragen.

Den 14den kwamen meerdere manschappen,

zodat dezelve welhaast in twee bataillons

verdeeld wierden, waarbij ook als te

voren veel waardige officieren en soldaten.

Ook kwamen op di


ders van den heer Stedel bij ons aan.

Dagelijks kwamen al meerder en meerder

trouppen bij partijen, zodat degenen, welke

hier met de inkwartiering belast waren,

zich bijna geen ogenblik van het Rechthuis

konden verwijderen.

De zelfde dag had de eerste ontmoeting

plaats met de Franschen. Men nam en hernam

de Lunette voor Naarden, zonder dat,

ten minsten aan onze zijde, iemand gedood

of gekwetst wierd.

EERSTE SCHERMUTSELINGEN.

OPRICHTING VAN DEN LAND STORM.

'tWas juist op dezen avond den 29~.ten

November, dat de vijand enen uittocht op

de stad Weesp deed, 't welk toen nog bij

ons onbekend was. Tegens den nacht echter

wierden twee onderSJCheiden exp,ressen aan

bekenden gezonden met de tijding, dat er

dien nacht mede een inval op deze gemeente

zou plaats hebben. De bewoonders,

zo van hier en deze omliggende streken,

verzamelden zich aan de Klapbrug met h~t

voornemen, om zo veel mogelijk zich tegen

het geweld te verzetten. Iedereen bood zich

als om strijd aan, ten einde den vijand het

plunderen in onze gemeenten te betwisten.

De boeren welke opgezeten waren, vroegen

orders. Schipper Van Rijn zond het eerste

zijn knecht met zijn eigen paard, waarbij

zich nog '.n man met name Kleikamp voegde,

naar Hilversum, ten einde te beproeven

of daar kozakken mogten zijn, om ons

enige ·bijstand te verlenen. Nu zond ik e•r

twee af naar Utrecht om de aantocht der

kozakken of andere misbare trouppen te bespoedigen;

de overigen zond ik bij partijen

gedeeltelijk naar de heide om patrouilles

op te sporen, gedeeltelijk naar Bussum, Ankeveen

en Weesp om kondschap te vernemen.

Op den 16den deden de Franschen enen

uitval, bij welke gelegendheid voor het eerste

enige aan onze zijde gekwetst wierden. Wij

bekwamen er op dien dag tien in onze ge-

meente en daar er tot nog toe gene ambulance

in gereedheid was, wierden deze gebracht

ten huize van den chirurgijn D.

Pekelharing. Deze niet tehuis zijnde, gaf.

zijne huisvrouw hun een ruim vertrek ten

beste, terwijl door de bizondere ijv·er van

C. F. Loest, een tuinier in deze gemeente,

een ruime hoeveelheid stroo wierd aangebracht,

waarop zij gelegt wierden. De chirurgijn,

aan het einde van het dorp zijnde,

wierd door den kapitein Sieburg, destijds

de post van oorlogscommissaris waarnemende,

bij zich op het rijtuig genomen, ten

einde hem naar zijne woning te bespoedigen.

Hier komende vond hij zijne huisvrouw

met enige · der naaste buren be zig

met windsels en pluksel te maken. Dadelijk

ging hij met een nieuw aangekomen militaire

chirurgijn aan het verbinden der gekwetsten.

Verscheiden burgers toonden lbij

die gelegenheid, door allerleij dienstaanbiedingen

het hunne te willen toebrengen, doch

wel inzonderheid munte hierin uit de schoolmeester

G. A. van Hemert. Deze verscheurde

gehele beddenlakens, zette zijn scholieren

aan het pluksel maken en bracht het gemaakte

van tijt tot tijt zelve aan. Hij en de

genoemde Loest beijverden zich wel bijzonder,

om in alles wat hun vermogen toeliet de

behulpzame hand te bieden. Onze gemelde

chirurgijn bleef ook gedurende de eerstvolgende

weken wel inzonderheid werkzaam,

om de gekwetsten, welke vervolgens in een

nu gereed gemaakt hospitaal gelegt wierden,

in allen opzichte bij te staan en heeft zich

vele zegenbeden van de ongelukkigen verworven.

Nu vielen er degelijke gevechten van

meer of minder belang voor, waarbij telkens

van de onzen gedood en gekwetst wierden.

Een van deze dagen naderde de vijand zelfs

tot aan Bussem. Wij bekwamen aan onze

zijde vijf doden: twee kozakken en drie,

welke bij de Artillery dienst deden; ook verscheide

gekwetsten. Twee douanen wierden

gevangen genomen, welke door de kozakken

aan de boeren ontzet zijn geworden, zich

nu vergenoegende met hun de knopen af te

12


snijden en hunne bajonetten mede naar ons

dorp te brengen, wijl de kozakken de geweren

voor zich behielden en de gevangenen

met zich voerden. Hoe velen of er aan de

zijde der Franschen gebleven zijn wierd niet

genoeg bekend. Zij lieten alleen een paard

der Gendarmerie, 't welk dood geschoten

was, in de nabijheid van het dorp achter.

onbewegelijkheid der bloedgierige vijanden

hebben gezien en ondervonden.

Den 2ste December was het algemeen vertrek

der kozakken in onze omstreken, terwijl

wij nog telkens van meerder Hollandsche

officieren en soldaten voorzien wierden.

Den 31ste inspecteerde de Kroonprins

van Oranje het terrain en de troupe, wel-

De Landstorm van 's Graveland, Kanton Loosdrecht, op den 19en Januari

1814 voor Naarden, naar een penteekening van den Commandant P. G. v. Os.

In 's Rijks Prentenkabinet te Amsterdam.


;..

~

Mijn bestek gedoogt niet, om mij wegens

de onderscheide gevechten met bizonderheden

in te laten, van welke de nieuwspapieren

destijds dagelijks melding hebben gemaakt;

ook zou ik veellicht door het noemen

van enige bizonder verdienstelijke namen

anderen onrecht aandoen, welke of niet aan

de Rechtervleugel 1 ) bekend zijn geweest of

door een spoedig vertrek niet bij ons zijn

bekend geworden. Genoeg is het, dat wij dag

aan dag tot zelfs in het begin van Meij 1814

de ellendige bewijzen van de hardnekkige

ke onder de orders van den collonel geplaatst

waren en wierd ook in onze gemeentens

met de hartelijkste gevoelens van oprechte

liefde verwelkoomt en uitgeleid.

Nu voor mij of ten nutte der gemeentens

1 ) Het terrein om Naarden was in 3 sectoren

verdeeld, waarvan de ,Rechtervleugel"

zich uitstrekte van de Zuiderzee tot aan de

Karnemelksloot. Dit water liep van Naarden

in Z.W. richting door de gemeenteweide

langs het Naardermeer tot in de trekvaart

van 's Graveland naar de Vecht.

13


niets meer te doen vindende, kwam in mij

bet plan op, om met mijne vrouw en verder

gezin naar Amsteldam te vertrekken en

de nodeloze last der inkwartieringen te

ontwijken, welke mij in mijne gewone bezigheden

hinderde, onaangename druktens in

de huishouding veroorzaakte en ons de

vreugde, welke onze medeburgers te Amsteldam

genoten, onthielden, daarbij bet verlangen

om onze kinderen weder te zien en liever

met hun te wonen. Dus wierden spoedig

enige koffers met linnen en bet beste goed

ingepakt en wij maakten ons gereed om eerdaags

zelven naar de stad te vertrekken.

Den nu zag men in de couranten de aansporing

en order van den Souvereine Vorst

der Nederlanden ter oprichting van enen

Landstorm, welke zich met jagtgeweren,

ganzeroers, pistolen, sabels en alle verkrijgbare

wapenen moest voorzien. Mijn te voren

gemaakt plan deed mij nu bij bet besluit

blijven om deze gemeente niet te verlaten.

De brave Van den Bosch, overtuigt van de

overmagt der vijanden, maakte dadelijk gebruik

van deze order en zond aan de burgemeesters

der gemeentens, welke onder zijn

militair commandement behoorden, den last,

om alle weerbare menschappen tot de vijftig

jaren toe op te schrijven en aan hem de

best geschikte als officieren op te geven.

-In de gemeente 's-Gravenland wierden de

Heer Vredenrechter Van der Graaf en de

Heer Hoogbruyn aangesteld als kapiteinen

der twee kompagnien; in de Loosdrechten

de Heeren F. Pauw, Hadelaar en Van Waver

en benevens verscheide anderen bij de gemeentens

·onder de orders van den collonel

behorende, zodat de toenmalige Landstorm

op ruim 2200 man berekend wierd.

Tot Nederhorst den Berg wierd als kapitein

e>.angesteld de Heer Schotling, te Nichtevecht

de Heer Deune en te Ankeveen wierd

mij dien post opgedragen. Den adjudant van

den collonel stelde mij aan bet Rechthuis

van den Berg mijne kompagnie voor, gaf mij

den lieutenapt en onderofficieren, welke

door bet gemeentebestuur aan den collonel

waren voorgesteld geworden, terwijl ik ver-

volgens de order bekwam, om bet Polderhuis

te Ankeveen met enen wacht te bezetten

en enen uitstaande post aan de brug

van de Gooyse meent of algemene weide

van bet Gooy te plaatzen.

De algemene loopplaats was echter Bussem,

waarheen men zich op bet eerst appel

of bij bet kleppen van de klokken moest

verzamelen.

Te 's-Graveland wierd de boereruiterij ook

weder uitgezet en wel zo, dat een dragonder

en een boer gelijktijdig met elkander de

posten bezetten.

Volgens de te voren bekomen order bezette

ik de wacht aan bet Polderhuis. Deze waning

behoorde onder bet z.g. Hollandsch Ankeveen

1 ) en stand met enige weinige huizen

uit dat dorp onder 't bestuur van de stad

Weesp. Dit verwekte ongenoegen bij diegenen,

welke tot mijne compagnie behoorden,

alzo die menschen niet in den Landstorm

betrokken waren, wijl die toen onder Weesp

nog niet bestond. Ik verzocht aan den collonel

Van den Bosch om daarin te willen voorzien.

Den collonel met den Heer Burgemeester

van Weesp daarover gehandeld hebbende,

melde mij des anderen daags, dat de Heer

Snelling, wonende aan bet Polderhuis met

den rang van lieutenant benevens 30 man

van bet Hollandsch Ankeveen bij mijne compagnie

waren toegevoegd geworden. De Heer

Van Blaricum te Ankeveen was ingelijks als

lieutenant bij mijne compagnie en heeft door

zijne bizondere vigilantie en kennis van zaken

zeer veel goede diensten bewezen.

Nu was ieder tevreden en waarlijk deze

wacht wierd met zo veel genoegen en tevens

met zooveel attentie waargenomen, dat den

collonel hun dikwerf de grootste roem toedroeg,

zo over bet trouwhartig bezetten der

buitenstaande posten als over de activiteit

bij bet nazien der passen en aanhouden der

enigzints verdachte personen, welke telkens

1 ) Bedoeld is de Hollandsch-Ankeveensche

polder onder Weespercarspel zoo genoemd

in tegenstelling met de Sticht-Ankeveensche

polder onder Ankeveen.

14


naar het hoofdkwartier wierden overgebracht.

Den 2de January was het de eerste maal,

dat het luiden der klokken in de onderscheiden

gemeentens den Landstorm naar de bepaalde

loopplaats riep. Dit ging waarlijk zo

geregeld, dat wenige buiten diegenen, welke

de wachten deden, terug bleven. Het

volk stroomde van alle kanten aan. Dit had

ook ten gevolge dat den vijand misschien

niet kundig dat het slechts ene onbedreven

hoop was, alras naar de vesting terugkeerde

en dezen optocht wierd zeer spoedig zo gewoon,

dat de digst bij of in onze dorpen wonende

het lu1den der klokken niet eens afwachtten.

Ieder was dadelijk op de been indien

men maar enigszins drukker als naar

gewoonte hoorde schieten en de boeren

trokken zo wel als de soldaten op het eerste

alarm naar buiten.

Hunne wapens waren vrij wat belangrijker

als de naderhand ingevoerde pieken en

wierden wel zo eigenaartig van hun gehanteerd.

Ook !evert dezen omtrek over het algemeen

veel goede schutters op, welk met

hunne jagtgeweren gewapend zeer wel zich

deden onderscheiden, dat zij voor dat werk

berekend waren. Anderen hadden sabels,

pistolen, oude spontons en meerder vreemde

wapenen; dan van de grote rnassa, wat eigentlijk

de landbouwers waren, was de hooyvork

het wapentuig, welk in de hand van

die menschen in geval van een algemeen

gevecht al zeer belangrijk zou geweest zijn.

DE LANDSTORM IN ACTIE.

Da,gelijks wierden verscheiden van onze

dorpelingen tot het houthakken en het

doorgraven der wegen opgeroepen en ook

vervolgens tot het opwer.pen der batterijen,

alwa.ar zich deze menschen dikwerf aan

het grootste gevaar zagen bloodgesteld

en echter met de beste geestdrift alle deze

werkzaamheden bleven verrichten. Zeer

ciikwijls waren onze smit Van Winter en

den wagenmaiker Van der Pauw benevens

vers.cheide timmerlieden onder het .gestadig

vuur van den vij,uld bezig geweest met

de hauwitzers te herstellen. De gemelde

wagenmaker, eenma:al bezig zijnde, wierd

het wiel aan de andere zijde door een kogel

weggeslagen. Dagelijks hadden deze

werkzaamheden plaats alzo men niet voor·

zien was, om in d.e pl.aats der,gene welkr::

schade !eden nieuwe stukken aan ts voeren.

Ten blij ke hiervan was er bij ons een

liedje bekend, 't welk men zegde, dat de

Fra.nschen bij een uitval hier en daar in

het hout hadden gestoken, waarin o.a. het

volgende couplet:

,Un mortier et deux .canons qua.nd on y

prend garde

Servent a ses fiers larons pour nous

prendre N arden

Va t'en voir s'ils viennent Jean! Va t'en

voir s'ils viennent".

Wij dreunden dit deuntje met zelfvoldoening

op en gevoelden dikwerf onze

grootheid, da.ar zo· veel geoeffender vijanden

met zo weinig in bedwang wierden gehouden

en nimmer ene overro·mpeling van

enig bela.ng aan onze zijde hebben durven

ondernemen.

Den collonel had order ·gegeven, om de

brug tussen de hoge en de lage Meent weg

te nemen, welke a.an de bovenzijde wierd

afgehakt. Dit benam de gelegenheid aan

den vijand om langs de Karnemelksloot 'n

aanval op s-Grav·enland te doeru en maakte

tevens de posten, welke van de wacht aan

het Polderhuis wierden uitgezet dubbel

noodzakelijk, a.lzo deze pl:aats nu de enige

overto.cht was van de zijde der Na.arder

Meer om tot de Lodijk 1 ) en verder op

'.s.-Gravenland te kunnen naderen.

In het begin van January nam de vorst

in weinig tijds zo hevig toe, dat al de war

teren in den omtrek geheel d'igt wierden

De Heeren Erents, van Blaricum en anderen

in deze streken woonachtig, hadden zo

1) De Loodijk loopt van 's Graveland in

noordelijke richting.

15


veel mo!gelijk .reeds gezorgt, om de kader>.

onbruikbaar te maken door onderscheidene

verhek·kingen en door gravingen •in dezelve

te maiken. Dan nu was dit niet meer genoegzaam,

wijl het ijs een weg baande

over de Meent zelve. De .collonel besloot

dierhalven om zo veel mo-gelijk het ijs te

doen breken en het water open te houden,

morgens ten zes uuren reeds in het Polderhills,

en daar degenen welke tot den

Landstorm beho·orden tot het bezetten der

wachten benodigt waren, beijverden wij

ons om tot het bepaalde zestigtal zodanige

op te sporen, welke om een of andere redenen

buiten den d•ienst der Landstorm

waren gesteld.

Ret door-ijzen der Karnemelksloot bij Naarden, in Jan. 1814, naar een

schilderij van P. G. van Os. In 's Rijks Museum te Amsterdam.

zo van de Karnemelksloot als van de vaart

langs de Lodijk.

Des avonds van den 9de had den collonel

aan de gemeenten 's-Gravenland, Loosdrecht,

Hilversum, Huisen, Laren, Blaricum

Kortenhoef en de gemeentens 1) den Berg

de orders gezonden, om tegen den volgenden

morgen een bepaald ·getal manschappen

van den Landstorm te zenden, voorzien

van de no.dige gereedschappen om het

ijs te kunnen breken, mij tevens dan last

gevend.e, om ook zestig man van Ankeveen

daarbij te voeg.en en voor de eerste dag de

directie op mij te nemen, zullende mij vervolgens

door de andere kapiteinen van den

L.andstorm doen vervangen.

Ik verzamelde mijn mansehappen de.!>

Van tijt tot tijt kwameh de overi·ge manschappen

uit elke Gemeente aan, zodat ik

berekende 5 a 600 man bij elkanderen te

hebben om het ijs te breken. Zooveel mogelijk

aan ieder de noodzakelijkste plaats

aangewez.en hebbende, zag ik te wel, dat

de vorst zo aanhoudend was, dat ik met

het dubbel tal niet zou ·kunnen volstaan

om a an mij ne last te voldoen: het ij s vroor

achter de bijten weder vast. Ik besloot dierhalven

met overleg van den adjudant Pel.

om een vracht.s.chuit, welke aan de sluis bij

ten Dam in het ijs lag, tot mijn .plan dienstbaar

te doen zijn. Onze schipper Van Rijn

1 ) N.l. de vroegere afzonderlijke heerlijkheden

Nederhorst en Overmeer.

16


te 's-Gravenland betoonde alle mogelijken

ijver, deed de ijsborden aanhangen en voer

met dezelve de gehakte .sloppen op en neder.

Aan de Lodijk ontanoete ik het eer.st

enige .scherpschutters v.an den kapitei.n

Rozeboom, komende van Amsteldam onder

geleide van den lieutenant Liedermoy. Wij

verwelkoomden elkander wederzij ds en

wenschten van ·goeder ha;rte de be.ste ·zegen

bij deze recht vaderland


DE EERSTE AANV AL.

Den 18e kwam de collonel langs de Lodijk

van de zijde van Weesp, zijnde bij d.en

gene•raal ontboden geweest. Hij riep mij Dij

zich en gelaste mij, dadelijk aan het hooJdkwartier

te komen. Daar vernam ik, dat er

des anderen da.ags een poging o·p Naarden

zou beproefd worden en dat den collonel

mij zulks in vertrouwen mededeelde, teneinde

mij de .geleg.enheiru te geven om mijne

goede vrienden in andere ~gemeentens

desgelijks daarvan te informer•en, vuor zo

verre ik hun dit ter geheimhouding konde

vertrouwen, opdat zij niet onwetend afwezig

mogten zijn, mij tevfns zijne ordonnancen

aanbiedende, om mijne brieven

over te brengen, alzo den collonel eerst

met den avond de algemene order a.an de

burgermeester wilde afzend.en. Des avonds

wierd die order gegeven, zo aan de militair·en

als aan den Landstor:rn, om z1ch den

volgenden morgen ten vier u r.en :zonder nader

appel te verzamelen en voor het aanbreken

van dten d!ag in ·aUe stilte de laagtens

om Bu.ssurn te bezetten.

Onder een a.anhoudende digte sneeruw

verzamelde zich in d.en donkeren nacht de

gantsche menigte. Men bekwam enige wagens

brandhout en ieder bouwde op zijn

manier het hivouak. Bij het aanhreken van

den morgen gaf deze bonte verzameling

van allerhande zoort van menschen en wa·

penen een zeer vreemde, maar tevens geduchte

vertoning.

De trompetten afgewezen zijnde, welke

met de opeisch1ing van de vesting waren afgezonden

.geworden, wierp men de eerste

houwitzers in de stad. Dit werd door d·en

vijand aldergeweldoi.gst beandwoord. Het

gonzen en huilen der kogels wekte het

volk op. Een algemeen Hoera! klonk met

de kogels mede door de ruime lucht en

iede·r man verbeelde z!ch reeds een held

te zijn. De of.ficieren waren verplicht al

het mo.gelijke ;gezag te do.en gelden, teneinde

het volk in de laagtens te houden en

zelfs zond den collonel enige ruiters tot

mijne assistentie en belaste mij om met die

en de compa,gnie onder mijne orders de

stilte te bewaren, alzo men bezorgt was,

dat den vijand deze bijzondere beweging

gadesla,ande, alras enige bomm·en !in de

laagtens zou kunnen werpen.

Tegen de middag echter ontvingen enige

compagnien de order om zich achterwaarts

op de ho•ogtens te begeven. Nu was het

niet mo.gelijk om met enige weinige ruiters

de drie compagnien in •bedwang te

houd:en. De boerenjon,gens zagen de kogels

recochetteren door de sneeuw, liepen dezelve

achterna en brachten verscheidene stapels

in het bivouak. De lieutenant Snelling

zelve bekwam er een 01p deze wijze in

handen en voerde die met zich ter aandenking

aan dezen dag naar zijne waning

mede.

Onze knapen verko•chten hunne kogels

aan anderen voor eene kleinigheid en dezen

namen. dan ook vervolgens de moeite

om deze gewichten mede te dragen naar

hunne woningen, misschien om die nog

eenmaal alan hunne kindskinderen te vertonen.

Zeker zou dit voor dertig jaren al

reen groat blijk van heldenmoed zijn geweest.

Ge1ukkig wierd op dien d·ag niet

een enkel man getkwetst, niettegenstaande

er aan onze zijde alleen 82 sahoten uit het

zwaar ges.chut geteld wierden.

De heer Konijnenberg geeft op in zijne

beschrijving 1 ) dat er van de vesting, zo

uit het zwaar geschut als uit de houwitzers

20.000 schoten in den tijd van twee maanden

zouden g.edaan zijn. Dit aantal is zeer

aanmerkelijk en meer dan 300 dag op dag

in 24 uren tijds. Zeker hebben wij groote

1 ) J . Konijnenburg, Nationaal Gedenk- y

hoek der hernieuwde Nederl. Unie 's-Grav;enhage

1816, bl'z. 646. Van Os heeft blijkbaar

niet nauwkeurig. ,gelezen; er staat:

... . ,het w,erpen van niet minder dan omhent

20.000 300 houwitsers als kanonskogels

van 12 tot 24 pond en bommen van

110 pond op 17, 18, 19, 25 en 28 Februa:rij

en op 4, 6 en 29 Maart, Ji.et aan dit ,gansche

d.orp (Bussum) niet anders over dan

het tooneel eener volkomene verwoesting".

18


ede van verwondering, dat er niet meerder

menschen a.an onze zijde gesneuvelt

zijn.

Den 20ste het gewone werk met onzen

ij.sbreker w1Uende hervatten, was dit geheel

onmogelijk. De snee.uw had in onze

sloppen zoo geweldig gewoeld, dat men

beter door het oude ijs als door deze

sneeuwbergen zou hebben kunnen doorbreken.

Dus was er niets anders op als

meerder posteil! te bezetten, waartoe den

collonel ook de nodige orders gaf. Nu was

ook die van de Nationale Guarde van Amsteldam

tot aan de Stigtsche Molen aan de

Lodijk.

Den 24ste January vernam ik van een

onderoffiiCier, mij door den lieutenant Van

Blaricum toegezonden, dat de manschappen

van het Stigts Ankeveen de post aan

het Polderhuis hadden verlaten, om reden

dat de 30 man Qnder Weesp ,behor.ende, met

brood en kaas bedeeld wierd.eru en zij niets

mogten bekomen. Dadelijk maakte ik rapport

a.an den Heer Gollonel, welke mij de

navolgende order gaf:

Het zal mij bizonder aangenaam zijn, in·

dien door U de zaken van het Stigtsche

Ankeveen in der minne zullen worden geschikt;

het zal mij leed doen indien ik dat

geen volstrekt zal moeten doen presteren,

waaortoe ieder burger verplioht is

Ik heb de eer te zijn

de collonel commandant van het

blo'ccus voor Naarden

a.an

den kapitein bij den La.ndstorm P. G. v. Os.

Ik begaf mij met hetzelve naar de wacht.

Inzonderheid beijver


Berg naar · elders kon worden ingeslagen.

Bov.endien bleef dit altoos de verzamelplaats

in gevallen andere diensten gevo·rdert

wierden.

Den 31 January wierd des nachts een

zeer stoute ondernemi.ng ten uitv.oer gebraaht

onder het .geleiden van de Heeren

Hooybruyn en Van Va·ersen, bestaande in

het weghalen van een grate hooy :i{amp

aan de waning genaamd het Roodpannenhuis,

vlak onder de vesting gelegen. Men

had enigen van den Landstorm tot hulp

verzocht echter tegens een bepaalde fbelorung,

welke dan ook met ijssleden dit hooy

hebben weggehaald en des morgens aan het

ma:gazijn te 's-Gravenland gebracht.

VERNIEUWING VAN DEN

LAND STORM.

Het Jagerkorps van den kapitein Rozenbcom

heeft zich bij alle gelegendheclen bi·

zonder doen uitmunten. Reeds in den ·beginne

wierd den lieutenant Lidermoy do-or

een kogel in den aTin ,gekwetst. Den lieutenant

Boor, wonende te Huizen, wierd de

bux door een kanonkogel uit de hand weggeschoten

op het oogenbli>k dat hij wilde

aanleggen en de brave Den Oude, ook te

Huizen woona.ohtig, wierd onder het laden

van z.ijn geweer do•or een vijandelijke kogel

gedood, waarop de Heer Myer, sergeant-majoor

bij dat korps met de volgende

dichtregels ons aan het beleg van Naarden

en aan den waardigen man blijft herinneren".

,In dit geheiligd graf rust als op 't bed

van eer

De moedige Den Oude, in 't prilst der

jeugd verslagen,

Maar wiens heldhaftigheid al sloe'g de

Gal hem neer

Hem de onverwelkbare kroon eens zal bij

God doen dragen.

Bataaf, al rijst voor hem geen marmren

eerzuil op

Omschaduwd met cypres en krakende

eerlauwrieren,

Meer glans geeft aan zijn graf de dorre

heideknop

Dan aan den aterling de gouden

krij gsstaffieren

Hij had een Vaderland, dien schat bezit

geen slaaf,

Hij streed voor zijn behoud en wist er

voor te sterven.

Komt, dat onze arm hem wreke en

Neerlands krijgsroem staat

En volgen wij zijn spoor om nooit dien

schat te derven".

Op den 15 February bra:cht men ons.de tijding

van Ankeveen, dat enige Nationale

Guarde waren binnengerukt en aldaar in

kwartier gelegt. Ik verbeelde mij, dat dit de

gevolgen waren van de onenigheid tussen

het Hollandsch en Stigts Ankeveen, dan dit

was het geval niet. Den overste Van Castrop

had de goedheid mij de reden dezer intocht

mede te delen en deze verdienstelijke burgerij

trok des avonds weder op W eesp terug.

Nu bleef alles op den ouden voet, doch

in aile stilte, ten opzichte van den Landstorm

voortgaan. Wij hoorden wel dagelijks

het kanon en het weergalmen der kogels

in onze bossen. Bij den avond zagen wij

somtijds ligtpijlen of hauwitzers uit de

vesting werpen, maar de klokken riepen

ons niet meer naar onze loopplaatzen. AIleen

te Bussum zagen de officieren en oak

die der militairen in den omtrek gelegerd

elkander somtijds aan het huis van de heer

Besanson, welke daar tegelijk de functie

van burgemeester bekleedde en tevens een

zeer goed locaal had, waar wij ons koffiehuis

hielden. Eerst aan de zijde van Naarden,

dan vervolgens te deerlijk door de

vijandelijke kogels gehavend, .wierd hetzelve

bij bet hoofdkwartier verplaatst aan

de zijde van Hilversum.

Den 20 tot op den 26en February wisten

wij niet beter of wij waren die bedoelde

20


\

Landstorm, welke op de order van den

Vorst in December 1813 en vervolgens ook

nader in de courant van den 7 January 1814

bepaald was opgeri,cht geworden. Dien tengevolge

waren ook aile requisitien van benoodigdheden

afgegeven geworden op ene

schriftelijke order, door mij van het hoofdkwartier

ontvangen, dato 11 January getekend

door den brigadier der legers, De

Kok, waarvan de bons ook ordenlijk wierden

afgegeven, inzonderheid voor de rations

hooy, stroo, haver, kaarsen en enige

weinige rations genever voor de schippers

en voerlieden der paarden.

Dan, 't was op den morgen van gezegde

26ste February, dat de Heer Van Blaricum

met enige burgers van Ankeveen bij mij

kwamen en mij zegde, dat zij waren opgeroepen

bij eenen nieuwen Landstorm, dat

de Heer Deune te Nichtevecht hun kaptein

was en zij onderhorig waren gesteld aan

de orders van den Heer Van den Berg van

Lexmond, wel:ke zijn buitenplaats had aan

de Nieuwe Sluis, waar zij pieken moesten

halen. De volgende dag ontving ik eene

aanstelling als kapitein bij de nieuwe compagnie

Landstorm te 's-Gravenland. Ik gaf

daarvan kennis aan den Heer collonei en

verwonderde mij zeer zowel ais de overigen,

welke bij den Landstorm hadden dienst

gedaan, dat wij niet vooraf wierden ontsiagen,

daar onze betrekkingen nu geheel

veranderden en ik mijne aanstelling aileen

ontfing bij een ingesioten brief van den

Heere Straaiman uit Amsteldam, mij tevens

meldende aangesteid te zijn geworden ais

l 1 ieutenant-collonel, de Heer F. Pauw in de

Loosdrecht als majoor en dat de Heer Van

Lennip te Amsteidam onzen collotnel was.

Hoe weinig wij als boere menschen van

den dienst mogten weten, zagen wij echter

al spoedig, dat het volstrekt onmogelijk

was, dat dezen Heer weike onderscheide

bezigheden te Amsterdam had, behoorlijk

kennis droeg van dat gene 't welk hier volstrekt

benodigt was en dus werkte ieder

afzonderlijk. Echter de meesten, en wei inzonderheid

die van de Loosdrecht. l:lleven

met mij de orders zo veel mogelijk van den

collonei Van den Bosch afwachten, ten

einde deze over ons ten dienste van den

Lande en ook van deze gemeentens mogt

beschikken.

De eerste nieuwe Landstorm met pieken

gewapend, weike wij in deze kwartieren

zagen opkomen bij eenen uitval door de

Franschen, was een afdeling behorende tot

het bataillon van den Heere Van den Berg

van Le~mond waarbij dien Heer zelve tegenwoordig

was.

Den 12de Maart had de uitdeling der pieken

bij ons bataillon piaats. De Heer Lieutenant

Collonel Straalman deed ene zeer

opwekkende en gepaste aanspraak aan de

gemeentens, gaf een ieder man voor en na

het ontvangen der wapenen een goed gias

g, never en onthaaide de officieren in het

logement te Hilversum op een zeer deftig

ontbijt.

Ik bieef nu dageiijks aan het hoofdkwartier

verkeren en was veel zo te Bussum, als

aan de batterijen, weike opgeworpen

wierden. Op den 13 Maart kwamen de Nationale

Guarde van Amsteidam mede bij

de Rechtervieugei dienst doen. Te voren

was er wel eens eene kieine afdeling in

onze gemeente geweest, dan deze waren de

volgende dag na hunne aankomst weder

vertrokken. Ook kwamen op dezeifde dag

de zeelieden, ware Vaderiandsche heiden,

ofschoon vrij ruw, bekend door het stout

afzagen van de Gaigebrug, weike lang genoeg

en voor de Franschen en voor ons het

getuigenis van hunne dapperheid heeft

achter gelaten.

NAARDEN WORDT GEBOMBARDEERD.

Naarden toch, de eni,ge stad weike geheel

nationaal geblockeert wierd, \Vekte

ieder vaderlander het belang op om die

vesting zonder vreemde hu1p te bemachtigen

en zeker zou men veel gewaagt en veel

21


opgezet hebben, ware dezelve te nemen ge·

weest. Men beproefde zelfs geschilderde

grenaten, waarin de nieuwspapieren, naar

binnen te werpen 1), dan zonder enig gevolg

en alzo scheen vervolgens alles tot

een bombardement in het werk gesteld te

worden. De kerk te 's-Gravenland wierd

tot een kruidmagazijn ingeruimd en nog 'n

met strobossen toe te st01ppen, ten einde de

Franschen, welke altoos van den tooren

gluurden, hetzelve met den dag niet in het

oog zou vallen. Twee anderen bleven aan

het eind van het dorp even gelijk in den

grondi vastzitten, terwijl nog tuigen, nog

paarden berekend waren om die van de

plaatsen af te brengen.

De kazematten te Naarden, naar een gewasschen teekening van

P . G. van Os. In het Raadhuis te Naarden.

huis in bet dc.rp gebezigt te>r bewaring van

de gevulde hauwitzers.

Nadat Gor.cum aan de geallieerden was

overgegaan, bekwamen wij uok enige zwa.

re stukken kanon, zijnde 32 en 24 ponders,

welke voor het hoofdkwartier geplaatst

wierden. To-en de batterijen gereed waren

en de stukken vervoerd zouden worden,

om tegen de vesting te dienen, was het

met de paarden al zo slecht gestelt, dat er

met veel moeite een stuk tot na.bij Bussum

wierd gebracht, alwaar hetzelve zo diep in

de moerassige grond vastraakte, dat men

genoodzaakt was om het daar te laten en

Op den o·chtendi van den 19 Maart ontving

ik eene order van den collonel Van

den Bosch ten einde dit werk met den

Landstorm te beproeven. Dadelijk wierd

aan den majoor Pauw in de Loosdrecht een

ordonnance afgezonden om mij nog dienzeJfden

avond 60 man v-an de twee Loosdrechtsche

kompagnier. en 90 van de drie

te Hilversum onder het .geleide van enige

officieren toe te ze!ld


zeven uren kwamen de lieutenants D. Dolleman,

D. Streefkerk, P. Leurs en H.

Meijers van de Loosdrechten met hun getal

manscha.ppen geheel compleet; de lieutenant

Pekelharing van 's-Gravenland en

van Hilversum de lieutenands Van Ravens­

\Vaij, Perk en De Wit, dan deze laatste

bracht niemand van zijne manschappen

met zich. Niettemin gingen wij met de onzen

naar het vastgevrm:en stuk kanon. De

grootste stilte wierd aanbevolen en het

stuk wierd uit de ijskorst die hetzelve om-·

geven had losgeha'kt, zonder dat den vljand

deze beweging vernam. Het was dien nacht

zeer danker. De Loosdrechters, waaronder

vee! schippers waren, sloegen overal hunne

lijnen aan en, in minder dan een uur tijds

was dit kanon ter bestemder plaatse gebra-cht.

Aan het hoofdkwartier teruggekomel.

ontvin.gen de manscho.ppen elk een

paar goede rations genever en waren volijverig

om de twee andere stukken nog

diezelfde nacht los te hakken en mede naar

Bussum te brengen, 't welk even als te voren

in alle stilte wierd ten uitvoer gebracht.

Den volgenden nacht 'bracht men

de overige belegeringstukken tot aan Bussum.

Ik zag hier dezelfde trouwhartigheid

als de vorige nacht, meest onder het geleiden

der tevoren genoemde officieren benevens

de lieutenants Schoch van Hilversum

en De Vries van 's-Gravenland. De

Franschen wierpen o.ns enige hauwitzers

tegemoed, dan deze deden geen hinder, ook

niet aan de huizen in het dorp Bussem.

Intussen was de Landstorm niet meer

hetgeen zij te voren gewef'st was. De Nationale

Guarde van Amsteldam waren te

Ankeveen en te 's-Graveland in kwartier

gelegt. Hunne posten strekten zich uit

langs de Karnemelksloot tot aan de Lunette,

waar men schanskorven plaatste en

een bedekte weg formeerde tot achter de

plaats van Nutver. Deze manschappen badden

wezenlijk een zeer zwaren dienst te

volbrengen. De Lunette, eigentlijk een buitenvesting

van Naarden, wierd door hun

bezet. Dit was een !age en gevaarlij'ke plek

grands, zeer digt onder de stad geleg-en,

waar zij gestadig het vuur van den vijand

moesten afwachten. Getuige was daarvan

het z.g. hauwitzer veldje, een kleine weidc

achter de hatterij, welke van kogels e1.1

hauwitzers do.orwoeld is geworden. Daarbij

was van onze zijde het naderen tot de batte:rij

ook aan vee! moeilijkheden. onderhevig,

doordien de weg zo moerassig was, dat

die vooral met borden en rijstt>n moest

word-en opgevuld om dezelve er.igzints

Lruikbaar te maken.

De Prins van Oranje inspecteerde de batterijen

op den 2den April. Z.H. wierd door

den Landstorm ingehaald en vergunde aan

derzelver officieren, om Hem hunne Imide

te bewijzen.

Vervolgens wierd nu ook het hoofdkwartier

geheel te Bussem verplaatst en eene

afdeeling van de Nationale Guarde bezette

de politie en wagenwachten. Onze

werklieden en arbeiders wierden tot aile

nc•odzakelijke verricht-ingen opgeroepen. Ik

voor mij maakte intussen het plan, om de

batterijen aan de rechtervleugel af te tekenen,

waarvan die van Kommerrust op

's Lands Museum is gepla.atst geworden, been

de vaart aan de

nevens de Lunette

Lodijk.

Den 4en April had het eerste bombardement

op Naarden plaats. Mijn vriend Ravenswaij

was met mij zo.o na mogelijk achter

hoogtens orpgelo,pen, teneinde deze affaire

te beschouwen.

De hauwitzers, welke van Kommerrust

wierden afgeschoten bereikten meest all-en

het doel; daartegen sprongen die van

Becghuizen voor een groat deel in de Iucht

en zelfs verscheiden kort boven de ba,tterij.

Die van Roobrug en Lunette kwamen

meest allen binnen, ofschoon de hauwitzers

op laatstgemelde reeds spoedig onbruikba.ar

waren en alzo geheel moesten zwijgen.

Telkens hoorden wij het geratel van

pannen en het kletsen uit het zwaar belegeringsgeschut

tegen de wallen. Nooit iets

van dien aard bijgewo-o.ndl hebbende

uaakte dit een en ander een gevoelige in-

23


druk bij ons en deed dikwerf de wensch

vernieuwen: 0 mogten wij in de mogelijkheid

zijn om onze J!ledeburgers in die vesting

va,n dezen overlast te helpen bevrijden

en den hardnekkigen vijand tot de

overgave derzelve te dwingen. Dit zekeT

deden wij met vrij wat meer geestdrift als

thans het aanhoren van hunne schade en

van hunne ellende .

Den 6den nad wederom hetzelfde pla.ats.

Er wierden veele hauwitzers in de stad en

veel koge:s tegens de toorn en waUen geworpen,

dan a.Ees vruchteloos. De collonel

ging vervolgens zelve en wierd aan de

barriere ontva.ngen, deelde alle de officieele

tijdingen van den dag mede (en)

bewees dat de orde van zaken in Frankrijk

nu geheel was verandert, dan alle mogelijke

poging·en bleven even vru·chteloos

en dagelijks vuurden zij van de wallen of

kwamen buiten om onze rposten te verontrusten.

Dit had ten gevolge, dat den collonel zoveel

mogelijk zijne manschappen om en in

Bussum verzamelde. Ook de Nationale

Guarde kwamen nu alleen des middags

soms maar voor weinige oogenblikken in

hunne kwartieren en brachten de nacht

o.nder de warpens door, z::l op de Lunette

als ook in het dorp Bussem, wa.ar zij soms

in schuren of stallen zich alleen op hunne

ransels konden nederleggen, vermits daar

alle de kwartieren mede bezet waren.

Den 19en April kwam mijn lieutenant

mij de tijd~ng brengen, dat een tot heden

alhier geccmmandeerd hebbend officier bij

de Nationale Guarde order had bekomen,

om met de zijnen naar Bussem te trekken.

Hij had de sleutels der wachthuizen aan

dezen lieutenant, welke in die huurt woonachtig

was, ter hand gesteld en was alzo

met de zijnen naar Bussem vertrokken.

Hoe weinig ik nu gezind was, om zonder

legale order mijne Landstorm die

posten te doen overnemen, wierd dit echter

vooT het ogenblik noodzakelijk. Ieder

was bezorgt voor de kruitmagazijnen, indien

daar geen wacht bij geplaatst wierd

om misbruiken af te keren; de wagens met

levensmiddelen en brand wilde men niet

afzenden zonder wacht en dus moest ik

wel toegeven.

Ik informeerde den collonel Van den

Bosch van deze verrichtingen, tev·ens meldende,

dat het niet mogelijk was, om met

mijne compagnie, 100 man sterk, de beide

wa:chten te bezetten zonder a.ssistentie der

overige tot dit bataillon behorende, dan dezen

hadden geene order daartoe van onzen

collonel te Amsteldam woonachtig en dus

durfde den majoor Pauw, hoe gaarne hij

zulks wenschte, dit werk e.chter niet ondernemen,

daar het moeilijk zoude zijn, om

zonder bizondere aanschrijving daartoe te

ontvangen, de eene gemeente over te halen

om bij de andere de wachten te vervullen.

EEN MOEILIJKE OPDRACHT GELUK­

KIG UITGEVOERD.

lk zond derhalven wederom naar het

hoofdkwariier, de onmogelijkheid bewijzende

om de beide wachten te blijven volhouden,

te meer da


Ret bombardement afgelopen zijnde, was

het plan om de batterijen te ontruimen en

het kanon weder naar 's-Gravenland terug

te brengen. Men formeerde een soort van

artillerypark van het kerkhof, alwaar ook

de hauwitzers, welke tot het bombardement

gediend hebben, geplaatst wierden.

De collonel stelde mij voor om enige vrijwilligers

van den Landstorm tot de directie

te vragen, zullende wij vervolgens van alle

de paarden welke aanwezig waren bij het

wagenpark en van de benodigde werklieden

voorzien worden.

De majoor F. Pauw voorzag mij tevens

den aanstaanden nacht, zijnde den 16en

April 1814, van onderscheide onzer officieren

met de beste onderofficieren en manschappen

van den Loosdrecht. Mijne lieutenands

en enige uit deze gemeente voegden

zich bij dezelve. Wij bekwamen 34 paarden

en verscheiden werklieden aan het hoofdkwartier

te Bussem en beproefden de belegeringsstukken

uit den moerassigen grond

los te krijgen. Dit was nu geheel anders

dan bij het aanbrengen, toen de wegen hard

bevroren waren en men dezelve met de

bijl moest loshakken. Verscheiden tuigen en

evenaars braken in stu.kken; wij moesten

dus naar het hoofdkwartier om den collonel

te verzoeken, orders te willen geven ten

einde de anderen en enige koetouwen bij

de inwoonders van Bussum op te halen. De

burgemeester van deze gemeente ging op

last van den collonel met mij benevens

enige van onze manschappen van den enen

boer bij den anderen in of de Franschen

wezentlijk op de beweging onzer boeren

aanhielden of dat zij buitendien het plan

hadden, om Bussem te beschieten, zij wierpen

tenminsten verscheidene hauwitzers in

het dorp en om ons heen. De Nationale

Guarde, welke ook dezen nacht bij partijen

in de schuren en woningen doorbracht,

drong er op aan, dat wij zouden maken

voort te komen. Ook de collonel zond mij

de order om, al ware het voor dezen nacht,

maar met een stuk zo spoedig doenlijk was

het dorp te ontruimen, gaf ons enige soldaten,

welke beter den weg tot verkrijging

der noodwendigheden wisten dan wij en

alzo raakte eindelijk een stuk los, 't welk

wij tegen den morgen aan het Artillery-park

te 's-Gravenland brachten.

Dezen moeivollen nacht echter schrikte

onze vrijwilligers niet af. De gedachte dat

het noodzakelijk ware de overige stukken

mede in veiligheid te brengen deed den volgenden

nacht dit werk weder hervatten.

Wij ~orgden nu zelve voor beter lijnen en

tuigen; ook hadden wij, om in geval van

noodzakelijkheid gemakkelijker hulp te bekomen,

reeds des morgens met de broodwagen

de evenaars en touwen weder aan

de Bussemer boeren terug gezonden. Wij

zochten aan het wagenpark de beste paarden

op en kwamen in alle stilte ter plaatze

onzer bestemming aan.

Na veel vruchteloos aanzetten en telkens

verspannen der paarden, geheel ongewoon

aan zodanig span, .geraakten wij echter met

twee stukken op weg. Ret was zo duister,

dat men volstrekt niets voor zich konde

onderscheiden. De stilte van den nacht

maakte bij het aanzetten der paarden den

vijand opmerkzaam en het duurde nu niet

lang, of men zond ons enige lichtpijlen,

welke al spoedig door onderscheide schoten

uit de vesting gevolgd wierden. Gelukkiglijk

vervolgden wij zonder hinder derzelve onzen

weg; allenelijk geraakte hierdoor het tweede

stuk, 't welk wij volgden, van het spoor

verwijdoerd en in eenen zandheuvel vast.

Wij waren echter met deze heiden voor het

aanbreken van den dag uit het gezicht van

den vijand en alzo vervolgde men dezen

arbeid, welke meestal door slechte boerentuigasien,

moerassigen weg en duisternis

zeer moeilijk was, totdat de belegeringstukken

weder waren binnengevoerd.

Tot het laatste ogenblik der overgave toe

bleven de Franschen even vijandig voortgaan.

Ret vuur wierd aan onze zijde geheel

gestaakt; alle tijdingen wierden hun

weder opnieuw medegedeeld en parlementairen

toegezonden; dan zelfs een paar dagen

voor de overgave, in het begin van

25


Meij 1814, maakten zij tegens den avond

weder een geweldig vuur op het dorp

Bussem. De weg voor het hoofdkwartier

was doorregen van de kogels, welke daar

hunnen loop genomen hadden en overal lagen

bommen, hauwitzers en de scherven

derzelve verspreid. Gelukkig was de wachtparade

een ogenblik tevoren en vroeger als

gewonelijk afgedankt geworden; ware dit

niet, zij zouden toen nog verscheiden ongelukkigen

hebben gemaakt. Thans was

niemand gekwetst en zel:fis geene woningen

van enig aanbelang beschadigt geworden.

NAARDEN DOOR DEN VIJAND

ONTRUIMD.

Den 7en Meij ldonk ons datzelfde kanon

zeer vreemd in de oren; gedurende een

half jaar niet anders gewoon dan na den

slag het gehuil en gegons der kogels te

horen, waarvan de echo's langs de bossen

weergalmden, gaf het kanon nu een doffen

dveun en kondigde ons slechts brommende

aan, dat de vijandelijkheden nu een einde

namen. Nu ook wenschten wij elkander

geluk evenals bij enen nieuwjaarsdag en

konden toen eerst van harte zeggen: nu

ook is ten onzen opzichte de redding volkomen.

Overal wierden de handen van den

nijveren Iandman weder vaardig tot den

arbeid. Men beploegde weder de akkers,

welke buiten de sporen d·er kogels nog

onbeploegt gebleven waren. Overal ruimde

men met vereenigde krachten de verhekkingen

op en maakte de wegen weder

bruikbaar. De Lunette, voorheen een

schriklbarend verblijf voor de brave burgerij,

was nu in een kleine lustplaats herschapen

en waar goede vrienden met hunne

vrouwen en meisjes blijde en wel te moe

zich wijn en andere ververschingen deden

aanbrengen en gul en opgeruimd elkander

de plaatsen aanwezen, waar te voren jammer

en dood hun zo dikwerf bedreigd had.

Eene erenboog van sparren en dennen ver-

sierde de opgang van de met- sehanskorven

omgeven bedekte weg, waarop nu de Hollandsche

vlag onbelemmert wapperde, terwijl

men met het grootste verlangen de

dag tegemoed wenschte, waarop men de

stad Naarden door de Franschen zou zien

verlaten om diezelve binnen te trekken.

Deze dag kwam. . . . den 12en des avonds

verzamelde de Nationale Guarde, welke te

Muiden, Weesp en elders gelegen hadden,

zich allen te 's-Gravenland, om den volgenden

morgen de intocht van de zijde der

rechtervleugel te doen. Het korps scherp·

schutters maakte de voorhoede uit, waarbij

allen degenen, welke in onze gemeenters

te huis hoorden. Reeds zeer vroeg in den

morgen verzamelden zi;:h de miiitairen, benevens

de bataillons Nationale Guarde te

Bussem (en) plaatsten zich op de velden

een kleinen afstand van de algemene weg

welke van aanschouwers en rijtuigen tot

op eenen groten afstand geheel bezet was.

Ik wil ook hier in geen bizonderheden

uitwijden. Genoeg: de recht vaderlandsche

Van den Bosch had onze voorho·ede zo ver

achterwaarts in het bouwland geplaatst,

dat wij de Franschen wel konden zien,

maar geenzints hunne lasteringen konden

verstaan, evenmin als zij de ijverzucht van

onze schutters gehoord hebben. De kapitein

Rozeboom bracht inzonderheid ook veel

toe, om zijne menschen behoorlijk met de

zijnen binnen de gelederen te houden en

de afstand was te ver, om het vaderlandsch

Oranjeboven door vreemdelingen te horen

beschimpen.

Bij den intocht in de eerste barriere

verwelkoomden ons de 1'-ustkanonniers van

de vesten der stad. Binnen de poort ontmoete

ik het eerst den kapitein der Genie

Lobrij, welke gedurend~ het beleg in de

vesting had moeten blijven en in Naarden

woonachtig was. Hij verwelkoomde mij

hartelijk en wij wenschten elkander veel

geluk bij dit wederzien. Vervolgens bewonderden

wij de blindages en het hospitaal,

meest door bovengemelden kapitein, een

Hollander, getekend en gesticht.

26


Na een intocht van de achterhoede wierden

de barrieres weder gesloten en de

grate massa der binnengekomene hadden

de kleine voorraad, welke nog overig was,

of daar alrede was ingevoerd geworden,

spoedig verteerd, buiten datgene wat in

de magazijnen aanwezig bleef. De heer

Anosi 1), Fransch predikant in die stad, had

al het zijne geheel ten beste gegeven, waarschijnlij~

ook vele anderen; dan bij gemelden

heer kwamen en werden door be-

1 ) Jean Ulrich Anosi, 1800-1819 predikant

te Naarden.

kenden onderscheidene officieren binnengebracht,

om zoveel mogelijk te genieten

datgene, 't welk nog van zijnen voorraat

was overgebleven.

De collonel Van den Bosch vereerde mij

met een attest, hetwelk mij altoos aangenaam

en van belang zal blijven. Ik zou

bij dit verhaal nog veel hebben kunnen

bijdragen, zo over het stichten van barakken

te 's-Gravenland en over een vrijwaren

van inkwartiering en meer andere zaken,

doch ik heb hoofdzakelijk deze beschrijving

ingericht als een doorlopende verklaring

van mijn prentwerk.

(Overdruk uit De Naarder Courant

behoorende tot de

Gecombineerde Gooische Bladen).

27

More magazines by this user
Similar magazines