De Afscheiding van 1834 te Oud-Loosdrecht

hkloosdrecht

Beschrijving van het ontstaan van de Christelijk Gereformeerde gemeente te Oud-Loosdrecht

l)E lif~eJ1EJl)JR6 -

VliR 1834

J. BOUMA


-eumos: • .r


Gods Alrnagt is gebleken,

Hij hield u, volk! in stand

Zijn Trouw kon niet verbreken!

Wat eens Zijn Liefdehand

In Christus u wou schenken,

En wij deez' dag gedenken.

Eben-Haezer!

Uit: Eben-Haezer,

Feestrede op het 25 jarig bestaan van de

Christelijke Afgescheidene Gereformeerde

Gemeente te Oud-Loosdrecht.

Door ds. A.G. de Waal. 23 october 1860.


Woord vooraf

Dit boekje geeft geen volledige beschrijving van de geschiedenis van de

Christelijke Afgescheiden Gemeente te Oud-Loosdrecht tot op de dag van heden.

Het zou een zeer omvangrijk werk worden en daar leent de opzet van dit boekje

zich niet voor.

I~ heb me heel bewust beperkt tot een bepaalde periode uit de vroegste jaren van

deze Afgescheiden gemeente, omdat dit een zeer bewogen periode is geweest en

tegelijk ook wel karakteristiek voor de hele Afscheiding.

We zien iets van de grote verschillen tussen de Afgescheidenen, die gevolgd werden

door hevige twisten; maar ook door wonderlijke verzoeningen.

Strijders van het eerste uur werden elkaars tegenstanders, maar konden elkaar

tenslotte ook weer op broederlijke wijze ontmoeten.

Een zelfde beeld zien wij ook op landelijk niveau.

De Afscheiding vertakt zich in verschillende stromingen, vaak gegroepeerd rondom

bepaalde leiders, er is veel onderlinge strijd, maar tegelijk ook een hartstochtelijk

verlangen naar eenheid.

De periode die beschreven wordt beslaat ongeveer 35 jaar. 1835 - 1969.

Het eerste jaartal is het jaar van de Afscheiding in Loosdrecht, het 2e jaartal

is het jaar waarin de eenheid onder de Afgescheidenen hersteld wordt.

Voor ons die 150 jaar later leven, is deze periode een leerzame en tegelijk ook

boeiende periode, omdat zij ons iets laat zien van de worsteling waarin kinderen

van het Koninkrijk gewikkeld zijn. Zowel naar buiten toe als naar binnen toe.

Met hoogtepunten, maar ook met enorme dieptepunten.

J. Bouma


Inleiding

De geschiedenis van de Afscheiding in Oud-Loosdrecht moeten we lezen tegen de

achtergrond van wat er in die tijd in tal van andere plaatsen in ons land gebeurde.

De Afscheiding is niet alleen een plaatselijk gegeven, maar vooral een landelijk

gegeven.

Ook al voltrekt de Afscheiding zich plaatselijk soms heel verschillend, de wortels

van de Afscheiding gaan boven het plaatselijke uit.

Wanneer we bijvoorbeeld in het notulenboek lezen van de Ned. Herv. Gemeente te

Oud-Loosdrecht uit die dagen, dan lezen we daarin niets over de konkrete problemen

die er plaatselijk gespeeld hebben.

We vinden alleen de vermelding van een brief die geschreven is door een tiental

personen, waarin zij verklaren zich af te scheiden van de Ned. Herv. Kerk te

Oud-Loosdrecht. Verder niets.

Ook zijn er uit die tijd geen notulenboeken van de Afgescheiden gemeente bewaard

gebleven. Wel is er een boekje van Willem Karsemeijer, een van de voormannen

van de Afgescheidenen in Loosdrecht. Het heet: "Herinnering aan de Daden des Heren

in betrekking tot Zijne Kerk in ons Vaderland", en is geschreven in 1862.

We lezen daarin niets over de achtergronden, die tot het ontstaan van de gemeente

geleid hebben, wel beschrijft Karsemeijer uitvoerig, en dat doet hij vooral met het

oog op de jeugd, de vervolgingen waaraan de gemeente heeft blootgestaan in de

jaren 1836 - 1840.

Een ander boekje uit die tijd plaatst de Afscheiding te Loosdrecht heel duidelijk

in een breder kader. De strijd om het behoud van de Vaderlandse Kerk, die uitliep

op de Afscheiding door het hele land heen.

Het is de feestrede, die de plaatselijke predikant ds. A.G. de Waal hield op het

25 jarig bestaan van de gemeente in 1860 onder de veelzeggende titel:"Eben Ha~zer,

tot hiertoe heeft de Here geholpen".

Welke moeiten hebben de Afgescheidenen met de Ned. Herv. Kerk van die dagen?

Twee dingen springen dan bijzonder in het oog. In de eerste plaats is de Vaderlandse

Kerk in die dagen een soort staatskerk aan het worden. De invloed van de overheid

doet zich heel sterk gelden. Met name wat het beshurvan de kerk betreft.

De leden van het synodale bestuur, het hoogste bestuurscollege van de kerk, worden

door de koning benoemd. Zo'n kerkregering is dan wel erg ver verwijderd geraakt van

de eenvoudige wijze waarop Christus zijn kerk wil regeren, door de diensten die Hij

heeft gegeven.

Het tweede punt is nog veel belangrijker. Dat gaat over de handhaving van de

christelijke leer, zoals die beleden wordt in de drie formulieren van Enigheid,

de belijdenisgeschriften van de Gereformeerde kerken, die ook wij vandaag in onze

kerken handhaven.

De Heidelbergse catechismus, de Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse leerregels.

Velen voelden zich niet meer gebonden aan de gereformeerde belijdenisgeschriften.

En z~ staken dat niet onder stoelen of banken. Daarbij vonden zij steun bij de

overheid, die een binding van de kerk aan haar belijdenisgeschriften onverschillig

liet. Voor de overheid was de Herv. Kerk een grote paraplu, waaronder alle

mogelijke meningen schuil konden gaan. Met of zonder binding aan een belijdenis.

Deze leervrijheid verdeelde het kerkhuis. En een in zichzelf verdeeld huis kan niet

lang bewoonbaar blijven. Velen gaven uiting aan hun zorg en verhieven hun stem tegen

de onschriftuurlijke leer en prediking. En dat was al ver voordat er sprake was

van een Afscheiding.


Denk bijvoorbeeld maar aan het Reveil. Het Reveil was een opwekkingsb~ng binnen

de kerk in de eerste helft van de 19e eeuw. Het was een krachtig getuigenis tegen

de godsdienstige, maar tegelijk ook sociale zelfgenoegzaamheid, waaraan de kerken

in West-Europa leden. Aan het Reveil zijn in ons land de narnen verbonden van o.a.

Bilderdijk, Da Costa, Groen van Prinsterer en de Liefde.

Zij braken niet met de kerk, maar stirnuleerden het ontstaan van kleine geloofs- .

gemeenschappen binnen de kerk, waar sterk de nadruk gelegd wordt op de persoonlijke,

gelovige gemeenschap met God in Christus. Daarnaast was men in de kring van het

Reveil sterk sociaal bewogen.

Het verzet tegen de overheidsbemoeienis en de leervrijheid in de kerk werd de

bezwaarden niet in dank afgenomen. Zowel de overheid als de kerkelijke instanties

reageerden scherp. Predikanten die zich openlijk (d.m.v. verweerschriften) verzetten

tegen de rnachtige vrijzinnigheid werden de pin op de neus gezet.

Dat gebeurde met ds. Hendrik de . Cock uit Ulrurn in het noorden van Groningen.

Hij werd door het provinciaal kerkbestuur van Grdningen geschorst en afgezet als

predikant, omdat hij in een boekje op krasse wijze twee kollega's hun vrijzinnigheid

aanwreef. Ook werd het hem kwalijk genomen dat hij kinderen doopte van buiten zijn

eigen gemeente. Zijn kerkraad zag toen geen andere weg, dan zich af te scheiden van

de Ned. Herv. Kerk om zo Gereformeerde Kerk te blijven.

Ds. Hendrik de Cock

De gemeente van Ulrurn is om haar predikant heen gaan staan en dat betekende een

breuk met het k~ootschap.Dit gebeurde op 13 oktober 1834 doordat de kerkeraad

de gerneente de "Acte van Afscheiding of Wederkering" tekenden.

Medestanders van Hendrik de Cock werden op een zelfde wijze behandeld. En ook zij

scheidden zich af. Zo ontstond er een groep van Afgescheiden ~erken, die elkaar

vonden en die zich de Christelijke Afgescheiden Gemeenten of Kerken noemden.

Maar die door de overheid niet als Gereforrneerde kerken erkend werden.


Op dit kaartje zijn met • aangegeven de plaatsen, waar v66r 11 december 1835

een gemeente was gesticht. Hiertoe behoorde ook Oud-Loosdrecht.

Met o is aangegeven, waar dit in 1836 plaats vond.

0 0

·-..

.._, ..

'

'


._ I

. ....-\.....- ·

,r-'-·-._

( .. _ .~---~ .. ~:: ·: •. p ....

, ___ ,

{":: 0 0

·-·

./..., / ) ('-

,__( ,..! / \

, .- ....,

I

' \

\.....- .

J

/' ,'

...._ ./ I :

"'·'

......'"-.-1_

f- ......... .. ..

, ..'..,

....--..

0

0

......_.._.....--'- ...,

....... _,

' .

-----

I

.-

Bekende voorgangers uit die eerste periode waren:

ds. H.P. Scholte uit Doeveren (de Gelderse Betuwe)

ds. G.F. Gezelle Meerburg uit Almkerk (Nrd. Brabant) r

ds. A. Brummelkamp uit Hattem (Gelderland) 1

"

ds. S. van Velzen uit Drogeham (Friesland) en ~ /'-. ~..--. -·-) '

ds.A.C. van Raalte uit Ommen. Hij werd als kandidaat door het provinciaal bestuur van

Zuid-Holland afgewezen.

De Afscheiding had dus een landelijk karakter gekregen.

Behalve degenen die de kerk verlieten door afscheiding, omdat zij veelal niet meer

getolereerd werden, waren er ook velendie bleven, omdat zij meenden dat ze niet

mochten gaan. Zij zagen het als hun roeping om van binnenuit te werken aan de genezing

van een zieke kerk. Wij willen dat met nadruk noemen, opdat we niet te vlug een

kerk zullen afschrijven. Dat deden ook de Afgescheidenen niet. Zij zagen echle:• geen

andere weg dan Afscheiding. Dat was voor hen een zaak van geloof. Een weg die de

Here gaf om kerk te kunnen blijven.


I

Een Afgescheiden gemeente.

Het is in de zomer van 1835 dat in Oud-Loosdrecht iets zichtbaar wordt van de

Afscheiding. Een van de mensen, die op de voorgrond treedt, is Willem Karsemeijer.

Een jonge man, 31 jaar, gehuwd en vier kinderen. Karsemeijer is winkelier,

koopman en tapper (slijter), en zijn werk ~hem nogal eens :buiten Loosdrecht.

Zo heeft hij in Amsterdam kontakten gekregen met afgescheiden geloofsgenoten.

Willem Karsemeijer, oefenaar, diaken, ouderling in de Afgescheiden Gemeente

te Oud-Loosdrecht.

(foto Paul Strating)

Behalve Karsemeijer is er nog een man, die veel van zich zal doen horen en dat is

Filippus Hermanus Reymerink. Evenals Karsemeijer is hij nog jong, 35 jaar en kleermaker

van beroep. Reymerink is afkomstig uit 's-Graveland. Ehkele jaren eerder

is hij zonder attestatie van de Ned. Herv. Kerk te 's-Graveland vertrokken en

heeft zich waarschijnlijk in Loosdrecht niet als lidmaat laten inschrijven.

Al in de jaren van de Afscheiding is er in Oud-Loosdrecht een kring ontstaan van

lidmaten, die niet meer de kerkdiensten bezoeken; maar bij een van hen aan hui s

samenkomen. Op zulke bijeenkomsten leest Karseme~er nogal eens een preek, wat h~m

de benaming "oefenaar" bezorgd heeft.

Op 14 juli 1935 ontvangt de ~ad van de Ned. Herv. Kerk een brief uit de kring

van deze gemeenteleden, waarin zij mededelen zich te zullen afscheiden van de

Ned. Herv. Kerk. Een kopie van deze brief is afgeschreven in het notulenboek van

de Ned. Herv.Kerk. Deze luidt als volgt:

"Wij ondergetekenden, lidmaten en aanhangers der ware Gereformeerde Christel ijke

Kerk in Neder1and, verklaren bij deze, aan de soogenaamde Hervormde Secte te

Oud-Loosdrecht, dat wij volgens art. 28 en 29 onzer op Gods Woord gegronde geloofsbelijdenis,

ons vrijwillig afscheiden van het sedert 1816 bestaande Hervormde

Kerkgenootschap en ons verenigen met alle ware Gereformeerden, waar de Here die

ook gedagt te vergaderen en houden het na deze verklaring er voor, dat onze

namen als afgeschei den van uw genootschap, volgens art. 2 van het Algemeen

Reglement van uwe Secte, uit het doop-en lidmatenboek uitgescbrapt worden".


De brief is door een tiental personen ondertekend.

Nicolaas Pos a1 zijn vrouw Jantje Land

Aaltje Land, de vrouw van Filippus Reymerink

Willem Oranjeboom en zijn vrouw Grietje Meijers en hun kind Cornelus

Willem Karsemeijer en zijn vrouw Aagje Vogel met hun vier kinderen Jan,

Wiesje~ Marretje en Adriaantje

Brunis van den Berg

Hendrik van Henten

Behalve deze ondertekenaars waren er nog meer die met de Afscheiding meegingen.

Antje de Bree, de vrouw van Brunis van den Berg

Aart van den Berg

Barend Jacobszn Pos en zijn vrouw Marrietje Fabrie

Adrianus Tober en zijn vrouw Grietje Meijers

Klaas Klaaszn Pos en zijn vrouw Geertje Hendriks Lamme

Jan Karsemeijer en zijn vrouw Aaltje Lamme

Hendrik Pos en zijn vrouw Lammetje van Dooren

Ruth Groen en zijn vrouw Woutertje Baas

Harmen Boom en zijn vrouw Maria Slagt

Joosje Vogel

Jansie Mosterman

Tot de gemeente in Oud-Loosdrecht behoorden ook een aantal mensen uit 's-Graveland,

of die daarvan afkomstig waren.

Allereerst de ons al bekende Filippus Reymerink, zijn beide broers Jacob en

Frederik en de vrouw van Frederik, Geesje Smink,

Jan Hafkamp en Doortje Vos. Zij hebben zich op 10 juli 1935 afgescheiden van de

Ned. Herv. Kerk te 's-Graveland, nadat ze al meer dan twee jaar in 's-Graveland

niet meer in de kerk kwamen.

Tot de zomer van 1839 zijn de 's-Gravelanders in Loosdrecht blijven kerken.

Op 1 juni van dat jaar wordt in 's-Graveland een zelfstandige gemeente gevormd.

De broers Jacob en Frederik Reymerink worden resp. verkozen tot ouderling en diaken.

Ongeveer drie maanden nadat men zich in Oud-Loosdrecht heeft afgescheiden, wordt

een gemeente gevormd met gekozen ambtsdragers. Geinstitueerd heet dat in kerkelijke

taal.

Het is zondag 23 oktober, wanneer er een dominee in de gelegenheid is om naar

Loosdrecht te komen.

Het is de bekende ds. H.P. Scholte. Evenals de andere voormannen van de Afscheiding

is hij dag en nacht in touw om de jonge afgescheiden gemeenten te bezoeken en in de

diensten voor te gaan, ouderlingen en diakenen te bevestigen en kinderen te dopen en

en het avondmaal te bedienen.

Eigenlijk heeft ds. Scholte maar weinig tijd, want hij is op weg naar Amsterdam,

waar hij verwacht wordt.In allerijl wordt de gemeente bij elkaar geroepen in het

huisv.m de turfschipper Nicolaas Pos, die zelf op die zondag niet thuis is.

In de dienst die gehouden wordt, houdt ds Scholte geen preek, wel bedient hij

de doop aan een kind van Fil. Reymerink en aan de kinderen van Nicolaas Pos.

Het belangrijkste in deze kerkdienst is dat de gemeente haar ambtsdragers kiest,

die vervolgens in het ambt worden bevestigd door ds. Scholte. Blijkbaar heeft

men al een hele tijd naar een gelegenheid als deze uitgekeken. Filippus Reymerink

wordt ouderling en Willem Karsemeijer en Nicolaas Pos worden diakenen. Omdat Pos

niet aanwezig is wordt hij twee dagen later in Amsterdam door ds. Scholte als diaken

bevestigd. Alle drie zijn ze nog jong. Reymerink is 35 jaar, Karsemeijer en Pos

zijn 31 jaar.

i


II

Een vervolgde gemeente

Nadat de gemeente gevormd is en er kerkdiensten belegd worden, komt de overheid

in het geweer. In opdracht van de koning (Willem III) was het verboden om

godsdienstoefeningen te houden buiten de bestaande en door de overheid erkende

kerken om.

De nieuw gevormde Gereformeerde Kerken (de Chr. Afgescheidenen) werden niet

getolereerd en de overheid trad streng op, wanneer er toch kerkdiensten

gehouden werden. Bijeenkomsten, bestaande uit meer dan 20 personen, waren verboden

en werden uiteengejaagd. En dan ging het er bepaald niet zachtzinnig aan toe.

Het werd de Afgescheidenen erg moeilijk gemaakt. Ook de gemeente in Oud­

Loosdrecht heeft zwaar geleden onder het optreden van de overheid.

Er werden soldaten ingekwartierd, d.w.z. gemeenteleden moesten soms aan drie of

vier soldaten tegelijk kost en inwoning geven, terwijl men het echt niet breed

had en vaak klein behuisd was. Velen van de Afgescheidenen waren maar eenvoudige

mensen. Het waren boeren, vissers of schippers, kleine middenstanders en verveners .

Vanaf zondag 12 september 1836 tot eind 1840 heeft deze inkwartiering, met een

enkele korte onderbreking, geduurd.

De gemeenteleden kregen regelmatig hoge boeten opgelegd, omdat ze bijeenkomsten

bijwoonden. Sommigen zijn zelfs in de gevangenis terecht gekomen. Dat is b~v.

Karsemeijer en Reymerink overkomen.

Karsemeijer schrijft daarover in zijn boekje "Herinnering aan de daden des Heren"

( uitg. 1862)

HERINNERiriG

.B:-1 DE:

Dr\DEN DES DEEREN,

IX DETi:Cl\1\t.\"·}

T 0 T Z IJ:; E 1\. E ll K

v · '" '' l " " 'fl .,., ··1 _,... ··n 'f' .., ~l Ti~ 'f)

'I.,·> '1'1 '("'·1 .. 'C( ··· ;(··l ., :J · ·· Yl .,, .. ,

... ~ ~ "-'- ~ :.V • ..r. .v..\:..1~ 1.\..l.r ~ ...,,

DOOR

W. KA USE :.'li E IJER,

te Orul-Loosdrec.'lt.

~ r;> ~ 'J;7' .~ .-.(;~

~;~~~

7. ·.\' .\H r~·:.n.c;.

L :\ TJ H 0 J. T.

1 HG~ .

Titelblad van "herinnering aan de daden des Heren", door W. Karsemeijer.

Karseleijer schrijft dit boekje t.b.v. de kerkjeugd, die de Afscheiding net

heeft meegemaakt.


In dit boekje beschrijft hij ook hoe een inkwartiering in zijn werk ging.

11 Daarop kregen wij 25 lanciers, op eenen zondag (het is 12 september 1836) des

morgens om 9 ure, dronken en nat van den regen. Zij kwamen in de kerk. Er was

nog niemand in als ik alleen - reden toen het dorp in, hadden billetten voor de

afgescheidenen. r::e meeste der leden hadden geen stal en zo reden zij met hunne

paarden maar in huis, bonden die aan de poot van de tafel of aan de lade van

een kabinet vast, en dat op een blanke vloer; dit laatste geschiedde bij den

vader van mijnen vrouw; ook werd zijnen dochter, een meisje van 20 jaar oud, uit

bed gehaald, hoewel zij aan de pokziekte blind lag. Zij zeiden 11zij moesten

stroo hebben voor de paarden". Bij twee andere leden -man en vrouw- ongeveer

van 80 jaren (Barend Pos en zijn vrouw Trijntje Land) smeten zij een pond

boter aan den balk; bij mijne oude moeder moesten zij brood voor de paarden

hebben, boter en drank laten halen, anders steken wij Uw zoon, een jongeling

van 16 jaren, dood. Genoeg, ik zoude een boekdeel kunnen schrijven, zoo ik al

die jammerende ellende wilde beschrijven, die ons troffen. Die 25 lanciers bleven

ongeveer 14 dagen hier, en nadat zij vertrokken waren, kregen wij infanterie,

die bij ons tusschen de 4 en 5 jaren bleven, om ons dag en nacht te bewaken,

zoodat wij bijna geen 2 voets grond hadden om God in gemeenschap te dienen.

Verwijderden wij ons op het water of op een stuk lands, afgelegen van Oud­

Loosdrecht- ook daar werden wij vervolgd •••• 11

Bij dit laatste doelt Karsemeijer op een tweetal gebeurtenissen waarbij er op

de Loosdrechtse plassen kerkdienst werd gehouden. Dat was op 11 juni en 6

augustus 1837. Op 11 juni was ds.Scholte weer in Loosdrecht. Zowel de predikant

als de huizen van gemeenteleden en het kerkgebouw werden nauwkeurig in de gaten

gehouden, want de overheid verwachtte dat ds. Scholte gekomen was om kinderen

te dopen.

Wie schetst de verbazing van de burgemeester en de militairen toen de

afgescheidenen niet naar hun kerkgebouw gingen, maar met een schip het water opvoeren.

Van alle kanten kwamen toen steeds meer bootjes van gemeenteleden aangevaren.

De hele zondag bleef men op het water en ds. Scholte doopte 3 jonge kinderen.

Op 6 augustus was ds. A. Brummelkamp aanwezig, die evenals ds. Scholte graag in

Loosdrecht te gast was. Maar nu was de overheid beter voorbereid, want zodra de

afgescheidenen van wal wilden steken, greep de burgemeester in. De afgescheidenen

moesten het schip verlaten, waarbij er over en weer rake klappen vielen.

Om de gemoederen wat te bedaren en de gemeenteleden te bemoedigen hief ds. Brummelkamp

een lied aan. Ps. 68 11

De Heer zal opstaan tot den strijd,

Hij zal Zijn haters wijd en zijn,

verjaagd, verstrooid doen zuchten 11

Bij de overheidsdienaren had dit lied een averechtse uitwerking. Vloekend en

schreeuwend sleurden ze verschillende gemeenteleden uit de boten.

We gaan nog even terug naar het begin voordat er sprake was van inkwartiering.

Het is de taak van de burgemeester om er op toe te zien dat de afgescheidenen zich

houden aan de besluiten van de koning. De ene burgemeester was daar feller in dan de

andere. Sommigen knepen wel eens een oogje dicht, maar de burgemeester van Loosdrecht,

J.W. de Wit, niet. Hij heeft vanaf het allereerste begin direkt maatregels genomen

tegen de afgescheidenen. Al direkt na die eerste dienst, waarin de ambtsdragers

bevestigd werden, stond hij bij Nicolaas Pos op de stoep, maar hij was te laat.

De eerstvolgende zondagen is de burgemeester weer present om rapport op te maken.

Op 1 november 1935 is hij in gezelschap van ds. W.F. Overhoff, de hervormde predikant

van Oud-Loosdrecht. De kerkdienst wordt gehouden in het huis van Nic. Pos.

De burgemeester is welkom, maar de hervormde predikant wordt de toegang geweigerd.

Hem wordt toegevoegd: 11 Wij hebben met U niets van node, wij hebben ons afgescheiden,

wij willen de burgemeester te woord staan, maar vertrek gij uit deze woning".

De burgemeester gelast daarop de vergadering uit een te gaan, maar dat wordt geweigerd.

In de dienst die vervolgens gehouden wordt, leest Fil. Reymerink een preek

van Smijtegelt. (Smijtegelt is een bevindelijke prediker uit de kringen van de .Nadere

Reformatie)


Twee weken later is de burgemeester weer aanwezig, nu in gezelschap van Jan Blaauw,

fabrikant uit Nieuw Loosdrecht. Hij krijgt een stoel aangeboden en een psalmboek,

maar het laatste weigert hij.

De burgemeester heeft van deze bijeenkomst verslag gedaan. "Het gebed wordt knielend

verricht door Barend Pos, daarna gezongen, vervolgens vier geheele hoofdstukken gelezen

uit het evangelie van Johannes door Harmen Boom, daarna weder gezongen en als

toen een zeer uitgerekt nagebed op een gillende lamentabelen (klagende) toon uitgesproken

door F.H. Reymerink, ~ onder anderen gesproken werd van verdrukking van

Gods Bondsvolk en dat de burgemeester hen mocht beschermen en zijn handen niet bevlekken

met hun bloed, toen eindelijk eindigde de samenkomst met psalmgezang~

Opvallend is in alle verslagen van de burgemeester de smalende en neerbuigende toon.

Zijn hele houding tegenover de afgescheidenen drukt minachting en boosheid uit .

Hij vindt hen maar lastige en hinderlijke mensen. De rapporten van de burgemeester

leveren tenslotte 7 processen-verbaal op tegen ds. Scholte en een aantal gemeenteleden,

die daarop door de rechtbank van Utrecht veroordeeld worden tot boetes

varierend van f. 8,-- tot f. 25,-- verme~rderd met de proceskosten.

Dit is maar een kleine greep uit de veelheid van verhalen. Er is nog veel meer te

noemen. In dennm vier jaren · dat de maatregel van de koning tegen de afgescheidenen

gold, heeft de gemeente in Oud-Loosdrecht veel moeten verdragen. Het was maar een

klein dorp van een paar honderd inwoners, waarvan ongeveer 50 zich hadden aangesloten

bij de Afgescheiden gemeente. Rond 1840 zal dit aantal toenemen tot + 100 en later

zelfs tot boven de 200. Binnen de dorpsgemeenschap is vanwege de Afscheiding veel

wrijving ontstaan, dat blijkt ook wel uit de beschrijving van tal van

gebeurtenissen.

Wanneer er ~ de Afgescheidenen wordt opgetreden zijn de schimpscheuten en de

spot vaak niet van de lucht.

Dr. C.Smits zegt in zijn boek over de Afscheiding in de provincie Utrecht, "dat het

leed dat ten gevolge van de ~lgingen is geleden in de jaren 1834 tot 1840 , in

Loosdrecht wel een toppunt voor ons hele land, zo niet het hoogste punt heeft

bereikt".

Op 21 januari 1841 wordt de gemeente door de koning erkend, nadat een eerder verzoek

op advies van de burgemeester door de koning is afgewezen. ·

De afgescheidenen zouden volgens de burgemeester hun armen niet kunnen onderhouden.

Men is nu vrij om kerkdiensten te houden in het eigen kerkgebouw onder de naam

Christelijk Afgescheidene Gereformeerde Gemeente.


Het Kerkgebouw

Het kerkgebouw dat door de Afgescheiden gemeente gebruikt werd, is het zelfde gebouw

waarin nu de Nederlands Gereformeerde Kerk haar diensten houdt.

Dit kerkgebouw werd al in 1836 gebruikt en was een verbouwde boerderij "geteekend

no 176". Het maakte deel uit van de hofstede Oranjelust, toentertijd eigendom van

de diaken W. Karsemeijer. Het gebouw was indiatijdha lfzo klein als het huidige

kerkgebouw.

Het kerkgebouw aan de Oud-Loosdrechtsedijk no. 124.

(foto Paul Strating)


III Een gemeente in verval en verwording

Dit hoofdstuk en het volgende hoofdstuk beschrijven de meest verdrietige periode van

de Afgescheiden Gemeente in Oud-Loosdrecht. Een periode waarin we helaas weinig weten

over de achtergronden, omdat er blijkbaar geen notulenboeken werden bijgehouden.

De gemeente was verscheurd door interne twisten, viel in verschillende groepen uiteen,

die wel godsdienstoefeningen hielden, maar zonder gekozen en bevestigde ambtsdragers

Nu waren twisten in die tijd onder de Afgescheidenen niet ongewoon. Ook landelijk

waren er grote konflikten tussen de verschillende stromingen, die geleid werden

door de voormannen van het eerste uur. Er was bijv. verschil van mening m.b.t. het kerkverband.

De Cock en van Velzen wilden handhaving van de Dordtse K.O. en zij gaven de voorkeur

aan een nationaal geinstitueerde kerkgemeenschap. Scholte en Brummelkamp dachten

vooral aan vrije, zelfstandige, plaatselijk gemeenten, waarbij het kerkverband een

ondergeschikte rol speelde.

Er was verschil in prediking. Van Velzen is de meer steilegereformeerde prediker,

Brummelkamp wordt getypeerd als de meer evangelisch getinte. En er was verschil in

dooppraktijk. Hier stonden de Cock en Scholte tegenover elkaar.

De konflikten leidden in 1843 tot een breuk tussen de verschillende stromingen. De

belangrijkste stroming volgde de lijn van de Cock en van Velzen. Het waren vooral de

kerken in Noord-Holland en de noordelijke provincies die hiertoe behoorden. Brummelkamp

en met hem van Raalte hadden hun aanhang in Overijssel en Gelderland.

De Brantse gemeenten o.l.v. Gezelle Meerburg bleven afzijdig van het konflikt.

Scholte die vooral aanhang had in Utrecht en Zuid-Holland raakte tenslotte in een

isolement en vertrok in 1846 naar Noord-Amerika, waar hij in de staat Iowa de stad

Pella stichtte.

In hoeverre de landelijk konflikten hun uitstraling hebben gehad in Oud-Loosdrecht

is niet meer te achterhalen. Mogelijk hebben ze op de achtergrond een rol gespeeld.

De konflikten in deze gemeente blijken echter meer persoonlijk dan kerkelijk van aard te

zijn, en spitsen zich vooral toe op de kontroverse tussen W. Karsemeijer en

F.H. Reymerink.

De konflikten ontstaan in 1839 over de toepassing van de tucht in de gemeente en

over de verkiezing van een ambtsdrager, en laaien zo hoog op dat het tot een breuk

komt • Reymerink onttrekt zich aan ~e bijeenkomsten van de gemeente en houdt apa~te

bijeenkomsten in zijn eigen woning.

Deze breuk vindt'dus plaats kort voordat de gemeente erkenning verkrijgt bU de overheid.

Op het .verzoek om erkenning komt de ' naam Reymerink niet voor.

Verrreldenswaard is misschien wel dat Reymerink sterk bevriend is met de kring rondom

ds. Scholte. O.a. met mevr. Zeelt uit Baambrugge en Wormser uit Amsterdam.

Over de jaren 1840 tot 1849 is erg weinig bekend. Zoals gezegd, notulen van de

kerkeraadsvergaderingen worden blijkbaar niet bijgehouden.

Uit de spaarzame gegevens in de notulenboeken van de klassikale en provinciale

vergaderingen blijkt dat het kerkelijk leven in Loosdrecht op een heel laag pitje is

komen staan. Er is een groep achter W. Karsemeijer die het kerkgebouw Oranjelust in

bezit heeft en er is een groep achter F.H. Reymerink die afzonderlijke bijeenkomsten

houdt.

De groep achter Karsemeijer heeft kontakten met de kerken uit Gelderland, die geleid

worden door ds. A. Brummelkamp.

De groep van Reymerink valt in 1845 uiteen, zonder dat duidelijk is waarom.

Er worden nog wel bijeenkomsten gehouden maar een duidelijke kerkelijke struktuur

ontbreekt.

Kontakten met het kerkverband zijn sporadisch.


V

Twee gemeenten naast elkaar.

In 1849 wordt uit de groep random Reymerink weer een gemeente gevormd. Twee vroegere

ambtsdragers Ruth Groen en Nicolaas Pos (twee oude bekenden uit de beginjaren van

de Afscheiding) verschijnen op 5 september 1849 op een vergadering van de classis

Utrecht en vragen de classis om hulp bij het vormen van een gemeente te Loosdrecht.

In december 1849 gaan ds. Uitterdijk uit Amersfoort en ouderling G. Meijer uit

Hilversum naar Loosdrecht, om in opdracht van de classis"de gemeente ••• te bevestigen,

te prediken en ouderlingen en diakenen in hun dienstwerk kerkelijk in te zegenen",

zo staat te lezen in de notulen van de kerkeraad te Amersfoort.

Tot ouderling van de nieuw gevormde gemeente zijn verkozen:

F.H. Reymerink en Ruth Groen. Tot diakenen: Hendrik ~ en Nicolaas Pos.

Deze gemeente, die vanaf toen wordt aangeduid als "de gemeente Ruth Groen", heeft

ook een eigen kerkgebouw, waar men vanaf 1850 gekerkt heeft. Het was een houten

gebouwtje dat j_n de richting van de dijk stand, op-:de plaats waar vroeger de jachthaven

Interboat was en later Wetterwille, O.Loosdrechtsedijk 185, 187. In de volksmond

heette dit kerkje de "houten Klaas", waarschijnlijk .genoemd naar de diaken Nicolaas

(Klaas) Pos.

Ook de groep Karsemeijer besluit nu om de ambten opnieuw in te stellen en zich aan

te sluiten bij het kerkverband. Deze gemeente gaat behoren tot de classis Arnhem

van de kerken random ds. Brummelkamp.

In het oudst bewaarde notulenboek van deze gemeente lezen wij dat de kerkeraad

bevestigd is door ds. J.H. Donner Sr., predikant te Ommeren en Tiel.

Lede Maten Boek van de Kristelijken Afgescheiden Gemeente te Oud-Loosdrecht.

Sint(s) dat de Gemeenten opnu(ieuw)

tot stand gekomen is

en de Kerkeraad Bevestigd is

geworden in hun dienst

door den Wel Eerwaarden Heer

Ds. Donner

20 Januarij 1850

W. Karsemeijer, ouderl.

E. Lamme, diaken

D. van Henten D

Er zijn dus nu in Oud-Loosdrecht twee door het kerkverband erkende gemeenten, zij het

dat ze tot een verschillende classis behoren.

Dat verandert echter wanneer het op de synode van Zwolle in 1854 tot een vereniging

komt van de hoofdgroep der Afgescheidenen met de "Geldersen".(de kerken worden rondom

ds. A. Brummelkamp)

Landelijk gezien is er weer vrede gekomen tussen de verschillende stromingen.

Voor Loosdrecht betekent dit, dat de beide gemeente nu vertegenwoordigd zijn op dezelfde

classisvergaderingen.

Voor het eerst gebeurt dat op een classikale vergade~ing van 24 augustus 1854 in Utrecht.

N.a.v. de komst van de kerkeraad Karsemeijer op die vergadering wordt door ds. Dosker

en ds. Oggel, die met ds. van Velzen de commissie uitmaken ter hereniging van gescheurde

gemeenten, medegedeeld "dat die commissie, te Oud-Loosdrecht vergaderd met de kerkeraden

van weerszijden, bemerkt hebbende, dat er tegen de vereniging onoverkomelijke

bezwaren bestonden, bepaald dat beide gemeenten voor het eerst op zichzelf zullen

blijven bestaan, beiden alsdan behorende tot het class i kale res sort van Utrecht en

dat de vereniging lang?:amerhand zal plaats hebben".

Dat langzamerhand is een periode van 15 jaar geworden. Ondanks de vele pogingen van

klassikale en provinciale commissies, wilden de broeders in Loosdrecht elkaar niet

tegemoet komen en samen buigen voor de Heer van de kerk. Pas in 1869 zal de eenheid

hersteld worden, maar dan zijn de eerstbetrokkenen mannen van rond de zeventig jaren

geworden·. Misschien wat milder eo wat wijzer.


V

De gemeente "Ruth Groen"

Op 6 maart 1850 vraagt de kerkeraad aan de classikale vergadering van Utrecht handopening

om een predikant te mogen beroepen. D.w.z. met financiele steun van het

kerkverband. Degemeente is klein. Volgens een opgave in het weekblad "De Stem"

uit 1851 zijn er 87 lidmaten. (belijdende en doopleden samen)

Het jaarboekje van de Afgescheiden Kerken vermeldt in 1856 100 lidmaten. Het beroepingswerk

wil aanvankelijk niet zo goed vlotten. Maar eindelijk is het zover.

Candidaat A.S. Entingh uit Groningen heeft het op hem uitgebrachte beroep aangenomen.

In "De Stem", een van de weekbladen van de Chr. Afgescheiden Kerken lezen we onder

"B:i.nrailandsch KerkniE:UrJS'' een heel enthousiast bericht van de kerkeraad.

10 april 1853. De dag van heden was voor ons een blijde dag; na veel angst en benauwdheid

verduurd te hebben, stond God eindelijk op tot onze hulp! Zijne regterhand verhief

Hij over ons, en dezel ve deed bij ons krachtige dad en. Ps CXVIII 16. Gr oote

daden betoont God in het midden van Zijnen wijngaard, en schijnt zijn (in zich zelven

arm, en in de oogen der wereld) verachte volk, gelijk een hutken in de komkommerhof,

op hetwelk naauwelijks de voorbijganger het oog vestigt, te bewaren , zijn oog bewaakt

hetzelve, dit ondervonden wij. Als uit het stof opgehaal d, na veelvuldi ge zpo

uit- als inwendige verwoesting, zijn wij klein, gering en zwak, zoowel in getal, als i n

vermogen, maar de HEERE was en is ons alles!

Op een wonderbare wijs verkregen wij een kerkgebouw, en waren daarna eenige keeren

werkzaam, ons eenen Herder onder den grooten Herder te verkrijgen, dat ons telkens

mislukte; wij nielden aan in de weg de~ middelen, en beriepen den 3 December 1852 den

Wel.Eerw.heer A.S. Entingh, proponent, welke die beroeping in de vreeze Gods opvolgde

en aannam ••••"

Na door de classis Amsterdam geexamineerd te zijn, wordt Adolf Schuur Entingh op 10

april 1853 bevestigd in de dienst door de hoofdonderwijzer T.F. de Haan, die preekte

over Efeze 4: 11 en 12 (De Haan was "hoofdonderwijzer" (docent) aan de theologische

opleiding van de Afgescheiden Kerken, eerst in Groningen en Friesland, lat er na de

hereniging met de"Geldersen" in Kampen)

De tekst van de intredepreek van ds Entingh was Matt. 28: 19 "welke woor den Z. Eerw .

betuigde hem met macht op het hart te zijn gebragt door den HEERE zelf, voor ruim 3 jaren:

en dat hij, dien tengevolge, met verheuging diezelfde woorden gebruikte om zi jn werk

te beginnen" •

In dat zelfde verslag in "De Stem" wordt nog medegedeeld dat de kollekte f. 310,-­

opbracht en een gezin in de gemeente een gift deed van f. 1.129,50. Voor die tijd een

geweldig bedrag.

Ds. Entingh is niet lang in Loosdrecht gebleven. Al na 5 maanden kwam het eerste beroep,

dxrrna volgen er nog meer. September 1854 vertrekt hij naar Niezijl. Op 10 september

preekt hij afscheid met het woord uit Hand. 20: 23 "want ik heb niet nagelaten u al

de raad Gods te verkondigen".

Ook al is ds. Entingh niet lang in Loosdrecht gebleven, hij stond wel in hoog aanzien.

Bij zijn afscheid was het kerkgebouw te klein, buiten stonden minstens zoveel mensen als

binnen. In "De Stem" stond in het kort verslag: "Slechts een groot jaar was Zijn Eerwaarden

onder ons werkzaam, echter zeer gezegend, zoo zelfs dat bijna bij elie predikat ie

Gods tegenwoordigheid zigtbaar was. En ook de laatste maal was daar niet van uitgezonderd,

zoo zelfs dat het geween bijna hinderlijk was voor het gehoor".


I

'

Ds. A.G. Entingh

Nadat ds. Entingh is vertrokken heeft de gemeente geen predikant meer gehad. Ze is

sindsdien ook voortdurend verdeeld door ruzie over wie er al dan niet in aanmerking kunnen

komen als ambtsdrager. In 1857/58 is er geen enkele ambtsdrager meer, maar met behulp

van een commissie vande provinciale vergadering (synode) wordt er weer een kerkeraad

gevormd. In diezelfde periode wordt jarenlang geen avondmaal gevierd. De gemeente

loopt ook in ledental achteruit, die zich voor een deel aansluiten bij de gemeente

Karsemeijer.

Over de laatste jaren van deze gemeente (1860-1869) is weinig bekend. Een notulenboek

is nooit boven water gekomen.

Dit bordje hing vroeger in het portaal.

(foto Paul Strating)


VI

De "gemeente Karserneijer"

r

l

De eerste jaren na. haar instituering zijn voor deze gemeente rustig verlopen.

We lezen in het notulenboek, dat de periode 1850-1865 weergeeft, weinig of niets

over interne problemen. De notulen van sornrnige vergaderingen munten uit door

kortheid. "20 rnei 1850 Bij rnalkander geweest. Geen zaken.

20 juni " " " Geen zaken.

30 sept. " " " Geen zaken."

Voor het overige zijn er algemene kerlt.elijke zaken, de arrnenzorg en het beroepingswerk

dat zo nu en dan de aandacht vraagt.

In tegenstelling tot de gemeente "Ruth Groen" adernt hier het kerkelijk leven rust.

En er is ook groei. Het ledental stijgt van 110 naar 216, met name in de jaren '57/'58

wanneer er grote problemen zijn in de andere gemeente.

Na een paar bedankjes krijgt ook deze gemeente een eigen predikant.

Ds. A.G. de Waal uit Assen neemt het beroep aan.

Apolonius Gerardus de Waal is geboren in Delft op 13 september 1813. Op 13 jarige

leeftijd wist hij dat hij graag predikant wilde worden, maar zijn vader wilde dat

hij schoolmeester zou worden.Zeven jaar is hij schoolrneester geweest,"toen behaagde

het den Heere rnij de overtuigen van zonde, geregtigheid en oordeel door Zijnen H Geest,

en den Heere Jezus te leeren kennen als rnijnen sd1Udovernernenden Borg, zoodat h~ rnij,

tot roern van Gods vrije genade, aan Zijne ~ge dienst mogt toewijden en door eenige

kinderen Gods werd uitgenoodigd om rnij te laten onderwijzen in al hetgeen, in den geordenden

weg, noodig was te weten tot de Heilige Bediening"

(noot d bij de Feestrede "Eben Haezer)

Ds. A.G. de Waal

r

\

Hij kreeg zijn eerste opleiding bij ds. Gezelle Meerburg en vervolgens studeerde hij

in Arnhem bij Brurnrnelkarnp en van Raalte. Het is blijkbaar niet helernaal toevallig

dat de "gerneente Karsemeijer" een predikant beroept, die aan de school van Brwnrnelkarnp

is opgeleid. Ook eerdere beroepen predikanten kwarnen uit de "Gelderse" hoek.

Oud-Loosdrecht is de 6e gerneente die ds de Waal dient. Maar hier zal hij, en dat is

in die tijd wel iets bijzonders, geruirne tijd blijven. Meer dan 6 jaar.

Op 3 juni 1860 wordt ds. de Waal bevestigd door ds. Goris uit Utrecht. Ook een

predikant uit de school van Brurnrnelkarnp.

De intredepreek van ds. de Waal is over 1 Cor.2: 2 "Want ~k had niet besloten iets te

weten onder u, dan Jezus Christus en dien gekruisigd".

Is deze tekst gekozen i.v.m. het bestaan van twee gerneenten in Loosdrecht en heeft

ds. de Waal boven het konflikt willen staan door alle aandacht te willen vestigen op het

evangelie der verzoening?


Kort na de intrede van ds. de Waal ~ de gemeente haar 25 jarig bestaan. Op dinsdag

23 oktober 1860 is er een herdenkingsavond in de kerk, waar ds de Waal een feestrede

uitspreekt n.a.v. 1 Sam 7: 12 "Eben Haezer, tot hiertoe heeft ons de Heere geholpen".

,

I

..

EBEN-HAEZER.

Tot hiertoe lteejt ons de Heere

geltolpen.

1 Sam. ;>: 1~.

FEESTREDE

OF II£T

25JARIG BEBTAAN

VA"S

de (:hristclJJk Afgescheidene Gerefurmeerde Gemeentc

te Oud·Loosdrccht.

UITGESPROKEN

DOOR

A. G. DE "W AAL,

Bedienaar des Goddelijken 1Vo01·ds aldaar,

op Dingsdagavond, 23 October 1860.

'l'E AMSTERDAM' BIJ

HOOGKAMER & COMP•.

18 6 0.

;~ :·;{'f):4,hus 10 ()enta.AJ

\- ':, / ·,: ',-I-i"/tcc./ \

:;_ "-_ :'_· j!_r?f"C/ j' #

Titelblad van de feestrede "Eben Haezer"


In zijn rede stipt ds de Waal ook even kort de verdeeldheid in Oud-Loosdrecht aan.

"Jammer, maar dat toen de strijd uitwendig teneinde was, er inwendig verdeeldheden

zich opdeden, zoodat Broeders, die met elkanderen zoo vele bange dagen van vervolging,

van boete en van inkerkering hebben kunnen verduren, niet langer in een huis

konden vergaderen.

Die inwendige verdeeldheden, deden meer nadeel aan de uitbreiding van Gods koningrijk,

dan de vervolging van buiten, want daardoor werden Broederhar~en van elkander verwijderd,

en ruime stof geleverd, dat de Naam des Heeren werd gelasterd.

Broeders! Het smart ons, dat wij het ook in deze feestrede moeten aanstippen. Er

ontstond scheuring tusschen Broeders en zij bestaat nog in deze ogenblikken.

Och, dat de Heere gave, dat die breuk geheeld werd! - opdat er vereniging zij tusschen

nen, die door hetzelfde bloed gekocht en door ~fden Geest geheiligd zijn, die God

erkennen als hun Vader in Christus Jezus, die hetzelfde geloof in Christus verkregen

en tot eenen strijd geroepen zijn. Dat geve de Heere op Zijnen tijd, is mijnen wensch

en bede in deze feestrede".

Ds. de Waal blijkt ook over dichterlijke gaven te beschikken. De feestrede begint

en eindigt met een paar door hemzelf gedichte verzen. En als toegift geeft hij zelfs

een gedicht met 15 coupletten op de wijs van Ps. 66.

De eerste 2 coupletten gaan zo:

Een blijde dag voor Loosdrechts vromen,

Een Jubeldag, haast niet verwacht.

Zij mogen in Gods aanschijn k@ffien

Op dezen dag! Wie had 't gedacht?

Zij mogen zamen dankbre psalmen

ter eere Gods, met hart en mond,

In 't Huis van hunnen God, uitgalmen,

voorwaar, voor hen, een blijde stond.

God heeft u, Broeders! niet begeven,

Maar lette steeds op uw gebed.

Zijn liefde en trouw spaarde u het leven,

Heeft u uit veel bezwaar gered.

Hij leidd' u, vijf ~en twintig jaren

Verloste u uit bang gevaar.

Hij wou voor wankelen u bewaren,

En ziet, deez' blijde dag is daar.

De hereniging, die ds de Waal zo vurig begeerde, is tijdens zijn predikantschap niet

tot stand gekomen. Dat zal gebeuren in de jaren dat ds van Smeden predikant is in

Loosdrecht.

t'

Op 11 november 1866 neemt ds de Waal afscheid van de gemeente, i.v.m. het verstrek

naar zijn nieuwe gemeente Utrecht. Aan de classis is gevraagd om ds de Waal als consulent

te mogen behouden.

In de vakante periode zal br. W. Karsemeijer zondags voorgaan in de diensten en zal hij

catechisatie geven aan de kinderen ouder dan 14 jaar. Zijn broer J. Karsemeijer zal

de zondagschool leiden en de kinderen jonger dan 14 jaar c2techisatie geven.

Binnen een jaar is de vacature vervuld. Ds. P.J. van Smeden te Sexbierum wordt beroepen

en op 13 oktober 1867 door de consulent ds A.G. de Waal bevestigd. Ds van Smeden houdt

zijn intredepreek over 1Cor 2:2, dezelfde tekst waarmee ds de Waal 7 jaar geleden z'n

intrede deed.

Op de kerkeraadsvergadering van 14 oktober wordt besloten om 's zondags 3x kerkdienst te

houden en wel om 9~, 2 en 6 uur 's avonds.


Ds van Srneden is bijna 4 jaar predikant geweest in Loosdrecht. Hij overlijdt 5 juni

1871 op 45-jarige leeftijd en wordt in Loosdrecht begraven.

In de notulen van 30 juni wordt dat als volgt weergegeven:

"De Leeraar had een roeping ontvangen van Colijnsplaat, maar was door ziekte verhinderd

er over te denken en heeft op zijn ziekbed bedankt. Die ziekte heeft treurige gevolgen

gehad zoodat Zijn E.W. den 5 junU is overleden tot groote droefheid van Gade en Gerneente.

Den 7 jun~ is Zijn E.W. plegtig ter aarde besteld door farnielje en de rnansledernaten die

Zijn E.W. gevolgd zijn tot zijne laatste rustplaats, en de begrafenis~osten zijn door de

kerkeraad betaald. Somma f. 49.50".

Overlijdensakte ds. P.J. van Srneden.

Tijdens het predikantschap van ds van Srneden hebben er twee bijzondere gebeurtenissen

plaats gevo~. In 1868 wordt het kerkgebouw vergroot en vernieuwd en in 1869 kornt het

tot een vereniging tussen de beide gerneenten in Oud-Loosdrecht.


VII

Het kerkgebouw

Het gebouw waarin de gemeente "Karsemeijer" vanaf 1836 kerkt, is aan vernieuwing toe.

Jammer genoeg zijn de gegevens uit het notulenboek erg fragmentarisch, waardoor niet

duidelijk wordt wat er allemaal precies gedaan is.

Art. 6 uit de notulen van 8 december 1869 vermeldt, dat op de eerste zondag van het

nieuwe jaar een open schaal kollekte zal worden gehouden om de gemaakte kosten te dekken

voor de verbouwing, schildering en verlichting van het kerkgebouw.

Waarschijnlijk is het kerkgebouw naar achteren toe uitgebouwd, waardoor de oppervlakte

wordt verdubbeld.

• Ook komen er nieuwe stoelen en banken, een doophek en een ouderlingen en predikantenbank.

De kosten bedragen f. 1.880,90. De verbouwing is uitgevoerd door Jasper Daams uit

Nieuw-Loosdrecht.

Interieur van het kerkgebouw. Het doophek en de ouderlingen en predikantenbank

zijn verwijderd.

"'

Op voorstel van W. Karsemeijer worden er een aantal teksten geplaatst op en binnen het

kerkgebouw.

In de gevel komt te staan: "De poorten der hel zullen de gemeente niet overweldigen"

Matt 16: 18b

Aan het klankbord

Aan het pbrtaal

"Eben Haezer" , 1 Sam 7: 12

"Zijt nietalleen hoorders, maar daders des Woords"

Luc 11: 28, Jac 1: 22a

Op het hek de naam van de hofstede, waartoe het kerkgebouw oorspronkelijk behoorde:

Oranjelust

In de voorgevel van de kerk is een gedenkplaat ingemetseld met de woorden:

1e steen gelegd

2 mrt 1868

door W.Karsemeijer


'Ill De hereniging

Wat in geen dertig jaar mogelijk is gebleken, komt nu als een wonder van boven.

De breuk tussen de beide gemeente wordt geheeld.

Aanvankelijk lijkt het er nog niet op, want een poging van de classis om de beide

gemeenten bij elkaar te brengen, strandt door onwil van de zijde van de "kerkeraad

Ruth Groen". Waarschijnlijk is degene ·die een oplossing blbkkeert, F .H. Reymerink, ·

die zichzelf steeds verder isoleert, ook binnen de eigen gemeente.

De classis vergaderde op 30 maart 1869 waar ook besloten was om stappen te ondernemen

om deze gemeente te ontbinden, wanneer ze niet aan een vereniging meewerkte.

Op de classisvergaderipg van 3 juni lijkt e~ bewegigg te komen in het standpunt van de

-'!kerkeraad Ruth Gn:::e1". Want op deze vergadering beantwoorden beide kerkeraden de vraag van .

de voorzitter "of beide gemeenten te verenigen tot een niet noodzakelijk ware,

teneinde dit konflikt te doen ophouden", bevestigend.

Dit besluit wordt vervolgens in beide gemeenten voorgelezen.

De doorbraak komt toch nog sneller dan verwacht was. De kerkeraad Ruth Groen verzoekt

door de "kerkeraad Karsemeijer" ontvangen te mogen worden. I:at zal ~ qJ de k€rkem3.dsvergadering

van 6 juli 1869. Het wordt een wonderlijke avond. Wanneer de "kerkeraad

Ruth Groen", bestaande uit de ouderling Ruth Groen en de diakenen Hendrik Groen en

Fredrik Schipper, aanwezig zijn, vraagt ds van Smeden hen met welke bedoeling zij zijn

gekomen. Het antwoord vanGroen is eenvoudig en hartelijk tegelijk:

Of het in 's Heeren weg kon zijn zich met elkaar te verenigen en alzoo zich tot een

gemeente te vonnen".

Voordat er verder onderhandeld wordt stelt de voorzitter voor te zingen Ps 119:83

"Wat vr'EB heeft elk, die uwe wet bemint", en gaat voor in gebed.

Vervolgens vraagt ds van Smeden waarom hun mede--ouderling Reymerink niet aanwezig is.

Daarop antwoord R. Groen, dat hij Reymerink wel gevraagd heeft, maar dat Reymerink "voor

zijn persoon part noch deel wilde hebben aan een hereniging".

De broeders kennen Reymerink, zo zegt Groen,en weten dat hij onverzettelijk is.

Verrassend is het antwoord dat Groen geeft, wanneer de voorzitter hem vraagt op welke

gronden zij willen verenigen. Groen heeft twee voorstellen.

Voor zichzelf "wenschte (hiJ) gaarne als oud-ouderling bij Karsemeijer in de ouderlingsbank

te mogen zitten" en voor zijn diakenen, "dat een hunner, Hendrik Groen of Frederik

Schipper als derde diaken aan de kerkeraad zal worden toegevoegd."

Het eerste verzoek wordt van harte ingewilligd, maar met het tweede voorstel kan de

kerkeraad. m.h.o •. de vrede in de g;emeente, niet accoord gaan. Zij stelt aan de bn:e::iErs vrxr

dat een van de twee diakenen als oud-diaken in de diakenbank zal plaatsnemen. Besloten

wordt dat dit Hendrik Groen zal zijn, als de oudste van de twee.

De broeders drukten elkaar de hand, waarop gezongen wordt Ps 118:12 "Dit is de dag, de

roem der dagen, die Isrels God geheiligd heeft", en Ps 133:1 en 2 "Ai, ziet, hoe goed,

hoe lieflijk is 't dat zonen van 't zelfde huis als broeders samen wonen".

Wat zal dit een geweldig ontroerend moment zijn geweest. Broeders die in een ver

verleden naast elkaar stonden in de dagen van vervolging, zijn elkaar, na een verwijdering

van 28-30 jaar, weer heel nabij gekomen. En de komende zondag zullen zij als ambtsdragers

en oud-ambtsd~ samen in de kerkeraadsbank plaatsnemen om de gemeente voor

te gaan.


Van degenen, die er bij de Afscheiding in 1835 bij waren, missen we bij de hereniging

de narnen van Nic. Posen F.H. Reymerink. Of Pos is overleden of zich onttrokken

heeft aan de gemeente (hij stond lange tijd onder censuur) is niet bekend.

F.H. Reymerink houdt zich welbewust afzijdig. Mogelijk heeft hij met een aantal van

zijn volgelingen na 1869 nog eigen bijeenkomsten gehouden.

Van de ongeveer 60 le:len van de "gemeente Ruth Groen" sluiten 25 tot 30 leden zich aan

bij de nu enige Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Gemeente in Oud-Loosdrecht.

Een veel bewogen hoofdsb..lk ui t de geschiedenis van deze gemeente is daarmee afgesloten •


Het orgel achter in de kerk.

(foto Paul Strating)


IX

De erfgenamen

De Afscheiding heeft veel erfgenamen. Haar erfenis is terecht gekornen in de grote

verscheidenheid van de Gereformeerde gezindte.

De Gereformeerde Kerken in Nederland, de Gereformeerde Kerken (vrijgernaakt) de

Christelijke Gereformeerde Kerken, de Nederlands Gereforrneerde Kerken. En enigszins

terzijde de Gereforrneerde Gerneenten in al hun verscheidenheid en de Vrije Evangelische

Gerneenten, voortgekornen uit het werk van ds H.J. Buddingh.

Oud-Loosdrecht is in zekere zin altijd een Afscheidingsgerneente gebleven.

De Doleantie van 18%~in Oud-Loosdrecht geen gevolgen. Wel is er in Nieuw-Loosdrecht,

waar de Afscheiding geen voet aan de grond kreeg, een Dolerende Gerneente

ontstqan. Na de vereniging van 1892 tussen de Afgescheiden en de Dolerende Kerken,

die samen de Geref. Kerken in Nederland vorrnen is er tussen Oud en Nieuw Loosdrecht

een goede verstandhouding ontstaan.

Wel is het opvallend dat de rneeste predikanten, die in Oud-Loosdrecht dienden, zijn

opgeleid in Kampen, vanouds de opleidingsschool van de Afgescheiden Kerken.

De eerste predikant, die aan de V.U. is opgeleid, kornt pas in 1938, ds G.Th. Koopman.

~.in de oor logsjaren 1942-1944 het konflikt in de Geref. Kerken rondorn de leer van

de doop tot een scheuring leidt gaat die ook aan de gerneente in Loosdrecht niet

voorbij. Op 27 juli 1945 rnaakt de rneerderheid van de kerkeraad met het grootste deel

van de gerneente zich vrij van de synodebesluiten van Sneek, waar de leer van de

veronderstelde wedergeboorte kerkelijk gezag heeft gekregen.

Het deel van de gerneente, dat binnen het synodale verband blijft, kerkt aanvankelijk

nog in hetzelfde kerkgebouw, rrmr ~ betrekt spoedig een eigen kerkruimte aan de Oud­

Loosdrechtsedijk 146. Dit kerkgebouw is inrniddels afgebroken.

In de loop der jaren heeft de Gereformeerde Kerk intensief kontakt gekregen met de

Ned. Herv. Kerk en worden er geregeld gezamenlijke diensten gehouden. Sinds begin 1985

is de Gereformeerde Kerk samengegaan met de Ned. Herv. Gerneente.

De gerneente is na de breuk in 1945 lange tijd vakant geweest.

eerste predikant. Zij wordt gediend door:

ds G. Kerssies

ds W.P.J. Zwerver

dhr A. Stoutrneijer

In 1967 kriJgt zij haar

9 april 1967- 19 november 1972 Cook recreatie en evang.pred.)

1 juni 1975 - 23 oktober 1978 (ern. predikant in t~delijke dienst

4 rnaart 1979 rnei 1984 (hulpd.)

De Geref. Kerk, Oud-Loosdrechtsedijk 146.


In de Geref. Kerken (vr-ijgemaakt) komt het in 1969 tot een breuk, n.a.v. de zgn.

"Open Brief". De kerken die buiten het verband van de Vrijgemaakte Geref. Kerken

komen te staan, vormen een nieuw kerkverband, vanaf 1979 onder de naam Nederlands

Geref. Kerken.

In Loosdrecht komt de gemeente in zijn geheel buiten het verband te staan. Degenen

die zich van de gemeente :1osmaken vinden onderdak bij de Vrijgemaakt Geref. Kerk te

Hilversum. ·

Het kerkgebouw, waar de eerste Afgescheidenen op straffe van vervolging, hun diensten

hielden, is gelukkig nog steeds in gebruik als kerkruimte.

De Nederl.Geref. Kerk; Q.ie inmiddels is uitgegroeid tot streekgemeente, men vindt

leden in Kortenhoef, Bussum, Hilversum, Huizen en Hollaridsche Racing, kerkt er nog

altijd met veel plezier. Al is veel van het uiterlijk veranderd, alleen de kollektestokken

doen nog dienst, voor velen is het kerkgebouw nog een tastbare band met het

verleden.

21 augustus 1985

..

•,J t L ,· to


Het kollekteren gebeurt nog op de oude wijze.

(foto Paul Strating)


Lijst van predikanten die de gemeente in Oud-Loosdrecht gediend hebben.

A.S. Entingh 10 april 1853 - 10 september .1854

A.G. de Waal 3 juni 1860 - 11 november 1866

P.J. van Smeden 13 oktober 1867 - 5 juni 1871

J. van Goor 1 september 1872 - 12 oktober 1873

K. Kuiper 29 oktober 1876 - 23 februari 1879

I. Contant 11 mei 1879 - 5 september 1881

J.R. Dijkstra 11 december 1881 - 24 juni 1888

..

J. Dijk 21 oktober 1888 4 mei 1899

-

R. Brouwer 22 oktober 1899 - 6 juni 1902

H. de Bruijn 14 december 1902 - 8 februari 1906

A. P. Lanting 13 januari 1907 - 30 mei 1913

M.M. Horjus 30 mei 1915 - 17 februari 1918

J.E. Westerhuis 19 januari 1919 - 11 mei 1924

P.D. Kuiper 26 juni 1927 - 6 oktober 1929

E. J. v. d • . Born 15 oktober 1930 - 24 juni 1934

L. Kuiper 7 oktober 1934 - 30 januari 1938 '

G.Th. Koopman 27 november 1938 - 31 mei 1943

W.W.J. van Oene 7 november 1943 - 11 januari 1948

H.J. Nijenhuis 21 september 1952 - 24 juli 1955

H. van Ommen 10 februari 1957 - 26 augustus 1962

D.J. van Stelten 20 oktober 1963 - 5 oktober 1966

J. Verhoeff 20 juni 1968 - 31 juli 1972

J. Bouma 1 juni 1976 - 30 augustus 1983

W. Janse 3 november 1985


Bijlage:

Kerken ontstaan uit de Afscheiding

1834 Afscheidirw:

+ 1840

Chr. Afgesch.

(Geref) Kerken

Geref. Kerken onder het kruis

1869

1869 Vereniging

1886

Doleantie


Chr. Geref. Kerk

Geref.

Gemeenten

.

Nederduitsch

Geref. Kerk

Vereniging

Chr. Geref.

Kerk

Geref. Kerken

in Nederland

1944

vri imakin,g

Geref.Kerken

(vrijgemaakt)

1967

1886

f-------------- -----

scheiding

Ned. Ger.

Kerken

--- ---­ _,....--

- -


1834 de Afscheiding. De Afgescheiden gemeenten noemden zich Gereforrneerde Kerken,

maar werden door de overheid onder die naam niet erkend.

1869

+ 1840

Het grootste deel van de Afgescheiden gemeenten vraagt en krijgt bij de

overheid erkenning onder de naam "Christelijk Afgescheidenen (gereforrneerde)

Kerk". Een deel weigert erkenning aan te vragen en blijft apart staan.

Zij noemen zich "Gereforrneerde Kerken onder het kruis". (Ook wel kruisgemeenten

genoemd).

De Christelijk Afgescheidenen Kerken en de Kruisgemeenten verenigen zich

onder de naam "Christelijke Gereforrneerde Kerk".

Een aantal Kruisgemeenten blijft buiten de vereniging en noemen zich de

"gereforrneerde Gemeenten". (sinds 1907)

1886

De Doleantie. Een groot aantal kerken, die zich verzetten tegen de toenemende

vrijzinnigheid binnen de Nederlands Hervorrnde Kerk, komen als

"dolerende" (klagende) kerken buiten het kerkverband te staan. Zij verenigen

zich tot de "nederduits Gereformeerde Kerken".

1892

Vereniging tussen de Christelijke Geref. Kerk €n de Nederduits Gereforrneerde

Kerken, onder de naam "Gereformeerde Kerken in Nederland". Een paar

Geref. gemeenten blijven apart en verenigen zich onder de oude naam

Christelijke Geref. Kerk. (later Chr. Geref. Kerken)

1944

Een diepgaand verschil in denken over de doop in de Geref. Kerken leidt tot

de Vrijmaking. Tal van kerken maken zich vrij van de synode besluiten

inzake de doop. Deze kerken houden vast aan de naam Geref. Kerken, maar

worden doorgaans aangeduid als de Geref. Kerken (vrijgemaakt).

1967-1969

Een deel van de Geref. Kerken (vrijgemaakt) komt buiten het kerkverband te

staan. Deze kerken heten aanvankelijk "buiten verbanders"; later "Nederlands

Gereforrneerde Kerken".

1986

De Ned. Herv. Kerk en de Geref. Kerken in Nederland streven naar hereniging

in een proces van "Sarnen op weg"!

Tussen de Chr. Geref. Kerken en de Ned. Geref. Kerken bestaat de wi l tot

intensieve samenwerking en zo mogelijk eenwording.


Bronnen die geraadpleegd zijn:

I) Archieven: - Archief Ned. Gereformeerde Kerk te Oud-Loosdrecht

Notulenboeken vanaf 1850, lidmatenboeken en doopboeken

- Gemeente Archief te Utrecht

Notulen der classicale vergaderingen van de gemeenten des Heren te

Utrecht, Amersfoort, Bunschoten, Hilversum, 's-Graveland, Loosdrecht

Achttienhoven, Zeist, Scherpenzeel, Nijkerk, Kockenge

1847-1858, 1859-1860, 1860-1879

Notulen provinciale vergaderingen van de Afgescheiden Kerken in de

provincie Utrecht, 1860-1892

- Archief Gereformeerde Kerk te Amster dam

Notulen der provinciale kerkvergadering van de Christelijk

Afgescheiden Gereformeerde Gemeenten in Noord Holland, (en Utrecht

tot 3 april 1860)

- Archief van de Historische Kring in LoosdPecht

II) Literatuur:

- De Afscheiding van 1834 en haar geschiedenis, Kampen 1984

- H. Algra, Het wonder van de 19e eeuw, Franeker 1976

- A.H. Algra, Van Nederlands Hervormd tot Nederlands Gereformeerd,

Amsterdam 1984

- Anderhalve eeuw gereformeerden in stad en land, deel 1 t/m 8,

Kampen 1984

- F.L. Bos, Archiefstukken betreffende de AfScheiding van 1834, 4 delen,

Kampen 1939-1946

- J. Bouma, De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Oud-Loosdrecht.

6 art. in het mededelingenblad van de Ned. Geref. Kerk te Loosdrecht

"In 's-Konings Dienst", maart- november 1979

- H. Bouwman, De crisis der jeugd, Kampen 1976, oorspr. 1914

-F. Brand, De Afscheiding te Loosdrecht, Uitg. Historische Kring

Loosdrecht 1981

- J.C.v.d. Does, De Afscheiding in haar wording en beginperiode,

Delft 1933

- Gods roemrijke daden, 23 oktober 1835 - 23 oktober 1860

Uitg. Geref.Kerk (vrijgemaakt) te Oud-Loosdrecht

Herdenking van de Afscheiding en Vrijmaking

- Joh. de Haas. Gedenkt uw voorgangers, deel 1, Haarlem 1984

- Handelingen en verslagen van de Synoden van de Christelijke

Afgescheiden (gereformeerde) gemeenten 1836-1869

- Honderdvijftig jaar gemeenten en predikanten. Uitg. van het bureau

van de Generale Synode v.d. Geref. Kerken in Nederland, 1984

- Jaarboekje van de Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Kerk

vanaf 1856

- W. Karsemeijer, Herinnering aan de daden des Heren in betrekking tot

Zijne Kerk in ons Vaderland, Zwartsluis, 1862

-De Reformatie, Tijdschrift der Christelijke Geref. Kerken in Nederland,

1837 I 1838

- C. Smits, De Afscheiding van 1834, deel VI: provincie Utrecht,

Dordrecht 1980

- De Stem, weekblad in het belang der ware Geref. Kerk in Nederland,

1851-1863

- C. Veenhof, Prediking en Uitverkiezing, Kampen 1959

- C. Veenhof, Kerkgemeenschap en Kerkorde, Amsterdam 1974


- J. Verhagen jr., De geschiedenis der Christelijke Gereformeerde Kerk

in Nederland, Kampen 1881

- A.G. de Waal, Eben Haezer, Feestrede op het 25-jarig bestaan van de

Christelijk Afgescheidene Gereformeerde Gerneente te Oud-Loosdrecht.

Amsterdam 1860

- L. Wagenaar, Het Reveil en de Afscheiding, Heerenveen 1880

- J.A. Wormser, De vurige oven, Een verhaal uit de tijd van de Afscheiding

in Nederland. (Speelt zich af in Bunschoten en in Loosdrecht), Kampen

1984, oorspr. 1911.


Inhoud

Woord vooraf

Inleiding

Hoofdstuk

Hoofdstuk

I

II

Hoofdstuk III

Hoofdstuk

Hoofdstuk

Hoofdstuk

IV

V

VI

Hoofdstuk VII

Hoofdstuk VIII

Hoofdstuk

IX

Een afgescheiden gerneente

Een vervolgde gerneente

Een gerneente in verval en verwording

Twee gerneenten naast elkaar

De gerneente "Ruth Groen"

De gerneente "Karserneijer"

Het kerkgebouw

De hereniging

De erfgenarnen

Lijst van predikanten

Bijlage: Kerken ontstaan uit de Afscheiding

Bronn en

Uitgave van de Ned. Geref. Kerk te Oud-Loosdrecht 1985

Druk

Typewerk

Foto's

: Repro / Wim van Vuuren

Branda van Henten

: Paul Strating


Ds. J. Bouma werd geboren 2 februari 1948 te Den Helder. Bezocht de Chr. H.B.S. in

Drachten en studeerde theologie aan de Vrije Universiteit te Amster~am.

Was van 1 juni 1976 - 30 augustus 1983 predikant van de Ned. Geref. Kerk te Loosdrecht.

Sinds 1 september 1983 predikant van de Ned. Geref. Kerk te Sliedrecht.

More magazines by this user
Similar magazines