m - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

bibliotheek.eyefilm.nl

m - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

]

u El

,

^

''

Ä

i ■

a&*i

(^u^wo

18cle Jaargang

No. 13 - 9 Apri! 19 38

CIMEMAs.

THEATER

ZW

«WS i ■*■

L-V

m ANNABELLA EN

PAUL LUK, S

in de 20th Cer

tury-Fox-film

..Dinner at Ritz"


EEN STÖR

L. C. Barnstijn-füm. Regie: Marion Gering.

Lee Thornwood john Boles

Ton. Bennett Luli Deste

Sally Dennis Frances Drake

Martha Moriarity Helen Wesley

Fihp Corval Alexander D'Arcy

Whitney Holton Albert van Dekker

Toni Bennett, een charmante Fransche modeontwerp-

ster, komt in Amerika om haar nieuwste creaties

te toonen aan het modehuis Corval. Maar Toni

heeft nog een tweede doel. Zij wil ook den man, op wien

ze eenige jaren geleden in Parijs verliefd is geworden,

weerzien. Dit is de schilder en illustrator Lee Thornwood.

Om zijn aandacht te trekken, zegt ze den journalisten on-

vnendelijKe dingen over Thornwoods werk en haar opzet

gelukt volkomen. Lee gaat haar opzoeken, luncht met haar,

gaat met haar uit en eindigt met haar ten huwelijk te vra-

gen. Na haar bezwaren, dat twee artisten niet bij elkaar pas-

sen, weggepraat te hebben, trouwen zij en zij zullen hun

huwelijksreis naar Europa maken. Lee en Toni gaan

's avonds aan boord, maar ontdekken den volgenden mor-

gen, dat ze nog aan de kade liggen. Het scheepspersoneel

is in staking gegaan .... de boot is niet uitgevaren. Beiden

gaan naar Lee's huis, waar Martha, Lee's huishoudster, al-

lesbehalve te spreken is over dit overhaaste huwelijk en

Toni allesbehalve vriendelijk ontvangt. Ook Lee's model,

Sally, die in stilte verliefd op hem is, ontvangt Toni niet

erg hartelijk, maar ze komt er eerlijk voor uit, dat het moei-

lijk is om aan Lees charmes te weerstaan.

Toni krijgt dienzeifden dag nog haar eerste huwelijks-

moeilijkheden te verwerken. Lee is zoo in zijn werk ver-

diept, dat hij Toni met het diner laat wachten. En als Toni

Lee gaat halen, vindt ze hem in Sally's armen. Hier kan Lee

niets aan doen, Sally had hem plotseling omhelsd. Toni

maakt Lee geen verwijten, maar brengt hem alleen onder

het oog, dat hij veel te veel van Sally vergt. Zij moet dag

en nacht klaar staan om te poseeren en krijgt zoodoende

geen gelegenheid zich een eigen home te verschaffen. Lee

belooft zijn vrouw om met haar op reis te gaan, zoodra hij

het werk klaar heeft, waaraan hij bezig is. Maar den vol-

genden dag komt er een nieuwe belangrijke opdracht voor

het verzorgen van modeteekeningen voor een nieuw tijd-

schrift. Lee laat de beslissing over aan Toni, die het werk

voor hem aanneemt. Zijzelf zal de costuums ontwerpen

en Lee zal ze teekenen. De huwelijksreis is weer uitgesteld.

Den volgenden dag vindt Lee zijn vrouw niet aan het

ontbijt. Ze is weer gaan werken bij Corval. Lee tracht haar

op te bellen en stelt haar voor 's avonds naar den schouw-

burg te gaan. Toni belooft te zullen komen, maar wie er

komt ... geen Toni. Een ongelukkig toeval houdt haar

tegen. Corval zou haar een vos leenen en doordat de deur

in het slot viel, werd het tweetal in de bontopslagplaats

ingesloten. Na een paar uren worden zij half bevroren ont-

dekt. Corval laat Toni een paar cognacjes drinken .om bij

te komen. Den volgenden dag is Lee vreeselijk uit zijn hu-

meur en als Sally hem uitlacht, ontslaat hij haar op staan-

den voet. Hij smeekt Toni voor hem te poseeren, want het

werk moet af, maar Toni kan het vermoeiende poseeren

niet volhouden en dringt er op aan Sally terug te nemen.

Maar Sally weigert pertinent. Lee gaat naar zijn opdracht-

gever in Chicago om te trachten daar een nieuw model te

vinden.^Toni zoekt Sally op en tracht haar over te halen

naar Lee toe te gaan. Sally gaat als Toni haar vertelt, dat

ze vastbesloten is te gaan scheiden. Lee is dolgelukkig, dat

Sally terug is en werkt koortsachtig tot alles klaar is. Dan

brengt een krant het nieuws, dat Toni een eisch tot echt-

scheiding heeft ingediend. Lee vliegt naar New York terug,

maar Toni blijkt niets van dit bericht te weten. Het is een

vondst geweest van Martha om man en vrouw weer bij

elkaar te brengen. De opzet gelukt ... de languitgestelde

reis zal eindelijk doorgaan. Maar voor de taxi er is, komt

Sally's zuster zich aanbieden als model, want Sally is zoo

verstandig in Chicago te blijven en Lee moet .even een

schets van haar maken. Met een glimlach laat Toni den kof-

fers maar weer uitpakken. Ze begrijpt, dat dit even bij een

artist wel eens lang, kan duren.

.c

BURGESS

MFPEPITM

VAM MATPOOS

TOT FILMACTEUR

es jaar geleden schrobde Burgess Mere-

dith nog de dekken van èen stoomboot

van de New York—Zuid-Amerika-lijn.

en op het oogenblik wordt hij als een der groot-

ste jongeren van het Amerikaansche tooneel

beschouwd en na zijn succes in ,,Wintcrsct" is

ook Hollywood in extase.

Een dergelijk resultaat in zoo'n opmerkelijk

korten tijd moet wel leiden tot de conclusie, dat

bij Burgess Meredith, die amper dertig jaar

oud is, genie en geluk vereenigd zijn.

Meredith werd geboren in Cleveland. Als

jongen had hij een prachtige sopraan, waardoor

hij in kerkkoren de solopartijen zong. Later, op

de H.B.S., speelde hij de rol van Bottom in

„Een midromernachtsdroom" en de titelrol in

„Peter Pan", eigenlijk de eerste teekenen, die op

een toekomstige loopbaan duidden. Als leerling

van het Amherst College trad hij op met de

tooneelclub van de school. Bij een wedstrijd

Jiet^voordragen wonJiij een prijs van-hon^—

derd dollar.

Toen hij de school verliet, werd Meredith

journalist bij de Cleveland Plain Dealer.

Vervolgens werd hij reiziger, verkocht das-

sen en stofzuigers, werd daarna bootsjon-

gen en schrobde de dekken, terwijl hij twee

reizen naar Zuid-Amerika meemaakte.

Toen de drang om acteur te worden hem

te machtig werd, besloot hij aan het tooneel

te gaan.' Hij kreeg bij Eva Le Galliene's

„Civic Reportery Company" een plaats als

leerling-acteur. Zijn debuut maakte hij in

„Alice in Wonderland".

Hierna kreeg Meredith een engagement bij

een gezelschap te Westchester. Zijn opmer-

kelijk acteertalent trok de aandachtvan de

Broadway-producers en van de critici. Na-

dat hij samen met Pauline Lord, Peggy

Wood en Edith Barett was opgetreden in

„Candida", keerde Meredith terug naar Eva

Le Galliene's gezelschap.

Zijn eerste stap op Broadway was in de

„Drie Stuivers Opera". De bekende actrice

Katherine Cornell had een groote bewonde-

ring voor het talent van den jongen man en

zij wist hem tot haar tegenspeler te promo-

veeren. Spoedig daarna ging Meredith naar

Chicago voor een belangrijke rol in „Noah",

maar hij werd al gauw weer teruggeroepen

naar New York om er de hoofdrol te ver-

vullen in Maxwell Andersons' „Winterset".

Nadat het tooneelstuk enorm veel succes

had geoogst, werd hetzelfde stuk voor

de film bewerkt en Burgess speelde

er eveneens de hoofdrol in.

Zoodra de opnamen voor

zijn eerste scène in

„Winterset" gereed

waren, kreeg Mere-

dith al reeds een

contract van langen

duur.

■M


Regie; George Stevens. R.K.O.-Fllm.

Jerry Fred Astaire

George George Bums

Gracie Gracie Allen

Lady Aiycc Joan Fontaine

Keggs Reginald Gardiner

Reggie Ray Noble

Lady Carolyn Constance Collier

Lord Marshmorton ' Montague Love

it v Albert Harry Watson

Miss Ruggles Jan Duggin

Op het Totleigh kasteel, het voorvaderlijk huis van lord

Marshmorton, heeft het personeel een loterij, op touw

gezet onder het motto: „Wie zal zich verloven met lady

Alyce, de beeldschoone dochter des huizes?" Allen hebben hoop

het kaartje met den naam Reggie, den stiefzoon van lady Ca-

rolyn, te trekken, maar de butler Keggs komt door middel van

een trucje in het bezit van het.begeerde kaartje. Albert, de

boodschappenjongen, vraagt en krijgt een kaartje op „Mijn-

heer X", voor het geval er een onbekende candidaat mocht

winnen en deelt dan den butler mede, dat iemand die het wel

weten kan, hem heeft toevertrouwd, dat lady Alyce verliefd is

op een Amerikaanschen skispringer, dien zij in Zwitserland

ontmoet heeft.

Lady Carolyn, de heerschzuchtige zuster van lord Mashmor-

ton, voert de heerschappij over zijn lordschap en het kasteel.

Zij heeft Keggs bevolen een oogje te houden op lady Alyce.

Zoodra de butler dan ook gewaar wordt, dat Alyce in het

geheim naar Londen afreist, volgt hij haar. Albert, ter bescher-

ming van zijn belangen, gaat hen eveneens achterna.

In Londen kan de Amerikaansche danser, Jerry Halliday, die

door toedoen van George, zijn publiciteits-manager, en Gracie,

de secretaresse van George, als de grootste avonturier in liefdes-

aangelegenheden bekend staat, zijn neus niet meer buiten de

deur steken zonder door heele groepen vrouwen achtervolgd te

worden. Hij heeft meer dan genoeg van de fantasieën van zijn

impresario en deelt George mede, dat hij zich terugtrekt, on-

danks een contract, dat hem verplicht in Parijs op te treden.

Het toeval wil nu, dat Jerry, tijdens zijn vlucht voor de hem

achtervolgende vrouwen, en Alyce, bij haar poging Keggs kwijt

te raken, in cfezelfde taxi terechtkomen. Keggs tracht zich met

geweld toegang tot den auto te verschaffen. Jerry en Keggs

raken handgemeen en lady Alice gaat er ongemerkt vandoor.

Een agent tracht de beide vechterbazen te arresteeren, maar

Jerry slaagt er in te ontsnappen en hij laat Keggs alleen achter

in de handen der wet, een voorval, dat dezen bijna zijn be-

trekking kost. Hij weet zich te handhaven door lady Carolyn

te vertellen over de heimelijke ontmoeting van Alyce met den

beruchten Amerikaanschen danser en lady Carolyn staat er op,

dat lord Marshmorton zijn dochter verbiedt nog een voet buiten

het terrein van het kasteel te.zetten.

Albert, die getuige is geweest van het voorval in de taxi,

houdt Jerry voor „Mijnheer X" en bootst lady Alyce's hand-

teekening na onder een beminnelijk briefje aan Jerry, waarin

dezen verzocht wordt op den ontvangdag op het kasteel te

komen en haar te redden.

Vervuld van het idee een dame in nood te gaan helpen,

neemt Jerry George en Gracie met zich mee, maar Keggs her-

kent Jerry en laat hem de deur uitzetten.

Albert echter loodst Jerry door een zijdeur naar binnen met

een groepje koorzangers, die komen repeteeren, maar de list

wordt ontdekt. Er volgt nu een wilde jachtpartij, waarbij Jerry

een schuilplaats vindt in het boudoir van lady Alyce. Lady

Alyce schrikt op en haar handelwijze doet Jerry gelooven, dat


IN DE mi

zii werkelijk zooals zij in haar brief liet blijken, verliefd op hem is Maar

vUdat lïks uiteengezet kan worden, klopt lady Carolyn op de deur en

verlangt toegang. In haar ontsteltenis verbergt lady Alyce Jerry op het

b'acon Aan dit balcon is de legende van „Leonards sprong verbonden

waS Ten onverschrokken minnaar een sprong van eenige meters waagde

om den goeden naam van zijn geliefde te redden. u^^ndp

De vindingrijke Albert begeeft zich naar de zich daarboven bev^endc

kanteelen en werpt een beddelaken uit naar Jerry. Als lady Carolyn het

haVon aan ein nauwkeurig onderzoek komt onderwerpen, is Jerry ver-

ZifSt dltzij van Jerry houdt en vertelt alles aan haar vader, dje haar

ES^Ä SaÄÄue^ AA S

Ui 5

Kehren IL'rfhe^ntrn het gesprek afgeluisterd en de b tier

Jei d?ent"aanvan P Ä den toegang Jeig-t. door een ^ur na-

bin^nMaar Albert toont Alyce een van Georges verhalen over de liefdes-

avonturen van Jerry en als hij

op het bal ten kasteele komt,

snauwt zij hem af. Albert ver-

telt hem, dat lady Alyce een

verschrikkelijke flirt is.

Jerry staat op het punt-te

vertrekken, maar lord Marsh-

morton overreedt hem naar

Alyce's boudoir te gaan, waar

hij er inderdaad in slaagt, haar

er van te overtuigen, dat al

die verhalen gefantaseerd zijn.

Zij hebben zich juist verzoend,

als lady Carolyn de kamer

komt binnenstormen. Lady

Alyce duwt Jerry op het bal-

con en zegt hem nog eens den

„Leonards sprong" te doen.

Maar ditmaal is er geen Al-

bert bij de hand. •

Jerry doet zijn oogen dicht,

springt, en wordt evenals de

Leonard van de legende, van

een wissen dood gered door

een boom. Maar lady Alyce

roept hem terug, daar lady

Carolyn verlangt, dat zij, om

een schandaal te voorkomen.

onmiddellijk in den echt ver-

eenigd worden. En zoo redt de

Amerikaansche danser het

meisje in de taxi.


I '

-r- 5 -

Warner Bros-film.

Tatiana

■ , ^|P^

' : y-

^tt"*" - " ^^f^m

{ Basil Rathbone en I

Claudette Colbert

Maurice Murphy.

Claudette Colbert en|

Charles Boyer

Claudette Colbert

" ikail "■'■'■■■ Charles Boyer

Oorotsjenko BasiI Rathbone

Helene Dupont Ani(a Louise

'

^1

11

Melville Cooper,

Isabel Jeans,

Claudette Colbert en,

Charles Bayer ^^

/ ,äH

'Ar

1

Claudette Colbert

Regie: Anatole Litvak.

Fernande Dupont ; Isabel Jeans

Georges Dupont Maurice Murphy

ChauffourierDubieff Morris Carnovsky

üraaf Brekenski Gregory Gaye

D'blieT'l^'eën 8 d^arme bSn ^n»" T^ "l **" Uden ]uU - den nationalen fees,da g der F oneK. in een der arme buurten dansen de menschen met uitbundige vreugde en met hen dansen """he trnntherfnpin Repu-

„. „ Ta '.' an . a Petrowna en haar gemaal, prins Mikail Alexandrowitch. owitch. Deze \Jee twee Russische RTJZ emigranten, ZZlT^l^ die na

de Russische revolutie naar Parijs zijn gevlucht, leven

i de grootste armoede. Als zij ontdekken, dat zij de

herdenking meevieren van een andere groote revolutie -

naar hun hotel terug.

de Fransche, van 1789, — worden zij boos en keeren

.e.l.en /oen J toch^lr.a^t^r^cflerurtrie^erMa^taT^nrn-mi^^eT TVT^ÏZ

Charles Boyer

Anita Louise

n» i k

*?-•-.;• \

Murphy

I Claudette Colbert

- ill

// \\\\.

0

1«.,. das.«».» diet«.«.., wd».


& >< ^

Regie: Michael Curtiz.

Warner Bros-film.

Gerald Beresford Wicks (Errol

Flynn) wandelt binnen de muren

van het groote familielandgoed

Wickstead in Pennsylvania. Hij ontmoet

daar Mona Carter (Joan Blondell), die

een verboden weg van het landgoed is

opgereden.

Zij heeft van Gerald gehoord door

middel van haar broer Junk (Dick

Foran), die als grondwerker op het land-

goed werkt ten einde in de nabijheid

te kunnen zijn van Alicia Brackett

(Beverly Roberts), het meisje waarvan

hij houdt, maar dat met Gerald verloofd

is. Mona rijdt met haar wagen door

een omheining, waardoor zij Gerald bijna

overrijdt.

Den volgenden morgen weet Gerald

Mona over te halen met hem mee te

gaan. Gerald belet een vrachtauto door

Pinky (Allen Jenkins) bestuurd door te

rijden. Pinky is met Clarabella, zijn ver-

loofde, op weg naar een vrachtrijders-

picknick, waar een bokswedstrijd ge-

geven zal worden, waarvan hij en een

collega de favoriet zijn.

Er ontstaat een ruzie en Gerald, die

in de kunst van zelfverdediging goed

thuis is, bezorgt Pinky een paar blauwe

oogen. Pinky, ofschoon den moed van

Gerald bewonderend, is ontmoedigd door

het feit, dat hij niet boksen kan en

hierdoor de kans om honderdvijftig

dollar te winnen, waardoor het mogelijk

was, dat hij en Clarabella zouden

trouwen, verloren ziet gaan.

Gerald biedt aan in zijn plaats te

boksen. In den ring ranselt zijn tegen-

stander, die veel zwaarder dan Gerald

Joan Blondell en

Errol Flynn.

''m

... -i^WW

ff.' "

rvi .. ».

% &

»

É %S*l ■y k

-:*

TT'

l*W

m^. *

/% ^

Hugh Herbert. lean

Blondell en Errol

Flynn.

/vv

S

**■-*.

éN

-i,

IS,

0*9%

hem af.

De scheidsrechter

moet

midden in den wedstrijd

weg, omdat hij

moet helpen de ontvoerders

van Gerald Wicks te

zoeken.

Mona en Gerald gaan verder

en komen aan het huis van den excentrieken

dichter Killegrew Shawe (Hugh

Herbert). Den volgenden dag worden zij

door een storm genoodzaakt onder een aangenomen

naam in een hotel te verblijven.

Hier krijgen zij ruzie. Mona sluipt stilletjes weg

en neemt een bus naar huis. Gerald, die een uitstekend

mecanicien is, krijgt als zoodanig een baantje. Men zet het ^

zoeken naar Gerald voort, wat zijn hoogtepunt bereikt wanneer

de dichter Shawe Geralds cheque bij de bank presenteert.

Shawe wordt gearresteerd en naar Wickstead gebracht.

Mona leest dit in de kranten en gaat naar Wickstead. Tegelijkertijd

haasten Alicia en Jink zich naar Gerald, wiens wagen door Jink ontdekt werd

in de garage, waar Gerald werkt. _

Een bediende van het hotel, waar Gerald en Mona tijdelijk verblijf hielden,

komt te Wickstead met een bladzijde, welke hij uit het hotelregister scheurde en

toont aan, dat volgens de wetten in Pennsylvania een paartje, dat met g^ouwd is

maar als zoodanig staat ingeschreven, automatisch in den echt verbonden is. Hij vraagt tuer-

Zor geld. Grootmoeder Wicks weet de bladzijde te pakken te krijgen en laat den bediende

^GeralX^Mona, Alicia, Jink, Shawe en de politie bereiken Wickstead gelijktijdig.

Mona en grootmoeder Wicks krijgen ruzie, daar grootmoeder Wicks Mona er van

beschuldigt, dat 't haar alleen om het fortuin van de Wicks te doen is>ter-

.wiil Mona beweert, dat zij Gerald niet zou willen trouwen, al bezat hij

tweemaal zooveel. Hierdoor woedend geworden, haalt grootmoeder Wicks

de bladzijde uit het hotelregister te voorschijn, zeggende dat ze al-

reeds getrouwd zijn. Mona loopt weg, Gerald achtervolgt haar. Hij

vangt haar ten slotte in een reusachtige buis. Gerald hijscht de

piip met een kraan de lucht in en informeert dan: „Wil je

nu toegeven, dat je mijn vrouw bent?" Waarop Mona

zwakjes antwoordt: „Dat zal wel moeten."

Edward Everett

Horton, May Bobson.

Errol Flynn en Joan

Blondell.

** ■ ïS^:

v* \

rjtfSN

- '--v

^"Jto-^;

ÊrL~

^■■- :,

[joon Blondell, Errol]

I Flynn, Allen Jenkins |

len Dennie Moore.

.r*j

FÉA

fik $v

, *&&. t'-r.

-1C£ f^sW.

i

é

■ Beverly Boberts en]

iDick Foran.


GENTLEMAN?

Regie: Carl Boese.. Tobis-film.

Carola Hollerthau Maria Andergast

Dick Timperley Hermann Speelmans ^ :i ^KÊÊ^ r \

Fred Martini Harald Paulsen

Daisy Lennox Fita Benkhoff

Reverend Smith Alexander Engel

Mrs. Smith Maria Koppenhöfer

„ , . Mr. Steeven Hans Junkermann

Ham Junkermann Mr pitters Max Gülstorff Max Gülstoi«

Kapitein Zanten Alfred Maack

De directie van de Minerva-mijnen te Kaapstad stuurt een zen- zal, daar Carola en Martini op steeds beteren voet komen te staan,

ding diamanten naar Amsterdam. Of liever gezegd twee, want Er komt echter een tijdelijke kentering ^n dezen toestand als de beide

twee detectives worden belast met het transport van de echte detectives bewusteloos in hun hut gevonden worden, de safe boven

en twee met een precies gelijk kistje, waarin zich slechts waardelooze hun bed opengebroken en het kistje met de diamanten verdwenen is.

kiezelsteenen bevinden. Natuurlijk komt de „onderwereld" hier ach- Martini, die den naam heeft met de onderwereld in verbinding te

ter en men concentreert nu al z'n aandacht op de detectives Ferguson staan, wordt er van verdacht, maar hij kan bewijzen, dat hij onmo-

en Hooten, die zich met het kistje, waarin géén kiezelsteenen zitten, gelijk den diefstal begaan kan hebben. Bij Dick staat het vast, dat hij

op de ,,Calitea" hebben ingescheept. dus medeplichtigen moet hebben en hij wordt in deze meening ge-

Allerlei min of meer verdachte typen komen er aan boord. Er is stijfd, als hij naar z'n hut — die hij met Martini deelt — wil gaan en

een eemgszins twijfelachtige „dame" Daisy Lennox, naar wier gunst daar overvallen wordt en vóór hij zelf goed weet hoe, in het vloer-

de beeren Steeven en Pitters dingen met alle energie, die zij bezitten. kleed gerold. Het eenige wat hij naderhand kan vertellen is, dat een

Verder is er de farmer Dieren, die slechts zoolang aan zijn zieken- zware stem hem toesnauwde: „Je doet vergeefsche moeite. Martini

stoeltje geketend blijft, tot hij weet dat niemand hem gadeslaat. Ver- dus fifty-fifty?"

meldenswaard is eveneens de aanwezigheid van drie kooplieden, wier Ook de detectives denken er over als Dick. Ze doen een inval bij

lelieblanke onschuld nu ook niet dadelijk op hun gezicht te lezen Daisy Lennox, maar komen van een koude kermis thuis, hoewel den

staat en een Reverend met zijn vrouw, in wie men dadelijk de wol- anderen passagiers thans onthuld wordt, wie Daisy Lennox in werke-

ven in schaapskleederen ziet. Dan is nog aan boord gekomen een lijkheid is.

vrouwelijke reporter, Carola H«llcrthau, die schijnbaar op jacht is Een storm brengt een totalen ommekeer in den toestand. Martini

naar sensaties en op het laatste oogenblik verschijnen er op zeer on- en Dick raken handgemeen, takelen elkaar deerlijk toe, maar sluiten

gewone wijze twee mannen, waarvan de een zelfs niet in het bezit ten slotte eeuwige vriendschap, waarbij Martini Dick doodleuk mede-

van geld en een passage-biljet is. Tot zijn geluk is deze — Dick Tim- deelt, dat de diamanten niet meer aan boord zijn. Dick loopt naar den

perley heet hij — een neef van den directeur der Minerva-mijnen en kapitein. Deze stuurt hem echter met een kluitje in het riet. Weet

een goede kennis van den kapitein. De ander, Martini noemt hij zich, de kapitein méér dan Dick vermoedt, of is hijzelf in het complot?

heeft wel papieren en geld, maar als door een ongeluk zijn koffer Het schip nadert Amsterdam. In Martini's hut vallen twee schoten.

openvalt, blijkt zijn bagage te bestaan uit een paar groote Zij lossen het raadsel van den diamantendiefstal op. Hoe? Op een

baksteenen. dolle wijze, met een serie meest onverwachte gebeurtenissen. En meer

Dick Timperley heeft zich tot taak gesteld Carola tegen Martini wordt er niet verraden. Alleen dit: De toeschouwer krijgt gebrek aan

te beschermen, doch het ziet er niet naar uit, dat hem dit lukken adem. Van de spanning en... . van het lachen.

„ . . . Fita BenkhoH

Morla Andergast en Hermann Speelmans

Harald Paulsen ^—^^^^^_^^_ en A1,red Maack

rr

>

.

■ \

KA

*>M V

%• F,.

*% -

m

*

/.


-■m "^ f w-

*i

M

'■ ■

i

if'*'

;ä^

-, ,VïV -* ■* r^

• ': if *


Te koop aangeboden :

kinderledikantje met

commode. Beiden in

zeer goeden staat. Koetsier,

Warmondstr. 167hs,

A'dam.

Te koop : 2 kanariepoppen

met kooi en

tafeltje,

en een kop-

telefoon. Alleen Vrij

dags na 6 uur. D. Koot

Marco Polostr. 25-1

A'dam (W.).

Aangeboden : gereed-

schapskast met 96 laden

ƒ17.50, ± 100.000 klink-

nageltjes ƒ7.50. v. Beu-

ningenplein ll-III, na

6 uur, A'dam.

Aangeb. ; 2-pers. snelle

tourcano (Carl Denig)

geh. compl. tegen e.a.b.

F. J. Nieuwenhuys Jr.,

Rustenb.str. 363-1, Am-

sterdam (Z.).

Splinternieuwe „Empo"

stofzuiger aangeboden,

120 volt. Kostpr./50.—

voor ƒ35.— . A. Swart,

Valentijnkade51-ll, Am-

sterdam (O.).

Te koop : groot kinder-

ledik. in. matras en

kussentje v. ƒ5.—. Adr.

na 7 uur Antheunisstr.

235, Den Haag.

Aangeb. : eerste klas

terrarium, 1.20 M. lang,

op tafel (iets aparts) v.

spotpr. Lichtbak voor

aquarium, 1.25 M. lang,

ƒ1.25. Salonmod. pa-

thefoon m. pi. (spotpr.).

Munnikenstr. 6, Leiden.

Te koop : een massief

eiken ledik. m. spiraal,

een waschtaf. en nacht-

kastje. Rosshirt, K. du

Jardinstr. 3-II, A'dam.

Aangeb. : rep. inrichting

van alle matrassen. Uw

veeren bed 3-deelig gem.

bij H. Voogel, v. Hogen-

dorpstr. 145-111, A'dam.

(In 1 dag gereed).

I

TE BIEDEN

Op deze pagina kunnen onze abonné's, onder de „Ruilrubriek", gratis een advertentie

plaatsen, waarin zij iets aanbieden in ruil voor iets anders. Deze plaatsing is geheel

gratis, maximaal 10 regels per advertentie. Advertenties, waarin voorwerpen te koop

worden aangeboden of gevraagd, woningen te huur worden gevraagd of te huur aange-

boden, diensten worden aangeboden, enzoovoort, enzoovoort, worden onder de rubrieken

„Te koop aangeboden", „Te koop gevraagd" en „Diversen" geplaatst en berekend tegen

5 cts. per regel, minimum vijf regels.

Ik heb te ruilen een

zijspan voor fiets, geheel

compl., tegen 3 stoelen

en 5 kg groene verf.

C. F. Mulder, Millink-

str. 106a, R'dam.

Wie ruilt twee nieuwe

diner-cassettes compl.

gekost ƒ 30.—, voor wis-

selstroomradio, of 1 cas-

sette voor kinderstoel

met box. Th. Janssen,

Bakhuizenstr. 36, 2 m.

b., Den Haag.

Wie ruilt er een mooie

Angorakat voor wat kin-

derspeelgoed. Vrolijk,

Werfstr. 148c, Scheve-

ningen.

Geheel compl. rondbrei-

machine nog nieuw, in

ruil voor chromatisch

accordeon. J. Bos, Van

Bossenstr. 50-11, A'dam.

Wie wil een tropisch

aquarium met toebeh.,

het is driedeelig op

standaard, ruilen voor

een opklapbed. Mevr.

W. Maters, Van Speyk-

str. 52-11, A'dam (W.)

(Den heelen dag thuis).

Wie ruilt een mooi, zoo

goed als nieuw licht-

blauw complet, maat 44,

d.g.w. met blouse en

wit hoedje, voor een

swagger, of grijs gabar-

dine regenmantel. Te

bezichtigen vóór 2 uur

bij G. de Waal, Reinier

Claeszenstr. 70bel, Am-

sterdam (W.).

Een mooie zwarte piano

pracht geluid genegen

te ruilen voor een beslist

goed radiotoestel met

luidspreker. Jacob van

Lennepstr. 363hs, Am-

sterdam (W.)

RUILRUBRIEK

Wie ruilt mijn 2-pers.

zeilkano midzwaard en

2 stel peddels, geheel

compl., z.g.a.n. voor

accordeon, filmtoestel,

heerenfiets, orgel, gram-

mofoon of iets dergel.

J. van Lemel, Bellamy-

dwarsstr. 24-11, A'dam

(W.>.

Wie ruilt mijn 2-pers.

eiken led. met sgir. voor

opklapb. 2-pers. met

omb., i.g.s. Tevens gevr.

2 1-pers. opklapb. voor

platt^ 1-pers. gezh. spir.

1 houten 1-pers. led.,

I eiken twijfelaar, I

divaiv met verstelb. bo-

venkap of anderszins.

Liefst eerst briefk. v.d.

Velden, Gov. Flinkstr.

27-11, A'dam (Z.).

Postzegelverzamelaars.

Ik heb 121 et. Utrecht-

sche Universiteitszegels

te ruilen voor I2i et.

Curasao Herd.zegelI934

of 12» Zomerzegel 1935

of 1936. Verder worden

alle zegels door mij

geruild en stuur ik

lederen zender hetzelfde

kwantum en waarde

retour. L. C. v. d. Meer,

Ie Wandeloorddwars-

str. 28, R'dam (N.).

Wie ruilt mijn In g.st.

z. 1-pers. kano met z.g.

a.n. race-peddels voor

een goede koffergram. ?

H. J. Groeneveld, Aven-

horststr. 44, Tuindorp

Nieuwendam, A'dam

(N.).

In ruil aangeb. : 2 boe-

ken van Bilz, de nwe

natuurgeneeswijze, m.

uitlegbare platen, voor

een paar andere boeken,

onversch. wat. Brakel,

Tichelstr. 23-hs., A'dam.

Postz.verzamelaars 1

Ik ruil alle soorten post-

zegels v. binnen- en

buitenland, in het bijz.

vliegpost enz. Bij het

aantal zegels, die u

stuurt, zend ik u hetz,

aantal in I loll, zegels

terug. Ie kwal. zegels

komen in aanmerking.

V. Norden, Spui 169,

Den Haag.

Een in g. st. z. Indian-

Scout-motor (1927) m.

nwe binnen- en buiten-

banden, nwe accu, voll,

uitgerust m. Ideal-duo,

schijnwerper, claxon enz.

en nationalit.bewijs,

geh. ter waarde van

ƒ60.— is te ruilen v.

een tafelbiljart bij L. de

Haan, Admiralengr. 25,

A'dam (W.).

Te ruilen : 10 parkieten

(bl. en geel), zware eiken

kinderst. (verstelb.) en

3-pit8 petrol.stel. voor

hand- of trapnaaimach

of voor lesboeken van

ruwolie - scheepsmoto-

ren. Tot bijbetaling mlj-

nerz. genegen, transp.-

kosten door mij. H.

Friebel, Spiegelstr. 46,

Nijmegen.

Wie heeft in ruil v.

j studieviool, een koffer-

gramof. ? Adr. vóór 12

uur, behalve Maandag

Ie v. d. Helsstr. 43-hs.,

A'dam.

Wie ruilt mijn Ital.

piano-accordeon, 120

bassen, registers enz.,

6 mnd. besp., tegen een

In g. st. z. belasting-

vrijen motor m. event.

bijbet. mijnerzijds. ? W.

Burksen, Hoendiepstr.

13-11, A'dam (Z.).

Een tweetal foto's

uit de nieuwe

Bouwmeester-

revue ,,Neerlands

Bloed", die op het

oogenblik in Den

Haag te bewonde-

ren valt. Kosten

noch moeiten zijn

gespaard om een

fraai geheel tot

stand te brengen.

Een groote attrac-

tie dezer revue is

het optreden van

de nieuwe komie-

ken- combinatie

Buziau Kaart, —

Links: Een scène

uit het eerste tafe-

reel. Rechts: Buziau

en Kaart.

Wie ruilt heerenfiets m.

lamp enz. voor koffer-

gramof. ? Zwart, Kra-

matweg 18-1, A'dam (O.)

Wie ruilt mijn H. her-

der met stamb., van

bekr. ouders, v. een

prima werkend Phil,

of Telef. wisselstr. radio-

toest., datum 1937?

C. W. Mast, Maerland-

str. 79, Nijmegen.

Gratis kunt u gangbare

bonnen die u niet spaart

ruilen voor wat u wèl

spaart en tekort komt.

Bij zending postzegel

insluiten voor terugstu-

ren. Wed. S. v. Zanten,

Daniël Willinkplein 41,

A'dam.

Te koop : 2 fauteuils en

4 stoelen, vulkachel en

ideal duo, ook te ruilen

voor iets anders. Mevr.

A. Polstra, Celebesstr.

1-1, A'dam.

Een Maltheser leeuwtje

met modern mandje te

ruilen voor iets anders.

Mevr. Stoelendreijer,

Fr. Haelsonstr. 30, Den

Haag.

Wie ruilt : z.g.a.n. don-

kerbl. bakkinderwagen

met grijzen kap voor een

naaimachine. Mevr.

Stienstra, J. v. Galen-

str. 94-1, A'dam.

Wie ruilt mijn petro-

leumvergasser, goed op

kunnende koken, tevens

kachel, merk (B.E.3)

v. 3-pits petroleum stel,

ook te ruilen voor looper,

wollen of cocos. 4 of 5

M. Mevr. M. v.d. Noort,

Fred. Henderikstr. 33-

III, A'dam.

Kleermaker vr. keer- en

reparatie-werk, pr. bill,

v. Ostadestr 323-1,

A'dam (Z.).

Te koop gevr. ; oude en

defecte stofz. en oude

electra-motoren.- -Adr.

Mark, Oude Waal 17-11,

A'dam.

Te koop gevr. : kl. wan-

delwag. Mevr. Franken,

Sloterweg 122 (Badhoe-

vedorp). Sloten.

DIVERSEN

Fam. Böhne zoekt voor

haar heldere waschvr.

eenige kleine waschjes,

zoo noodig m. onderh.

M. Ladrie, Wittenstr.

109, A'dam.

Net meisje, 15 j., zoekt

leuke vriendin, liefst

in een kapperszaak, Het-

ty Lavertu, Sloterdijk-

str. 15 hs.. A'dam.

Gezocht eenige meisjes

± 17 jaar, om te zamen

een week-end clubje op

te richten. Br. Marnix-

kade 71, T. Linke,

A'dam.

Turnen. Pas opgerichte

turnverepn. vraagt hee-

renleden. Contr. ƒ0.25

p. w. De Graan, Baars-

jesweg 184-1, A'dam.

Kinderpens. Net.degel,

pens. aangeb. met de

Paasch-vac. voor kind.

in boschr. omg., dicht

bij zee ƒ1.— p.d. H.

v. d. Wal, Rijwielpad

n. zee D. 27. Heiloo.

Een ervaren tuinarchit.

biedt zich aan voor het

maken v. plannen, tee-

ken, en begroot, voor

het veranderen van best.

of het aanleggen van uw

tuinen. Adr. W. v. d.

Valk, Hofstedestr. 46a,

R'dam.


VOGELS

c4o% yvccééco / —

Een van de interessantste verschijnselen

uit de vogelwereid is ongetwijfeld de

trek, het regelmatig op een bepaalden

tfj« wegtrekken van den geboortegrond om

er tegen den broedtijd weer terug te keeren.

Steeds hebben de ornithologen zich het hoofd

gebroken over de reeks vragen, die met den

vogeltrek samenhangen, en ook de leek heeft

er meestal de grootste belangstelling voor.

De ornithologische wetenschap heeft zeer

zeker in de laatste decennia groote vorde-

ringen gemaakt en veel belangwekkends over

den vogeltrek ontdekt, maar desondanks

blijft men in veel gevallen toch slechts op

vermoedens aangewezen!

Men moet een groot onderscheid maken

tusschen het wegtrekken van vogels van een

bepaalde plaats wegens gebrek aan voedsel

bijvoorbeeld — een zuiver toevallige ge-

beurtenis dus — en het regelmatig weg-

trekken van den geboortegrond, midden

In het mooie jaargetijde soms, als het

voedsel nog in overvloed voorhanden is,

en het weer nog goed. Men onderscheidt

dan ook de echte trekvogels, zwerf- op öogenblikkelljk zijn vrijheid weer terug

vogels de naam zegt reeds wat men en 't is dan natuurlijk de bedoeling dat een

daaronder verstaat, en Standvogels, die eventueele vinder zich met de noodfge bijzon-

wmter en zomer In dezelfde streek derheden over zijn vondst tot .het op den ring

e ^ n- opgegeven adres wendt. Wil men van al deze

Waarom trekken de vogels weg? bijzonderheden een goed overzicht krijgen.

Waarheen trekken zij? Waarom keeren zoodat ze werkelijk van belang zijn voor de

ze weer terug, ofschoon ze in andere kennis van onze gevederde vrienden, dan is

oorden genoeg voedsel vinden en er het noodig, dat de geringde vogel in een re-

gunst.ge levensvoorwaarden aantreffen? gister ingeschreven wordt, benevens alle bij-

6 rri"_ aa L d .! Z d ! Plek terUJ ! beho orende data en bijzonderheden, terwijl

waar ze geboren werden of waar ze ai

eens gebroed hebben? Blijft een vogel-

paar gedurende zijn heele leven bij el-

kaar, gedurende een seizoen of alleen

maar gedurende den broedtijd? Gaan de

oude vogels eerder weg dan de jongen

of omgekeerd, of trekken ouden en

jongen tegelijk weg? Hoe oud wordende

verschillende roorten? Welken weg kie-

zen ze bij hun trek naar andere

streken?

Deze en dergelijke vragen wii de

wetenschap beantwoord zien. Gedeelte-

lijk heeft ze ze ook al kunnen beant-

woorden, waarbij men echter vast heeft

moeten stellen, dat de antwoorden, die

steeds op waarnemingen berusten, vaak

verschillend moesten luiden.

Men ziet zich daarom genoodzaakt

de onderzoekingen over een zoo groot

naderhand de nieuwe details van het terug-

vinden daar dan aan toe worden gevoe-

Maar natuurlijk wordt lang niet iedere ge-

ringde vogel teruggevonden, terwijl bovendien

niet ledere vinder — vaak in een ver land —

zijn vondst mededeelt.

Hoe grooter aantal vogels echter op deze

wijze „teruggevonden" wordt, hoe completer

het register wordt en hoe juistere conclusies

men daaruit kan trekken.

Dit ringen der vogels vindt in het algemeen

plaats door zoogenaamde ornithologische sta-

tions, onder leiding van een wetenschappelijk

gevormd ornitholoog, die zich van de hulp

van ter zake kundige medewerkers verzekert,

zoodat de waarnemingen en onderzoekingen

over een zoo groot mogelijk gebied uitgestrekt

kunnen worden.

In bijna alle landen van Europa heeft men

dergelijke ornithologische stations ongericht

mogel.jk terrein u.t te strekken, ten 20odat het onderzoek op het oogenblik op zeer

einde ook een zoo betrouwbaar mogelijk intensieve wijze plaats vindt

beeld over de gedragingen der vogels te Ook voor het beschermen der vogels is dit

verkrggen Een van de meest toege- onderzoek van groot belang, daar een werke-

vogels. Volwassen dieren vangt men in

vallen, netten en speciaal daartoe inge-

richte nestkastjes. De jonge vogels

worden op den diartoe het best ge-

Echikten leeftijd uit het nest gehaald.

Om een der pooten bevestigt men dan

een aluminium ring, waarop een adres

het . r ! n ? ender '^ doeltreffende bescherming alleen mogelijk

is wanneer zij opgebouwd is op de noodzake-

lijke kennis.

De helpers, die de vogels ringen, hebben

zich aan strenge bepalingen te houden. Zoo

mogen jonge vogels op een bepaalden leeftijd

niet meer geringd worden, daar zij anders te

vroeg het nest zouden verlaten. Andere vo-

en een letter en een nummer staan aan- gels mogen niet tijdens den leg onder handen

ogeven. De geringde vogel krijgt daar- worden genomen, enzoovoort, enzoovoort.

Ten slotte een paar ontdekkingen, gedaan

door de ornithologische stations. Men heeft

vastgesteld, dat meezen en boomklevers zich

niet verder dan twee tot vijf kilometer ver-

wijderen van de plek, waar zij broeden. Kerk-

uilen verspreiden zich zoodra ze zelfstandig

zijn in alle richtingen om het nest en. keeren

nooit meer naar hun geboorteplek terug. Een

winterkoninkje werd eens zestig kilometer van

■ ■ de plaats, waar het ge-

; ringd was, teruggevonden,

een spreeuw tweehonderd en vijftig kilometer,

een kerkuil vierhonderd kilometer, een boom-

pieper achthonderd en vijftig kilometer en

een distelvink zelfs ongeveer duizend kilo-

meter! Deze vogels had men — met uitzonde-

ring van den boompieper — tot nu toe als

9.

10.

Een veldmusch heeft een ring

gekregen.

Een ornitholoog wijst zijn mede-

werkers hoe zij een vogel moe-

ten ringen.

De ring wordt gesloten.

De vrouwtjessperwer is ook van

een ring voorzien.

11. Een jonge vogel, die den juisten

leeftijd heeft om hem van een

ring te voorzien.

12. De ornithologen gaan aan het

werk


doorW.J.PA5$INGHAM

Hugh Caldcr, een geleerde, die op een kasteel in een afgelegen Engelsch dorpje

woont met zijn dochters Isabel en Janet, heeft met lijn instrumenten een serie

geluidsgolven ontdekt, die een doodende kracht hebben. Hij houdt lijn uitvinding

echter absoluut geheim, daar hij er zelf nog niet alles van weet en ook omdat

hij vindt, dat de menschheid nog niet rijp is voor een dergelijk wapen. Zijn

laboratorium heeft hij onder een naburig moeras gebouwd en het is alleen

langs geheime gangen te bereiken. Zijn eenige vertrouwde is de waard uit de

dorpsherberg. Ben Carter, met Wien hij samen langs de onderaardsche geheime

wegen smokkelwaren het land inbrengt. Van de opbrengst hiervan betaalt hij zijn

kostbare instrumenten.

Op zekeren dag zal er echter een weg langs het dorpje aangelegd worden,

waartoe het moeras zal worden drooggelegd. Hierdoor zal het bestaan van zijn

laboratorium aan het licht komen en daarom doet Hugh Calder alles wat in zijn

vermogen is om den voortgang van de werkzaamheden te beletten. Het is

bovendien een groote teleurstelling voor hem. te moeten constateeren. dat de

jonge ingenieur, die den weg aanlegt. John Pelman. en zijn jongste dochter

Janet van elkaar zijn gaan houden.

Ondertusschen zijn zijn proefnemingen ontdekt, daar zij door de radio tot de

menschen kwamen. Hierdoor zijn er verscheidene menschen gedood en is er groote

schade aangericht. Men weet echter niet. wie deze catastrophe veroorzaakt heeft.

De Engelsche Geheime Dienst maakt daarom, in den persoon van kapitein Fclton-

Slingsby. jacht op heih. om de uitvinding voor Engeland te bemachtigen, terwijl

agenten van vreemde mogendheden hetzelfde doen. vooral een zekere Sotchi, een

jeugdvriend van Calder. die wel vermoedt, dat Calder de uitvinder is.

Na tallooze gebeurtenissen komt ook kapitein Felton-Slingsby Calder op het

spoor. Vergezeld van Sir George MacAlister brengt hij den geleerde een bezoek.

Deze koestert reeds het voornemen zijn uitvinding onder bepaalde voorwaarden

aan rijn vaderland af te staan. Niemand zal zijn laboratorium echter mogen —

en kunnen! — betreden eer hij weet, dat zijn voorwaarden zijn geaccepteerd.

Kapitein Felton-Slingsby heeft echter toch nog geen rust, daar Calder Manor

— Calders kasteel — zijn geheim nog steeds voor de rest van de wereld ver-

borgen houdt en Sotchi. die agent van een vreemde mogendheid is en reeds

gepoogd heeft Hugh Calder te ontvoeren, nog steeds op vrije voeten is.

Alf Anderson, de assistent van den kapitein, heeft bij toeval ontdekt hoe men

het ondergrondsche laboratorium moet bereiken, doch op het onderaardsche

riviertje dat er heenleidt, wordt hij neergeslagen. Als hij weer bijkomt bevindt

hij zich in een soort kerker, waar hij wordt bewaakt cfoor een der helpers van

Hugh Calder. Deze zegt. dat ze hem geen kwaad zullen doen. doch dat hij nu

te veel weet om nog op vrije voeten te kunnen zijn. Anderson heeft echter lang-

zaam zijn gebonden voeten vrijwel weten los te krijgen en als rijn bewaker hem

weer eten komt brengen besluit hij een poging te ondernemen zijn vrijheid terug

te krijgen.

Alf AndtTson strekte zich uit, en terwijl hy wachtte tot Ted

Ives zijn handen weer zou binden, wreef hij zyn polsen en

armen, die pijn deden omdat ze zoo styf waren. Inmiddels

zocht Ted het eetgerei by elkaar en knoopte dit in een rooden

zakdoek. Toen trad hij op Alf toe, en deze stak zyn handen uit,

maar hij zorgde er wel voor, dat hij het niet te ver deed. Handig

hield hij zijn polsen wat van elkaar, zyn vingertoppen tegen elkan-

der drukkend om den juistcn afstand te kunnen bewaren. In het

onzekere licht der lantaarn had Ted hier geen erg in en nadat hij

de handen van zijn gevangene had gebonden, gaf hy dezen nog

een extra deken voor den nacht.

„Ziezoo," zei hy, goedig lachend, „nu kun je er weer tegen,

kerel!"

Nadat hy den rooden zakdoek met het eetgerei had opgenomen,

verliet Ted de spelonk en verdween in de tunnel. Nauwelijks was

het geluid van zijn voetstappen in de. verte weggestorven, of Alf

Anderson begon pogingen in het werk te stellen om zich te be-

vrijden. De touwen om zijn polsen zaten betrekkelijk los toen hij

zijn handen tegen elkaar drukte en na eenig rukken en trekken

w r erd zijn moeite beloond. Zijn handen waren los!

Een paar minuten bleef hy nog stil liggen, alsof het nog niet

geheel en al tot hem was doorgedrongen, dat hy nu werkelijk

vrij was. Toen begon hij aan de rest der touwen te werken waar-

mee hij gebonden was, en het resultaat kon nu van het eerste

oogenblik af niet meer twijfelachtig zijn. Na eenige seconden kon

hij reeds overeind komen en de touwen van zyn beenen laten

zakken. De volgende minuten besteedde hij om flink zyn lede-

maten te wrijven ten einde de bloedcirculatie weer te herstellen.

Toen begaf hij zich op weg. Hij naderde de houten plank, die

over den put lag en nadat hij er voorzichtig over gegaan was, volg-

de hy het smalle pad naast de rivier, met zyn handen langs den

muur tastend teneinde niet te verdwalen. Luid klonk het geklots

van het water in de beslotenheid van de tunnel. Na eenigen tijd ech-

ter hield het geluid plotseling op en Alf onderscheidde nu een

dof-grijs pad, dat naar de duisternis vóór hem leidde. Eindelijk

bevond hij zich aan het einde vam de tunnel, tegenover de kalk-

heuvels en hij keek spiedend door de nauwe spleet, die hem van

zyn vrijheid scheidde.

Den afstand over de rivier tot aan de plaats waar het bootje lag,

herinnerde hij zich heel goed. Hy zou in het ijskoude water moeten

gaan en er door naar den overkant waden. Alf huiverde bij dit voor-

uitzicht, en even aarzelde hy. Maar toen won zyn verlangen om

captain FeltonSlingsby te bereiken het van zyn tegenzin. Hoe

gauwer Felton-Slingsby op de hoogte werd gebracht van dezen

geheimen toegang tot Calder Manor, hoe beter. Hij herinnerde zich

zyn laatste ontmoeting met Paul Sotchi en nog terwyl hij hierover

niidacht sloop hij door de nauwe spleet....

Hoc hij zich voor den eersten keer bewust werd van het gevaar

öEAUTORiseeRoe

Ve«TAUNS OIT WtT FPIOEL«CW

dat er in de duisternis vóór de spleet loerde, heeft Alf nooit ge-

weten. Zijn gedachten waren by heel andere dingen toen hy het

kleine lichtje gewaar werd, dat hij aanvankelijk voor een ster

hield, die laag boven den horizon stond. Pas toen hy een tweede

lichtje ontdekte, begreep hy, dat het geen ster kon zyn, en zoo snel

hij kon trok hy zich door de spleet weer terug in de veilige be-

scherming van de tunnel. Vier lantaarns wierpen even later hun

licht op het spiegelende water en even daarna hoorde hy het ge-

luid van mompelende stemmen, die in zyn richting kwamen.

Alf wachtte, terwyl hy tegen den wand van de tunnel leunde,

scherp luisterend of hy soms een geluid kon opvangen waaraan

hy de identiteit van de vier mannen zou kunnen vaststellen. Mis-

schien kwam Ted Ives of Ben Carter nog eens kijken om te zien,

of alles in de spelonk nog in orde was, of misschien ook was het

captain Felton-Slingsby, die eindelijk het geheim van de rivier

had ontdekt. Toen klonk er opeens een gesmoorde uitroep — een

op rauwen toon gemuite verwensching — een stem, die schielyk

maar die tóch lang genoeg geklonken had opdat Alf er het vreemde

accent van kon hooren. En opeens zag hy in zyn herinnering weer

een man tegen een hek in een der zystraten van Regent Street staan,

terwyl hij zich niet durfde verroeren, omdat hy zyn bretels had

stukgesneden....

„De handlanger van Sotchi!" siste Alf Anderson. Zoo snel hy

durfde in de duisternis, zocht hy zyn weg terug in de tunnel, en hy

liep aan één stuk door tot hy de plank weer was overgestoken en

terug was in de spelonk.

Pas toen drong het tot hem door, dat hy maatregelen moest nemen

opdat hy niet gevolgd zou worden. Hy bukte en nam de plank weg

die over den put lag en zette haar tegen den muur. Toen snelde hy

voort langs het pad dat naar het laboratorium van Hugh Calder

leidde en duwde de zware deur open. Een wal van inktzwarte duis-

tenis ontving hem en zich de vreemde machines herinnerend die

er in deze ruimte stonden, tastte hy om zich heen naar een scha-

keling van het electrisch licht. Toen dit aanflitsle, sloot Alf de zware

deur achter zich en bleef een oogenblik staan om zyn oogen aan

de rthiuwe fel-schitterende omgeving te doen wennen. Daarop

draaide hij zich nog eens om naar de deur, en een zwaren grendel

ziend, schoof hy dezen er voor, op die wyze nog eens extra zyn

terugtocht dekkend.

Eenige oogenblikken bleef hy toen stilstaan, moeite doend een

opkomend gevoel van vrees te overmannen. Hy begreep dat hy op

de een of andere wijze de menschen boven waarschuwen moest. Hij

keek het laboratorium door, waarin nu minstens een halven meter

water stond en zag de deur aan den anderen kant, recht tegen-

over zich. Vastberaden nam hy de beslissing, die niet te vermyden

viel. Het grootste gevaar lag achter hem. Hy liep het laboratorium

door en opende de deur aan den anderen kant. Achter den licht-

cirkel, die uit het laboratorium vloeide, bevond zich een nieuwe

bijna ondoordringbare muur van duisternis. Hy liet de deur open

en liep met uitgestoken handen het onbekende tegemoet....

Buiten den lichtcirkel gekomen, zocht hy op den tast zyn weg

tot hy een hindernis voor zich voelde. Zyn handen raakten den

hoek van een muur aan en toen hy naar rechts ging, stootte hy met

zijn voeten tegen een hard voorwerp op den grond, en op hetzelfde

oogenblik viel hy voorover op een steenen trap. Toen begon hij naar

boven te klimmen, en het leek wel alsof de trap nooit een einde

zou nemen! Even dacht hij aan de diepte onder zich, en een gevoel

van duizeligheid maakte zich van hem meester.

Hij kon nu slechts één richting volgen en de weg leidde al dien

tyd naar boven. Toen hij eindelijk een voet optilde om dien neer

te zetten op een trede die er niet was, viel hy voorover, terwyl

een zucht van verlichting hem ontsnapte.

Een eindje verder was er een nieuwe muur; hy volgde ook dien

tot zijn handen een diepte voelden, waarachter zich iets scheen te

bevinden, dat hol leek en meegaf. Hij duwde er tegen en plotseling

week het achteruit — een deur ging open terwyl een lichtstraal

hem bijna verblindde. Een harde, ruwe stem snauwde hem een

bevel toe.

„Handen omhoog of ik schiet je neer als een hond!"

„Mr. Calder!"

Een armzalige gedaante, geheel bedekt met modder en met een

onnatuurlyk bleek gezicht, viel vo.orover in de studeerkamer van

Hugh Calder en bleef hijgend op den grond liggen.

„Anderson," riep Hugh Calder, zyn revolver zakken latend. Hij

keek door de deur in den muur, aandachtig luisterend naar gelui-

den die van beneden mochten komen, en eindelyk overtuigd dat

de indringer geheel alleen was, sloot Hugh Calder de deur weer.

„Wat beteekent dit?" vroeg hij wat kalmer nu.

Alf krabbelde overeind en vertelde hygend:

„Ik ben naar u toegekomen.... die hooge trap op.... om u te

waarschuwen. Paul Sotchi komt. Hy is de rivier al over! Ik heb de

deur achter me dichtgedaan."

^mmm

Een oogenblik later

klonk er een vreese-

lijke kreet door de

stille lucht en Bens

zware zweep werd

voor den eersten keer

in ernst gebruikt.

„Sotchi!" , ......

Met een paar woorden vertelde Alf Anderson hoe hy gevangen

was genomen en opgesloten gehouden in de spelonk, en herhaalde

toen zyn waarschuwing voor het gevaar, dat er van de zyde van

Paul Sotchi dreigde, die nu misschien reeds voor de deur van het

laboratorium stond. Toen hij uitgesproken was en naar het gezicht

van Hugh Calder keek, zag hy hoe dit geheel veranderd en ver-

wrongen was. Er gloeide een blik van haat in zijn oogen en even

dacht Alf, dat er ook een uitdrukking van blydschap in was,

omdat Calder de onmoeting met zyn vyand nu aanstaande wist.

Toen zag hij hoe de kasteelheer naar zyn lessenaar keek, waarop

een verzegeld pakje lag. Plotseling kwam Calder in actie.

Ga direct naar beneden, naar de telefoon en probeer captain

Felton-Slingsby te bereiken," beval hy. Toen snelde hy naar de

deur en rukte deze open. „Isabel!" riep hij, zoo luid hy kon.

Toen zij de studeerkamer binnentrad, schrok Isabel tè hevig van

het gezicht van haar vader om direct erg te hebben in Alf Ander-

son, die haar voorbij liep om zich naar beneden te begeven. Het

gevaar beseffend^atCalderManor nu bedreigde,snelde hy zoo vlug

hy kon de trap af en begaf zich naar de telefoon. Toen hy ver-

binding had met den waard van de Bell Inn, deelde deze hem mede,

dat captain Felton-Slingsbv reeds des ochtends vroeg naar Harwich

was vertrokken. Maar Sir George MacAlister, de vriend van den

kapitein, was zoo juist gekomen en had een kamer besproken. Wil-

de Mr. Anderson hem misschien spreken. .. .?

„Neen, dat heeft geen zin," zei Alf kort, en legde den hoorn op

het toestel. Toen hij het politiebureau te Harwich opbelde, kreeg

hij echter bemoedigend nieuws over captain Felton-Slingsby. Met

een paar Vlugge zinnen legde hij den wanhopigen toestand die er

op Calder Manor heerschte uit, en rende toen weer naar boven.

In de studeerkamer gekomen vertelde hij Hugh Calder het nieuws.

„Sir George MacAlister is in de Bell Inn te Dunmow," hijgde hij.

„De kapitein patrouilleert met twee politieauto's in de buurt van

den weg, welke naar Harwich leidt. Heeft u een auto in de garage

staan? Ik zou door den achteruitgang kunnen wegryden "

„Neem den auto, en haal hulp, zoo gauw je kunt," zei Hugh

Calder.

Voordat Alf nog de studeerkamer had verlaten, gaf Hugh Calder

reeds eenige bevelen aan zyn dochter.

„Luister, lsabel. Luister om 's hemels wil goed naar me! Loop

zoo gauw je kunt naar Ben Carter en kom met hem hier terug. Er

is geen oogenblik te verliezen."

Toen Isabel het vertrek verliet, hoorde Hugh Calder angstige

vrouwenstemmen op de trap en herinnerde zich, dat er nog anderen

waren die in gevaar verkeerden. Hy ging naar de deur en riep Anne

Nilson. De huishoudster kwam aansnel-

len, gevolgd door Janet.

„Anne" zei hy vlug, „die menschen pro-

beeren hier weer binnen te dringen en

het is de vraag, of wy spoedig genoeg

hulp zullen krijgen. Er dreigt ons een

groot gevaar. Neem Janet met je mee, en

probeer je ergens te verbergen."

De oude huishoudster keek hein bijna

smeekend aan. „U gaat toch niet naar be-

neden, is het wel? vroeg zij angstig.

„Wat kan ik anders doen?" vroeg

Hugh Calder. „Je weet toch, dat er geen

enkele kans voor hen is, indien ik slechts

het eenige juiste doe! Je herinnert je toch

wel wat myn vader de laatste kans voor

Calder noemde?"

„U bedoelt. . . . die steen in het labora-

torium?" De oude Anne zag nu zonder-

ling bleek.

„Wat anders?" vroeg hij schor.

„Maar niemand weet wat de „Onder-

gang van Calder" is. Uw vader zei, dat

het heele huis de lucht in zou springen.

U zult toch niet "

Hugh Calder legde haar het zwygen op

en omdat zy wel begreep, dat het thans

geen tijd was om te redetwisten, nam zij

Janet bij den arm en verliet met het

meisje het vertrek.

Toen zij waren vertrokken, heerschte

er een diepe stilte in het oude huis tot

Ben Carter en Isabel terugkeerden. Zoo-

dra de eerste het studeervertrek binnen-

trad, nam Calder het verzegelde pakje

van zijn lessenaar. „De plannen en de

teekeningen, Ben," zei hy, het kostbare

pakje aan zijn dochter overhandigend.

„Sjjan je paard in en ryd zoo snel je

kunt naar Bell Inn te Dunmow. Vraag

niets, man, daar is het nu geen tijd voor.

Isabel kent Sir George MacAlister van ge-

zicht, en hy wacht waarschijnlijk in de

Bell Inn op captain Felton-Slingsby. Dit

pakje moet aan Sir George persoonlijk

en aan niemand anders worden overhan-

digd. Hoor je my Isabel?"

„Maar wat doet u, sir?" vroeg Ben. „Er

schijnen lichten over het moeras. Ik heb ze zelf gezien daarnet.

Iemand heeft onze boot gevonden en ze zijn misschien nu reeds on-

derweg. ..."

„Dan zal het hun laatste tocht zijn. Ik zal hen opwachten. Ga nu

zoo gauw je kunt naar Dunmow. ..."

Isabel Calder hield het kostbare pakje vast onder haar bontmantel

terwijl Ben zijn paard den weg naar Colchester opstuurde. Plotseling

slaakte Isabel een kreet en het paard deed een sprong toen het

een donkere gedaante vlak voor zich zag opduiken. Een oogenblik

later klonk er een vrecselyke kreet door de stille lucht en Bens

zware zweep — een cadeau van zijn klanten — werd voor den

eersten keer in ernst gebruikt. Als een scherp mos trof zij het gezicht

van den man, die de teugels van het paard wilde grijpen. Andermaal

sloeg Ben, toen de man zijn handen wèèr naar den kop van het

paard uitstak, en toen het trouwe dier den lichten ruk aan de teu-

gels voelde gooide het den kop vooruit en vloog er met het ratelende

karretje achter zich aan vandoor.

Isabel huiverde bij den doffen slag die volgde toen het eene

wiel van den wagen den man raakte die het paard had willen grij-

pen en hem tegen den grond smakte. Het gevaar was evenwel nog

niet voorbij, want een tweede gedaante sprong nu naar voren en

probeerde het paard te grijpen. Toen het dier zijn kop echter weg-

rukte van de hand die naar hem werd uitgestoken, sloeg het kar-

retje byna om. Gedurende een kort oogenblik balanceerde de wagen

op één wiel, terwijl zoowel Isabel als Ben Carter al het mogelijke

deden om het met hun gewicht weer in evenwicht te krijgen.

Toen het wagentje weer op zijn beide wielen reed, legde het paard

zich bijna tegelijkertijd jjlat voorover, en even later suisde het span

met een ongeloofelyke snelheid voort. Kluitjes aarde en slik, afkom-

stig van de hoeven van het paard, sloegen lsabel en Ben in het

gezicht, maar zij HieldcH zich stevig vast terwyl zij langs den weg

vlogen.

Twee pistoolschoten klonken er achter hen, maar gelukkig vlogen

de kogels OJJ ongevaarlijke hoogte over hun hoofd heen. Ben Carter

klemde zijn tanden op elkaar en lsabel drukte zich angstig tegen

hem aan.

Ze reden echter met dezelfde snelheid voort en het leek het

meisje wel, alsof het einde van den weg in slechts eenige seconden

was bereikt en toen sloeg Ben de richting in van Dunmow.

Janet Caldcr legde den hoorn op hel telefoontoestel en keek de

oude Anna Hilson een en al verbazing aan.

„John is er niet," zei Janet. „Hy is sinds vanmorgen niet in zyn

pension geweest en ze hebben er geen idee van, waar hij kan zijn."

(Wordt vervolgd)


DE MENSCHENETER VAN DHARI

Er moeten in 't Naini Tal-district (Britsch-

Indië) zeker nog menschen zijn, die zich

het drama met den tijger van Dhari her-

inneren, want het gebeurde slechts een acht-

tal jaren geleden. Kapitein Cunningham was

de held van de geschiedenis, en men kan

niet anders zeggen, dan dat hij blijk gaf van

een moed, die werkelijk bewonderenswaar-

dig is!

De tijger van Dhari was een uiterst ge-

vaarlijke „roover", die reeds verschillende

menschen gedood had. Tijdens de herhaalde

keeren, dat men jacht op hem gemaakt had,

was hij gewond geworden, maar hij was be-

trekkelijk spoedig hersteld en had daarna zijn

luguber bedrijf weer opgevat, waarbij hij nog

eens zoo stoutmoedig en wreed te werk ging.

Geen mensch was veilig voor hem in de

gansche streek, die hij tot zijn jachtterrein

had gekozen. Uit de sporen die hij achterliet,

vlei af te leiden, dat zijn rechtervoorpoot

lam was, maar dit scheen hem in het geheel

niet te verhinderen op de meest onverwacht-

sche momenten zijn prooi te bespringen en

er op ongeloofelljk snelle wijze mee te ver-

dwijnen!

Hij oefende een ware terreur uit in het

heele Dhari-district. Verscheidene kleine hut-

ten stonden verlaten, en de vrouwen, die naar

de jungle gingen om er gras te snijden, waag-

den nooit dit te doen' of zij moesten minstens

met hun tienen zijn, zoodat er ook tien paar

oogen waren om naar den tijger uit te kijken

terwijl zij aan den arbeid waren. Maar zelfs dit

belette niet dat hij telkens weer kans zag,

zijn slag te slaan. Hij roofde de jongens weg

terwijl deze het vee huiswaarts dreven op 'n

vijfhonderd meter afstand van hun dorp; snel

en geruischloos viel hij de mannen en vrou-

wen aan, terwijl zij op het veld aan het werk

waren.

Op een keer, tprwijl het nog minstens twee

uur zou duren eer de duisternis inviel, greep

de tijger 'n vrouw, die met nog zes andere be-

zig was gras te snijden op nog geen honderd

meter van de nederzetting, en haar metgezel-

len werden er zich pas van bewust dat zij ver-

dwenen was, toen zij haar sikkei op den grond

vonder» liggen en de plaats ontdekten waar

de geitreepte roover haar in het oerwoud

had gesleept.

De tijger had inmiddels zijn les geleerd; hij

keerde nooit meer terug naar zijn kill — zijn

gedooden buit — en daarom was kapitein

Cunningham, die als ervaren jager 'n speciaal

verlof van de regeering had gekregen om het

dier te dooden, overtuigd dat het ook geen

zin meer had om nabij de plaats waar hij 'n

half verslonden prooi had laten liggen, in een

boom op hem te gaan zitten loeren. Dit bleek

werkelijk hopeloos, omdat het dier telkens

ergens anders verscheen dan waar hij hem

verwachtte. De menscheneter werd zoodoende

echter 'n ware obsessie voor hem. Twee keer

had hij hem gewond, en hij was vast besloten

hem na te jagen tot hij hem eindelijk voor-

goed zou hebben neergelegd. Hij had deze be-

lofte met groote stelligheid aan de inheem-

sche bewoners van het district, waarin de

tijger opereerde, gedaan, en het was hem hei-

lige ernst, ze na te komen.

Gelukkig hield de tijger zich aan zijn een-

maal aangenomen gewoonten, en ieder dier,

dat er speciale gewoonten op na houdt, moet

vroeg af laat, aldus redeneerde Cunhingham

niet zonder grond, als slachtoffer vallen van

zijn vijand, die deze gewoonten heeft bestu-

deerd.

In twee opeenvolgende weken had de tijger

op een afgelegen plaats tusschen Mornaula en

Ratikhet een slachtoffer weten te maken. Het

eerste was een dorpeling geweest, die een koe

OP LEVEN EN DOOD

EEN REIKS SPANNENDE AVON-

TUREN NAAR WAARHEID VERTELD

had teruggedreven, die het oerwoud ingeloo-

pen was. De week daarop had hij een bannia

(koopman) gedood, die te paard naar Dhari

onderweg was. Zijn half verslonden lichaam

werd gevonden door eenige menschen die

langs het pad liepen en die tevoren het ruiter-

looze paard waren tegengekomen. Kapitein

Cunningham bleef geruimen tijd in de buurt

van het lichaam toeven, maar overeenkomstig

de nieuwe gewoonten die de tijger had aange-

nomen, keerde deze niet naar de bewuste

plaats terug.

Toen besloot Cunningham tot 'n stoutmoe-

dige daad. Hij begreep, dat dit stuk van den

weg, waarvan zich aan beide zijden het on-

doordringbare oerwoud uitstrekte, een gelief-

koosde plek voor den tijger moest zijn. Reeds

eenige keeren had hij daar zijn prooi weten

te vinden, en steeds bijna op dezelfde plaats.

En daarom besloot Cunningham zélf als prooi

te dienen!

lederen dag, tegen het opgaan van de zon

en tegen het vallen van de schemering, liep

hij langs dit eenzame weggedeelte. Gedurende

de eerste zes dagen had hij geen geluk. De

tijger scheen aan het andere einde van zijn

jachtveld, ergens in de buurt van Muktesar te

zijn, waar hij een kind wist weg te rooven uit

een hut in een dorp!

Op den zevenden dag, precies een week

nadat de bruut den koopman had overvallen

en gedood, en p'recies op dezelfde plaats, be-

vond Cunningham zich weer als naar ge-

woonte op zijn avondwandeling. Hij was

danig op zijn hoede, want hij verwachtte zijn

vijand nu ieder oogenblik. Hij liep echter zoo

onverschillig mogelijk voort, een geweer in

de hand en een bril zonder glazen op zijn

neus!

Deze bril vormde een belangrijk onderdeel

van zijn plan. Hij had hem een week te-

voren in Naini Tal gekocht; bovendien had

hij een klein spiegeltje weten te bemachtigen,

dat in den bril bevestigd kon worden, alsof

het een gewoon glas was. Wanneer hij het

op deze wijze aangebracht had, deed 't dienst

als reflector, zoodat hij achter zich kon kij-

ken zonder zijn hoofd te hoeven omdraaien.

Het was een „truc", dien hij op school had

geleerd, en hij paste hem nu toe omdat hij

begreep, dat, wanneer hij genoodzaakt zou

zijn telkens zijn hoofd om te draaien, ten

einde achter zich te kijken, de tijger waar-

schijnlijk argwaan zou gaan koesteren, en

zich wel zou wachten om uit zijn schuilplaats

in het oerwoud te komen.

De zon was net achter den horizon ver-

dwenen en de avond daalde met tropische

snelheid. Cunningham had bijna het eind van

zijn dagelijksche wandeling' bereikt Terwijl

hij in het spiegeltje keek voor zijn linker-

oog, verbeeldde hij zich, dat hij beweging zag

in het hooge gras aan zijn linkerkant —

een beweging, die te sterk was om door den

avondwind veroorzaakt te kunnen worden!

Hij stapte echter stevig door, zonder zijn

hoofd om te wenden, maar scherp turend in

het spiegeltje in zijn bril. En toen ontdekte

hij plotseling op misschien vijftien meter ach-

ter zich, in een opening . tusschen het gras,

een gestreepte gedaante die behoedzaam

voortsloop. Hij werd gevolgd, gevolgd door

den tijger van Dhari...

Hij moet zijn zenuwen wel op schitterende

wijze In bedwang hebben gehad, dat hij zich

met op stel en sprong omkeerde, maar hij

- 8 -

wilde geen schot in het wilde weg in het

gras riskeeren om den tijger de kans te geven

nog te ontkomen! Hij wilde hem dooden, en

daarom liep hij kalm voort, alsof hij er zich

in het geheel niet van bewust was dat hij

gevolgd werd...

Ongeveer een meter of vijftien voor hem

maakte de weg een tamelijk scherpe bocht

naar links, en op dit punt lagen er een aantal

groote, gladde steenen, die in de buurt om

hun vorm bekend waren als de „Olifant-

Rotsen". Cunningham had ze natuurlijk tij-

dens zijn dagelijksche wandelingen vaak ge-

zien, en hij wist, dat, indien.hij deze steenen

kon bereiken vóórdat de tijger, die hem ach-

tervolgde, hem aanviel, hij in plaats van de

opgejaagde de jager zou kunnen worden.

Vijftien meter is een verschrikkelijk eind

om kalm en onverschillig te loopen, wanneer

een roofzuchtige tijger u achtervolgt, die

ieder oogenblik kan toespringen, maar Cun-

ningham dèèd het. In zijn kleine spiegeltje

zag hij, hoe het dier voorzichtig achter hem

aan door het gras sloop, om, toen hij vlak bij

de steenen gekomen was, geruischloos op den

weg te springen.. De tijger bevond zich nu

ook veel dichter achter hem — er lag nog

maar een afstand van hoogstens acht meter

tusschen hen — maar Cunningham hoopte,

dat hij nog niet zou aanvallen. Hij had den

koopman iets verder weg, even om den hoek,

gedood...

Die wandeling van vijftien meter, zoo ver-

telde Cunningham later, was een van de

spannendste momenten van zijn leven ge-

weest, leder oogenblik kreeg hij de aanvech-

ting zich om te keeren en te schieten, of

anders naar de steenen te snellen, waarachter

hij dekking zou kunnen vinden. Het was dan

ook met een zucht van verlichting, dat hij

eindelijk den hoek omsloeg, zich op zijn knie

liet vallen en achter de steenen zijn geweer

in den aanslag bracht, wachtend op den tij-

ger, die iedere seconde zou kunnen ver-

schijnen.

Hij wachtte, zijn vinger aan den trekker,

en iedere zenuw gespannen. Voorzichtig

kwam de menscheneter den hoek omsluipen.

Gedurende de fractie van een seconde stond

hij stil, kijkend waar de man gebleven was.

Toen ontdekte hij Cunningham, maar op het-

zelfde moment dat hij zich gereed maakte

voor den sprong, drong de kogei uit Cunning-

hams geweer zijn hersens binnen. De tijger

rolde op zijn zij en bleef onbeweeglijk liggen...

Men kan begrijpen hoe blij de bevolking

'van de streek was toen het nieuws van

Cunninghams heldendaad zich als een loo-

pend vuurtje verspreidde. Dienzeifden avond

nog trokken de mannen er op uit met fakkels

en flambouwen, hun trommels slaand en hun

speren boven hun hoofd zwaaiend. Cunning-

ham was hun afgod geworden. Ze verdron-

gen zich om hem heen, luide zijn' moed prij.

zend en allerlei scheldwoorden slingerend

naar den nu dooden tijger.

„Neem dit, omdat je mijn zuster hebt ge-

dood..."

„Brul nu, jouw moordenaar van mijn

kind..."

Ze sloegen en trapten 't levenlooze lichaam

en sommigen plantten er zelfs hun speren in,

zoodat Cunningham groote moeite had te

voorkomen, dat zij de huid geheel en al ruï-

neerden. Toch werd deze ernstig beschadigd

en de bijgeloovige inheemschen trokken bijna

al de haren van - zijn snor uit, om ze te be-

waren als toovermiddel.

De huid van den menscheneter van Dhari

is daarom niet erg mooi, maar dit neemt niet

weg, dat kapitein Cunningham toch alle reden

heeft om er trotsch op te zijn...

BW

'fi. -


BELGIË n

%£■>*■

it 1 " ;

fÊfz

* r

■■ '^0

..--'■ ■

&

SP' J

•■

-lO-

■ *., ;;; .


^

f <

-^SUr^^.

-

' • f »i • ;

~ ^r~

*JK

TTI^TT-. ;—■

-iify-np-

i i

.tï

-■■■'• : : -v

«■ SK? " •"-,'"_' , ■ , 1 ■ • ,

ïSLJC

i*

/;..^,>:^--

i/am

"feir-

* '^^é^m**'

s*»s

w~\

m it

I

t t


5 ta^.".« W

ll

...

:i4flftW&

In het Antwerpsche Stadion is Zondag l.l. een felle

1 strijd gestreden tusschen het Belgische en het

Nederlandsche elftal. Hoewel de Oranjeploeg met

rust de leiding had (1—0), bleksn beide elftallen

ten slotte toch tegen elkander opgewassen, zoodat

de kamp met 1—1 eindigde.

1. Het Belgische elftal, dat beter op dreef was dan

bij de vorige ontmoeting te Rotterdam.

2. Het Nederlandsche elftal, waarvan velen hadden

gehoopt, dat het een beter resultaat zou bereiken.

3. Wels heeft een hoekschop genomen, Badjou

stompt langs den bal, terwijl Vente probeert in

te koppen, hetgeen echter niet lukt.

4. Spelmoment.

5. Door een schitterend geplaatst schot van Van

Spaandonck neemt Nederland de leiding.

6. De toss, door de onzen gewonnen.

7. Een hachelijk oogenblik voor het Belgische doel.

8. Badjou weet een der vele gevaarlijke aanvallen

van de Nederlanders af te slaan.

9. Vente en Badjou doen een vreugdedans om den

bal. Geheel rechts Mijnders en Petit.

S&

»* •■

: m

-t, *:

■^-v

'■ 4t

**&

r.'

■ ,. -'sVi. >

{Photos Pol.)

'3IIII

I '^%


OPLOSSINGEN ZOEK EN VIND

30 MAART

OPLOSSING KRUISWOORDRAADSEL

E L

D A

TEEM

VELD

E G

E E D E

L L I G

OPLOSSING CIRKELRAADSEL

OPLOSSING

INVULRAADSEL

M A M E R E M

E L E M E N T

T P O ü W E M

H O U 0 E M D

E 0 G E e E M

K L E M M E N

1 M B B A A K

s c H A D O W

V E R K E E *l

A F w U Z E M

n A A M V A L

D B O E V 1 G

E n T E B E n

tt A ß L 0 E i

D B o 0 G T E

A F z A e E M

M JD e 1 A A n

HET HEK IS VAN DEN

DAM

o

M

h

OPLOSSING

VIERKANTRAADSEL

e A L L A S T

A B u S 1 E F

T A B L E A U

K L A A 8 T E

S E H E C H T

S E J U l C M

P U K A N E c

OPLOSSING

ON7E FILMPUZZLE

OPLOSSING KAMRAADSEL

M B u w

N

K

De hier afgebeelde stukjes moeten op zoodanige wijze aan elkaar worden ge-

voegd, dat er een opgelost cirkelkruiswoordraadsel ontstaat.

6

k

MUURRAADSEL VAK-LOGOGRYPHE

a

1

2

2 5

3

5 ■

7

8

9

10

il

In elk vakje moet één letter geplaatst worden.

Elk volgend woord bevat de letters van het voor-

afgaande met één letter er aan toegevoegd tot en

met nummer 2es. De volgende woorden bevatten

elk de letters van het voorafgaande met telkens

één letter verminderd.

1. muzieknoot 5. handvat 9. telwoord

2.

3,

4.

lengtemaat

onderwijs

laatst

- 12 -

6. wegnemen

7. kweeken

8 meisjesnaam

10.

11

voegwoord

muzieknoot.

^t

A 567

fi 9 ICH 1213

K. 15 16 17 18 19 20 21

22 2524 25 26 2728 2930515233

3556573839«UI 42454U5 46A?

42, 9, 36, 40, 47, 46, 13, 38 = fluit-

speler.

22, 34, 6, 44, 28, 10, 11 = vergankelijk

16, 45, 17, 14, 5, 26, 10 = militair op-

roer.

33, 40, 39, 23, 2, 8, 23, 39, 25, 4, 35 =

vloot die zilver overbracht.

10, 31, 30, 40, 12, 32 = die zaait.

1, 20, 24, 29, 41, 39,10, 11 = den dood

veroorzakende.

3, 7, 15, 18, 47, 27, 28 = byna altyd.

37, 43, 21, 30, 31, 39 = iets onbereik-

baars.

Door juiste invulling der letters in de

daarvoor bestemde vakjes krygt men

van 1 tot 47 een strophe uit een gedichl

van den Schoolmeester te lezen.

8

10

15

V»B links boven naar rechts onder in te vullen:

1. still

2. pers. voornaamwoord ,

3. windstreek

4. geestelijke

5. som geids die de kooper verklaart te willen

betalen

8. stookplaats

9. teeken

10. waterkeering

11. eerstkomende

12. afkorting boven brieven.

INVULRAAD«;FL

Van links onder naar rechts boven

6. voorzetsel

7. jongensnaam

8. vleesch

9. niet kunnende spreken

10. naar beneden gaan

13. makker

14. afkorting van een titel

15. lidwoord

16. karpet

17. mijnheer (Engelsch).

RIJMRAADSEL

Het zijn twee kleine woorden

Heel verschillend van klank.

Met een e ben ik een winde

Met een a verspreid ik vaak stank.

ONZE FILMPUZZLE

WAT MOET ER IN HET MIDDEN WORDEN INGEVULD?

In iedere tusschenruimte moet een

woord ingevuld worden, waardoor zoo-

wel met het voorafgaande als met het

volgende woord een nieuw begrip wordt

gevormd. De beginletters van de in hei

midden ingevulde woorden vormen van

boven naar onder gelezen den naam van

een filmster.

haar .spanning

noord kust

duin kleurig

school werk

boven band

leer meester

kunst werk

in te vullen:

kippen geel

straat lastig

school eeren

schier bewoner

nootmuskaat en

Wij stellen een hoofdprijs en tien film-

foto's beschikbaar om te verdeelen on-

der de goede oplossers. Antwoorden in

te zenden vóór 20 April aan Dr. Puz

zelaar. Galgewater 22, Leiden. Op en-

veloppe of briefkaart a.u.b. duidelijk

vermelden: Filmpnzzle 20 April.

Deze puzzle kan tegelijk met de

andere ingezonden worden, doch liefst

op een apart velletje papier.

- 13 -

De hoofdprijzen werden deie week gewonnen

door:

mejuffrouw N. Letting», Terschelling;

den heer J. Brand, Hillegersberg;

den heer P. Kieboom, Rotterdam;

den heer J. Hietbrink, Nijmegen;

den heer J. Schouten, Bergen.

De troostprijzen vielen, ten deel aan:

mevrouw B. v. Dort, Rotterdam;

mevrouw C. v. d. Veen ten Kale, Haarlem;

mevrouw M. M. van Santen-Zijlstra, Haarlem;

mejuffrouw N. A. Zomerhuis, Deventer;

meiuHrouw C. Pijl, Amsterdam;

mejuffrouw R. Otgaar, Arnhem;

den heer J. H. Hopman, Amsterdam;

den heer J. Marijnissen, Breda;

den heer G. Koopman, Alkmaar;

den heer A. v. Sooiingen, Nijmegen;

den heer G. ter Averst, Amsterdam;

den heer J. v. Leent, Tilburg;

den heer A. v. Wezel, Ginneken;

den heer M. Püttmann, Arnhem;

den heer W. Galesloot, Utrecht;

den heer J. Schouten, Rotterdam;

den heer F. v. d. Reiden, Rotterdam;

den heer F. M. Aardoom, Ridderkerk;

den heer T. Meyer, De Bilt;

mejuffrouw Joh. Lem, Amsterdam.

De hoofdprijs van de filmpuzzle werd toege-

kend aan:

mejuffrouw A. H. Tekkes, Harlingen.

De troostprijzen werden verworven door:

den heer Bledel, Tilburg;

den heer G. Hammer, Maassluis;

mejuffrouw J. v. d. Tol, Katwijk a/d Rijn;

den heer H. W. v. Bemmel, Amsterdam;

den heer K. G. Fritz Jr., Amsterdam;

den heer J. A. P. Hömann, Haarlem;

mejuffrouw L. Oostveen, Vlaardinger-Ambacht;

mejuffrouw C. E. Dankelman, Gouda;

mejuffrouw I. Timmermans, Katwijk a/Zee;

mejuffrouw L. Valk, 's-Gravenhage.

ONZE PRIJZEN.

Voor goede oplossingen op iedere

puzzle, rebus, probleem, enzoovoort,

stellen wij een prijs van ƒ 2.50 be-

nevens vier troostprijzen beschik-

baar. In totaal dus deze week

5 prijzen van ƒ 2.50 elk en

20 troostprijzen.

DE OPLOSSINGEN

op de in dit nummer voorkomende

puzzles, enzoovoort, gelieve men

vóór 20 April in te zenden aan Dr.

Puzzelaar, Galgewater 22, Leiden.

Op enveloppe of briefkaart vermelde

men'duidelijk:

Oplossingen Zoek en Vind 20 April.


^^^^^^^^^^mm^mmm^^^^^^m^mmmm—mi^^^^^m^^m

UIT 'DE WERELD VAN DE SPORT

. 3 Wou T d e esl 0 iü" rd - 3 D! d s;ä SeiZO !, n 9e n 0Pend m ?* dr -verijen op het sportterrein

„yvoudestem . 3. De stnjd om den D. prijs. 4. Een moment uit den strijd om

den C. prijs.

ta .dl. „,d.„. h..r .tai.... 6. D. .,„„.„ N n voop d. ,ih^to""'d

tegen het ruwe water.

- 14 -

(PJiotoe Pol.)

UIT HET VOLLE LEVEN

1. Aan een van de wenschen van baron

de Coubertin, den stichter der mo-

derne Olympische Spelen Is dezer

dagen voldaan, door het hart van

den Franschen edelman over te

brengen naar het oude historische

Olympia. — Kroonprins Paul van

Griekenland plaatst de groen mar-

meren urn in het gedenkteeken te

Olympia.

2. De eerste auto's rijden over de

zoojulst in gebruik genomen brug over

het Merwedekanaal te Loenersloot.

3. Het ongeveer vijftig ha. groote rielbosch te Wogmeer (Noord Holland)

wordt, daar de rietcultuur de laatste jaren niet toonend meer is, onder

toezicht van de Nederlandsche Heide-maatschappij in cultuur gebracht. —

De grond wordt omgeploegd.

4. De heer A. M. de Jong, de bekende schepper van Merijntje Gijzen, die

dezer dagen zijn vijftigsten verjaardag vierde.

5. De Haagsche Dierentuin is een paar jonge beertjes rijk, die zich in de

bijzondere belangstelling van de jeugd mogen verheugen. De kinderen

vechten er bijna om, wie den dieren de melkflesch mag geven!

6. Te Umuiden is wederom een regiment kustarlillerie gelegerd. - De sol-

daten schepen zich in om naar het fort gebracht te worden.

7. Hr. Ms. flottieljeleider Tromp beeft dezer dagen zijn proefvaart op de

Noordzee gemaakt. — Hel schip passeert de Hembrug. (Photos Pol.)


^^^——^-—"——■^—^^^^^^

Regie: Theodore Reed

Paramount.fi lm

Lefty Boylan Bing Crosby

Liza Lou Lane Martha Raye

Halve Pint Andy Devine

Vickl Clark Mary Carlisle.

Pederson •William Frawley

Jonathan Clark Sam Hinds

Egbert , William Henry

Martha Sewell Clark Fay Holden

Mr. Mitchell Gilbert Emory

Mr. Oobson Walter Kingsford

Rutherford John Gallaudet

Eustace Olaf Hytten

DUBBEL

C,a j r o k natSa X f cK^n zijn vrouw, zoon - ^hter ^es-ulten

alles in het werk te stellen om de vier eerlijke vmaers

?" belitten hu^ geld te verdubbelen.. Jonathan « vHend-

schap sluiten met Mr. Pederson, Z 'J" vr ?" w "' "^ ^

in haar vertrouwen nemen, Egbert, "e «oon, moet Uza

Lou Lane beletten carrière te maken terwijl Jonathans beeld-

schoone dochter Vicki Lefty Boylan zal beletten .ets met

'^PedVrson^raïkT'ïr^adelljk zijn geld kwijt, als Mr. Clark

h.m een randeel in een goudmijn verkoopt, die waardeloos

Ä te zjn, Halve Pint" belegt zijn geld in een golf-

bain op di kermis, waar men drie ballen voor een do lar

mao slaan terwijl degeen die er In slaagt den bal dadelijk

^ a9 de ee^Thile" 'te slaan, vierduizend dollar als prijs

krijgt. Hoewel mevrouw Clark er zelfs een b.'-oep^BoWer

op afstuurt, lukt het „Halve Pint" bijna tienduizend dollar

te verdienet doch een dronken f^' 6 '"^"^ r^hoS"

luk raak en gaat met den prijs strijken. Ook "e roeibootjes-

verhuurderij.die Liza Lou Lane op ""^^"«M" „«fften

Clark heeft geopend, moet na korten tijd gesloten

W Vicki" heeft Lefty Boylan op het idee gebracht een nacht-

club tê ojenen. ZIJ is langzamerhand van Lefty paan houden

en protesteert-tegen de behandeling, die ^ ^ler vrienden

ondergaan. Haar vader vertelt haar dan, dat hij op den

rand van een bankroet staat en dat alles ver,0 r« n '«' a '« ^

het miliioen niet erft. ZIJ besluit dan haar vader te helpen

doch de rranier waarop, stuit haar tegen de borst Clark

geeft zijn dochter een huurcontract voor het huis, waarin

geen *ij »w ^^ ^ club heeft geve8tigd

Mary CarlUI«, Blng

Crosby an Martha

Raye

waarin bepaald is, dat het huli

alleen als pakhuis gebruikt mag

worden. Vicki brengt het contract

aan Lefty, die het teekent zonder

het te hebben gelezen. Met een

gebroken hart om haar laaghartige

daad verdwijnt Vicki en laat zich

niet meer zien.

Op den avond van den dertigsten dag

wordt de nachtclub geopend. Lefty heeft

nog tot twaalf uur 's nachts tijd om zijn

geld te verdubbelen, doch hij maakt zich

geen zorgen, want hij heeft een zakenman,

die met zijn voorstelling zeer ingenomen

is, bereid gevonden hem met tienduizend

dollar in zijn onderneming te steunen.

Midden in het feest arriveert Clark met

een deurwaarder, die Lefty mededeelt, dat

hij binnen een kwartier de zaak ontruimd

moet hebben, daar hij zich niet aan het

William Frawley,

Andy Devine, Martha

Raye an Blnf Crosby

contract gehouden heeft, door de zaal voor iets anders «lan pakhuis te

aebru'ken?Lefty, die intüsschen het contract met den voetangel ge ezen

heeft iMt zich niet uit het veld slaan. Hij heeft zijn maatregelen reeds

heen, laat f ,c " n ' ct "'^ hlrouwVoile Vicki, die hem vertelt hoe de vork

fnTeTs'eel^at en he'm verkort dat zl hem liefheeft en met hem wil

roJwen ook al krijgt hij het miliioen niet. Doch Lefty drukt op een

knop .de wanden van de zaal splijten vaneen, en de heele nach club

rolt langs rails in het naburige huis, Clark met vrouw en zoon alleen

"^^"herSerg^onnen en bovendi üeve vrouw voor

de rest van zijn leven.


"^^^" ^^^^^^^^ ^^^^■" ^^ ■ I

VOOR ONZE JONGE

EN

DE HUISKAMER VAN

MEVROUW SPIN

Op den oever van een rivier, die met

mos en gras bedekt is, is een kleine

maar dappere vrouwelijke spin aan

het werk. (Voor het geval dat jullie naar

haar zouden wil-

len gaan kijken,

moet ik je hier

maar meteen ver-

tellen, dat dit niet

noodig is, daar

je haar niet in ons

land zult vinden,

omdat zij warme-

re streken prefe-

reert.) Ze heeft

een tunnel te gra-

ven en een val-

deur te maken, en

ze wil niet graag,

dat een duizend-

poot, een hagedis of een wesp haar opeet

voordat zij gereed is, en daarom haast ze

zich zoo.

Ze heeft reeds tunnels

m

voor zichzelf ge-

boord sinds haar

sterke, van tanden

voorziene kaken

in staat waren de

aarde uit te gra-

ven, maar steeds

is zij natuurlijk

grooter geworden,

zoodat de tunnels

te klein voor haar

werden, en deze

nieuwe tunnel

- ' waar , zij thans aan

bezig is, graaft zij

ook weer omdat

de vorige te klein

is geworden. Om

dezelfde reden

■ ; moet ook de valdcur

grooter worden.

Eerst was zy

niet veel grooter

dan de knop van een speld, maar nu krijgt

zij zoowat de afmetingen die je op de eer-

ste tcekening kunt zien.

Het is werkelijk een mooi staaltje van in-

gen ieursknnst, dat de spin ten beste geeft!

Eerst spint zü een paar draden rond de

opening van de tunnel, die zij aan elkaar

metselt met wat mos en aarde en wat kleef-

stof uit haar mond; dan worden de draden

in de rondte losgesneden behalve op éjén

punt, waar ze het scharnier zullen moeten

vormen; hierna wordt het scharnier verste-

vigd en klaar is de deur!

Wat de tunnel zelf betreft, deze is niet

alleen gevoerd met zilveren draden, die de

spin zelf heeft gesponnen, maar zij heeft

ook een soort noodtunnel gegraven (zie de

tweede tcekening) die haar uitstekende

diensten zal bcw;jzen indien een vijand naar

binnen zou willen komen die zij niet aan

kan! Dan kruipt zij in deze noodtunnel, die

van de eerste tunnel eveneens door een val-

deur is afgescheiden, zoodat zij er zich vol-

komen veilig kan voelen! Zooals je ziet heeft

ze dus eigenlijk niet één, doch'twee huis-

kamers gemaakt!

GRX PJES

Onderwijzer: „Piet, weet jij ook waarom

de koekoek steeds zijn eieren in hel nest van

een anderen vogel legt?"

Piet: „Neen maar.... ik geloof, dat

de koekoek het ook niet weet."

A: Ik ben altijd al den dag voordat ik

op reis moet ziek.

R: Waarom ga je dan geen dag vroeger?

Vader: „Dat is nu al de vijfde keer, dat

je van de week school hebt moeten blijven.

Wat heb je daarop te zeggen?"

Jantje: „Dat ik blij ben, dat de week

haast om is."

Onderwijzer (tijdens de geschiedenisles):

„En toen besteeg Lodewijk XIV den troon.

Wat deed hij daarna. Dirk?"

Dirk: „Gaan zitten meester."

18 -

DE GROENTENBOER

Xk heb radijsjes rood en wit.

Wel vijftig in een bost

Ze zijn erg mooi en fijn van smaak.

Wip maakt me er van los?

'k Heb boerenkool en Brusselsch lof.

En sla en raap en prei.

En ook spinazie zoo van 't land.

Wie koopt er wat van mij?

'k Heb sinaasappelen erg zoet.

Die houd ik in mijn mand.

Want van die appelen, ben 'k zelf..

De allerbeste klant)

Mevrouw: „Ik heb negen servetten in de

wasch gedaan en kreeg er maar acht terug.

Hoe kan dat?"

Waschvrouw: „Dat linnen krimpt zoo erg,

mevrouw!"

Jantje: „De onderwijzer weet niet eens hoe

een paard er uitziet.

Vader: „Dat geloof ik niet "

Jantje: „Toch is het zoo! Ik had een paard

geteekend, en toen vroeg hij wat voor een

dier het was."

Iemand sloeg per ongeluk met zijn wan-

delstok een winkelruit stuk. Rinkelend rolt

zjj aan scherven. De winkelier komt ont-

daan naar buiten snellen en zegt opgewon-

den: „Mijnheer, dat zal u geld kosten! Het

is een heel dure ruit, want het is onbreek-

baar glas."

865 UUR GESLAPEN!

D'

, e vrouw van

een spoorwegbeambte

in Sarajewo heeft 865

uur achter elkaar geslapen.

Alle pogingen

van de doktoren om

haar te wekken, bleven

lender / succes; het

eenige wat zij doen

konden was haar door

het inspuiten van vloeibare

levensmiddelen in

leven te houden.

Toen de vrouw wakker

werd, verklaarde zij

niet te weien zoo lang

te hebben geslapen.

Pas toen zij de veranderingen

in haar omgeving

ging opmerken,

drong dit langzaam tot

haar door.

EET MEER SPINAZIE

> een enkele

groente

e e e

o o o

Op het eiland Elephanta, in de buurt van de

Britsch-lndische stad Bombay gelegen, bevinden

zich een eigenaardig soort tempels. Deze zijn

namelijk in de rotsen uitgehouwen. Wij beelden

hierboven den ingang tot een dezer Hindoe-

tempels af, die dateeren uit de tiende eeuw.

heeft een „. . ...

hooger gehalte aan vitaminen A dan spinazie. BIJ dezelfde hoeveelheden

versehe spinazie en boter bevat spinazie nog iels meer van deze vitaminen

dan de boter. . j u

Het element calcium, dat zoo noodzakelijk is voor den groei der been-

deren en tanden, en dat bovendien van groot gewicht is voor het zenuw-

stelsel, wordt eveneens door deze groente verschaft.

Bovendien bevat spinazie dezelfde hoeveelheid vitaminen B als melk. Deze

vitaminen hebben de eigenschap scheurbuik te voorkomen, terwijl zij tevens

den weerstand van het lichaam tegen ziekten verhoogen.

TEEKEN DES TIJDS

Een dominee te Milton, Gravesend, Engeland, verklaarde, dat de

kinderen uit zijn parochie niet meer op de godsdienstles ver-

schenen, omdat ze uren achtereen bezig waren met de fabricage

van gasmaskers.

GRETA GARBO

Hoewel deze ster duizenden dollars verdient met één film, bezit

zij een auto, die niet meer waard is dan honderd gulden. Op

deze waarde werd hij getaxeerd door een belastingambtenaar

te Los Angeles, zoodat

de waardeering wel

niet te laag zal zijn.

HET KLEINSTE HUIS VAN LONDEN

Dit bevindt zich Hyde Parkplace 10. Het beslaat

uit slechts één kamer, die nauwelijks breeder is

dan de deur. Het huis werd gebouwd voor de

kamenier van een lady, die tegenover het Park

in een prachtige villa woonde.

HET IS EEN ZONDER-

WERELD

P'en barbier in

P" Latvia, Let-

land, die 'n

baard had van ruim

een meter lang, besloot

dezen in het publiek

te verkoopen. Hij bracht

ongeveer vijfentwintig

gulden opl

Moeders, die 'n dans-

zaal bezoeken te Streat-

ham, een voorstad van

• Londen, kunnen thans

hun kinderen daar „par-

keeren" in 'n specialen

hoek van de zaal, waar

de kleinen met allerlei

speelgoed worden zoet

gehouden.

Een der zonderlingste

muntstukken van de

wereld is de Fransche

sou. Zijn waarde is zoo

gering, dal ze minder

bedraagt dan de kos-

ten der vervaardigingl

- 19

oooo

van zoo groot belang voor Uw succes, kunt U alleen dän bezitten

wanneer U weet gave, blanke tanden te toonen! Geef dus Uw tanden

de regelmatige verzorging die zij dringend noodig hebben : borstel

ze minstens tweemaal per dag met een krachtig, diep-doordrmgend

schuim, dat de geheele mond grondig reinigt! Het schuim van

Colgate's Tandpasta heeft deze eigenschappen; het geeft Uw tanden

een hagelblanke glans zonder het glazuur aan te tasten en verwijdert

de gevaarlijke voedselresten, die achterblijven in tandscheurtjes

en tandspleetjes en vaak de oorzaak zijn van tandbederf. Boven-

dien houdt Colgate's Tandpasta Uw adem steeds rein en

aangenaam van geur.

COLGATE

In tubes van 30, 50 en 80 cent.

Leer nu syncopeeren op Uw piano

en volg den schriftelijken cursus van

FELIX DE COLA

G..n moeilijk, oefeningen meer, d.arom door Iedereen me. .ucce. .e

volgen. Slorl (7.50 voor den geheelen cur.u. oH 2. - voor pro.fle. op

giro 321026. Zend n.am en adre. voor volledige inlichtingen

Felix de Cola's School of Modern Piano

SYNCOPATION Postbus 573. Amsterdam C.

VOOR SLECHTS f/* CENT

noodig om deze annonce uitgeknipt in open enveloppe als drukwerk

aan ons op te zenden, ontvangt U uitvoerige brochures over het

HERSTEL VAN uw HAARGROEI

Vermeldt uw naam en adres op de achterzijde der enveloppe en

C_T adresseert aan :

Dr. H. NANNING's Pharm. Fabriek N.V., DEN HAAG


Langzaam-aan spreidde de avond zyn

vale wieken over de stille aarde.

Roodé Veder keek vol verwachting op

• naar Mionca, het mooie Indiaansche meisje,

dat als peinzend naar de vallei aan haar voe-

ten staarde, waar de schemering zich veel

sneller en sterker scheen te verdiepen dan

boven op de heuvels. En voor de tweede maal

antwoordde zy op zyn vraag: „Neen!"

, Roode Veder keek naar haar smal ovaal

gezichtje met de donkerbruine huid, naar

haar slanken hals en lenige figuurtje. En toen

keerde zyn blik weer terug naar haar groote,

zwarte oogen, die zoo onverschillig langs hem

heen staarden, en zyn lichaam scheen als on-

der een innerlyke spanning te trillen.

„Mionca," riep hij uit. „Waarom wil je niet

mijn squaw zyn? Ik zal je een goed tehuis

en goed eten geven."

Mionca's donkere oogen begonnen nog meer

te schitteren en ze richtte haar jonge, slanke

lichaam hoog op. „Ik wil niemands squaw

zyn, Roode Veder!" Ze sprak deze woorden

byna fluisterend uit.

Roode Veder sloot even zyn oogen. „Oei..

Je denkt altijd maar aan Grooten Jim. Omdat

hy groot is en mooi als een meisje " zei

hy verachtelyk. „Groote Jim praat zooals

blanke manneh praten. Roode Veder is niet

op de school van de blanken geweest. Hy is

niet goed genoeg voor Mionca, omdat Roode

Veder maar een Indiaan is. Doch jij bent ook

maar een Indiaansche. Indiaansche manieren

zyn echter niet goed genoeg meer "voor jou..

Je wordt de squaw van Grooten Jim, niet-

waar?"

Mionca had zich half van hem afgewend,

terwyl zy over de Californische vallei staar-

de. Nu echter draaide ze zich met een ruk

naar hem om, terwyl haar oogen vuur sche-

nen te schieten. „Neen, Roode Veder, ik zal

niet de squaw van Groofen Jim worden. Hy

vraagt me niet om zyn squaw te zijn; hy

vraagt me zijn vrouw te willen worden."

Terwyl de woorden nog na schenen te tril-

len in de lucht, had zy zich snel omgedraaid

en in het volgende moment spoedde zy zich

reeds gezwind als een hinde den heuvel af.

Roode Veder staarde haar grommend na.

Steeds sinds zij van de Indiaansche school te

Fort Ferwell gekomen was, was zij zoo ge-

weest; mooi, begeerenswaard, maar vluchtig

en ongrijpbaar als de wind.

Ze was eigenlyk altyd anders geweest dan

de andere Indiaansche meisjes, die in het

kleine stadje woonden waarin ook Roode

Veder geboren was — ook voordat zij naar

de school van de blanken was gegaan. Om te

beginnen was zy altyd mooier en slanker

geweest. En haar donkerbruine huid was

toch ook altyd iets lichter geweest dan van

de andere meisjes en vrouwen, en beur haren

wat lichter en glänzender. Haar kleine, rech-

te neus en de dunne, mooi gewelfde lippen

hadden de andere Indiaanschen met hun

breede neuzen en dikke lippen haar altijd

benyd. Ze wisten, dat Mionca anders was

omdat zy lang geleden een blanken voor-

vader had gehad, en als om zich voor dit

gemis schadeloos te stellen, hadden de andere

meisjes haar steeds openlyk hun verachting

getoond. Maar Mionca trok zich daar niets van

aan. Graag en van harte was zy naar de In-

diaansche school gegaan, terwyl de anderen

er toe gedwongen hadden moeten worden.

Ze had de aandacht getrokken van Mrs.

Rrovvn, de vrouw van den schooldokter en

Mrs. Brown had haar onder heur bescher-

ming genomen. Ze had Mionca geleerd hoe

zy zich moest kleeden, hoe zy moest lezen

en denken. En in Mionca's hart was er een

liefde voor deze blanke vrouw gegroeid, die

bijna aan vereering grensde.

Voordat zy naar de school was gegaan,

hadden de Indiaanschen haar benijd, maar

sinds zy was teruggekomen waren zy haar

ook nog gaan haten. Ze meden haar openlyk

en lachten sarrend, wanneer zy haar zagen.

In het eerst had Mionca zich dit aangetrok-

ken, maar later had zij hef vergelen in haar

liefde voor Grooten Jim — Groolen Jim, die

sterker en forscher was dan alle andere In-

dianen, die eveneens den rechien neus en de

dunne lippen van den blanke had, wiens han-

den vlug en sterk waren, en die met zoo'n

geduld de zieke Indianen uit de streek behan-

delde.

Ze haastte zich den heuvel af en haar hart

zong, terwyl zy aan hem dacht. Hy had niet

gevraagd of zy zyn squaw wilde worden; hy

had haar gevraagd op de wijze van den blan-

ke — hy wilde, dat zij zijn vrouw zou zyn.

Hoode Veder, die haar zoo vurig het hof

maakte, die haar als zijn squaw begeerde,

wat was hij vergeleken by Grooten Jim?

Ze liep om een boschje struiken heen, die

langs haar weg stonden, en bleef toen plot-

seling als aan den grond genageld slaan.

Terwyl hy zich half had omgedraaid in

den zadel, zat er een man naar haar te kyken,

een onaangenamen glimlach op zijn gezicht.

Mionca stak haar kin in de lucht, terwyl er

een verachtelyke trek op haar gezichtje

kwam. Ze had Joe Smasher reeds verschei-

dene keeren ontmoet, en nooit nog was de

ontmoeting aangenaam geweest. En hoewel

zij uiterlijk volkomen kalm en bcheerscht

was, kwam er toch een gevoel van groote

vrees in haar op. Want er was iets in Joe

Smasher's oogen, dat het bloed in haar

aderen deed stollen.

„Goedenavond, Miss Mionca," zei hij spot-

tend beleefd.

Ze keek hem recht in de oogen en wilde

hem met een korten groet passecren. Maar

in een ommezien was hij van zyn paard afge-

sprongen en stond hij naast haar.

„Niet zoo gauw, kleintje! Ik heb niet zoo

lang op deze gelegenheid gewacht om haar

zoo maar te laten voorbijgaan." Hy boog zich

naar haar over, terwijl zyn gezicht met de

loerende oogen vlak naast het hare kwam.

Ze wendde haar hoofd af, alsof hy zelfs

haar verachting niet waard was, en versnelde

haar schreden. Maar met een verwensching

greep hy haar by den arm en wilde haar

naar zich toetrekken. Er kwam een doordrin-

gende kreet over haar lippen, en Smasher

legde zijn hand op haar mond....

En toen rees er vlak naast hen plotseling

een forsche, groote gedaante op. Een sterke

arm schoot ^iaar voren en een harde vuist

trof den blanke onder de kin. Smasher liet

Mionca zoo snel los» dat zij wankelde en bijna

viel. Sterke armen grepen haar echter en ze

keek op in Jims gezicht, dat zich donker en

verschrikkelyk in zyn woede over haar heen

boog. Hy hield haar stevig tegen zich aan,

en richtte zyn blikken op Smasher.

20

„Indien je ooit weer den moed hebt in de

buurt van Mionca te komen, vermoord ik je,"

zei hij, en toen, zonder meer een woord of

een blik, voerde hy het meisje met zich mee..

Toen zy uit het gezicht verdwenen waren

krabbelde Smasher overeind, zyn gezicht ver-

wrongen van haat en vernedering. Hy wierp

zich in den zadel en gedurende een oogenblik

bleef hij bewegingloos zitten, starende in de

richting die Mionca en Jim gegaan waren.

En toen, omdat hy woedend was, drukte hy

wreed de sporen in de flanken van zyn paard

en stuurde het den steilen heuvel op.

Een paar avonden later slenterde Joe

Smasher de speelzaal van het eenige café in

het kleine stadje binnen. De mannen, die aan

het biljarten w-aren, keken op toen zy hem

zagen en groetten hem joviaal. Smasher was

een goede winner en een goede verliezer bij

het spel, en daarom zag men hem altyd graag

iri d,e speelzaal. Maar dien avond was er ook

nog een andere reden waarom men hem zoo

luidruchtig begroette.

„Nou, ik geloof dat je kans by dat mooie

Indiaansche meisje verkeken is," zei een

lange magere man. „Ik heb gehoord dat

zy gisteren getrouwd zyn, terwyl zij jou

en Roode Veder als twee teleurgestelde zwa-

nen in den regen heeft laten staan!"

Smasher haalde de schouders op, terwyl

hij een keu greep. „Och ja," zei hy onverschil-

lig.

Een oude man met lange witte haren, die

tot op zyn schouders reikten, nam zyn pyp

uil zijn mond en leunde behaaglyk achterover

in zijn stoel.

„Nou, ik ben maar bly, dat die twee ge-

trouwd zyn," zei hy. „Het zyn twee flinke

jonge menschen, en ze vormen zeker een uit-

stekend paar. Groote Jim is jong voor een

medicijnman, maar hy is knap."

„Ja, knap is hy zeker," zei de lange magere

man met het treurige gezicht. „Als hy maar

knap genoeg is om Ouwen George niet na te

doen, dan komt het wel in orde met hem."

„Wat is er met Ouwen George?" vroeg

Smasher, terwyl hij zyn keu krytte. Hy was

nog niet zoo lang in de stad en daarom nog

niet zoo goed met de toestanden op de hoogte.

De oude man klopte de asch uit zyn pyp en

leunde nog iels verder terug.

„Oude George — ik herinner me niet meer

hoe zyn Indiaansche naam was — was Medi-

ciinman toen zich hier de eerste blanken

begonnen Ie vestigen," vertelde hy. „En het

was een verdraaid goede Medicijnman ook.

Al de Indianen kwamen by hem. Maar toen

de blanken kwamen, brachten zij het vaar-

water mee. Ouwe George proefde er op een

dag eens van en daarna kon hy er niet meer

afblyven. En hy dronk net zoo lang, tot hy

er niet meer buiten kon. En toen kreeg hy

voor den eersten keer een geval dat hy niet

genezen kon. Er is een oude Indiaansche wet

die zegt dat indien een Medicijnman drie

keer een zieke niet kan genezen, indien drie

van zyn patiënten achter elkaar sterven, dat

hij er dan met zyn leven voor moet boeten.

Toen Ouwe George voor den eersten keer

een patiënt kreeg, dien hy niet genezen kon,

schrok hy hevig en bleef hy een heele poos

van het vuurwater af. Maar toen begon bij

weer fe drinken, en nog wel eens zoo erg.

Hel duurde niet lang of een squaw, die lui

probeerde te genezen, stierf ook, en dat was

de tweede keer dat hy faalde. En spoedig

daarna vond de derde keer plaats."

Langzaam vulde de oude man zyn pyp op-

nieuw, en toen vervolgde hy opeens abrupt:

„Wel, de Indianen belegden hun raaï en

den volgenden ochtend vond men Ouwen

George dood — met een mes in zyn hart.

Niemand wist wie hem gedood had, want zoo

wilde de Wet het eveneens."

Hy keek om zich heen, zyn pijp in de hand,

alsof hy om instemming vroeg met hetgeen

hy had verteld. „En daarom hoop ik, dat

Groote Jim zyn verstand by elkaar zal hou-

den," besloot hy toen.

Smasher stootte een bal met groote nauw-

keurigheid in de richting waarin hy hem heb-

ben wilde, en richtte zich op om zyn keu in

te smeren. Als men zyn onverschillig ge-

zicht zag, zou men hebben gezegd, dat hy

het verhaal niet eens gehoord had. Maar voor

zyn geestesoog verrees de beeltenis van

Roode Veder

II.

Op een ochtend dat de bladeren aan de

boomen rood en bruin en geel begonnen te

worden, trad Roode Veder bukkend de lage

deur van een hut binnen en bleef een oogen-

blik staan om aan de duisternis te wennen.

Eén voor één begon hy de voorwerpen in het

vertrek te onderscheiden. Een . roestige

kachel, die op drie pooten rustte, stond naast

een wankele tafel, waarop zich een paar bor-

den met resten van voedsel bevonden. Op een

bundel stroo, in een hoek van het vertrek,

lag een oude Indiaansche squaw. Haar ver-

warde grijze haren hingen rond een gezicht,

dat byna zwart zag.

Roode Veder bromde een groet, en de

vrouw antwoordde iets onverstaanbaars.

Roode Veder trad verder het vertrek in en

boog zich over haar heen. Twee dagen gele-

den was de vrouw ziek geworden, terwyl zy

een hevige pijn in de zyde had gekregen. Ze

had gedacht, dat haar tyd gekomen was.

Maar Groote Jim was bij haar gekomen en

zoo groot was het vertrouwen van de oude

vrouw in hem, dat zij nu niet meer twijfelde

of zy zou beter worden.

„Ziek?" vroeg Roode Veder haar.

„Ziek, ja. Maar Groote Jim zal me genezen."

„Ben je alleen?" •

„Alleen,' zei de oude vrouw met een

tandenloozen gryns.

„Roode Veder zal blijven.

Voor je zorgen. Je

eten geven."

Op dat oogenblik

kwam Groote Jim

binnen, diep buigend

om door de lage

deuropening te kun-

nen. Verbaasd keek

hy naar Roode Veder.

„Waarom ben je

1 hier gekomen?" —

vroeg hy by wyze van

groet.

De ander keek hem

aan, zyn oogen half

gesloten, de uitdruk-

king op zijn gezicht

ondoorgrondelijk.

„HÉ! VOORZICHTIO

EEN BEETJE! JE

SCHUDT AL HET GELD

UIT MIJN BROEKZAK!"

„Ik hoorde dat de oude vrouw ziek en

alleen was. Ik zal haar eten geven en bij

haar blijven."

„Dat is goed, Roode Veder." Groote Jim

wendde zich tot de oude zieke vrouw en begon

de vreemde ceremonies, die er op berekend

waren de ziekte te verdrijven. Zijn

sterk lenig lichaam zwaaide heen en weer,

terwyl zyn handen rap en vlug hun werk

deden. Toen hij gereed was lag de oude

squaw stil op haar stroobundel.

„Ze is nu beter," zei Groote Jim. „De pijn is

verdwenen. Ik heb ze uitgedreven."

Toen hy was vertrokken, wendde de oude

vrouw zich tot Roode Veder. „Geef mij wat

te drinken," vroeg

zij.

Roode Veder

vond een tinnen

beker, vulde dezen

uit de steenen

kruik en bracht

hem toen aan haar

lippen.

„Je moet nu rusten," zei hy.

„Roode Veder gaat een konijn

voor je dooden." En bukkend

verdween hij door de lage

deur.

Toen hy een uur later terugkeerde,

lag de oude vrouw levenloos

op haar stroobundel

uitgestrekt, haar gezicht nog

in den dood verwrongen van

de pijn.

Het was Roode Veder die

het nieuws van haar dood ver-

spreidde. Kort daarop bereikte

het ook Grooten Jim, die met

gebogen hoofd naar Mionca

kwam.

„Ze is gestorven, de oude

vrouw. Kleine Bloem," zei hy

bijna fluisterend. „Een uur na-

dat ik dé ziekte had uilgedre-

ven, is zy overleden."

Mionca stond

beweging-

loos terwijl de beteekenis van deze woorden

in haar hart zonk. Haar oogen werden on-

natuurlijk groot en een niet weg te slikken

brok scheen in haar keel te komen. Groote

Jim had voor den eersten keer gefaald. Als

hy drie keer faalde.,..

Plotseling lag zij op den grond voor hem,

haar armen om zijn knieën, met haar ver-

schrikte oogen zijn gezicht zoekend.

„Neen, neen, néén!" snikte zy. „Hét mag

niet.... Kleine Groote Jim komt...."

Hy nam haar in zyn armen en drukte haar

legen zich aan om haar te troosten.

„Neen, Kleine Bloem," zei hij geruslslel-


9335. Sportief ensem-

ble, bestaande uit een

rcchien rok van geruite

wallen sto{ en een kort,

wijd manteltje van effen

stof in een der kleuren

van den rok. Het jasje

heeft een recht schouder-

stuk en twee groote op-

gestikte zakken, die af-

gewerkt :i)n met e?n stik-

sel in afstekende tint.

Benoodigd: rok: 1,90 m,

van 1 m. breed; mantel-

tje, 1.60 m, van 1,30 m.

breed,

93353, Eenvoudige jurk

mousseline. Het voorpand heeft een paar

stolppiooien, die doorloopen tot aan het

dichtgeknoopte schouderstuk. Een klein

wjt kraagic voltooit het geheel.

Benoodigd; 3,25 m, van 1,20 m. breed.

9336, Bij dere jurk h^ort de onder dit

nummer afgebeelde driekwart mantel van

angorastnf. Het is een getailleerd model,

voor en uchter met een paar naden. De

tand van den kraag en de zakjes op het

voorpand z\\T\ van de stof der japon ver-

vaardigd.

Benoodigd 3 m, van 1.40 m. breed.

Van deze modellen zijn bij de admini-

stratie v.m dit blad geknipte patronen

\erkriighaar tegen den prijs van ƒ0 60

per stuk.

(mkü

HOUDT UW WOORD I

Doet u steeds wat u zegt? Ja, natuurlijk, ant-

woordt u verontwaardigd. Maar bent u daar

werkelijk zoo zeker van? Doet u het ook in

kleinigheden en wel speciaal ten opzichte van de

kinderen? Zegt u nooit eens tegen Jantje: Als je

nu den heelen middag zoet bent, dan mag je of dan

krijg je. . . . en als Jantje dan den heelen middag

zoet is geweest, vergeet u dan wel eens niet, wat

u beloofd hebt?

Of omgekeerd: dreigt u hem, wanneer, hij stout

's: Als je dat nog eens doet, dan.... Vult u zelf

maar het een of ander in. Maar als Jantje het

werkelijk nog eens doet, legt n dan wel eens niet

een veel mindere straf op? Vooral dit laatste komt

waarschijnlijk — het moederhart is nu eenmaal

liefdevol en tot vergeven geneigd — nogal eens

voor! In een ondoordacht oogenblik of in een

moment van drift hebt u de belooning

of de straf in uitzicht gesteld en....

vergat dte naderhand weer.

Evenzoo heeft uw kind u misschien

wel eens een „groot geheim" verteld,

waar u met niemand over spreken

mocht, hetgeen u grif beloofde. Nader-

hand sprak u dan — volkomen te goe-

der trouw natuurlijk — met uw vrien-

J din over dit aardige of interessante

■^ gebaar van uw kind, er niet

aan denkende, dat u dat, al

„is het maar een kind" en

handelt het geval volgens

volwassenen over een on-

belangrijke kwestie, toch

eigenlijk niet doen mocht.

Al dergelijke dingen zijn

heel menschelijk, maar....

verkeerd, en van veel vér-

strekkender beteekenis dan

velen zich realiseeren!

Want wat is het gevolg

er van op het kinderzieltje,

zoo vatbaar voor indruk-

ken? Dat het kind gaat den-

ken, aanvankelijk nóg onbewust,

doch later wel degelijk bewust; Och,

moeder doet toch niet wat ze zegt.

Is dit niet iets vreeselijks, voor

moeder zoowel als kind? Een moe-

der waar je geen staat op kunt ma-

ken, die je dus eigenlijk niet vertrou-

wen kunt!

Het grootste bezit tusschen ouders

en kinderen is een onbegrensd ver-

trouwen. Aan dit bezit door zulke

schijnbare kleinigheden tornen, moet

men tot lederen prijs vermijden.

Het kind komt in zijn later leven

nog met zooveel menschen in aan-

raking, die „niet doen wat ze zeg-

gen", die geheimen niet bewaren,

die kort en goed, niet te „vertrou-

wen" zijn! Laat het daarom in zijn

ouders een onbeperkt vertrouwen

kunnen stellen! Als een rijk bezit zal

het dit door zijn heele leven mee-

dragen!

Hiervoor is echter noodlg, dat

men zich dit vertrouwen, dat van

nature in ieder kind aanwezig is,

van de vroegste jeugd af waardig

maakt, dat wil zeggen, tlal men het

kind niet alleen het beloofde ge-

schenk voor zijn verjaardag geeft,

maar ook, dat men „woord houdt"

in de kleinste kleinigheden, zoowel

In bclooningen als in straf of in

— 22 —

andere gevallen. Men geve het kind dus ook

het beloofde koekje na een of andere pres-

tatie, eveneens de opgelegde straf, en wijke

hier nooit van af, terwijl een gegeven belofte

net zoo min als tegenover een volwassene

geschonden moet worden.

Kinderen opvoeden is een verantwoorde-

lijk* taak, die onze volle aandacht en toewij-

ding vraagt, en het reine kinderzieltje is een

tè kostbaar bezit, dan dat men er lichtvaardig

mee zou mogen omspringen.

WEEKMENU.

Maandag: Gehakt, aardappelen en ap-

pelmoes; gries meelschotelt je.

Dinsdag: Kernesoep; koud gehakt,

aardappelen en raapstelen.

Woensdag: Varkenscarbonade, aardap-

pelen en knolraap; gebra-

den appelen.

Donderdag: Riblappen, aardappelen en

spinazie; Decnsche rijst.

Vrijdag: Lekkerbekjes, aardappelen

en andijviesla; broodpanne-

koek.

Zaterdag: Magere groentesoep; runder-

vinken, aardappelen en wor-

teltjes.

Zondag: Champignonpasteitjes; os-

senhaas ä la jardiniere, ap-

pelpndding met vanillesaus.

ENKELE RECEPTEN UIT HET WEEKMENU

Magere groentesoep.

Benoodigd: ruim 1 liter water, verschil-

lende soepgroenten, 1 ui of prei, 30 gram

rijst, 20 gram boter, aroma, zout.

Bereiding: Men bakt den fijngesneden ui

of de prei licht met de boter en laat de ge-

wasschen en eveneens fijngesneden groenten

even meêsmoren. Daarna doet men het wa-

ter, de rijst en het zout er bij en laat het

geheel ongeveer drie kwartier zachtjes ko-

ken. De soep afmaken niet de fijn gehakte

groene kruiden en met wat aroma.

Raapstelen.

Benoodigd: 8—12 bosjes raapstelen, een

weinig zout, een stukje boter of wat jus.

Bereiding: De raapstelen schoonmaken

(alle worteltjes verwijderen), wasschen en

snijden. De groente opzetten met weinig ko-

kend water en ^—1. uur gaar koken. Daar-

na nog even stoven met een stukje boter of

een lepel jus.

Appelpudding (voor 5—6 personen).

Benoodigd: 300 gram zure appels, het sap

van een sappigen citroen, met Rijnwijn, bes-

senwijn of water aangevuld tot 1 d.L., ci-

troenschil, 14 liter water, 150—200 gram sui-

ker, 15 gram roodc gelatine.

Bereiding: Men schilt de appels en snijdt

ze in dobbelslcentjes; breng dan het water

met de suiker en de citroenschil aan de

kook en \ erwarm_ de stukjes appel er in

zonder koken — tot ze zacht zijn. De citroen-

schil er uitnemen, de gelatine er in oplossen

en het wijn- en citroenmengsel er aan toe-

voegen. De massa af laten koelen en in een

omgespoelden puddingvorm doen, wanneer

de stukjes appel er regelmatig in verdeeld

blijven. Opdienen met vanillesaus.

VETPUISTJES

verwijdert U onmiddellijk en afdoende door deze

Ie betten met Radox. opgelost in warm water.

Bij apothekers en erkende drogisten ä f 0.90

per pak en f 0.15 per klein pakje.

RADOX

lend, „het mag niet. Terwüle van Kleinen

Groote Jim die komt, mag het niet. Groote Jim

zal niet voor den tweeden keer falen.

Zoo troostte hij haar, maar terwijl de dagen

voorbijgingen was Mionca's hart zwaar en

droef en woelden er onrustige gedachten

door het brein van Grooten Jim.

Roode Veder nam toe in aanzien en achting

bij zijn stamgenooten, want hij had het nooit

te druk om zieken op te passen en te verzor-

gen en hij scheen bijna even hard voor hen

te werken als Groote Jim. In het eerst ver-

wonderden de Indianen zich daarover, want

Roode Veder was er nooit de persoon naar

geweekt om zich over iemand anders dan

zichzelf te bekommeren, maar zij verwonder-

den zich niet lang, want de Californische

Indiaan is niet bijster belust op geestelijke

inspanning.

En toen werd Blinde John ziek. Groote Jim

ging naar hem toe en bijna op hetzelfde mo-

ment dat hij zich over hem heenboog rolden

de uitgedoofde oogen terug in hun kassen,

zijn lichaam verstijfde zich en er ver-

scheen schuim op de hoeken van zijn

mond, en toen, zoo snel dat de weinige men-

schen die er bij waren, alleen maar groote

oogen van verbazing konden opzetten, begon

hij zich in hevige krampaanvallen op zijn bed

heen en weer te wentelen.

Roode Veder gaf in een hevigen kreet uiting

aan zijn afschuw. „De Booze Geest!" riep hij,

achteruitdeinzend. „Hij heeft den Boozen

Geest in hem doen varen. Oei Oei "

Mionca kon zich alleen maar vastklampen

aan Grooten Jim toen deze haar kwam ver-

tellen dat blinde John dood was. Met stoïcijn-

sche kalmte streelde hy haar glanzende

haren.

„Ik begrijp het niet. Kleine Bloein. Het is

een vreemde ziekte waar ik niets van weet.

Maar het is zoo. Nu zijn er reeds twee men-

schen gestorven, die ik had moeten beter

maken. Twee keer héb ik gefaald. Indien ik

de straf voor mijn falen zal moeten betalen,

dan zij het zoo. Het is de wet. Je moet niet

huilen. Ik ben niet bang. Ik zal afwachten

wat de Wet brengt."

Terwijl zij naast elkaar stonden en in de

toekomst staarden, hoorden zij op den weg

het geluid van een auto. Hij stopte en toen

klonk het geluid van stemmen. Mionca en

haar man gingen naar buiten en de jonge

vrouw slaakte een kreet van vreugde. Want

Mrs. Brown, gevolgd door den dokter, trad

op hun huisje toe.

Mrs. Brown omhelsde Mionca. „We moes-

ten hier in de buurt zijn," verklaarde zij, in

antwoord op Mionca's gretige vragen. „Toen

hebben we geinformeerd waar jullie woonden

en zijn je komen opzoeken." Opeens zag zij

den blik van zorg en angst in Mionca's oogen.

„Maar wat scheelt er aan, kind?" vroeg zij,

naar Grooten Jim kijkend, die na de eerste

begroeting stil voor zich uit staarde. Dr.

Brown keek hulpeloos van den een naar de

ander. Zijn vrouw ging op een omgekeerde

kist zitten en nam het meisje naast zich. Snik-

kend vertelde Mionca haar van heur zorgen

en van de zorgen van Grooten Jim.

„Indien hij weer faalt," besloot zij rillend,

„moet hij sterven."

Mrs. Brown keek zeer ernstig, en ook Dr.

Brown zweeg.

„H'm," mompelde deze eindelijk. „Zonder-

ling, zéér zonderling. Men sterft niet op die

manier van koorts, of van pijn in de zij. Wil

je mij nog eens precies vertellen hoe Blinde

John gestorven is?"

Groote Jim deed het.

„Rn die oude vrouw is ook zoo gestorven?"

vroeg dr. Brown. „Je zegt, dat zij op dezelfde

manier is overleden?"

„Dat weet ik niet. Ik was er niet bij. Maar

wel was het haar in den dood nog aan te

zien, dat zij veel pijn had geleden."

De dokter dacht even na, en vroeg toen:

„Wie was er b« die oude vrouw toen zij

stierf?"

„Niemand. Roode Veder was er geweest,

maar hij was weggegaan om een konijn te

dooden. Toen hij terugkwam, was zij dood/'

„H'm. Juist. En wie was er, behalve jij, luj

Blinden John?"

„Zijn squaw en Roode Veder."

Dr. Brown stak zijn handen diep in zijn

zakken. Een oogenblik keek hij peinzend voor

zich uit. „En wie is Roode Veder?" vroeg

hij toen.

„Een Indiaan, die zich belangeloos aan de

zieken wijdt."

„Juist," zei de dokter weer. „Luister eens,

Groote Jim. je moet flink zijn. Je kent die

ziekte niet, en daarom heb je tw ; ee patiënten

niet beter kunnen maken. Ik zal je zeggen

wat je moet doen voor het geval je nog eens

zoo'n geval krijgt." Hij glimlachte gerust-

stellend tegen Mionca. toen hjj uitgesproken

was; ze hield haar adem in, trad op hem

toe en nam zijn beide handen in de hare.

Impulsief bracht zij ze aan haar lippen en

drukte er een kus op. Haar oogen waren als

sterren....

III.

Groote Jim kwam naar huis, naar Mionca

met voeten die achter hem aan schenen te

sleepen. De kleine Alec Whalsen was gestor-

ven — juist terwijl hij verheugd was geweest

omdat hij dacht dat hij de vreemde ziekte be-

zworen had! Hij had aandachtig naar dr.

Browns aanwijzingen geluisterd, en toen de

kleine Alec krimpend van pijn op zijn bedje

had gelegen, had hij den mosterd en het

warme water door zijn keel gegoten, had hem

doen opstaan en had hem laten loopen, loO-

pen, lóópen! En kleine Alec was in leven

gebleven. O, wat waren ze blij geweest, hij

en Mionca, en ze hadden gedacht dat zij zich

nooit meer zorgen zouden maken. Maar nu

w-as kleine Alec gestorven. Groote Jim was

dien dag teruggegaan voor zijn laatste bezoek

en toen had hij hem dood aangetroffen

Mionca hoefde niet op zijn woorden te

wachten toen zij zijn gezicht zag. Ze wist het;

en het leek haar alsof zij niet verder zou

kunnen leven met die felle, wreede pijn aan

haar hart. Vreemd: in dit verschrikkelijke

oogenblik kon zij geen woord uitbrengen; ze

kon zich alleen maar aan Grooten Jim vast-

klampen en hem met oogen waarin heete

tranen schitterden, aankijken. En zoo stonden

zij daar, terwijl de Indianen in hen het ver-

schrikkelijke dat komen moest niet stoicijn-

sche gelatenheid tegemoet zagen.

Mionca zag de komende jaren voor zich en

zij zag ze zonder Grooten Jim; ze zag kleinen

Grooten Jim, die nooit zijn vader zou ken-

nen, en ze wist dat zij de toekomst zoo dap-

per onder het oog moest zien als zij maar

kon. En Groote Jim, die ha-ir stevig tegen

zich aangedrukt hield, was het alsof hij voor

den laatsten keer de liefelijkheid van haar

gezicht aanschouwde. Hij was gereed. Indien

hij had gefaald, dan was er iets in hem vol-

gens zijn Indiaansche overtuiging, waardoor

hij onwaardig was verder te leven. En dan

moest hij sterven. Het was de Wet.

Dien nacht, diep in de heuvels, brandde

er tusschen de pijnboomen een kampvuur. Er

omheen zaten Indianen, de beenen gekruist,

de gezichten ernstig. Ze staarden in de vlani-

23 -

Rheumatische pijnen In beenen en

gewrichten totaal verdwenen

Hier is een korte, maar krachtige getuige-

nis van de wonderbaarlijke werking van

Kruschen Salts:

„Ondergeteekende betuigt hierbij zijn op-

rechten dank voor de geneeskracht van

Kruschen Salts tegen rheumatische pijnen

in beenen en gewrichten, welke na het ge-

bruik van een half jaar Kruschen totaal zijn

verdwenen." J- B. te O.

Wat zou het L' waard zijn, wanneer U dit

over eenigen tijd eveneens zoudl kunnen ge-

tuigen. En toch is het zoo eenvoudig: lederen

morgen een theelepel Kruschen Salts in Uw

eersten kop thee of koffie. Alle schadelijke

afvalstoffen, die zich anders kunnen ophoo-

pen en die in de meeste gevallen de oorzaak

van uw rheumatische pijnen zijn, worden dan

geregeld verwijderd. Kruschen Salts is ver-

krijgbaar bij apothekers en erkende drogisten

ä ƒ 0.40, ƒ ().7ó en ƒ 1.60 per flacon. Let op, dat

op het etiket op de flesch, zoowel als op de

buitenverpakking, de naam Rowntree Handels

Mij., A'dam, voorkomt.

POLYGOON

maakt ook

panoramafoto's

van scholieren

en

vereenigingen

VRAAGT INLICHTINGEN BIJ:

N.V. FOTO-PERSBUREAU

POLYGOON

Damrak 53

Amsterdam

DE DUBBELSTER

WILLIAM POWELL

EN MYRNA LOY

viert binnenkort:

De Dubbele Bruiloft

..Eennieuw succes der Metro-Goldwyn-Mayer

FRED ASTAIRE

GINGER ROGERS

in hun elegantste en rijkste dansprestatie

SHALL WE DANCE

Een R K O RééioMm van distinctie, charme

en sprankelenden levenslust

1


men als vroegen zy daaraan wat zy doen

moesten. Plotseling begon er één zachtjes te

zingen; anderen volgden zijn voorbeeld en

zfto werd hel gezang sterker en luider. Toen

kwamen zü overeind en hun lichamen be-

gonnen te zwaaien op de maat van de liede-

ren, terwijl zij den oorlogsdans uitvoerden

van hun voorvaderen. En toen plotseling,

weerklonk hun oude oorlogskreet door den

stillen nacht en zetten zy zich weer neer in

een kring, terwyl hun gezichten diezelfde

ernstige uitdrukking van zooeven aannamen.

In het midden van den kring stond een

zak en hun vroegere hoofdman sprak:

„Broeders, Groote Jim, de Medicynman,

heeft gefaald. Drie keer heeft hy de zielen

van onze menschen naar de Gelukkige Jacht-

velden gezonden. Hij moet sterven. Zoo zegt

het de Wet. Luister: degecn die de Witte

Boon trekt, moet hem naar den Grooten Geest

zenden. En laat geen mensch het weten. Oei..

Ik heb gesproken."

Eén voor één staken zy hun hand in den

zak, welke een boon bevatte voor lederen

man die aanwezig was. Eén witte boon lag

er tusschen de roode.

Ze keken niet naar de boonen, terwyl zü

ieder hun eigen boon er uithaalden. Want nie-

mand mocht weten wie de fatale boon had

getrokken, behalve degeen die haar uit den

zak gehaald had. •

Toen de vergadering werd opgeheven en

iedereen geruischloos als een schaduw in den

nacht verdween, liep Roode Veder een eindje

door alvorens hy naar het kleine voorwerp

in zijn hand keek. Daar, zachtjes glinsterend

in het licht van de maan, lag de Witte Boon.

„Ik ga jagen voor Mionca," zei Groote Jim

den volgenden ochtend. „Als Groote Jim dood

gaat, moet Kleine Bloem blijven leven." Hy

keek haar in de zwarte oogen, terwijl er in

de zijne een wereld van teederheid weerspie-

geld was.

Met droge oogen keek zy hem na terwyl

hy snel en lenig naar den top van den heuvel

klom. Daar keerde hij zich om en hief groe-

tend zijn hand naar haar op. Ze strekte haar

armen naar hem uit, en op dat oogenblik

klonk er een schot door de klare lucht. Groote

Jim wankelde en viel toen ruggelings neer.

Mionca bereikte op de een of andere ma-

nier den top van den heuvel en boog zich

over zijn lichaam. Haar gezicht stond kalm

en vastberaden. Toen kwam zy overeind en

keek naar het Westen met een zóó besliste

uitdrukking in haar oogen, dat het leek alsof

zij de vlucht van zyn geest naar de rijzende

zon volgde..

Maar het bloed van den blanke dat door

haar aderen stroomde, triomfeerde over het

stoïcisme van den Indiaan. Plotseling wierp

zy zich naast hem op den grond, sloeg haar

armen om hem heen en begon te snikken.

Ze had niet het geluid van den auto gehoord

toen deze stopte op den weg voor haar hut.

Dokter en Mrs. Brown bleven een oogenblik

met tranen in de oogen en gebogen hoofd

staan alvorens zij zich naar de op den grond

liggende lichamen begaven....

IV.

De kleine hut in het dal tusschen de heu-

vels stond verlaten. Planken waren voor de

ramen gespijkerd. De deur hing half open en

knarste in zijn scharnieren. Er heerschte een

geest van verlatenheid. De Indianen waren er

bang voor. Ze zeiden dat de geest van Grooten

Jim er rondwaarde. Ze meden de hut met by-

gcloovige vrees; liever zouden zij duizend

dooden zijn gestorven dan de donkere hut

binnen te treden.

Dr. Brown en zyn vrouw hadden het

lichaam van Grooten Jim en de bewustelooze

Mionca met zich meegenomen en de Indianen

hadden zwijgend toegekeken toen de ruwe

houten kist in de aarde verdwenen was. En

toen men het graf gesloten had, waren zy zoo

snel mogelijk verdwenen.

De sheriff had vergeefs getracht den moor-

denaar van Grooten Jim te vinden. Maar

slechts één wist wie het was, en die zou hem

nooit verraden. De Indianen hadden hun Wet

ten uitvoer gelegd; wat konden de blanken

doen?

De sheriff dacht nog steeds over het geval

na, toen dr. Brown zijn kantoor kwam bin-

nenstappen. Het gezicht van den dokter

stond strak en ernstig.

„Sheriff, ik wil uw hulp vanavond." zei

hy, „maar u moet my niets vragen."

De sheriff keek zijn bezoeker aan. Hy wist

dat dr. Broyn een man met een scherp

verstand en een helder oordeel was. Hy

zou zijn hulp niet zonder reden vragen.

„U kunt op me rekenen, dokter," zei hij.

„En ik zal niets vragen, voorloopig niet."

„Goed. Ik dacht wel, dat ik op u rekenen

kon. Wat ik van u verlang is dit: Neem een

iraard en een karretje, om my en Roode

Veder zoogenaamd naar Cedarhill, naar Pete

Sleevins te brengen. Als wy ongeveer in de

buurt van de hut van Grooten Jim zijn, moet

u zeggen dat het paard niet verder kan,

omdat de heuvel te steil is. En dan moet

je verder precies doen wat ik zeg."

Er kwam een glimp van belangstelling in

de oogen van den sheriff, toen dr. Brown

den naam van Grooten Jim noemde, maar

hij kon even goed zwijgen als de dokter.

„In.orde," zei hy alleen.

Een uur later, toen de avond reeds gedaald

was, klopte dr. Brown aan de deur van

Roode Veder's hut. De Indiaan deed open en

staarde wantrouwend naar de donkere ge-

daante voor zich.

„Roode Veder," zei de dokter zonder omwe-

gen, „er is iemand ziek op Cedarhill. Pete

Sleevins is het. De sheriff brengt er me in

een wagen heen, maar ik ben. bang, dat wij

den weg niet zoo goed naar Petes hut we-

ten. Ik heb gehoord, dat het verscheidene

mijlen van den grooten weg af is. Naar ik

vernomen heb, moet jy den weg goed ken-

nen, daar je een vriend van Pete bent. Wil

je met ons meegaan om ons den weg te

wijzen?"

Roode Veder keek langs den dokter met

al den angst van den Indiaan voor de duis-

ternis in zijn oogen. Hy hoorde den wind

gieren en zag dat het begon te regenen.

„Erg slecht weer," zei hy.

„Ja, het is erg slecht weer," zei de dokter

bruusk, „maar Pete is ziek en ik moet naar

hem toe. Heeft Pete je leven niet eens gered,

toen het ijs op de rivier onder je bezweek?"

Roode Veder richtte zich op. Er verscheen

een waardige uitdrukking op zyn koper-

kleurig gezicht toen hij zei: „Een Indiaan ver-

geet niet. Roode Veder gaat met u mee." Maar

zelfs terwijl hy dit zei, keek hy met bijgc-

loovige vrees den donkeren avond in....

„Goed. Over een kwartier ben ik terug."

Met stagen gang worstelde het paard, den

kop omlaag gehouden, tegen den storm in.

De mannen zaten dicht bij elkaar in het

open karretje, zonder een woord te spreken.

Ze sloegen den weg naar Cedarhill in en

het paard begon den klim naar boven. Er

was geen enkel teeken van leven te bespeu-

ren in de wildernis die zich aan alle kanten

om hen heen uitstrekte. Maar de wind, die

in de toppen der hooge pijnboomen gierde,

vervulde den avohd en den naderenden

- 24 -

nacht met allerlei geheimzinnige geluiden.

Dr. Brown kon voelen hoe Roode Veder

beefde en hy glimlachte van voldoening.

Langzaam trok het paard den wagen met

zyn last tegen den heuvel op.

Dr. Brown spande zijn oogen in om de

plaats te ontdekken, waar ergens de hut

van Grooten Jim moest staan. Even later

waren zy er vlak bij en hy gaf den sheriff

met zyn elleboog een teeken. Deze trok on-

middellijk hevig aan de teugels.

„Hè," riep hy, „wat een verschrikkelijk

weer. Dat arme dier kan haast niet meer.

Ik geloof niet., dat hy de hut van Pete Slee-

vins haalt." En inderdaad: het paard kwam

nog slechts met de grootste moeite vooruit.

Even later stond het met druipende flanken

en laag gebogen kop stil.

„Een mooie omgeving, om te stranden,"

zei de dokter ernstig. „Maar zijn we niet in

de buurt van de hut van Grooten Jim?"

vroeg hy, alsof hem plotseling iets te binnen

schoot.

Terwyl hy deze woorden zei, voelde hy

hoe Roode Veder naast hem een schok

kreeg. Hy kon bijna de bygeioovige vrees

vóélen, die door zijn lichaam voer.

„Ik geloof het wel," antwoordde de she-

riff. „Dat is een geluk. Er staat een schuur

naast de hut. We kunnen het paard daar

een oogenblik laten uitrusten."

Dr. Brown klom reeds uit den wagen.

„We kunnen niet verder gaan en we kunnen

hier niet blyven," zei hy. „Het eenige wat

wy kunnen doen is in de hut van Groote Jim

schuilen tot het paard weer verder kan. Ik

zal vóór gaan en den weg zoeken; volgen

jullie me maar."

Roode Veder, die bewegingloos was bly-

ven zitten, begon nu ook uit den wagen te

klimmen. -Hy beefde over zyn gansche

lichaam. „Ik kan niet naar de hut van

Grooten Jim gaan," zei hy half luid.

De dokter greep hem .bij den arm. „Wees

geen idioot. Je zoudt verdwalen in dat weer

en omkomen." Hij begon hem langs den weg

voort te duwen. Roode Veder probeerde

weg te komen, maar de dokter hield hem

stevig vast.

Moeizaam zochten zij hun weg, terwyl de

sheriff het paard leidde, dat met zijn hoeven

diep in den modder wegzakte. Plotseling

doemde de hut donker en dreigend voor

hen op. Roode Veder bleef als aan den

grond genageld staan. Verlamd van angst

staarde hy naar de hut. De wind gierde om

hen heen, sloeg de takken van de boomen,

en gierde in de toppen. Voor Roode Veder

was het zonder twijfel de stem van de ziel

van Grooten Jim, die treurend over zyn ver-

dwenen geluk in de buurt van zijn hut

rondwaarde.

De dokter trok Roode Veder ruw mee

naar de hut.


Jo«n El'Well «nd h«r ton. W«rn«r Brother»

Star. Appearing in „Th* Porftcl Spocimon".

helpt millioenen

in den strijd

tegen doffe,

verkleurde

tanden!

PEPSODENT is de

een ige tandpasta,

•waarin deze opzien-

barende . uitvinding

is toegepast, die de

tanden een verras-

sende nieuwe glans

geeft.

„Het is alsof een donkere wolk wegtrekt en de zon weer

doorbreekt!" - zóó gevoelen zich millioenen na hun

eerste proefneming met Pepsodent Tandpasta, waarin

IRIUM is toegepast. De werking van Irium is zoo doel-

treffend, dat het de fraaie natuurlijke glans, die velen

voorgoed verloren waanden, opnieuw te voorschijn brengt.

Het houdt de kiudertandjes gezond en sterk.

Dank zij IRIUM schuimtPepsodent heerlijk. Verfrisschend!

Oe groote tube in voordeeliger -

PEPSODENT TANDPASTA

de een ige met IRIUM

kreet van afschirw. De sheriff draaide zich

om en ook hij slaakte onwillekeurig een

kreet. In de schaduw van een der verste

hoeken had hij een glimp gezien van een

onwezenlijk gezicht. En in dat gezicht sche-

nen groote, zwarte oogen koortsachtig te

gloeien.

Roode Veder sloeg een hand voor zijn

oogen. „Groote Jim!" gilde hij. „De geest

van Grooten Jim."

Een ijzige kilte scheen door de aderen van

den sherlf te gaan. Zijn haar scheen omhoog

te rijzen op zijn hoofd, terwijl hij naar de

verschijning staarde. De dokter wendde zich

tot Roode Veder.

„Wat heb jij Grooten Jim gedaan?" vroeg

hij. „Wat hebjü Grooten Jim gedaan dat

zijn geest hier rondwaart en je beschul-

digt?"

])ii oogen van den Indiaan stonden glazig.

„Ik heb hem gedood! Ik heb hem gedood!"

kreunde hij. — Het schaduwachtige gezicht

in den hoek verdween in de diepste duister-

nis van het vertrek.

„Ja, jij hebt hem gedood, vermoord," ver-

volgde de dokter. „Jij hebt de witte boon

getrokken en hem doodgeschoten. Vertel

me: wat heb je gedaan oin te maken dat hij

volgens de wet sterven moest?"

Hoode Veder hurkte tegen den muur, ter-

wijl zijn oogen van angst in hun kassen heen

en weer rolden. „Ik heb hem gedood," hijg-

de hij steunend. „De oude vrouw. Blinden.

John en den kleinen Alee. Ik heb iets in

het water gedaan dat zij hebben gedronken.

Hun lichamen begonnen te kronkelen alsof

de Booze Geest er ingevaren was. De India-

nen zeiden: Groote Jim heeft gefaald.... Ze

zeiden dat hij moest sterven. En hij is ge-

storven."

De sheriff luisterde met steeds groeien-

den afschuw toe. Hij staarde

naar den dokter, maar deze

keek Roode Veder onafgebro-

ken in de oogen. En de oogen

van Roode Veder rolden niet

meer door hun kassen, maar

zij waren tot rust gekomen en

bleven als het ware in die

van den dokter staren.

„Ja, je hebt vergif in hun

water gedaan, en je hebt hen

gedood opdat het zou lijken

alsof Groote Jim had gefaald.

Waarom deed je dat, Roode

Veder?"

„Ik heb al dien tijd Mionca

liefgehad!" Deze woorden

klonken als een «liep en smar-

telijk gekreun.

„Hoe ben je aan het vergif

gekomen?"

„Smasher gaf het me.

Smasher had een hekel aan

Grooten Jim. Groote Jim had

hem neergeslagen. Smasher

heeft Roode Veder geholpen

om Mionca te krijgen."

De sheriff sloot even de

oogen toen de -waarheid in

haar vollen omgang tot hem

doordrong.

Dr. Brown richtte zich op.

„Dat dacht ik wel," zei' hij

„Maar ik had er geen bewijs

van." .Hij ging op de tafel zit-

ten, zijn blikken strak op

Roode Veder gevestigd. „Toen

mijn vrouw en ik hier kwa-

men om Mionca te bezoeken

en ze ons vertelde wat er

gebeurd was, wist ik, dat

die oude vrouw* en Blinde

John waren gestorven omdat zij vergiftigd

waren. Ik hoorde dat Roode Veder by hen

was geweest en natuurlijk verdacht ik hem.

Ik vertelde Grooten Jim hoe hij hen genezen

kon wanneer eenzelfde verschijnsel zich nog

eens voordeed en ondertusschen probeerde

ik uit te vinden wie de schuldige was. Of-

schoon ik Roode Veder verdacht, had ik

toch geen zekerheid. Ik informeerde ter-

loops eens wie er in de buurt vergif had

gekocht en hoorde, dat Smasher carbolzuur

had gekocht. Toen hoorde ik, dat er ruzie

was tusschen Grooten Jim en Smasher. Als

Groote Jim drie keer faalde, zou hij moeten

sterven. Het motief was er, en toen ik ver-

nam, dat Roode Veder Mionca eveneens had

begeerd, begreep ik, dat Smasher hem als

zijn werktuig kon gebruiken.

Omstreeks dien tijd stierf kleine Alee —

den derden keer dat de Medicijnman faalde.

Ik begreep het niet, want ik dacht dat Grocte

Jim een patiënt nu wel beter zou kunnen

maken als men hem vergif had toegediend.

Maar klaarblijkelijk had men het gegeven

terwijl Groote Jim weg was. En ik begreep,

dat ik hem alleen kon.redden indien ik kon

aantoonen, dat zij buiten zijn schuld gestor-

ven waren. Ik ging naar den coroner en

naar een der plaatselijke artsen en vertelde

hun wat ik vermoedde. Toen het avond was

geworden hebben wij het lichaam van den

kleinen Alec opgegraven. "VVe stelden vast,

dat hij door carbolzuur was gestorven. Ik

had nu bewijs genoeg om Grooten Jim te

kunnen redden en den volgenden ochtend

ging ik naar zijn hut om hem te zeggen een

bijeenkomst van de mannen van zijn volk te

beleggen, opdat wij hun de feiten zouden

kunnen vertellen. Maar het was te laat. Ik

kwam juist tijdig genoeg aan om er getuige

van te zijn dat hij werd doodgeschoten. Ik

26

besloot echter toch den schuldige te laten

boeten voor zijn misdaad. Ik wist hoe by-

geloovig de Indianen zyn en hoe ba


V

Getallenmozaïek uit

de Nieuwe Wereld

an een vriend hoorde ik, hoe men Amerikaan

wordt, en vol verbazing luisterde ik

toe, terwijl hij mij vertelde, hoe hij, In

New York aangekomen, zijn ouden hoed'dadelijk

in de Hudson wierp, naar den kapper ging

en zich voor twee dollar in een Amerikaan liet

veranderenl De rest ging in eenzelfde tempo.

Zoo leerde hij met opmerkelijke snelheid, dat

men lederen morgen in de ondergrondsche een

waren veldslag moet leveren, maar... dat men

zich daar nooit over ergeren mag; dat men in

een winkel den hoed afneemt wanneer er een

dame binnenkomt; dat men zijn beenen op een

stoel of bank mag leggen en met zijn sigaar

een gat branden in de krant van zijn buurman. En hij had weldra reuze plezier wanneer hij zonder

kaartje in de bus kon komen. Het zal wel geen maand geduurd hebben, of hij was een

volbloed-Amerikaan gewordenl

Veel interessants heeft hij me overigens nog verteldl Bijvoorbeeld, dat Broadway heelemaal

de moeite niet waard is. Er staan in het geheel slechts twee theaters, terwijl men algemeen gelooft,

dat het een ware aaneenschakeling van schouwburgen en dergelijke is. Ja, in de zijstraten,

déir staan de theaters en andere oorden van vermaak de een naast de ander, maar Broadway was

heelemaal niet zooals hij zich had voorgesteld. Broadway bleek slechts een begrip, waarin de

vreemdelingen zich het nachtleven van New York geconcentreerd denken,

Aan zulke begrippen | zitten trouwens meer wanbegrippen vast.

Zoo is bijvoorbeeld een zeer algemeen verbreid begrip H"

|^ beroemde Amerlkaansche vrijheid. Maar wanneer een nachtelijk*

zwerver zich, bij gebrek aan een beter onderdak, op een bank

in een park neer wil leggen, wordt hij door een dlenstdoenden

politieagent ruw bij den kraag gepakt. In Parijs heb ik eens kennis

gemaakt met Monsieur Rocher, den baardigen ouden bedelaar ar

van Notre Dame. lederen nacht sloeg hij zijn

leger op een bank van de Conciergerie op, daar

het riool, dat er onder stroomde er eenige warm-

te verspreidde, en hij sliep daar rustig, terwijl de

brandweerman, die in de buurt de wacht had, af en

toe 'n blik op zijn schamele eigendommen wierp!

Men noemt het ook „vrijheid", dat een vreem-

deling zich in New York niet bij de politie be-

hoeft te melden, doch men laat dan de keerzijde

der medaille bulten beschouwing! Jarenlang kan

men ongestoord in New York wonen, zonder dat

het iemand invalt te vragen, waar je vandaan

komt en wat je. er uit komt voeren. Dit Is ook

voor vele jonge menschen in Canada geen ge-

heim,'die vla den Niagarawaterval de Vereenigde

Staten ongezien probeeren binnen te komen.

Maar ze weten blijkbaar niet, dat, wanneer zij

zich eenmaal zonder toestemming in het be-

loofde land ophouden, zij voor de rest der

samenleving practisch gestorven zijn, Wanneer

zoo'n „onbekende" tien jaar later een auto-

ongeluk krijgt en de politie bijvoorbeeld wil

weten aan wien de verzekeringsmaatschappij

moet betalen, dan blijkt oogenblikkeljjk, dat hij

geen papieren heeft, en al heeft hij dan kans ge-

zien om in die tien jaar eigenaar van twintig

huizen te worden, dat helpt niets, hij moet twee

jaar zitten, en wordt daarna zonder pardon naar

huis teruggezonden. Bovendien komt hij op de

zwarte lijst en mag hij nimmer in zijn leven meer

het grondgebied der Vereenigde Staten betreden!

Een andere vorm. der Amerlkaansche Vrijheid

is, dat er bij het vuurwerk ter gelegenheid van

het vrijheidsfeest, gemiddeld vijftig menschen- om

het leven komen. Dit volksfeest heeft werkelijk

„Amerlkaansche" afmetingen en op een paar

menschenlevens meer of minder komt het blijk-

baar niet aan.

Het overtreft nog steeds iedere voorstelling,

hoe kinderlijk de Amerikanen zijn. Voortdurend

moeten zij iets hebben om mee te dwepen. In

de eerste plaats komt hier natuurlijk de filmster

van het seizoen voor in aanmerking, maar vaak

kiezen zij ook een idool uit hoogere kringen.

Bijvoorbeeld de nog steeds als het voorbeeld

der mannelijke elegance geldende vroegere

Eduard VIM. toen de Amerikanen op zekeren dag

ontdekten, dat hij een witten hoogen hoed droeg,

raakten de New Yorksche hoedenfabrikanten in

de eerste week honderdduizend van dergelijke

hoofddeksels kwijt aan de goedgekleede „jeu-

nesse dorée"

Het is typeerend voor de onschuldige inborst

van den Amerikaanschen burger, dat hij iedere

reclame, hoe overdreven ook, gelooft en er des-

noods „invliegt". Sedert Mister Barnum heeft

iedere „handige jongen" met goede ideeën mil-

lioenen verdiend, hetzij hij er een nieuw soort

sokophouder of een haargroeimiddel „in" wilde

brengen, of nog iets anders.

In Amerika Is reclame alles. Het is een waar

panacee. Zelfs de meest verwaarloosde artikelen

worden gretig gekocht, wanneer de reclame zich

er over ontfermt. Reclame is als een tooverkruid.

/SWHCUVOPK/

dat nooit te duur betaald kin worden. In het af-

geloopen jaar werd er In Amerika alleen voor

reclame 565 millioen dollar uitgegeven!

De bestrijding van de misdaad kost Amerika

leder jaar eveneens een fabelachtig vermogen,

ongeveer dertien milliardl ! Desondanks is men er

toch niet in geslaagd den misdadigers de baas

te worden. Integendeel, zou men bijna zeggen,

wanneer men het steeds toenemend aantal mls-

'daden beschouwt, die helaas ook reeds in Europa

school maken!

Bekend is ook de eerbied en achting waarmee

in Amerika de vrouwen worden behandeld. Zij

worden" door de mannen op een waar voetstuk

geplaatst, op een heel hoog zelfs. Zij hebben

echter in het afgeloopen jaar tezamen voor drie

milliard dollar aan schoonheidsmiddeien gebruiktl

Het voornaamste kenmerk van Amerika en

vooral van New York is het haastige tempo,

waarin alles plaats vindt en waaraan in het laat-

ste jaar alleen door auto-ongelukken 33061 men-

schen ten offer vielen. Hoe groot dit getal is,

kan men zich misschien eerst recht Indenken,

wanneer men weet, dat er in den Wereldoorlog

totaal 37538 Amerikanen zijn gesnewveld. Dat Is

Amerika .. .

En dit is New York:

In New York zijn 188 wolkenkrabbers van meer

dan tien verdiepingen. .

In New York wonen

meer Italianen dan in

Rome, meer leren dan in

Dublin, meer Duitschers

dan in Bremen en 'n tien-

de gedeelte van alle Jo-

den der wereld.

In New York zelf —

zondef de voorsteden —

wonen zes en een half mil-

lioen menschen, waarvan

meer dan twee millioen

vreemdelingen.

New York heeft twee-

duizend schouwburgen en

bioscopen, en vijftienhon-

derd kerken.

New York heeft meer

telefooncentrales dan Lon-

den, Parijs, Rome, Berlijn

en Leningrad tezamen.

Op de Park Avenue te

New York wonen driedui-

zend milllonnairs.

Om de zes minuten,

wordt er 'n kind geboren.

Om de dertien minuten

wordt er een huwelijk ge-

sloten.

Om de eenenvljftig mi-

nuten komt er een nieuw

bouwwerk klaar.

Dagelijks verkeeren

driehonderdduizend vree

delingen in de stad.

New York heelt 76520 taxi's.

Om de tweeënvijftig seconden komt er een

sneltrein aan.

Om de twee uur landt er een oceaanreus.

Om de tien minuten wordt er een nieuwe

zaak geopend.

1. Een oude-bandenopslagplaats op een Amerf-

kaansch autokerkhof.

2. Reclame, reclame! Een wolkenkrabber van

oude banden, die als reclamezuil dient.

3. In Amerika geschiedt alles in het groot. - Een

massavergadering in de open lucht.

4. Kinderwagens aan den loopenden band. Daar

er in New York om de zes minuten een kind

wordt geboren, is het zeer lucratief een kinder-

wagenfabriek of -zaak te bezitten.

5. New York bij avond. - De vergulde koepel

van het nieuwe New York Central Building ver-

i licht v ,


In bijgaande teekening

zijn eenige, zoo goed

mogelijk verborgen, fou-

ten aangebracht.

Wie van onze speur-

ders ziet kans, ze alle

te vinden?

Wij zullen weer een

prijs van f 2.50 benevens

twee troostprijzen ver-

deelen onder hen, die

ons een juist antwoord

zenden. De verdeeling

der prijzen geschiedt op

een manier, waarbij alle

inzenders van goede op-

lossingen gelijke kansen

hebben op het verkrijgen

van een der prijzen. U

gelieve uw antwoord in

te zenden voor 20 April

aan Mr, Detective, Gal-

gewatèr 22, Leiden, Op

y^fr* 1

Alleen Lux is het veilige wasmiddel voor wollen dekens, want

LUX LOST VIJF KEER VLUGGER OP DAN

ZEEPPOEDERS EN GEWONE VLOKKEN!

gij het wassen van wollen dekens blijven meestal

onopgeloste zeepdeeltjes in het weefsel achter.

Daarom worden, ondanks alle zorg bij het wassen,

de wollen dekens viltig en hard, terwijl ze boven-

dien krimpen. Met zeeppoeders en gewone vlokken

loopt U de kans, dat de zeep

niet volledig is opgelost als U

begint te wassen. In het sop

drijven dan onopgeloste zeep-

deeltjes, zo klein, dat U ze haast

niet voelt. Ze blijven in de wol

achter en met spoelen krijgt U

ze er niet uit. Deze achtergeble-

ven zeepdeeltjes zijn het, die

zoveel wollen dekens bederven.

Vermijd het gevaar van on-

opgeloste zeepdeeltjes. Gebruik

Lux voor het wassen van wol-

len dekens.

Lux spotli bovendien beter uit.

Lux lost in één of twee seconden

geheel en al op en het blijft

opgelost, zelfs in koud water! U

loopt geen kans, dat er ook maar

één gekruld Lux ruitje onopge-

lost blijft. In Lux gewassen

dekens behoeven maar twee of

drie maal te worden gespoeld.

briefkaart of enveloppe duidelijk vermelden: Amateur-Detective 20 April.

Deze luidt:

OPLOSSING VAN HET GEHEIMSCHRIFT-PROBLEEM

De cijfers stellen de letters van het alphabet voor, gesplitst in twee groe-

pen, van M tot A 1-13, en van Z tot N 14-26. In de door cijfers weer-

gegeven woorden zijn de klinkers echter weggelaten. Vult men, na de

cijfers door de correspondeerende letters te hebben vervangen, deze in, —

hetgeen niet moeilijk is - dan krijgt men als oplossing: Kom morgenavond

afgesproken tijd niet. Verraden. Lange Jan.

De hoofdprijs van f2.50 werd deze week gewonnen door mejuffrouw

D. Blewanus, Amsterdam. De troostprijzen werden verworven door den heer

J, Houwing, Blijham en den heer Van Wijk, Amsterdam,

Maar met gewone zeeppoeders en zeepvloklten

bent U er nooit zeker ran, dat alle zeep er

alt I; hoe raak U ook spoelt. Zeik al is het

water helder, toch kunnen er nog onopgeloste

zeepdeeltjes in de dekens achtergebleven zijn.

Lux betaalt zichzelf!

Wollen dekens blijven zachter

en gaan langer mee, als ze in Lux

gewassen zijn. En toch is Lux in

het geheel niet duur, Het stan-

daardpak kost slechts-12i et,

terwijl bet reuzenpak met meer

dan de dubbele inhoud slechts

25 et. kost. Bovendien bevat

het standaardpak nog een brei-

patroon en het reuzenpak 2

breipatronen!

En... Uheeft

nog een bon

voor fraaie

geschenken.

HIT It VKKIIItDf

ZUINtOHilO HTS

ANRiRS Ti «i.

•HUIK IN DAN LUX

IUX WOUOT HOOIT LOS VWKOCHT

LOSM nsrvtonuN ZUN OHH LUX

LX 71 •0141

- 30 —

wordt de deken luchtig geklopt of geborsteld

e oor "cm

CORRESPONDENTIE

Mevr. G. J.-D. te A.-Wollen dekens

moeten met de meeste zorg worden

gewasschen om teleurstellingen te voorkomen.

Het beste is wel, hiervoor een

Lux-sop te gebruiken. Men neemt een

flinke teil en vult deze met lauw water.

Het water mag volstrekt niet heet zijn.

Heeft men bijvoorbeeld 35 L. water

noodig, dan neemt men 30 L. koud

water en 5 L'. kokend water (ongeveer

2 fluitketels). Voor een 1-persoons

deken zal men ongeveer 35 liter en

voor een 2-persoons deken circa 50 L

water noodig hebben.

Indien het water in Uw streek hard

is, dan verdient het aanbeveling, dit te

ontharden door op 30 L. water 1 afgestreken

lepel gewone kristalsoda en

voor 50 L. l'/j lepel toe te voegen.

Hierna strooit men de Lux in 't waschwater

en maakt een goed vet sop. Dan

wordt de deken droog in het sop gedaan

en voorzichtig heen en weer gehaald.

Men late de deken vooral niet

te lang In hel sop staan. Hierna wordt

de deken gespoeld in water van dezelfde

temperatuur als het waschwater,

net zoo lang tot het spoelwater helder

blijft. Het verdient aanbeveling, de

deken daarna nog eens op te spoelen

met koud water, waaraan wat azijn is

toegevoegd. Dit maakt de kleuren weer

mooi frisch. Bij het uitwringen van de

deken moet de uiterste zorg worden

betracht om te voorkomen, dat de

deken uit het model rekt of de draden

worden gebroken. Het beste is, de

deken te laten uitdruipen over 'n droogrek

en nadat er geen water meer uitdruipt,

de deken uit te spreiden op een

laken en er het water uit te persen.

Hierna - dus nadat de deken zooveel

mogelijk van alle water is ontdaan —

kan men de deken over een droogrek

drogen. Het drogen moet niet worden

geforceerd en dus niet plaats vinden bij

een warme kachel. Het beste gebeurt

dit drogen in de buitenlucht (niet in de

zon) of op een zolder. Na het drogen

Mevr. H. te B, - U kunt de eieren inmaken, zooals veel gedaan wordt

door de gelukkige bezitters van goed leggende .kippen. Voor het inmaken

moet U echter uitsluitend zeer versehe en schoone eieren gebruiken. U

doet ze dan in inmaakpotten of glazen in een ruime hoeveelheid waterglas,

die verdund is met tien maal zooveel water. Het verdient aanbeveling de

glazen of potten met een deksel of iets dergelijks van de lucht af te sluiten

om het spoedig vast of troebel worden van het waterglas - door de in-

werking van de lucht — te vermijden.

J. M. K. te S. - Een oud, beproefd middel tegen roos is een massage

met brandewijn. Tweemaal per week bijvoorbeeld wrijft U met de vinger-

toppen de hoofdhuid grondig in met een weinig brandewijn. Na korten tijd

reeds zult U een verbetering constateeren.

B. H. te A. - Men kan op de volgende manier een stof waterdicht

maken: Men legt haar in een verzadigde oplossing van aluin en laat haar

hierin minstens vier en twintig uur staan. De stof daarna uit de vloeistof

nemen en zonder uitwringen laten drogen, - Een regenjas kunt U echter

ook met betrekkelijk weinig kosten in een stoomerij waterdicht laten maken,

waarbij U dan het voordeel hebt, dat het kleedingstuk tevens weer geheel

opgeperst wordt.

Mevr. H. v. S. te A. - Er staan eenige alleraardigste patroontjes voor

kraagjes in haak- en breiwerk in No. 41 van „Het Rijk Her Vrouw". Als

rugkleedje voor een crapaud heb ik een linnen kleedje met gehaakten rand

gevonden in No. 33. Zal ik U deze nummers toezenden? De kosten be-

dragen f 0.10 per nummer. U gelieve mij'dan nog even te schrijven of U

een der nummers of alle twee wenscht te ontvangen.

Mej. J. v. D. te S, - Toen ik Uw tweeden brief ontving was mijn ant-

woord aan U juist in het vorig nummer afgedrukt. U hebt eventjes geduld

moeten hebben, daar er nog andere leden van de Voor U-Club voor U

aan de beurt waren. Ik hoop, dat U baat vindt bij het recept.

De Secretaresse van de VOOR U-CLUB, Galgewater 22, Leiden.

1. Terwijl hij de lamp zoo hoog mogelijk vasthield,

ging Peter de trap af, die naar het donkere ruim van

het oude schip leidde. Dot liep een beetje angstig vlak

achter hem aan. Ze hadden ailetwee een geluid in het

ruim gehoord en Peter, die er van overtuigd was, dat

er iemand rnoest zijn, was vastbesloten uu te zoeken

wie het geluid had veroorzaakt.

4. Peter trok zijn zusje achteruit, maar toeu hij opkeek,

zag hij dat er een klein hondje uit de kist sprong. Dot

ging er dadelijk op af en pakte het diertje op. ,,Hij

is natuurlijk van het hondenbrood gaan eten, dat er

in zit, kijk maar!" Dot was geweldig blij met het hondje

en ze dacht, dat het wel een goede kleine kameraad

zou zijn.

7. Peter zei, dat Bobbie nu voorgoed bij hen behooide

en dat hij in het vervolg al hun avonturen moest deelen.

Ze waren intüsschen al weer vlak bij het kleine huisje

aangeland en Peter zag het al door de struiken sche-

meren. Eensklaps ging zijn mond wijd open van ver-

bazing, want er ging juist een man naar binnen. Dot

■ag hem ook.

Abonné's op dit blad, welke in onze registers zijn

ingeschreven en in het bezit zijn van een door

onze administratie afgegeven polis, zijn gratis ver-

zekerd volgens polisvoorwaarden: f. 2000.— bij

levenslange invaliditeit; f, 000— bij overlijden;

f. 400.— bij verlies van een hand, voet of oog;

f. 75.— bij varlies van duim of wijsvinger; f. 30.—

bij verlies van een anderen vinger, een en ander

DE VLIEGAVONTUREN VAN PETER EN DOT Vervolg — ^—*,

2. Toen ze eenmaal beneden beland waren, ontdekten

ze in het flikkerend licht van de olielamp een groot

aantal kisten, die hoog boven elkaar opgestapeld waren.

Het was er akelig donker en nu ook doodstil. Plotse-

ling echter begon er een van de kisten té bewegen.

De kinderen staarden elkaar hevig verschrikt aan. wat

zou er nu gebeuren?

5. Peter keek in de andere kisten en tot zijn groote

vreugde bemerkte hij, dat er een heeleboel etenswaren

in zaten. Ze hoefden nu ten minste niet bang te zijn,

dat ze van den honger zouden omkomen, want ze

hadden nu voorraad genoeg. „Vooruit, Dot, we zullen

alvast wat meenemen," en hij begon met behulp van

zijn zusje dadelijk een blik te vullen.

ö. De kinderen wisten niet, dat er nog iemand anders

op het eiland was. Ze dachten, dat ze het heelemaal

voor hen alleen hadden. Maar nu merkten ze, dat ze

het bij het verkeerde eind hadden gehad. Ze waren

zoo geschrokken, dat ze niet naderbij durfden komen.

Angstig keken ze toe en zagen hoe de man er aan

den anderen kant weer uitkwam.

ten gevolge van een ongeval. Is het ongeval een

gevolg van een aan een personentrein, tram of

autobus enz. overkomen ongeval, waarin verzekerde

als gewoon betalend passagier reist, dan wordt

de uitkeering bij levenslange invaliditeit gesteld op

/°. 3000.—en de uitkeering bij overlijden op ƒ, 1000..—

De uitkeering dezer bedragen geschiedt door de

NIEUWE HAVBANK N.V. te Schiedam.

— 31 -

3. Toen de kist in beweging kwam, hoorden ze wee,

hetzelfde krakende geluid, dat ze boven ook al ver-

nomen hadden. Peter wilde er op toe loopen, maar Dot

hield hem aan zijn arm tegen. ,,£i zit iemand in die

kist," fluisterde ze. ,,Pas toch een beetje op. Wie weet

wat er kan gebeuren als je er te dicht bij komt." Op

dat oogenblik viel de kist.

6. Dot nam voor het hondje ouk nog een bus met

hondenbrood mee en daar gingen ze weer naar hun

huisje. Onderweg besloten ze het hondje Bobbie te

noemen. Nu begrepen ze pas hoe het kwmn, dat de

radio in een van de kajuiten had aangestaan. Het hondje

was natuurlijk tegen den knop aangeloopen en daar-

door was het contact gemaakt en de radio gaan speler

,,De Zilveren

Ster" natuurlijk!

9. Hij was blijkbaar erg verwonderd, dat hij daar

binnen niemand had gevonden. En hij wildejuist weer

weggaan, toen zijn vriend kwam aanrennen en hem

toeriep, dat hij een vliegmachine had ontdekt. Peter

schrok geweldig. Dat was natuurlijk „De Zilveren

Ster".

Wordt vervolgd

Denk er otn bij een eventueel ongeval binnen

3 x 24 uur aan het kantoor der N.V. Nieuwe

Havbank te Schiedam daarvan kennis te

geven, ook al meent U, dat de directe ge-

volgen niet ernstig kunnen zijn. Anders

vervalt het recht op uitbetaling.


H il**:!^'■■

«««LOK

■■*■■. u

acM uU a teS , r ,ten W * Wd


Heinrich George als Pedro Crespo in „Richter von Zalamea", dat in ons land door het Ensemble

van het Schiller-Theater te Berlijn wordt opgevoerd.

J

GESPREKKEN

mei-mijn vriend

PIETEMEH

s de bekende dirigent Leopold Sto-

kowski al eens eerder in een film

opgetreden of maakte hij in „Honderd

mannen en een meisje" zijn filmdebuut?"

„Neen, waarde vriend, Leopold Stokowski

en zijn orkest zijn voordien al te zien en te

hooren geweest in de Paramount-film „Big

Broadcast". De opname van dat enorme orkest

en zijn beroemden dirigent is echter ietwat

eigenaardig in zijn werk gegaan.'

„Hoezoo?"

„Men had in Hollywood namelijk geen stu-

dio met een zoodanige acoustiek, dat men er

het geluid van het enorme orkest kon op-

nemen."

„Wat heeft men toen gedaan?"

„Men stuurde den opname-staf naar New

York, maakte daar de geluids-opnamen en foto-

grafeerde het orkest later in den studio te Hol-

lywood!"

„Men schijnt te Hollywood niet op geld en

ünoeite te kijken als men ergens zijn zinnen op

heeft gezet."

„Och, Pietersen, de prijs, dien een Holly-

woodsche studio voor iets betaalt, komt precies

overeen met den factor, hoe noodig men dat

iets heeft. Ik zal je een voorbeeld noemen. Om

weer bij de Paramount te blijven, men had bij

deze maatschappij er zijn zinnen op gezet de

beroemde operazangeres Kirsten Flagstad van

de New Yorksche Metropolitan in een nieuwe

film te laten optreden. Ze kon echter niet in

Hollywood komen en dus gingen de studio's

naar haar! Er werd een complete set gecon-

strueerd en naar New York verscheept. Verder

ging er een groep technici, camera-mannen en

belichtingsmenschen naar den metropool, waar

de opnamen gemaakt werden."

,,Ja, ja, eenvoudig de geschiedenis van Mo-

hammed en den berg. Maar wat ik je ook nog

vragen wou, is het waar dat er een nieuwe

filmschool in ons land is opgericht?"

,,Ja, Pietersen. Hoewel er op 't oogcnblik

absoluut geen leven zit in de Nederlandsche

filmindustrie en onze twee studio's alleen nog

maar bevolkt worden door muizen en spinnen,

hebben cenige „vakmenschen" den moed gehad

een Nederlandsche Filmschool te stichten. Zij

zeggen echter zelf: ,,Wij kunnen onzen leer-

lingen geen engagement als acteur of actrice

garandeeren. Wij kunnen hun ook geen talent

schenken. Wel kunnen wij bij gebleken be-

kwaamheid en voldoende vorderingen onzen

invloed in de internationale filmwereld aanwen-

den, om de verworven kennis in de practijk te

brengen. De bekwaamste internationale produ-

centen, regisseurs en managers behooren tot onze

vrienden en zoeken steeds nieuwe talenten." Op-

recht nietwaar, Pietersen?"

„Ja, dat vind ik ook, je kent toch het ge-

zegde: van je vrienden moet je 't maar hebben.

Wat kost een cursus?"

„Het schoolgeld bedraagt honderd gulden,

de cursus duurt drie maanden."

„Vertel me nou rtog even wie de directie

uitmaakt."

„Christine van Meeteren, Kurt Gerron en

Dr. G. Goldbaum."

„Eerlijk gezegd, ik geef ze niet zoo heel

veel kans!"

NIEUWS UIT DE

STUDIO'S

Hilde Krueger en Otto Wenicke werden door

regisseur Harald Paulsen voor de film „Eine Frau

geht in die Tropen" geëngageerd. Hans Conrad!

is productieleider, Cart Drews staat aan de camera.

Theodor Loos zal een der hoofdrollen vervuilen

in de Terra-film „Geheimzeichen LB 17".

Rosella Towne, Mary Magulre en Ronald Rea-

gan spelen belangrijke rollen in de Warner Bros-

film „Student nurse".

Nunzio Malassomma zet de rolprent „Zwarte

orchideeën" in scène. De vrouwelijke hoofdrol

wordt uitgebeeld door Olga Tschechowa.

Thea von Harboa, de ex-echtgenoote van den

filmregisseur Fritz Lang, heeft het draaiboek ver-

vaardigd voor „Die Frau am Scheidewege". Regis-

seur is Joseph von Baky; de hoofdrollen zijn in

handen van Magda Schneider en Karin Hardt.

Gustaf Gmendgens werd door regisseur Karl

Ritter als hoofdrolspeler aangewezen voor de

film „Een glas water". Alois Melichar componeert

de muziek voor deze rolprent.

Jean Mihail, een bekende Roemeensche film-

regisseur, zet de film „Parade der melodieën" in

scène.

DavidMacDonald regisseert in de Pinewood-Stu-

dio's in Engeland de rolprent „A spot of bother".

Robertson Hare, Alfred Drayton 'en Sandra Storm

hebben de hoofdrollen op zich genomen.

Dr. Noelting heeft het scenario geschreven voor

de Ufa-film „Fortsetzung folgt".

Änatole Litvak vervaardigt momenteel te Holly-

wood de film „The amazing Dr. Clitterhouse".

Edward G. Robinson, Humphrey Bogart en Claire

Trevor vertolken de belangrijkste rollen.

Wayne Morris werd door Warner Bros aange-

wezen om de hoofdrol uit te beelden in „Glit-

ter", een film welke gemaakt zal worden naar een

novelle van Katherine Brush.

Ralph E. Vanloo schrijft het scenario voor de

i' Bavaria-film „Fasching".

Pat O'Brien vervult een belangrijke rol in de

film „Three cheers for the Irish", een film, geba-

seerd op een origineel verhaal van Earl Baldwin,

die eveneens het scenario in elkaar heeft gezet.

Helen Mackellar is een groote rol toebedeeld

in de Warner Bros-film „Crime school", waarin

ook Humphrey Bogart en Gloria Dickson optreden.

Jane Bryan werd voor de rolprent „The sisters"

geëngageerd.

Gabin als Pepél

jeroemde gelijknamige tooneelstuk

van

MAXIM GORKY

Regie van JEAN RENOIR D.L.S.-FILM

Pepél Jean Gabin

De Baron • Louis Jouvet

Wassilissa Suzy Prim

Nastia Jany Ho t

Kostilef Wladimir Sokolotf

nie Astor

Natasja J"

In het armzalige nacht-asyl van Kostilef, den

woekeraar en heler, leiden eenige menschetijke

wrakken een droef bestaan.. .

Onder deze ongelukklgen leeft er een jonge

HACUT'

ASYL

en krachtige man, Pepél. Hij is een dief,

zooals zijn vader er een was, maar in zijn

hart is hij niet slecht.

Er zijn twee vrouwen hier, die invloed op

hem uitoefenen, de eene ten goede, de

andere ten kwade. Wassilissa, de vrouw

van Kostilef, heeft een slechte inborst, ter-

wijl de teere Natasja, haar zuster, ten slotte

van Pepél een beter mensch zal maken.

Doch in den aanvang van het verhaal weet

de jongeman nog niet wie van deze twee

vrouwen hij zal kiezen.

Tijdens een nachtelijke expeditie komt

Pepél in aanraking met een Baron, die doq£

zijn speelzucht van geld en goed is be-

roofd. Er ontstaat een groote sympathie tus-

schen den inbreker en den Baron. Laatst-

genoemde vindt het zeer komisch, dat er bij

hem wordt ingebroken op den vooravond

van den dag, waarop de deurwaarders zijn

ganschen inboedel zullen verkoopen. De

Baron daalt af tot het niveau van het nacht-

en de dief zal er boven uit stijgen.

Dit is een gevolg van de reinigende liefde,

welke er van de onschuldige Natasja uitgaat.

Wassilissa en Kostilef willen het jongemeisje

dwingen te huwen met den inspecteur van po-

litie, dien Kostilef noodig heeft om zijn helers-

practijken te verbergen. Natasja, zich nauwelijks

bewust van haar gevoel voor Pepél, verzet zich

tegen dit huwelijk, maar wordt gedwongen er in

toe te stemmen op een Zondagmiddag met den

inspecteur uit te gaan. Deze laat haar te veel

drinken, zoodat haar weerstandsvermogen ver-

zwakt, doch Pepél maakt met geweld een einde

aan dit tête-è-tête. Thans Is hij er zeker van, dat

hij Natasja liefheeft. De politieman beklaagt zich

bij Kostilef en deze,

dol van woede, ranselt

zijn schoonzusje af en

wil haar dwingen haar

excuses te gaan maken

bij den inspecteur. Op

haar hulpgeroep komt

Pepél haar ontzetten.

Hij jaagt den woeke-

raar voor zich uit, die

naar de binnenplaats

Suzy Prim als

Wassilissa.

vlucht. Doch de dHr verzamelde bewoners van

het nacht-asyl versperren hun beul den weg. Zij

werpen zich op den- geheten uitzuiger, over-

dekken hem met slagen en ten slotte geeft de

onmensch den geest.

Wassilissa, die het niet verkroppen kan, dat zij

Pepél heeft verloren, beschuldigt hem tegenover

de politie van moord en de jongeman wordt

gearresteerd.

De liefde van Natasja is groot genoeg om haar

te doen wachten op den dag, waarop Pepél uit

de gevangenis zal worden ontslagen. Als de be-

vrijding is ge-

komen, trek-

ken zij vol

moed een

nieuw en beter

leven tege-


fy/^e^OiMfa I^TS^J/

A. P. F. A. te 's-Gravenkage. Joan

Crawford en Franchot Tone spelen samen

in „The bride wore red". Georg Alexander

werd den 3den Maart geboren. Zijn eerste

vrouw was de filmactrice Aud Egede

Nissen. Zijn eerste succes oogstte hij in

de film „Der Mann ohne Namen", waarin

hij de rol van Dobby Dodd vervulde.

F. L. te Utrecht. Clive Brook werd

den isten Juni te Londen geboren. Yola

CfAvnl heeft het levenslicht den Ssten

April te Reisel aanschouwd. Kaethe Dorsch

is den agsten December jarig. Zij is met

den filmacteur Harry Liedtke getrouwd

geweest.

R. D. H. te Amsterdam. James Cagney

kunt u schrijven p.a. Warner Bros-Studio's,

Burbank, Californië. In het Engelsch

schrijven en niet vergeten voor foto drie

antwoordcoupons in te sluiten.

W. v. d. G. te Vlissingen. Hierbij de

gevraagde adressen. Heinz Ruehmann,

Trabener Strasse 35, Berlijn. Mae West,

545! Marathon Street, Hollywood. Rose

Stradner, Metro-Goldwyn-Mayer-Studio's,

Culver-City, Californië.

N. d. G. te Amsterdam./Itóm:/^ Sc/r oeT?-

hals is den 7den Maart jarig. Hij woont

Rohlfstrasse 20, Berlijn. Renate Mueller

was niet getrouwd. John Barrymore is

den 1 sden Februari te Juanita Quigley

geboren. Hij is getrouwd.

B. R. T. te Rotterdam. Hierbij de ge-

vraagde verjaardagen. In 't vervolg s.v.p

niet meer dan drie vragen per week.

Maureen O Sullivan 17 Mei. Hansi Knoteck

2 Maart. Robert Taylor 5 Augustus. Luis

Trenker 4 October. Maria Koppenhoefer

11 December. Albert Matter stock 13 Sep-

tember. Ken Maynard 2ï Juli. Charlotte

Susa 1 Maart.

ONZE WEKELIJKSCHE

PRIJSVRAAG

Vraag vierhonderd negen en zeventig

Wat waren de Asen?

Wij stellen een hoofdprijs van ƒ 2.50 en

vijf troostprijzen beschikbaar om te verdeelen

onder hen, die vóór 26 April (abonné's uit

overzeesche gewesten vóór 26 Mei) goede op-

lossingen zenden aan ons redactie-adres: Gal-

gewater 22, Leiden. Op briefkaart of enveloppe

gelieve men duidelijk te vermelden: Vraag 479.

DE OPLOSSING

Vraag vierhonderd vijf en zeventig

Palaeontologie is de leer van de voorwereld-

lijke levensvormen, palaeographie is de leer der

oude schriftscorten.

De heer E. W. Maartense te Vlissingen ver-

wierf met de juiste oplossing van deze vraag

den hoofdprijs, terwijl de troostprijzen ten deel

vielen aan den heer J. de Vaal te Zwolle, me-

vrouw H. Rijkebusch te Den Haag, mejuffrouw

M. v. d. Vlugt te Den Haag, den heer Joh.

H. Mooyman te Amsterdam, den heer C. J.

Vis te Amsterdam.

VALL€N

Enkele jaren geleden circuleerde er

een bericht door de Nedcrland-

sche pers, waarin een geneesheer

in Gelderland de menschheid er op

opmerkzaam maakte, dat zij de kunst

van ... vallen zoo slecht verstond. Zich

eenmaal op het standpunt stellend, dat

het uitglijden en vallen klaarblijkelijk af

en toe niet te vermijden was, was deze

dorpsdokter van meening, dat indien

er dan tóch gevallen werd, men het

wel een beetje béter kon doen. Beter

in dien zin, dat men het zoo aanlegde,

dat men er niet met verstuikte of ge-

broken ledenmaten afkwam. Deze aescu-

laap liet het niet bij een complete val-

theorie, neen, hij ging verder en kwam

tot demonstraties, zoodat we plaatjes

in de krant kregen van dezen dokter,

terwijl hij opzettelijk tuimelingen maakte

uit een pruimeboom en van het dak

van zijn schuur. Hij kwam er heelhuids

af en weet dit succes aan de wijze,

waarop hij zich gedroeg tijdens zijn val.

Hij gaf daarbij nog enkele stellingen

aan voor fruitplukkers (die uit een

pruimeboom zouden kunnen glippen) en

leidekkers (die van het- dak van een

schuur zouden kunnen slieren) en ver-

klaarde, dat elke afzonderlijke valpartij

ook weer zijn eigen techniek heeft, aan

de band waarvan hij een studieboek

aankondigde, dat echter voor zoover

ons bekend, nimmer is verschenen.

Nieuwe feiten vroegen de aandacht,

maar toch moesten wij aan dezen braven

Dr. Jonckbloet terugdenken in verband

met Joan Davis. Het is aannemelijk,

dat onze acsculaap Joan Davis niet

kent en het is nog veel waarschijnlijker

dat Joan Davis nog nooit gehoord heeft

van dien Gelderschen dorpsdokter. Maar-

een punt van overeenkomst bestaat er

tusschen hen beiden: zij zijn allebei spe-

cialisten in de kunst van "het vallen en

laten zich tuimelen, waar dat zoo pas

geeft; de dokter op een pers-demon-

stratie en Joan Davis op de film.

De dokter had pruimenplukkers,

schoorsteenvegers en dergelijken op het

oog, die bij de uitoefening van hun be-

roep abusievelijk en onwillekeurig zou-

den kunnen neerploffen. Joan Davis

daarentegen heeft zichzelf op het oog,

bepaaldelijk in de 20th Century-Fox-

film „Drie malle invallers" '(„Life

begins in college") en zij valt aller-

minst bij ongeluk doch volmaakt op-

zettelijk.

— Vallen is een kunst! zegt zij, vol-

maakt gelijkluidend aan des dokters

woorden en zij bedoelt er mee: ten

minste als men niets wil breken of

verstuiken.

In die edele kunst heeft zij het vér

gebracht; zij valt niet alleen, maar zij

valt bovendien komisch' — in welk -op-

zicht zij een voorsprong heeft op den

Gelderschen arts. Maar beiden vallen

goed, vallen sportief, doelmatig, men

zou bijna zeggen hygiënisch.

ANS SE

had zich eens laten verleiden geld aan zijn

buren te leenen.

„Heb je daar nog wel eens iets van

gehoord ?" vroeg hem op zekeren dag

een vriend.

„O, ja zeker. Ze hebben er een radio

van gekocht!"

„Wat geef je me als ik niet aan vader

vertel, dat je gerookt hebt?" vroeg het

jongetje aan zijn ouder broertje.

„Het gaat er niet om wat ik zal geven

als je het niet vertelt, maar wat je krijgt,

als je het wèl doet," antwoordde deze.

Smit zou naar Australië gaan. Op weg

naar de boot kwam hij een ouden kennis

tegen. „Waar ga jij naar toe ?" vroeg deze.

„Naar Australië."

„Zoo," antwoordde de kennis, „dan loop

ik een eindje met je meel"

Er kwam een vrouw het huis uitrennen,

die gilde: „Brand!" Een voorbijganger

snelde naar de brandschel, terwijl een

ander het huis inging. Daar hij echter

nergens vuur of rook zag, vroeg hij waar

de brand was.

„O, ik bedoelde geen brand! Ik bedoel

moord!"

Toen kwam er een politieagent, die vroeg,

wie er vfermoord was.

„O, ik bedoelde niet écht moord, maar

de grootste muis, die u ooit hebt ge-

zien, liep daarnet door de keuken!"

Op den eenzamen donkeren weg naar

huis hoorde hij voetstappen achter zich

die hem schenen te volgen. Hij versnelde

zijn schreden — de eigenaar van de voet-

stappen deed desgelijks. Hij holdede

voetstappen gingen ook in hollend tempo.

Hij bleef ten slotte even staan bij het hek

van het kerkhof — de voetstappen hielden

ook halt.

Hij verzamelde ten slotte al zijn moed

en riep: „Wat wilt u?"

„Op het station zei men mij, dat ik u

maar volgen moest," antwoordde een stem.

„Ik moet Ijji/uw buurman zijn!"

„Is die dienstbode van u helder en eer-

lijk?" vroeg de groentenboer aan zijn buur-

man den kleermaker.

„Helder is ze wel," was het antwoord.

„Maar ik geloof niet, dat ze eerlijk is.

Ik heb haar verscheidene weken geleden

met een rekening naar u toegestuurd, maar

ze is nog niet met het geld teruggekomen."

De onderwijzer had het over natuurlijke

historie gehad. „Wil iemand nog iets vra-

gen over dieren of vogels ?" vroeg hij

na afloop.

Jantje stak zijn vinger op. „Hoe weten

de kippen de maat van onze eierdopjes zoo

precies ?" vroeg hij.

Joon Davis en The Bitz Brothers in „Drie

maile invallers".

" • ' ^^ r

'm Se

In de hoofdrollen: Victor Francen, Véra Koréne, Jacques Baumer,

Henry Guisol, Jacques Berlioz.

?egie: FELIX GANDERA MONOPOLE-FILM

p den dag, dat kolonel d'Espinac het commando overneemt' van de |

troepen, die in Noord-Frankrijk en aan de Duitsche grens de enorme.'

Haginot-vestingen moeten verdedigen, bemerkt hij onder hen een luitenant,

ie hem eenlgszins bekend voorkomt. Het is een der drie luitenants van kapitein

BBruchotj een ietwat grimmige, doch flinke soldaat, die door een huwelijk

■met een Duitsche vrouw tijdens de Rijnbezetting zijn kans op promotie ver-

Epren heeft. D'Espinac doet van zijn bevindingen mededeeling aan het

Snoofdkwartler van den Seheimen Dienst in Parijs.

\ Wanneer d'Espinac enkele dagen later in gezelschap van kapitein Dubois

fi een rondgang maakt door de vesting, wordt hij plotseling, wanneer zij zich;

•tusschen het derde en vierde souterrain bevinden, door kogels zoodanig ge-

;; wond, dat hij enkele minuten later overlijdt. Een eerste onderzoek, ingesteld

lHffoor den commissaris van politie Flnois, brengt aan 't licht, dat alleen Bruchot'

^of een van zijn drie luitenants, Le Guen, Capelle of Kuntz den moord bejHPreven

kunnen hebben, daar de derde etage op dat oogenblik leeg was:

en het bureau van Bruchot zich juist tegenover de plaats van de misdaad

t bevindt. Bruchot houdt echter vol, dat hij pas nadat de schoten gelost

4| f. waren uit zijn bureau is gekomen, doch enkele andere soldaten bevestigen,

1(^ PÜNt Bruchot zich reeds daar bevond op het oogenblik, dat het licht weer

* opging. Dan ontdekt Finois, dat de electrische leiding vlak naast de deur

■wan Bruchots bureau is doorgesneden, zoodat wel alle omstandigheden eri||op

wijzen, dat de moord inderdaad door den kapitein bedreven is.

Ftevens zeer bezwarend voor hem is, is het feit, dat hij dienzelfden . morgen'

{zeer streng tegen zijn manschappen is opgetreden en tevens den ma

fl ^ 'bediende van de kamer, waar de mitrailleur-pistolen bewaard worden,

l- waarmec ' e de moord bedreven Is, heeft weggestuurd, zoodat hij zich alleen;

Éf fcin het wapenmagazijn bevond. Inderdaad blijkt pistool No. 1665 verm

i- te worden.

■ ■ Bruchot wordt dus gearresteerd, doch niet lang daarna ontdekt de

' Wwslstent varr Finois, Lennard, dat er kogelgaten zijn In den muur, welke"

§; alleen konden ontstaan door kogels, die van het leegstaande derde souterrain

gelost werden, zoodat Bruchot van verdenking wordt vrijgesproken.

I De drie luitenants daarentegen komen nu den commissaris des te ver-J

\ dachter voor.

Bruchot, die vroeger eveneens bij den Geheimen Dienst werkzaam Is

! geweest, verzoekt het bureau in Parijs hem met het onderzoek te belasten,

om zich op deze manier geheel van schuld te kunnen vrijmaken en tevens

den man te ontdekken, die deze schuld op hem heeft probeeren te werpen.)

het dagboek van d'Espinac maakt hij op, dat deze reeds verdenking

esterde tegen een van zijn luitenants. Nog voordat hij naar Parijs was

gegaan, had Bruchot 's nachts ontdekt, dat zijn vrouw het bewuste mitrailleur-pistool

verborg, dat zij uit den auto in de garage had gehaald, waar

het wapen door een Duitsch sprekend persoon was neergelegd, die haar

den sleutel van de garage had afgedwongen, om op deze manier nogmaals

de verdenking op Bruchot te doen vallen.

Victor Francen.

Bruchot noodigt de drie luitenants bij zich

ten eten en wendt dan voor onwel te worden.

Op dat oogenblik, juist tegen middernacht,

gaat de telefoon, welke wordt aangenomen door Kuntz. De drie luitenants

zijn hevig verschrikt, daar geen der andere kapiteins een telefoon heeft, waaruit

ze besluiten, dat Bruchot een directe lijn heeft met het hoofdbureau van den Geheimen

Dienst. Den volgenden dag wordt de Maginot-vesting op aanraden van

Bruchot in staat van oorlog gebracht, waardoor hij hoopt, dat de bewuste spion

bang zal worden en de wijk zal nemen naar punt 45 — 72 van de grens, een punt,

dat was opgegeven In een door den Geheimen Dienst onderschept cijfertelegram.

Inderdaad ziet Bruchot iemand de richting van de grens uitgaan en wanneer deze

persoon wordt gepakt (helaas niet meer levend), blijkt het luitenant Le Guen te

zijn, die echter in werkelijkheid Kuneck heet en Duitsch officier is. Nu ook begrijpt

Bruchot, waarom zijn vrouw het pistool wou verbergen. Ook haar naam Is Kuneck...

en luitenant Kuneck haar broer... en zoo wordt een huwelijk, dat onder andere

omstandigheden misschien goed had kunnen worden, verbroken.. .


ROBERT YOUNG, FLORENCE

RICE EN JAMES STEWART

in „Marinepronkstukken"

CIMEMAs.

THEATER

VEBSCHUNT WCKELIJKS - PRIJS PER KWARTAAL F. 1.95 _ RED. EN

AOM GAICEWATER 12. IEIDEN. TEL. JSD. POSTREKENING 41880

More magazines by this user
Similar magazines