WEEK

bibliotheek.eyefilm.nl

WEEK

WEEK

I

CIMEMA ^

|T M EATER

- 4 F«bni«ri 1933

LIVE BÖRDEN,

d« bekend* Amerlkaansche

sfer. die than* In Engeland filmt.


STEEDS EEN FRISCH

EN BEKOORLIJK UITERLIJK DOOR ONS

„COSMA" ZUIG-MASSAGE-APPARAAT

DE IMIEUWSTEWETENSCHAPPELIÜKE VINDING VOOR DE DAMES.

.COSMA- is een zuig-massage-

1H

apparaat waarmede men in staat is

zich direct ZELF te masseeren. Zij ver-

STOnnLïS

«m

KR ACHTIGE DOOR.

STROOMING van het bloed, waardoor

zij de, de poriën verstoppende

poeder etc, verwijdert en zoodoende

üet bloed gelegenheid geeft te circuleeren,

WAARDOOR DE GELAAT

J S i E A RENDE PUI STJES,RIMPELS

ENZ, NA SLECHTS ENKELE WEKEN

BEHANDELING VERDWIJNEN. Deze

massage is door haar eenvoudige behandeling

en haar KRACHTIG REI-

NIGENDE WERKING een vriend voor

Uw gezondheid. Zij VERSTERKT de

spierweefsels, BEVORDERT de bloedsomloop,

OPENT EN REINIGT de

poriën, en verwijdert daardoor een

lichaam. Het soreekt v^nroTf A ♦T^ on g cwcnsch te stoffen uit het

IEDER VAN ONstn^ ^EN

ningen is ons aonaraï.t „Jj WAAKDE ZIJN. Ook voor huidaandoeder

voorschriften ^IH ^ ** beVelen - Bi ' "»uwkeurige opvolging

GARANSEEREN % T^rotïmG e ^car^ as ^ J >t '^

^'

PRIJS, COMPLEET IN ETUI, MET DRIE HULPSTUKKEN FL 2 -

I-«. HfcHKE & COPPENS, Pctbox No. 76, Schiedam, Gerrit Verboonrtr. No. S.

Aan

COUPON.

Fa. HENKE & COPPENS

Postbox No. 76.

Schiedam.

Iherbij zend ik U een postwissel groot / 2,—

voor franco toezending van een „COSMA"

apparaat volgens Uw aanbieding.

Naam: .........

Adres:

Stad:

Deze bon op achterzijde van postwissel plakken.

N.B. Men is niet verplicht Coupons te benutten,

COUPON.

Aan

Pa. HENKE & COPPENS

Postbox No. 76.

Schiedam.

H r erZOek ik U om

t Ay, toe^nding van een

„UÜ5MA apparaat volgens Uw aanbieding

onder rembours van / 2.— plus porto.

Naam:

Adres:

o tad:

Duidelijk invullen a.u.b.

'♦,♦._♦•♦««♦♦#

men kan ook per brief of briefkaart bestellen.

EM DE STECREMfDIE Z'J OMTDEKTEM

Ongetwijfeld be-

hoort Schiinzel

sours van Europa.

Deze ex-handelsrei-

ziger vond via een

klein Schmiere-

tooneeigezelschap

en de Berlijn-

schc directie Rein-

hardt en Bernauer,

den weg naar de

film. Lubitsch en-

gageerde hem voor

„Madame Dubarry",

succes behaalde. In

,,Der Graf von Cag-

liostro" speelde hij

zelf de hoofdrol en

voerde tevens regie.

In 1926 sloot hij zijn

eerste contract met

VOOR verzekert zich een 25-jarige voor

NOG OEEN f 2."" uit te keeren op zijn 60e jaar of

de Ufa. Voor deze

maatschappij heeft

hij vele rollen ge-

speeld, terwijl er

ook vele werken on-

der zijn leiding in

scène werden ge-

zet. Noemen wij

slechts „Ronny",

„Der kleine Seiten-

sprung", „Het Bal",

„Het schoone avon-

tuur" en „Wie sag'

ich's meinem Mann"

Veel sterren heeft

Schiinzel in zijn

loopbaan niet ont-

dekt; slechts twee,

maar dan ook nie-

mand minder dan

Liane Haid en Re-

nate Muller.

f. 1000.- HAVBANK

PER MAAND direct bij zijn vroeger overlijden bij de SCHIEDAM

———-—


ROOVEßS IN ITALIË

EEN COMPLEET HERHAAL DOOR

Een avond in Juni te Florence.

De zon was juist onder; de Arno

liep als een stroom van vuur

onder een vlammenden hemel; een ros-

achtig licht scheen over de heuvels

rondom de. stad en op de marmeren

facade van "San Miniato met haar cy-

pressen. Op en neer over de 'Lung'arno

slenterde een menigte menschen, die

genoten van de afkoeling na een snik-

heeten dag. Auto's en rijtuigen met

keurig uitgedoschte dames reden voor-

bij en de trams waren propvol bur-

gers, die van of naar het Cascino

reden, het Vondelpark van Florence.

Alleen één jongeman scheen niet in

deze sfeer van vroolijke, gelukkige, pra-

tende, lachende en met waaiers wui-

vende menschen te passen. Zijne athle-

tische gestalte en de stijl zijner klee-

ding deden onmiskenbaar den En-

gelschman vermoeden. Hij leunde op de

balustrade langs de snel voort-

stroomende rivier, terwijl hij somber

en afgetrokken voor zich uit staarde,

geen acht slaand op den schitterenden

zonsondergang en den stroom van voor-

bijgangers.

- Plotseling schrok hij op, toen een

hand op zijn schouder werd gelegd en

iemand met een klank volle stem hem

op alledaagsche wijze begroette met de

woorden: „Hallo, Horsfield! Ik wist

niet, dat je te Florence was."

Horsfield was een gewone, goede

Engelsche jongen van circa een en twin-

tig of twee en twintig jaar, knap, goed

gebouwd, gezond en met eerlijke, blauwe

oogen, gelijk die in elke Universiteits-

stad bij dozijnen te vinden zijn. De

man, die hem aangesproken had, was van

een geheel ander type. Het was iemand.

D'AIMAUZZ

dien weinigen op straat zouden voor-

bijgaan zonder hem opmerkzaam aan-

geKeken te hebben. Lang, mager, zoo

recht als een kaars, met een- scherp

sprekend gezicht, met donkergrijze

oogen, waarin een verborgen g.oed

schemerde en met die gemakkelijke

bevalligheid, welke uit kracht voort-

spruit, was Donald Mac Gillarrymeer

dan een alledaagsch knap man; hij

was iemand van disrinctie. Hij genoot

de reputatie van excentriek en een-

zelvig te zijn. Na den dood van zijn

jonge vrouw, eenige maanden na hun

huwelijk, had hij een zwervend leven

geleid, het leven van een reiziger en dat

van een natuuronderzoeker. Nog niet

zoo lang geleden was hij wat tot rust

gekomen en had eèn villa in de Tos-

caansche heuvels gekocht, die van uit

Florence gemakkelijk te bereiken was.

Hij was een amateur artist met op-

merkelijke gaven, waardoor hij zijn

liefde voor natuur en kunst kon be-

vredigen. Italiaansch sprekend als een

geboren Italiaan, was hij op voet van

vriendschap komen te staan met de

boeren van het woeste, eenzame land

zijner vestiging. Ondertusschen werd hij

dikwijls in de schilderijenzalen van Flo-

rence gezien, bezig met het maken van

studies. Hij had weinig gemeen met

John Horsfield en toch koesterde hij

een soort genegenheid voor,den jongen

man, sinds hij hem bij toeval aan "de

kust van Ischië voor verdrinking gered

had, toen John bij het baden op een

kouden lentedag plotseling kramp ge-

kregen had.

„Ik ben veertien dagen geleden uit

Engeland overgekomen," antwoordde

John direct, terwijl de beide mannen

. JOIMIIMKEIMSPEL.

Betty Norton, de bekende B.I.P.-ster, pleegt een - vredelievenden - aanslag op

haar regisseur Lupino Lane. «»"»ioa «P

langs de Lung'arno slenterden, „en ik

had net zoo goed thuis kunnen blijven

wat het plezier aangaat,' dat ik gehad

heb."

„Werkelijk?" Donald wierp een on-

derzoekenden blik op hem. „Is er iets

met in orde ?"

„Alles loopt mis!" riep John woest

uit. „Dat wil zeggen: ik kan er niets

meer aan doen — een familiekwestie —"

hij zweeg abrupt.

„Laten we naar het Cascino wande-

len," zei Donald, die niet wilde ingaan

op halve vemouwelijkheden, wanneer

de jongeman niet meer wilde vertellen.

Zij liepen een eindje zwijgend verder,

totdat John plotseling uitbarstte:

„Wanneer het je niet al te veel ver-

veelt, kan ik je wel de geheele geschie-

denis vertellen. Misschien zou je mij

raad kunnen geven en ik zou het alle-

machtig pleizierig vinden, want ik zie

er geen gat in."

„Vertel 't mij in elk geval, mijn

waarde!"

„Goedjje herinnert je nog wel mijn

zuster Rita; zij en haar moeder, mijn

stiefmoeder, weet je, waren verleden

jaar met mij in Ischië." '

„Ja, ik herinner haar mij nog wel,"

antwoordde Donald met een haast on-

merkbare verandering in zijn rustige

stem,

„Het is een lief, aardig meisje, zoo

eenvoudig en gehoorzaam als een kind.

Mijn stiefmoeder is een Italiaansche,

begrijp je, en Rita werd op een con-

servatieve kostschool grootgebracht- en

bezit niet de zelfstandigheid van een

Engelsch meisje. Zij denkt, dat zij alles

moet doen, wat haar gezegd wordt. En

dat maakt de geschiedenis des te be-

roerder. Maar luister verder. Er is een

zekere mijnheer Perkington — ik weet

niet, of je hem ooit ontmoet hebt ?"

„Neen, ik geloof van niet."

„Welnu, iedereen is het met mij eens,

dat het een verschrikkelijke vent is,

maar hij heeft hoopen geld en is handig

en wat dies meer zij. Wat doet dat

creatuur nu onlangs? Hij zegt, dat hij

met mijn zuster Rita trouwen wil en

haar moeder, die ellendige vrouw, helpt

hem en moedigt hem. aan, natuurlijk

omdat hij ergens in Engeland een bui-

tengoed bezit en tienduizend pond per

j"aar inkomen heeft — tenminste dat

beweert hij. Hij mag voor mijn part

naar den duivel loopenl Ik wil er een

eed op doen, dat Rita van hem walgt,

ofschoon zij het zelfs aan mij niet wil

bekennen, want zij is geen baas over

zichzelf. Al haar Italiaansche vriendin-

nen maken haar wijs, dat het haar plicht

en de gewoonte van het land is, dat zij

den man moet trouwen, dien haar moe-

der voor haar uitgekozen heeft en dat

het alleen die onbehoorlijke Engelsche

meisjes zijn, die er aan denken zélf

haar mannen te kiezen. Bah! Ik word

er misselijk van — een onschuldig kind

als Rita, pas van school met dien wal-

m i

mm

f

■ : >ftW '

■t :

AFBEELDII

IN KLEUR

MULTICOL

PICTURE


pw^ppwüipp«

gelijken booswicht, die tweemaal zoo

oud is als zij!"

Terwijl Donald Mac Gillarry zwijgend

tocluistcrde, was zijn gezicht somber en

grimmig geworden. Een jaar geleden,

toen hij de familie Horsfield in Iscliië

ontmoet had — [ohn, die nog te Oxford

studeerde, de deftige, donkerharige,

levendige Italiaansche stiefmoeder en

haar jonge dochter, Rita — had Donald

zich direct tot de laatste aangetrokken

gevoeld, omdat zij hem aan zijn over-

leden vrouw deed denken, toen hij haar

. voor het eerst zag, een echt school-

meisje nog. Rita Horsfield bezat waar-

schijnlijk niet het verstand en het sterke

karakter van zijn vrouw, maar er was

iets in haar liefelijke bevalligheid en in

haar kinderlijke onschuld, dat den ster-

ken en teerhartigen man aantrok. En

het feit, dat hij thans vernam, dat men

besloten had zoon meisje nog, op te

offeren aan een ouden man, vervulde

zijn hart met gerechtvaardigden toorn.

„Kun je niets doen om dit huwelijk

tegen te gaan?" vroeg hij rustig, want

hij was er de man niet naar om zijn

hart op de tong te dragen.

„Ik heb hemel en aarde trachten

te bewegen, maar het baatte niet. De

Signora (dat is mijn stiefmoeder, snap

je) is net een grootc Italiaansche muil-

ezel. Ik wilde bij den hemel, dat mijn

vader nog leefde! Ik ben er zeker

van, dat hij onmiddellijk aan de plannen

tot dit gehaat huwelijk een eind ge-

maakt, zou hebben. Maar wat kan ik

doen ? De Signora ging woedend tegen

mij te keer en joeg mij tenslotte gis-

teren het huis uit, mij zelfs verbiedend

tegen Rita te spreken. Zoodoende heb

ik mijn valies gepakt en ben naar een

hotel gewandeld. De datum van het

huwelijk is vastgesteld — vervloekt! En

toch kan ik heel eenvoudig niet meer

naar huis gaan en moet Rita aan haar

lot overlaten."

Zwijgend wandelden zij een eindje

verder. De straat was nu bijna geheel

verlaten — de donkere silhouetten der

Cascino-bosschcn doemden voor hen op,

vuurvliegjes glommen en verdwenen en

de zilveren trillers van een nachtegaal

klonken op van uit de schuilhockcn tus-

sehen de bladeren van het park.

Donald vroeg nog cenigc verdere

inlichtingen omtrent het voorgenomen

huwelijk. Klaarblijkelijk dacht hj diep

na over hetgeen John hem verteld had

en hij was bezorgd over alle informaties,

die hij omtrent den heer Perkington en

over de gevoelens, weke Rica voor hem

koesterde, zou kunnen inwinnen.

„Je zoudt hem misschien zelf kunnen

ontmoeten, wanneer je nog altijd op die

plaats achteraf in de bergen woont,"

zeide John.

„Ja, ik ben slechts voor een paar

dagen naar Florence gekomen."

„Welnu, zij — dat w:l zeggen Rita,

haar moeder en die kerel van een Per-

kington — zijn van plan om aanstaande

week naar Vallombrosa te gaan in het

hotel, dat daar is. Rita is bepaald ziek

van verdriet over haar ellendig vooruit-

zicht en de dokter zegt, dat zij berg-

lucht moet hebben en daarom willen

zij en mijn stiefmoeder daar blijven tot

even vóór het huwelijk. Zij is werkelijk

ziek, zij is er ellendig aan toe, maar zij

aanvaardt het onvermijdelijke. Zij heeft

zich gelaten overgegeven als een Hin-

doeweduwe, die levend verbrand gaat

worden! Zij is zich niet half bewust van

haar vreeselijk lot. En ik ben gedoemd

om het aan te zien! Ik wou, dat ik

haar op de een of andere wi;ze kon

doen verdwijnen.

„Of den bruidegom," merkte Donald

zoo terloops met een lachje op. En

daarna gaf hij een andere wending aan

het gesprek om Johns sombere gedach-

ten wat af te leiden.

Een paar weken later zat mevrouw

Horsfield, of de Signora, zooals zij ge-

woonlijk genoemd werd, in de schaduw

der groote Sycomoren in den tuin van

het hotel te Vallombrosa. Zij had uit-

zicht op velden, waarop het gras niet

te zien was door duizenden bloemen en

waarop zilveren populieren zich f;jntjes

afteekenden tegen den hemel. De velden

glooiden op naar een donker boschvan

EDIF^E TTOGt ©EHT ÄOIF.

Een scène uit deze nieuwe Ufa-toonfilm, die met gerechtvaardigde spanning

wordt tegemoet gezien. ar»

loihr.islértiim

l"mfawr0kliét.

feai

lEinlfiftwfbof»!

"V^-

^L

smm

Charme en

degelijkheid

sluiten elkaar niet uit.

Huisfioudelijk werk

is geen beletsel voor

het bezit van zachte,

gave, fraaie handen.

Mits U maar Purol

gebruikt en van tijd

tot tijd Uw handen

daarmede inwrijft.

.Doos 30 en 60 et.

; r!iV

oeroude denne.boomen. Daarachter zag

men wazige, blauwe heuvels, gekroond

door de ver verwijderde, onduidelijke

toppen der Apennijnen. Achter de witte,

van groene vensters voorziene muren

van het hotel rezen de slanke torens op

en de massieve gebouwen van het oude,

beroemde klooster, waarachter weer uit-

gestrekte bosschen van beuken en den-

neboomen zich mijlen ver uitstrekten.

Op de woeste en tooverachtige paden in

die bosschen had Milton eenmaal gewan-

deld, daar, waar onder de overwelvende

Toscaansche bladcrkrone.i kleine beekjes

mischten over beddingen, geplaveid met

ontelbare afgevallen bladeren. Denaam

Vallombrosa zelf brengt menige legende

en romance in herinnering, niettegen-

staande het klooster een Rijksuniversi-

teit voor boschcultures en het oude

gasthuis een modern hotel is geworden,

dat in den zomer door talrijke Engel-

schen en Italianen bezocht wordt.

Mevrouw Horsfield, een knappe, sta-

tige vrouw, was druk aan het discussiee-

ren in weliswaar vloeiend Engclsch,

doch met een duidelijk vreemd accent,

terwijl zij van tijd tot tijd met haar

plompe handen gesticuleerde om kracht

aan haar woorden bij te zetten.

Perkington, haar toekoms.ige schoon-

zoon, had zich aandachtig naar haar toe

gebogen, prachtig zijn rol spelend van

een even groote vereerder der moeder

als van de dochter te zijn, terwijl hij

inwendig besliste, dat de moeder nooit

een voet in zijn huis in Engejand zou

zetten. „Ik moet niets van vreemdelin-

gen hebben," was hij gewoon te zeggen.

Perkington was een korte, sterke man

van ongeveer veertig jaar, met een

bleek gezicht en leelijke oogen. Goed

gekleed als hij was en beleefd als hij

het wilde zijn, was er toch iets mis-

dadigs en zelfgenoegzaams in hem, dat

velen onverdraaglijk vonden. Maar de

Signora zag van dit alles niets. Zij bezat

den natuurlijken eenvoud der Italianen

(welke dikwijls gepaard gaat met een

kinderlijke bedrevenheid in kleinig-

heden), en zij bezat het warme hart

en de onderworpen toegenegenheid, die

haar landgenooten eigen zijn. Zeer gr

hecht aan haar dochter Rita, was zij

er van overtuigd, dat zij het beste deed

voor het welzijn van haar dochter door

aan te dringen op het huwelijk met

mr. Perkington en dat het nu eenmaal

zoo had moeten zijn, dat haar stiefzoon

John door zijn tegenstand tegen het hu-

welijk de plaat gepoetst had. Rita be-

zat slechts een kleinen bruidschat, zoo-

dat zij zich gelukkig prees een rijken

Engelschman met een goede positie

gevonden te hebben, cfie met haar wilde

trouwen. De Signora zelf had met haar

Engelschen echtgenoot, Rita's vader,

een zeer gelukkig huwelijksleven geleid.

„Was haar caro sposo nu maar inleven

geweest, hoezeer zou hij zich dan ver-

heugd hebben in het geluk van zijn

kleine dochter!" dacht zij vaak.

Zoo bereid was zij steeds te gelooven,

dat de doode aan haar zijde zou ge-

staan hebben!

Rita was een mooi, lief meisje van

negentien jaar, kinderlijk en nog onge-

vormd van karakter, zacht en ernstig

van nature, en zij zou; onder gunstige

invloeden, zich tot een edele vrouw ont-

wikkeld hebben. Zij wist niets van het

leven af; haar kostschool was haar

wereldje; zij had zich onderworpen aan

het huwelijk met een man, dien zij in

het geheel niet kon uitstaan; al haar

vriendinnen en kennisjes hadden den

man getrouwd, dien hun ouders voor

hen uitgekozen hadden. Intusschen

wenschte zij, dat ze maar op de kost-

school kon blijven, om op die manier

te kunnen ontkomen aan de verschrik-

kelijke noodzakelijkheid om met iemand

te moeten trouwen, in het bijzonder met

dien mr. Perkington. Zij was zich nau-

welijks bewust, waarom zij zoo'n hekel

aan hem had; hij maakte haar altijd

complimentjes en verzekerde haar, dat

hij haar verafgoodde, terwijl hij haar

verwende met juweelen en andere snuis-

terijen. Maar haar vrouwelijk instinct

verzette zich tegen zijn gelaatsuitdruk-

king, wanneer hij naar haar keek, en zij

huiverde, wanneer hij haar hand in de

zijne nam. „Misschien heeft hij het

booze oog," fluisterde zij tot zichzelf.

Een kort uitstel van een week was

alles, wat haar overbleef, dan zouden

ze trouwen. Na dezen avond zou zij mr.

Perkington nauwelijks meer terugzien

voor den gevreesden dag, want hij zou

denzelfden avond naar Florence terug-

gaan om de duizend en een noodzake-

lijke voorbereidingen te treffen.

„Het zal reeds lang nacht zijn, voor

je te Florence aankomt," zei de Signora

tot hem. „Ach, wat een donkere en treu-

rige rit door het bosch! Ik huiver als

ik er aan denk!"

„Er is niets om bang voor te zijn,

cara Signora. De Engelsche consul heef t

mij verteld, dat het hier in deze streek

absoluut veilig is, anders zou ik het niet

riskeeren. Werkelijk, ik geloof niet, wat

de " — „inboorlingen" had hij wil-

len zeggen met de eigenaardige min-

achting, den Engelschman eigen, wan-

neer hij over de inwoners van elk

ander land dan het zijne spreekt, maar

zich herinnerend, dat mevrouw Hors-

field een Italiaansche was, veranderde

hij onhandig hetgeen hij had willen

zeggen in: „Ik geloof niet aan wat

kellners en hoteleigenaars zeggen!"

Dien avond aan de table d'hóte

Tilia Durieux Anne Marie Steinsieck Hugo Werner Kahle

GASTVOORSTELLINGEN TILLA DURIEUX

£0" P^ n^T 1 0 ^ S w ? e ' e K enhe u id d'tmaal haar talent van twee zijden te bezien. In „Der Schat-

ten van Dario Nicodemi (ook door haar reeds eerder hier gespeeld) toonde zii haar sterk dra-

wa a ^zi^e bëdrö n .e"n D, B e (-M andha ,e l^' he l VOOrBl do0r d * n *- ,00 8 boeiende^en amusante stuk.

Mi^t»?»^ | >edr 9.5 en echtgenoote, die door haar geest en verstand ten slotte zegeviert. Zij werd

K«hl» toll !?^ e & eSt £f n door J Anne Ma . rie Steinsieck, als het scherpe zusje, Hugo ferner

oDvierinTvnor»/ 6 klucht, *' en de wat ,e J on 8 e m oe d er van Mar. Olly. len prachtige^nsemble-

slaakte mevrouw Horsfield, die zich

altijd tusschen de gangen amuseerde

met aandachtig de gasten te monsteren,

een klein gilletje.

„Kijk! Rita, daar zit je broer, dat is

John daar aan het einde der lange

tafel! Hij heeft ons niet gezegd, dat hij

zou komen. •• Ik ben er baj om, nu mr.

Perkington ons gaat verlaten, want ik

ben er niets op gesteld om hier in deze

bergen zonder een beschermer te zitten."

Ondertusschen knikte en gdmlachtc zij

haar stiefzoon toe, die haar groet zeer

stijfjes beantwoordde. Hare onbesten-

dige, maar vriendelijke natuur had haar

alles doen vergeten omtrent de af-

scheidsscène, die zij gehad hadden, maar

John had die blijkbaar niet vergeten.

Hij zag er bleek uit en keek ernstig en

efg bezorgd; hij raakte zijn eten nauw-

lijks aan en voor de maaltijd afgeloopen

was en de Signora hem naar zich toe

had kunnen roepen, was hij al uit de

eetzaal verdwenen.

Na het diner vertrok mr. Perkington

naar Florence in een huurauto. Hij nam

een teeder afscheid van Rita onder de

gefluisterde woorden: ,',Nog slechts één

week en wij zullen nooit meer ge-

scheiden worden!" Dit maakte het arme

meisje wee en draaierig van overwel-

digenden afschuw.

Mr. Perkington had bepaald schik in

zijn ritje in de vochtige, balsamieke

lucht van dezen Juni-avond, toen hij zich

neervleide in de zachte kussens van den

wagen, terwijl hij een der fijne sigaren

rookte, die hij in het land der slechte

tabak binnengesmokkeld had. Toen hij

vertrok, was er nog steeds een roode

gloed aan den Noord-Westelijken hemel,

maar de korte schemering ging voorbij

en toen de weg naar beneden in het

bosch liep en de denneboomen in dikke

rijen langs den weg stonden, heerschte

er een diepe duisternis. De autolampen

wierpen helle lichtbundels vooruit;

eigenaardig gevormde schaduwen vlo-

gen aan weerskanten voorbij. Geen an-

dere geluiden drongen tot Perkington

door dan die van den rijdenden wagen

en het suizen van den wind, totdat de

koplampen een oud steencn kruis aan

den kant van den weg verlichtten. Op

dat moment klonk de sombere kreet

van een uil of wat er op leek — door

' - 7 -

de bosschen en de chauffeur stopte plot

seling na hard remmen.

„Wat doe je ? Vooruit!" schreeuwde

Perkington in zijn kreupel en bespot-

telijk Italiaansch. Maar de chauffeur

bleef stom en bewegingloos zitten. „De

duivel hale hem! Wat heeft dit te be-

tcekenen ?" dacht Perkington en trachtte

overeind te komen.

In het felle licht der koplampen zag

hij een eindje verder op den weg conige

mannen staan in .de gewone klecdcr

dracht der boeren, maar hun gezichten

waren met zwarte doeken bedekt. En

toen, alsof zij uit den grond te voor-

schijn gekomen waren, omringden

eenige mannen, eveneens gemaskerd,

plotseling den wagen.

„Jullie boeven!" riep Perkington woe-

dend uit, maar hij werd koud van schrik,

toen hij bedacht: „Dat zijn roovers en

het is gelogen te venellen, dat er geen

in Toscane zijn." — „Jullie schuncen,

wat wLlen jullie?"

„Wij moeten jou hebben," ant-

woordde een plechtige stem in het Ita-

liaansch. „De slgnor moet er uit komen

en met ons meegaan."

„Ik denk er niet aan," tierde Per-

kington. „Hoe halen jullie het in je

hoofd, jullie dieventuig, om 'n Engelsch-

man lastig te durven ''allen! Vooruit,

chauffeur!" brulde hij. „Rijdt over hen

heen!"

Maar de chauffeur bewoog zich niet

en zijn zacht gegeven antwoord geleek

op een onderdrukt gegrinnik. Direct

daarop grepen een paar sterke armen

Perkington vast en werd er iets hards

en kouds tegen zijn voorhoofd gedrukt.

„Geen kik, of wij maken je afi"

Vol angst en vrees, rillend over al

zijn ledematen, werd Perkington uit den

wagen gesleept en op den grond ge-

zet. Zijn armen werden als in een stalen

greep omklemd en een derde man bond

hem een dikken katoenen zakdoek vast

over zijn oogen, maar nog even had

hij een glimp kunnen opvangen van een

roovcr, die een weinig afzonderlijk van

de rest slond, een langen, krachtig

uitzienden man, die geen masker voor

zijn gezicht droeg.

Perkington vermoedde, dat hij


f-y

w*m*m*mmm

. ■ ' ■. ■ ■

ALS HET LEVEN EEN TRIOMF WORDT

Bi

FERNAO DE MAGELHAES. - EEN BEROEMD ONTDEKKING5PEIZIGER.

,e oceaan! De groote Wesftersche

oceaan!" riepen de

Spaansche zeelieden, toen hun

kanonnen den machtigen Stillen Oceaan

begroetten, waarnaar zij verscheidene

maanden lang, ten prooi aan de grootste

ontberingen, hadden gezocht. ..Indien

wij met van honger omkomen,' zullen

wij nu den nieuwen weg ontdekken

naar de Specerij-Eilanden."

'"„Laten wij den hemel danken," ant-

. woordde Magelhaes, hun leider ca commandant.

„Het is waar, senores, dat wij

twee van onze schepen hebben verloren,

dat onze mondvoorraad op is, en

dat wij nog talrijke moeilijkheden zullen

moeten overwinnen, maar zelfs al zouden

wij gedwongen zijn, de ra's van

onze schepen op te eten, dan nóg zullen

wij verder gaan ... I"

Uit deze woorden blijkt de onverschrokkenheid

van dien Portugccschcn

zeeman, die de Straat van Magelhaes

ontdekte, en die niet alleen als eerste

Europeaan den Stillen Oceaan over

zeilde, maar ook het eerst den weg

vond, volgens welke schepen in een

cirkel om de aarde konden varen, daarmee

dus bewijzend, dat onze planeet

een ronde bol is, hetgeen in die dagen

nog niet algemeen werd aangenomen.

lernao de Magelhaes, die in ongeveer

1480 werd geboren, was de zoon

van een Portugeesch edelman. Op 25jangen

leeftijd zeilde hij met Francisco

d'Almeida naar Indië, waar hij

eerst onder dezen onderkoning, en later

onder diens opvolger diende. Bij den

laatste geraakte hij echter in ongenade,

waarom hij den Ponugeeschen dienst

verliet. Toen de ontdekker der Molukken,

Serrao, hem uitnoodigde

■ -daarheen te komen en er zijn geluk te

beproeven, gaf Magelhaes daaraan geen

gevolg, maar besloot zich in Spaanschen

dienst te begeven en te trachten

langs het Zuiden van Amerika, door

Spaansche zeeën, de Molukken te bereiken.

In 1517 kwam hij te Sevilla

aan, waar zijn.landsman Diego Narbosa

de gouverneur van het slot te Sevilla,'

hem vriendelijk opnam en hem zelfs

zijn dochter Beatrix tot vrouw gaf. Weldra

kwam Magelhaes nu in contact met

Keizer Karel V, die zich maar al te goed

de uitstekende diensten herinnerde,

welke ontdekkingsreizigers, o.a. Columbus,

hem hadden bewezen. Ook Magelhaes

kwam in zijn dienst en in Maart

van het j^ar 1518 werd tusschen den

vorst en den avontuurlijken soldaat

zeevaarder op plechtige wijze het „Verdrag

over de ontdekking der Specerijeilanden"

(Molukken) gesloten.

Den 20 en September 1519 verliet

Magelhaes met vijf schepen, bemand met

239 koppen, de haven van San Lucar.

Mèt hem ging ook een jong Italiaansch v

MAGELHAES

hevige koude en felle stormen haar

noodzaakte een winterkwartier te betrekken.

Door de ontberingen, welke men

hier moest lijden, kwam het weldra tot

muiterij, maar Magelhaes, die voor niets

terugdeinsde, wist den opstand met geweld

te onderdrukken.

Zoodra de lente was aangebroken —

hetgeen m deze zuidelijke streken niet

vóór ongeveer begin September het gegeval

is — koos Magelhaes wederom

zee en slaagde er in een voorgebergte

om te zeilen, waarna hij'den 21 en October

1520 den ingang bereikte van de

naar hem genoemde Straat, die het

mogelijk maakt dwars door de

punt van Zuid-Amerika van den

Atlantischen naar den Stillen Oceaan

te varen. Twee schepen voeren voor-

"

edelman, Antonio Pigafetta, die een

dagboek bijhield van de reis en tevens

een aantal belangrijke kaartschetsen

maakte.

De kleine vloot stak den Atlantischen

Oceaan over en zeilde langs de kust

van Zuid-Amerika, tevergeefs een doorgang

zoekend naar het Westen, tot

1 J J" ra PP orte erden, dat de Straat

inderdaad toegang gaf tot een daarachter

liggenden oceaan. De „oceaan" bleek

echter slechts een groote baai in de

Straat te zijn. Hoewel zijn mannen ontmoedigd

waren door dezen tegenslag,

besloot Magelhaes toch door te zeilen

Gedurende meer dan een maand kampten

zijn schepen met hevige stormen

eer zij er in slaagden het einde van den

360 mijl langen doorgang te bereiken,

-ten schip was vergaan en een ander

was heimelijk omgekeerd en zeilde naar

Spanje terug, maar nóg wist Magelhaes

van geen opgeven. Want nu, den 26sten

November, lag de oceaan voor hem, die

reeds zeven jaar tevoren door Balbao

was ontdekt, en dien Magelhaes den

Stillen Oceaan noemde, omdat hij zoo

kalm leek.

Aanvankelijk verliep de tocht op deze

wijde watervlakte zonder eenige noemenswaardige

stoornis. Alleen de verveling

bleek, daar men weken achtereen

mets dan water en lucht zag, een ernstige

vijand, die slechts af en toe op

de vlucht kon worden gedreven door

- 8 -

een 1 atagomër, dien Magelhaes aan

boord van zijn schip had weten te smok-

kelen om hem bij zijn terugkeer in

öpanje ten toon te kunnen stellen, en

wiens Zonderlinge gedragingen den man-

nen eenige a^eidiag verschaften.

Nadat men echter nog een maand

had doorgezeild, .werd de toestand

veel erger; de mondkost begon toen op

te raken, en ratten en stukken half-

vergaan leer werden uitgezochte spijzen

Het drinkwater werd troebel en geel

en dozijnen mannen stierven aan scheur-

buik. Zoo zeüde men drie en negentig

dagen door, om toen eindelijk de Philip

pijnen te bereiken, zonder iets gezien te

hebben van de Australische eilanden,

welke 111 den Stillen Oceaan verspreid

liggen, met uitzondering dan van Ma-

rianen, dat men had opgemerkt.

Het leek nu, alsof alle moeilijkheden

waren overwonnen. In werkelijkheid

zouden ZIJ echter pas goed beginnen.

Magelhaes, sloot namelijk vriendschap

met den verraderlijken koning van Zebu,

die beloofde zich tot den christeliiken'

godsdienst te zullen bekeeren, als de

Portugeesche ontdekkingsreiziger het

naburige eiland Matan voor hem wilde

veroveren. Magelhaes besloot hierop in

te gaan, waardoor zijn lot bezegeld werd

want hij sneuvelde tijdens de gevechten

met de inboorlingen (27 April 1521).

Tot zijn opvolger werd nu gekozen

Uuarte Barbosa. De vorst van Zebu

wist dezen echter op een gastmaal, dat

nij te zijner eere had aangericht, te

overrompelen en met verscheidene van

zijn stoutmoedigste mannen te dooden

De leiding der expeditie werd thans

toevertrouwd aan Juan Sebastian del

Lano. Deze besloot een der drie over-

gebleven schepen te verbranden, en koers

te zetten naar de Molukken. Onderweg

moest echter nog een ander schip, dat lek

gevvorden was, prijsgegeven worden.

Het eenige overgebleven schip, de

Vittona, geladen met specerijen, zeilde

om de Kaap de Goede Hoop en liet

eindelijk, na een moeilijke en gevaar-

volle reis,den gen September 1 522 het

anker m de haven van Sevilla vallen.

Het was de wereld omgezeild... •

Van den toestand, waarin liet ver-

keerde, toen het in Spanje aankwam,

kan men zich echter nauwelijks een

voorstelling maken. Het scheepje mat

slechts 100 ton, en de bemanning had

de laatste weken dag en nacht aan de

pompen gestaan om te beletten, dat het

zou pinken. Twaalf mannen waren door

de Portugeesche autoriteiten gevangen

genomen, toen zij probeerden te San-

tiago aan land te gaan, en de comman-

dant was genoodzaakt hals over kop weer

te zeilen, ten einde te voorkomen, dat

zijn schip in brand gestoken werd..

In de geschiedenis der ontdekkingen

prijkt geen naam met mèèr glorje dan

die van Magelhaes. Hij had gedaan, wat

Kolumbus voornemens was geweest

maar niet bereikt had: hij was Wést-

w ^f rts naar de Specerij-Eilanden ge-

zeild, hiermee onomstootelijk bewijzend

dat men het Oosten kan bereiken door

naar het Westen te varen

MARIE

...DDE5SELHUYS

(Foto Godfried de Groot

de jonge actrice, die In het tooneelstuk „In leder huwelijk" veel succes oogsite.

HOE FILMSTERREN

GEKLEED GAAN

Clara Bow in een prachtig avondtoilet van glanzend

satijn, dat glad om 't figuur sluit. De eenige versier-

selen, die zij hierbij draagt, zijn een juweelen speld,

oorhangers en armbanden. Foto Fox

Avond-ensemble van lamé, bestaande uit een japon

met langen mantel, afgezet met nertz-bont. Deze

creatie werd ontworpen door de Paramount-film-

studio's. Wie zal het dragen?


'Jervolé van pa$. 7)

Ail je alles geven, wat ik heb, al^ :c me

laat gaan — ik heb vijfhonderd lliv in

mijn beurs en er zit Engelsch geld in

mijn valies ."

„Zwijg I" sprak een barsche stem en

wanneer Perkington bij zijne positieven

geweest was, dan zou hij hebben opge-

merkt, dat de hoofdman met een dieper

en meer Romaansch accent gesproken

had dan het zachtere Toscaansch van

zijn volgelingen. „Wij willen veel meer

dan dat hebben en wij zullen het krijgen

ook, voor wij met je afgerekend hebbon.

En nu, voorwaarts!"

Perkington werd tusschen twee man-

nen mcdegetroond, die zijn armen vast

hielden. Hij trachtte tot bezlnnig te ko-

men en zich nie.tegenstaande hij geblind-

doekt was, een voorstelling te maken van

de plaats, waarhce.i hij werd weggevoerd.

De grond onder zijn voeten was'in den

aanvang zacht; vermoedelijk liepen zij

over een boschpad, dik bedekt met den-

nenaaldcn. Zoo nu en dan voelde hij

een koel zuchtje, bezwangerd met

dennegeur; hij kon oen beekje hooren

murmelen, niet ver weg; maar overigens

werd er geen ander geluid pehoord dan

liet stappen der bende, welke hem om-

ringde. Na ongeveer een halven kilo-

meter te hebben afgelegd, merkte hij.

dat er treden in het pad waren, die naar

boven voerden en zoo nu en dan

struikelde hij over bijna ruwe steenen of

stootte er met zijn voeten tegen. Weldra

begon hij hartkloppingen te krijgen,

want hij was nogal geze't en kort van

adem, maar hij werd steeds naar boven

gevoerd, totdat hij ten leste in zich zelf

dacht, „Zij voeren mij naar een eenzame

plek, waar ze mij willen afmaken —

straks is het met me gedaan."

„Halt!" commandeerde de hoofdman,

die vooraan liep. „Laat hem een oogm

blikje uitrusten en geef hem wat te

drinken."

.VIOLETTA" 5S

Jucq. van Bijlevell heelt revnnche genomen! Violettn is

een «nrdiee operette, waarbij Emmerich Kalman vlotte

muziek componeerde. De handeling speelt zich, zooals

de titel aangeeft, af op Mont-Martre en wèAr zou het beter

kunnen zijn dan op de „mansarde", waar drie vrienden (com-

ponist, dichter en schilder) lief en leed deelen? Er is nog

een schildersmodel Ninon, en een straatzaniferesje, Violetta,

die door haar voogd geslagen en door de vrienden

liefderijk opgenomen wordt. Misschien is de inhoud wel wal

goedkoop en sentimenteel, doch het geheel weet zeker te

boeien en de goede vertooning rechtvaardigt ten volle een

bezoek aan „Scala".

Poln Cortez, die wij langen tijd niet op de Hangschc plan-

ken zagen, is enorm vooruitgegaan. De rol van Violettn ligt

haar bijzonder goed; haar charme, haar levendig spei en ook

haar bekoorlijke stem, zorgden voor een volmaakte vertol-

deurwaarder Qundchek.

,. .

Eei) veldflesch werd tegen zijn lippen

geciiU;! en hij nam een paar teugen

v.m jets, dat, tot zijn verwondering de

beat.; .-..gnac bleek te zijn, dien hij ooit

geproefd luid.

-.'loch een bijzonder beschaafd soort

movers, die lui," zoo peinsde hij, vooral

toen 711 langzamer begonnen te loopen

en Lot hem toegestaan werd om een

Deliocrlijkcn pas aan te nemen.

Kilometer na kilometer gingen zij

bergopwaaus; de lucht werd fnsschcr,

bijna kil, terwijl zij steeds hooger klom

men. Perkington kon constatecren, dat

zij de denneboomen beneden zich gelaten

hadden en dat zij, volgens het

ritselen der afgevallen herfstbladeren

onder hun voeten, de beukebosschen op

een grootere hoogte in het gebergte

bereikt hadden. Hij hoorde stroompjes

langs hem heen mischen, een enkelen VETWORMPJES VERDWENEN, EN -

keer den roep van een uil — nu van een EEN MOOIE TEINT DOOR RADOX.

échten uil — doch de roovers bewaar- Er bestaat geen eenvoudigrer en beter midden

het diepste stilzwijgen.

del voor Uw huid dan Radox. Ge behoeft

En nu waren zij sterk aan het dalen: slechts telkens, wanneer gre Uw gezicht

hij \ycrd over een glad, steenachtig wascht, wat Radox in 't waschwater te doen

paadje naar beneden geleid, daarop üe zuurstof, die Radox vrij maakt, verwijbevond

hij zich tot zijn verwondering dert alle verstoppende onzuiverheden uit

en geruststelling op den stevigen grond de poriën, en maakt de huid zacht, frisch

en gezond.

van een straatweg.

Ten einde vetwormpjes te verwijderen roenrt

Het een of ander zintuig gaf Per- men een theelepel Radox in een glas jroed

kington de gewaarwording, dat zij in warm water en behandelt hiermede de aande

buurt van een woonhuis kwamen. getaste plek eenige minuten lang. Daarna

Op den \veg volgde een grindpad; et- kunt ge met een zachte, ruwe handdoek de

was een zwakke geur van rozen en vetwormpjes eenvoudig wegvegen. Gebruik

reseda's in de lucht, alsof er dicht hierna een weinig cold cream.

bij een tuin was; nu werd hij steenen Duizenden vrouwen hebben hun mooie teint

trappen opgebracht; hij hoorde een aan Radox te danken. Waarom zoudt ook

zware deur open gaan; hij was binnen

gij nog niet heden een pak bestellen, de

prijs kan voor U geen beletsel zijn.

en de deur werd achter hem weer Radox is heerlijk geparfumeerd enverkrijedicht

gedaan onder het gerammel van baar bij alle apothekers en drogisten. Een

grendeis en afsluitboomen. Men duwde pak is toereikend voor verscheidene weken.

hem een trap op, een portaal over .11

toen een kiuner in.

NU 70 ets.

RADOX PER PAK.

Imp. N.V, Rowntree Handels Mij.,

Heerengracht 209, A'dam-C.

king. Voor Ninon werd geëngageerd Germaine Light uit

Brussel. Zij beschikt over een mooie stem, waarmede echter

alles is gezegd. Was deze import wel noodzakelijk?

De drie vrienden vonden in Harry Collin (Raoul) Arn.

Stanowsky (Plorimond) en C, van Vliet (Henry) goede ver-

tolkers. Collin liet vooral een vocaal prettigen indruk achter.

Jocq. van Bijlevelt maakte van den deurwaarder-schuif-

trompettist een kostelijke typeering, terwijl Joh. Schilthuizen

(onherkenbuiirl als de minister een fijn staaltje van typeer-

kunst gaf. Ook de kleinere rollen gaven verzorgd spel te zien.

net Uickson Ballet zorgde o.a. voor een keurig menuet, ter-

wijl ook het orkest onder Blokland een verdiend aandeel in

het succes had.

Hit bleek duidelijk, dat men veel werk aan de opvoei ng

had besteed; laten wij hopen, dat het troepje de belangstel-

ling krijgt, die het verdient! H v E Jr

.jullie kunt hem nu loslaten,"

hü.nde hij de stem van den hoofdman

zeggen — daarop werden zijn armen

losgelaten, den zakdoek werd hem van

de oogen genomen en Perkington

stond daar, snel ademhalend, met zijn

qogen knipperend tegen het plotselinge

licht, en keek verwilderd rond.

Hij bevond zich in een kleine slaap-

kamer met kalen vloer en slechts

schaarsch gemeubeld, maar kraakzin-

delijk. Voor het kleine venster bevon-

den zich zware tralies. Dóór de duister-

nis buiten kon hij onmogelijk zien,

waarop dat venster uitzicht gaf. De

kamer was zwak verlicht, door een dier

driearmige lampen, welke de Toscaan-

sche boeren gewoon zijn te gebruiken.

Het was alles zoo vreemd— deze een-

voudige kamer verschilde zoo sterk van

de grot, waarin men gewoonlijk ver-

onderstelt, dat roovers hun toevlucht

hebben, dat de geheele geschiedenis

voor Perkington op een verschrikkelijke

nachtmerrie begon te gelijken. De twee

mannen, die zijn armen hadden vast-

gehouden en wier zwart gesluierde ge-

zichten er in deze alledaagsche om-

geving des te onheilspellender uitzagen,

hadden zich bij de deur geposteerd.

Perkington stond recht tegenover den

hoofdman, die niets om een vermom-

L

ming scheen te geven. De man was een

keurige verschijning, had fijn besneden

gelaatstrekken, een weinig grijs in zijn

donkere haren en snor en een sjm

kenden glan§ in zijn donkere oogen,

die op Perkington grooten invloed

maakten.

De hoofdman wendde zich in het

Italiaansch tot hem, langzaam en dui-

delijk sprekend. „U kunt mij verstaan,

geloof ik? —Goed, ik wilueen goeden

raad geven. Tracht niet hier vandaan

te vluchten, dat is kracht verspillen.

Het huis wordt door mijn mannen be-

waakt en u zult hier blijven, zoolang

het mij belieft."

„Hoeveel moet je hebben?" vroeg

Perkington, die trachtte moed te vat-

ten. „Het zal heel wat voordeeliger zijn

voor je om alles te nemen, wat ik bij

me heb en me dan te laten gaan, dan

om te probeeren een losgeld te krijgen.

Er zal heel wat om te doen zijn, wan-"

neer het bekend wordt, dat jelui een

Engelsch onderdaan hebben gemoles-

teerd."

„Ik ben bang, dat wij het over deze

kwestie niet direct eens zijn," ant-

woordde de roover ironisch beleefd.

„Maar ik wil u nu niet langer lastig

vallen; wij zullen onze conversatie op

een ander tijdstip voortzetten. Het

avondmaal zal u direct gebracht worden

en ik wensch u goeden nacht. Tot ziens."

Vóórdat hij de kamer uit was, draaide

hij zich om en "zei: „U kunt gerust

slapen; ik geef u mijn woord van eer-

lijk — roover," voegde hij er snel aan

toe, „dat uw leven veilig is, zoolang u

mijn bevelen opvolgt!"

Direct daarop werd de deur —die

aan de buitenzijde werd bewaakt door

de twee roovers, die Perkington in de

kamer hadden gebracht — weer open ge-

daan en kwam een oude boerin, met ge-

rimpeld gezicht en grijs haar, waarover

een gele doek, het vertrek binnen, met

een eenvoudig, doch voedzaam maal.

Het bestond uit een halve koude kip

met brood en een flesch gewonen land-

wijn, maar — als vernederende bijzon-

derheid — het brood en het vleesch

waren in kleine stukjes gesneden, alsof

het voor een kind was, hij mocht blijk-

baar geen mes hebben!

Pendngton sprak de vrouw opgewon-

den aan: „Buo.ia donna, zeg me,waar

ik ben."

Maar zij schudde slechts haar hoofd

en zei: „Ik versta geen Enge.sch," —

eén slecht compliment voor Ferkingtons

pogingen om Itaiiaansch te spreken!

En haar dienbak neerzettend, verliet

zij de kamer, waarvan de deur aan

de buitenzijde zorgvuldig gesloten en

gegrendeld werd. Voetstappen gingen

de trap af en een diepe stilte trad in.

De lange marsch door het bosch, zijn

schrik en angst hadden hem volkomen

uitgeput en hij at zijn eenvoudig maal

met ongewonen smaak op. Hij be-

merkte, dat hij zijn deur ook aari de

binnenzijde kon grendelen en dit, ge-

combineerd met de belofte van den

roover (al mocht de man ook een buef

\ en een moordenaar zijn, Perkingion

voelde zich toch overtuigd, dat h i op

zijn woord kon vertrouwen), gaven hem

een zeker gevoel van rust en veiligheid.

Het geheele avontuur was zoo

vreemd. Hier was een roover, die in

„en tóen

werd ik

slank"

zegt een pan de dui-

zenden tevreden en

geregelde gebruik-

sters van Facil.

(Mej. S. H.)

Focilisverkrligbaar

in apotheken en

drogisterijen a f 3.-

per buis van 100 pas-

tilles voor een ver-

mageringskuur van

3 weken.

FACIL

waarin hij zijn gevangene een slaap-

kamer kon geven met een helder bed,

waschtafel, handdoeken, zelfs een spie-

gel, precies alsof hij er een hotel op

na hield. Waarom namen zij hem niet

zijn beurs af? Waarom was zelfs zijn

valies in de kamer gebracht en naast

zijn bed gezet ? Maar een verschrikkelijk

voorgevoel deed hem sidderen — wan-

neer zij met zekeren spot er van af

zagen om hem te berooven van zulke

kleinigheden, dan kon dit niet anders

bcteekenen, dan dat zij hem een ruïneus

losgeld zouden vragen voor zijn vrijheid

en leven. En toen werd hij woedeqd op

het geheele land — op de regeering,

die niet in staat was om rooverbenden

uit te roeien, op de officieele personen,

die connecties hadden met de roovers,

op den Engclschen consul, die hem mis

leid lud, door te zeggen, dat er geen

roovii!. meer bestonden. Hij trachtte

zifh'.olt' gerust te -stellen door woedend

te bedenken wat hij doen zou, wan-

neer hij weer vrij zou zijn. De gezant

zou ter verantwoording geroepen wor-

den, er zou een internationale kwestie

van gemaakt worden en de Italiaansche

schatkist zou hem voorbeeldige schade-

vergoedingen moeten uitbetalen. Toen,

wel wat laat, begon hij aan Rita te

denken, '

„Lieve hemel!" — hij werd er koud

van — „veronderstel, dat die kerels mij

hier houden tot na mijn trouwdag en mij

weigeren om mij in verbinding te

stellen met de Horsfields! Wat zal er

van mij worden ? Niemand zal eenige

notie kunnen hebben, waar ik ben,"

Zijn vermoeidheid en de doodelijke

stilte deden echter spoedig hun invloed

gelden en hij viel in een diepen slaap

tot na zonsopgang. Toen sprong hij

uit zijn bed en wende zich, nieuwsgie-

rig naar zijn omgeving als hij was,

naar het getraliede venstertje. Hij

keek ongeveer een tien meter naar be-

neden op een strookje gras; dajicy

föeivolé op pajgina ïl.

TT

«A.A.*

Van reizen hou ik niet, van trammen

wd. De menschen klagen veel, dat de

tram duur is geworden. Daar erger ik

me vaak over. Als je 't maar goed weet aan te

leggen, dan kun je nergens zoo veel voor je

geld krijgen, dan juist in de „automobiel-met-

de-beugel", , ... u .•

Je moet 't zoo aanleggen, je rijdt van het

beginpunt tot het eindpunt. Je hebt dan bijkans

een uur onderdak, verslijt je paraplme met als

het regent en je komt niet in de verleiding om

ergens een glas bier te koopen, wanneer je dorst

hebt, . , , ,

Je zet je rustig op je plaatsje, betaalt den

conducteur voor'z'n briefje, je trekt je niks

aan van de andere menschen, je rijdt en je

rust.... , . .

Vorige week is me in de tram een heel

eigenaardig avontuur overkomen.

Ik stap in, zet me neer om nou ereis echt

van het ritje te genieten.

D'r zit een m'nhecr tegenover me. Ten min-

ste een manspersoon als m'nheer gekleed.

Hij kijkt mij aan, ik kijk hem aan.

Ik zeg niks. Hij zegt wel wat:

Kent u me niet meer.....'

Nou had ik de waarheid kunnen zeggen en

onbeleefd kunnen wezen en antwoorden:

Nee.... ' . .. .

Maar ik was in 'n bui, waarin ik een mede-

trammensch niet onvriendelijk wou behandelen

en zei dus:

Natuurlijk ken ik u nog. . . .

Wie ben ik dan? vraagt de andere.

Daar zat ik. . . . in de tram. Maar ik had

m'n antwoord klaar:

Da's ook 'n vraag. Dat kun je niet meenen.

Zoo lang is het toch niet geleden, dat we

elkaar gesproken hebben £ -e

Neen, zegt hij, dat zal een maand of vijf

geleden zijn.

Zoolang al? zeg ik. Toen was bet een heel

ander weertje, 't Was prachtig aan het strand.

Och, daar kom ik niet, Da's slecht voor m'n

rheumatiek,

Da's waar ook, Hoe gaat 't er mee.... r

Och zoo, zoo.

Kom man niet zoo treurig.

Eerlijk gezegd, 't begon me 'n beetje be-

nauwd te worden. Ik wenkte den conducteur

dat ik uitstappen wou.

Nou het beste hoor, zeg ik, we zien elkaar

wel weer ereis....

En ik sprong van de tram af.

Vol ergernis over dien kerel dien ik niet

kende en die mij wel kende en die nou geloof-

de, dat ik hem toch kende. En vol ergernis over

mezelf, omdat ik door m'n vriendelijkheid van

m'n rustig tramritje was beroofd.

Den volgenden morgen wordt er bij ons ge-

beld. D'r is een m'nheer voor je, zegt m'n

vrouw, bij zegt dat je hem kent, hij heeft je

onlangs in de tram nog gesproken.

Zoo, dacht ik, daar zul je de ontsluiering

van het raadsel hebben.

Laat binnen komen.

En hij kwam binnen.

't Was een m'nheer die me een abonnement

voor de radiodistributie wou aansmeren en dien

ik een maand of vijf geleden bijkans de trap-

pen had afgegooid.

Een kunst dat hij vertelde, dat hij me kende!

PETRUS PRUTTELAAR.


-■

IV I«

*iail'


0 ■-—-

**vw*im

N^

r ^l

m

t&

V »ir m

L-S

v»- *&'

I* I

1

iTVxn,

^:»

Mtem

£

ö^K

1. In de boevenkroeg-.

2. De g-evangenis-werk-

plaats. 3. Gregori

Chmara. 4. Fritz Kam-

pers en Lizzi Wald-

müller. 5. Willy Vogel

is ontsnapt. 6. Arme-

lui's idylle. 7. Ellen

Richter en Lucie Höf-

lich. 8. De vervolging

in de rechtszaal. 9.

Ellen Richter en Paul

Richter. 10. Ellen Rich-

ter en Elga Brink. 11.

In de modesalon van

Martha van Geldern.

12. Elga Brink voor de

rechtbank.

— 12

i


. Een Ufa-film.

Naar den gelijknamigen roman van

Hans Hyan.

Regie: Dr. Willy Wölff.

Personen:

Paulus van Geldera. advocaat Paul Richtet.

Martha, geb. Streckaus. zijn vrouw ... Ellen Richter.

Mina Muller, huishoudster Lucie Höflich

Greta von Heerström „ Elga Brink.

Willy Vogel, de „Koning der uitbrekers"

Fritz Kampers.

Hilde Hammer, rijn vriendin Lizzi Waldmüller.

Vorst Nicolaus Bavarltse „. G. Chmara.

Lola de la Rocca -HJiide Hildebrand;..

Gert Rossmann, een gigolo Harry Hardt-

Loni Behrend, zijn vriendin Oily Gebauer.

Voorzitter van Be rechtbank Friedr. Kayssler.

Advocaat-generaal Walter Steinbeck.

Dt. Vierklee, verdediger Ernst Dumcke.

Hans Lerse, verslaggever '. Ernst Busch.

De heler Schleich Jul. Falkenstein.

De armendokter Wladimir Sokoloff.

Schliephake. portier bij Van Geldern ... Kurt Lilien..

Verder Ernst Behmer, Paul Biensfeldt, Kurt Fuss,

Fritz Greiner, Else Reval, Paul Westetmeler.

Wolfgang Zilzer.

Van Geldern, een jong en veelbelovend

advocaat, is: getrouwd met een

vroegere revue-ster, die zich uit het

tooneel-leven heeft jMuggetrokken en- een

goed rendeerendefeAdèzaak is begonnen.

Zijn huwelijksleven is echter niet bijzonder,

gelukkig, met het gevolg, dat hjj zgn avon-

den meer in de club doorbrengt dan aan de

zyde van zyn ecfatgenoote.

Op zekeren avond heeft Van Geldern aan

u

,

'^'-y'Vi-'y:;-'"!;'•':•:^ ; i I v : 'V' , ■■■ ■'-fc^Ws"^;^,

• '^fev

; v

tr

HBl

^**..

••^1

>^

.. Al

?dc speeltafel een bedrag van zevenduizend |

mark verloren, waarvoor hij, daar hij bij «*

het bestuur der club geen crediet meer kan

krijgen, Vprst Bavaritse èen schuldbekente-

nis geeft. Thuisgekomen verzoekt hij zijn

vrouw hem het bedrag voor te schieten, wat

deze echter weigert. Door haar weigering en

haar sarcasme weet zä den man zoo te prik-

kelen, dat hij... .

Advocaat van Geldern staat terecht, ver-

dacht van roofmoord. Hy heeft, volgens de

dagvaarding, zijn vrouw : vermoord en haar

juweelen verkocht» ten einde zijn speelschul-

den te kunnen betalend Willy Vogel, een

berucht inbreker en cliënt ^an Van Geldern,

verneemt hiervan het een en ander en besluit

ten koste van alles de onschuld van ziyjri

verdediger aan het licht te brengen.

Het proces is ten einde, de pleidooien zul-

len een aanvang nemen — daar verschijnt

Willy's vriendinnetje met een cassette, waar-

in zich alle juweelen van Van Gelderns

echtgenoote bevinden. Ten koste van zijn

leven heeft Vogel deze weten te bemachti-

gen, vertrouwende, dat dit zijn advocaat

redding zal brengen.

Na een spannende rechtszitting, waarin

verrassende getuigenverklaringen worden

afgelegd, wordt de waarheid aan het licht

gebracht....

«:%

.' \-3

n ft

-. 13 -

è

4. ..mm

■BI

l 'i

V- ^2J

<

*IF$PHPPP

. i f.

«ft * ■ '

/ȑ


ezockt met zijn vrouw en een clubje ken

nissen eengecostumeerd bal. In de pauzehield

iemand hem staande en vroeg: ,,Waarom

kom je eigenlijk als Napoleon op dit feest?"

Waarop mijn neef antwoordde: „Opdat

ik tenminste mijn hand op m'n portefeuille

kan houden. Dat is wel zoo veilig in deze

dagen."

..Dus je hebt met je vader gesproken? En

wat zegt hij?"

..Hij vindt 't prettig, dat je dichter bent."

..Houdt hij dan van poëzie?" vroeg de

gelukkige aanbidder.

..Neen. geen greintje, maar mijn vorige

aanbidder, dien hij het huis uit gooide, was

een kampioen-zwaargewicht!"

Eva: „Toen ik tien jaar was, gaf mijn

vader mij een kostbaren ring. Wil ik je hem

eens laten zien?" •

Erna: „O ja! Ik ben dol op antiquitei-

ten.

De patroon riep het personeel bijeen en

deelde mede, dat er, tengevolge van de slechte

tijden enzoovoort, nogmaals tot salaris-ver-

laging zou moeten worden overgegaan.

„Dat beteekent. dat wij onzen riem een

beetje nauwer zullen moeten aanhalen," zei

de paWoon. En toen, wat scherper, tot een

der jongere klerken, die niet scheen te luis-

teren: „Versta je wat ik zeg, Smit?"

i „Mijnheer," antwoordde Smit, „U hoeft

t mij niet meer te vertellen. Mijn riem is bij

de voorlaatste verlaging al gebroken!"

Jack: „Wat denk je, dat Willy het liefst

voor haar verjaardag zou hebben?"

Jacks zuster: „Dat niemand er-haar aan

herinnert!"

...Hebt U niets aan te geven?" vroeg de

douane-beambte.

„Niets."

_ „Zoo, en wat beteekenen dan die sigaren

in uw schoenen?"

, „Groote hemel! En ik heb altijd gezegd,

dat ik met aan Sinterklaas geloofde!"

„Ja, en op mijn laatste reis door Afrika,"

vertelde de natuurvorscher, „had ik bijna het

loodje gelegd. Ik moest vóór het invallen van

de dmsterms het naastbijzijnde dorp bereiken

en bad den auto op de hoogste versnelling

geschakeld. Plotseling vloog er een mug in

mijn oog en ik suisde in volle vaart tegen

een boom op."

„En is er niets gebeurd?"

„Neen, het was, den hemel zij dank, een

gummiboom!"

De waarzegster: „Ik zie lange en donkere

schaduwen in troebel water — dat beteekent

ernstige financieele verliezen. Maar stil, er

daagt hoop! Ik zie het licht van duizen-

den vlammen."

Cliënte: „En kunt U ook zien, of ik

de verzekeringssom loskrijg?"

Hij: „Dansen zit mij eenmaal in 't

bloed, ziet U!"

Zij: „Dan hebt U een slechte bloeds-

omloop, want het komt niet in uw voeten.'"

■^^^^^^^^_

C. $ TK..PUZZLES

Wie onzer lezers .ü-t kans ui, de Merbov.-,, geproduceerde «edeehon her por.re. samen te steil..,

van een bekendt-n flimsier?

Onder hen, die hinrin slagen en die ons' t evens mededeelen, wie de bedoelde acteur is

KUIItINKAAUbJ :L

\ u • Hl «-T

{ l l

OPLOSSING

7 ßf ig

. ' ', e v * , -. r h"Wes d;M ruiten, teDesrim,en bij en

. ' u uohtmir der pyltjes, woorden in te vullen

v ,11 Ue volgende beteekenis:

1. voortieffelijk, uitmuntend. 2. zoogdier 3

«eluidsweerkaatsing-. 4. niet gespannen, s!

bpaansche landvoogd. 6. uiteriyke gedaante

7. moesplant. 8. lange, sterke boom, die in den

grond word geheid. 9. liefdegod.

Te gebruiken letters: n-a-a-c-d-e-e-e-e-e-gn-l-l-l-o-o-m-p-p-r-r-s-v.

Wy stellen een hoofdprns van f. 2.50 en drie

aardige troostprijzen beschikbaar om te ver-

deelen onder hen, die ons vóór 9 Februari

(abonne s in overzeesche gewesten vóór 9 Aprilt

goede oplossingen zenden. Adresseeren aan

Red. „Het Weekblad", Galgewater 22, Leiden

en op enveloppe of briefkaart duidelijk ver-

melden „C.


•.;

VERWA CHT:

MENSCHEN IN 'T HOTEL

(VICKJ BAUM)

Een Metro-Goldwyn-Mayer film met

GRETA GARBO, JOAN CRAWFORD

JOHN EN LIONEL BARRYMORE

WALLACE BEERY, LEWIS STONE

SEHMSUCHT 202

ze, dat hij haar een aanzoek wilde doen,

waarop zij dadelijk „Ja" zei. En toen'

Harry eenmaal .wist, dat zij van hem-

hield, was het voor hem onmogelijk

geworden om over zoo iets banaals als

geld met Magda te praten.

Bobby neemt nu dé zaak zelf ter

hand. Als hij vernomen heeft, dat

Harry met Magda in een restaurant

heeft afgesproken, sluit hij 's avonds

zijn vriend op en gaat met Magda in

het restaurant praten, hoewel hij zelf

met Kitty had afgesproken. Kort en

bondig juraagt hij haar, wanneer zij nu

eens varTplan is met haar geld over de

brug te komen. Magda meent opeens

alles te doorzien. Men was alleen zoo

vriendelijk voor haar, omdat zij rijk zou

zijn en alle attenties van Harry golden

dus ook alleen maar haar vermeende

millioenen. Een klinkende oorvijg is

alles wat Bobby incasseeren kan. Een

tweede ontvangt hij geen seconde later

van Kitty, die hem meent te betrappen

met een andere vrouw. Magda is woe-

dend en Kitty is kwaad en beiden ver-

breken hun verloving.

Den volgenden dag vindt men het

viertal terug voor de loketten van het

advertentiebureau. Magda wil opnieuw

probeeren per advertentie eeri betrek-

king te vinden, Kitty zoekt op dezelfde

wijze 'n beleggingsmogelijkheid voor haar

kapitaal en de beide compagnons zoe-

ken een kapitaalkrachtigen deelgenoot

voor hun zaak. Gelukkig worden dan

echter alle geschillen uit den weg ge-

ruimd en ieder misverstand opgehel-

derd. Bobby krijgt tot zijn eigen groote

verrassing de echte millionnaire en

Harry de verkeerde, zijn „Sehnsucht

202", het motto van Magda's adver-

tentie.

1. Fritz Schulz, HansThimig

en Luise Rainer. 2. Luise

Rainer. 3. De parfumerie-

zaak van Bobby en Harry.

3. Rolf von Goth en Magda

Schneider.

- Tfi -

^ *

„8 MEISJES

IN

EEN BOOT" ■

(EERSTE MEISJESLIEFDE)

DEBESTEFILMVANHET

JAAR, EEN FILMA-FILM

=6

WjNNE CIBSON

(POTO PARAMOUNT)


vlf£ J}f ai ?- ^P* n i,eer by^ndere rolprent in oni land uit.

—"it ■ '"«'SJesliefde , opgrenomen onder rtgiè van Erich Wasch-

Ä'n f Ädor 8 ^ H^f" film Speelt slech,s ««" b^«"«»« acteur

De «ni;;» «^ L ^ os .'. dle 'forens een zeer ondergeschikte rol heeft.

IriLl • -^ '' a J r , t,sten . ï«" meisjes van een bekende BerJiinsche roei-

vereemjfinjr, die nooit eerder voor de lens hebben tesoeêld Buiten!

bf^ 0 ^"..*" V8e ' b « 1 ov«nd is daarom de crèaHe van ^h. Hardt de

.,-i_ 5" eer!,te . fdeten 8 rnd e dregt te iraan, maar door haar

vnendmnen weer op het goede pad wordt gebrast

het e Xpy lnd-%eSoe k nln. ,tnaP • rere « isseefd '


• Dit Is het ontzaglijke daagen

voordeel van adverteeren in ledere adve

een penodkèj* diek heeft

ten penodfetc^t geen lezers, besteed lev

dM morgens »-het nieuws telkens en

-eenjachf« dijMhyonds de

Be^^jn-v^iäaag l^eljen o(

naar het wèerl>«rjchi.i»euien..

Een periodiek wondt g«l«x*i»!

Pagina na pagina'. Intens. Van-

Op oogqM

voor ?u;|;.8eeft.

een peiipdiefc .

voudig de waardi

»dvertentles

ADVERTEER IN PERIODIEKEN

GEEF UW ADVERTENTIE EEN LANGER LEVEN

VlttfWGlNG Of NsofeiAN,OSC«wPE»iOOi!


hij een vochtige, kille atmospheer om

zich heen en toen men defl blinddoek

van zijn oogcn afnam, bevond hij zich

in een diepe duisternis. Een zware deur

werd in het slot geworpen; een sleutel

werd knarsend omgedraaid en Perking-

ton wist zich alleen gelaten met zijn

hopelooze woede en vernedering.

Allerhande schrikvoorstellingen ver-

\ulgden hem in deze benauwende duis-

uniis — ratten hinderden hem nog het

ciiist — de gedachte, dat hij vergeten

ztr. worden en dat hij aldus langzaam

di;.i hongerdood zou sterven, folterde

i'm. Hij raaskalde, zwoer en was bui-

ti n zichzelf van woede en angst.

Toen het nacht werd, viel een zwakke

maanstraal door een nauwe venster-

spleet, hoog boven zijn hoofd, zwakjes

een rechthoekige ruimte verzichtend met

vochtige, beschimmelde muren en een

aarden grond. In een der hoeken stond

een. ledige pakkist met wat stroo er in

en in een anderen hoek eenige ledige

flesschen. De kelder geleek buitenge-

woon veel op een wijnkelder zonder

wijn en de gruwzame gedachte kwam in

hem op, dat de roovers misschien in

een alleenstaand huis ingebroken en

den huisheer vermoord hadden en nu

hier comfortabel geïnstalleerd waren,

in plaats van in een dier grotten in

de bergen, waarin zij, naar doorgaans

verteld werd, een hun meer passende

woonplaats plachten te hebben.

Tergend langzaam gingen de uren

voorbij. Perkington was op de pakkist

r. an zitten, terwijl hij bibberde van

r.» t on kou en zichzelf diep beklaagde.

Vraag twee honderd en negen.

Waar bevindt zich Wall Street en

waaraan ontleent zij haar bekendheid?

Wij stellen een hoofdprijs en vijf

troostprijzen beschikbaar om te ver-,

deelen onder hen, die ons voor 15

Februari (abonné's uit overzeesche ge-

westen vóór 15 April) goede oplossin-

gen zenden. Adresseeren aan: Redactie

„Het Weekblad", Galgewater 22, Leiden,

en op briefkaart of enveloppe duidelijk

vermelden: Vraag 209.

Vraag twee honderd en vijf.

De grondlegger van den historischen

roman is de Engelsche schrijver Sir

Walter Scott (1771—1832).

De heer L. Zegers-Veeckens te Bla-

ricum verwierf den hoofdprijs.

De troostprijzen verwierven H. F.

Elff te Apeldoorn, de heer M. H. Ver-

does te Schiedam, mejuffrouw H.

Nieuwkoop te Wageningen, mejuffromv

P. van Maaren te Nijmegen, en de.

heer Jos. Dietz te 's-Gravenhage.

Hij dacht een paar keer aan Rita en

kwam tot de overtuiging, dat hij een

idioot was geweest, toen hij geweigerd

had den brief aan haar moeder te

schrijven. Hij had toch een ver-

klaring kunnen geven, zoodra hij op

vrije voeten gesteld zou zijn! In elk

geval was geen vrouw ter wereld al

deze narigheid waard; hij zou alles

schrijven, alles, wat hem uit deze hel

van ellende zou brengen en wat dien

afschuwelijken, mageren, koelen, achter-

dochtigen rooverhoofdman in een goed

hunieur zou brengen. i

Tenslotte werd het morgen; eerst

een schijntje daglicht door hst venster-

spleetje en later een straal zonnesenijn

— maar er kwam nog steeds niemand

naar den gevangene toe. Ten langen

leste, toen Perkington door koude en

honger nagenoeg uugeput was, hoorde

hij het aangename ge.uid van hst open-

sluiten van de deur. De gebruikelijke

wacht van twee gewapende mannen ver-

scheen. „De Signor, onze Kapitein,

wenscht te weten, of je genegen bent

den brief te schrijven, gelijk hij bevolen

heeft ?"

„Alles, wat jullie wilt," antwoordde

de gevangene gretigen wanhopig. „Jullie

hebt me in je macht — ik draag geen

verantwoordelijkheid."

Daarop werd Perkington weer ge-

blinddoekt en naar boven gebracht.

Toen hij weer mocht zien, bevond hij

zich in zijn vorige gevangenis. Maar

de kamer scheen hem nu, na zijn nacht

van verschrikking, een bepaald vroolijke

en luxueuse omgeving. De hoofdman

kwam weldra opdagen en groette hem

met een, naar het den gevangene toe-

scheen, duivelachtigen, sarcastischen

glimlach. Zonder eenige beden-

king te opperen, schreef Perkington

den brief, zooals de hoofdman hem

dicteerde en adresseerde hem aan

Signora Horsfield in haar woning te

Florence, waarheen zij met Rita in-

tusschen teruggekeerd moest zijn.

„Hij zal te Florence gepost worden,"

zei de hoofdman grijnzend, „en de

Signora en uwe overige vrienden, die

zich zonder twijfel met verwondering

afgevraagd zullen hebben, wat er wel

van u geworden is, zuilen voortaan

niet meer op uw gezelschap gesteld

zijn en ook geen moeite doen om uw

verblijfplaats op te sporen. Op deze

wijze zal ik niet gedwongen worden

om u te dooden en uw lichaam ergens

te verstoppen."

Perkington bromde iets onverstaan-

baars.

„Nu blijft ons nog over, om den

losprijs te bepalen," ging de hoofdman

verder, terwijl hij intusschen den brief

in zijn zak stak. „U hebt ongetwijfeld

uw chèque-boek in dat valies daar?"

„Ik weet het niet," mompelde Per-

kington onwillig.

„Ga dan eens kijken!" De toon was

zóó, dat de gevangene het niet waagde

niet te gehoorzamen. „Schrijf nu een

cheque voor zestig duizend lire, te be-

talen aan Alfonso Mondadori."

„Ik laat mij liever hangenI"

„O, neen, u zal niet gehangen wor-

ü.;n — nu nog niet. U zult eerst een

pa.ii- weken in den kelder moeten door-

brtugen op water en brood en vooral

ni< t te veel daarvan en wanneer u daar-

— 22

im^mmmmmw

SIROMPEDDE MET EEN STOK ROND

Slachtoffer van rheumatiek

Nu weer flink en lenig

Indien er iemand is, die .aan rheumatiek

lijdt, zooals deze vrouw deed, zou hij er

g'oed aan doen haar ervaringen eens te

lezen.

„De laatste 20 jaar ben ik een slachtoffer

van rheumatiek gfeweest," schrijft zij. „Zes

jaar geleden kreeg ik rheumatische koorts,

die mij totaal verzwakte. Ik kon me niet

meer voortbewegen zonder stokken of iets

anders om me te helpen. Toen besloot ik

Kruschen Salts eens te probeeren. Nu neem

ik vier jaar Kruschen Salts en ik kan me

steeds gemakkelijk bewegen. ' Inderdaad,

ik wil Kruschen piet meer missen en ik

raad het iedereen aan, die ik ontmoet. U

kunt van dezen brief desgewenscht ge-

bruik maken, want ik vind, dat anderen

hierdoor hetzelfde mooie resultaat zouden

kunnen bereiken als ik heb gehad."

Mevr. S.

Rheumatische toestand is het gevolg van

een overdaad van urinezuur in 't lichaam.

Eenige ingrediënten nu van Kruschen Salts

zorgen, dat dit urinezuur zacht, maar vol-

komen uit het lichaam verwijderd wordt.

Andere zouten in Kruschen verhinderen,

dat het voedsel in de ingewanden kan

gaan gisten en voorkomen daarbij niet al-

leen verdere ophooping van het gevaar-

lijke urinezuur, maar ook van afvalstoffen,

die de gezondheid ondermijnen.

Daarom zal „de dagelijksche dosis".

Kruschen niet alleen rheumatische pijnen

verdrijven en verder voorkomen, doch het

zal Uw geheele organisme verfrisschen en

vernieuwen.

Kruschen Salts is uitsluitend verkrijgbaar

bij alle apothekers en drogisten a ƒ0.90

en ƒ T.60 per flacon. Stralende gezondheid

voor één cent per dag.

na nog onwillig bent, wel, ik denk, dat

u er wel eens van gehoord of gelezen

hebt, hoe het onze gewoonte is om een

oor of neus van onze gevangenen af te

snijden en dat dan aan hun vrienden

te zenden met een verzoek om een los-

prijs. Nu, wat zal het zijn?"

Perkington moest zich beheerschen

om niet te klappertanden van angst. „Ik

— ik bezit geen — geen zestigduizend

lire."

„Niet ?" antwoordde de hoofdman

spottend. „Nu, ik verzeker u, dat u

deze som best betalen kunt — om uwe

ooren te sparen. Wat denkt u?"

Perkington, die maar al te duidelijk

inzag, dat de ander geen ijdele bedrei-

gingen uitte, besloot tenslotte de cheque

te schrijven. Met bevende hand zette hij

zijn naam.

De hoofdman nam het papier aan

en zei:

„Ik zal u nu goede reis toewenschen,

Signor. Binnen eenige dagen zult u. uw

vrijheid terugkrijgen, U zult mij niet

terugzien, maar ik zal van u hooren

en alles omtrent u weten, waar u ook

moogt zijn. Pas op," en zijn stem klonk

wreed-dreigend, „pas op de bloedige

wraak, die wij zullen nemen op elk

tijdstip in de toekomst, wanneer u ook

maar één poging doet om den roover-

hoofdman, Alfonso Mondadori op te

sporen of te verraden."

Met een trotsche buiging verliet de

hoofdman de kamer. Doch zoodra hij

buiten de deur was, veranderde zijn ge-

zicht totaal. Hij' klopte opgewekt op den

.k, waarin hij den brief gestoken had,

'jm nam hij, inwendig lachend, een

lucifersdoosje uit een anderen zak, stak

een lucifer aan en verbrandde de

cheque van zestigduizend lire tot er

niets dan asch overbleef.

Drie dagen later, om ongeveer mid-

dernacht, trad een zestal roovers de

kamer van Perkington binnen. Zij brach-

ten hem naar beneden en het huis uit

en lieten hem plotseling vrij na een

wandeling van verscheidene kilometers

op en neer door de bosschen. Nadat

hij den blinddoek van zijn oogen had

getrokken, bemerkte hij, dat hij zich

op een eenzaam plekje op den groot en

weg tusschen Vallombrosa en Florence

bnvond, niet ver van de plaats, waar

hij gevangen genomen was. Zijn valies

stond naast hem. Er zat niets anders

voor hem op dan het op zijn schouder

te nemen en naar beneden te wandelen,

naar het diclnstbijzijndc station en daar

te wachten, tot het dag werd en den

eersten trein naar Florence te nemen.

Hij was half geneigd om te gelooven,

dat zijn gevangenneming en opsluiting

slechts in zijn verbeelding bestaan had-

den. Later bemerkte hij, dat al zijn

vrienden er precies zoo over dachten.

Zijn erbarmelijk verhaal werd overal

met uitbarstingen van ongeloovig ge-

lach ontvangen en hij werd zoo onbarm-

hartig gehoond en er bereikten hem

zulke onheilspellende berichten over de

wraak van de Signora, omdat hij haar

zoo voor den gek had gehouden, dat hij

uit Florence vluchtte, zonder een po-

ging gedaan te hebben om de Hors-

fields terug te zien. Zijn eenige troost

was, dat hij zijn beide ooren gered had

on zijn geld, want, hoe onaannemelijk

het hem ook toescheen, de cheque van

zestigduizend lire was niet op zijn bank

aangeboden.

Zoo kwam het, dat Italië en de Ita-.

Uaansche roovers Perkington nooit meer

terug zagen.

„Roovers!" riep de vertoornde Sig-

nora uit. Alsof er ergens in Toscane

roovers waren! Als het nu nog Sardinië

of Sicilië was, dan zou iemand het nog

kunnen gelooven. Maar neen, het zijn

allemaal uitvluchten, leugens — Rita,

carissima mia, mijn arme, bedrogen,

verlaten Rita, huil maar niet over hem,

dien harteloozen schurk. Je bent er ge-

lukkig aan ontkomen; wij zouden er

dankbaar voor moeten zijn, indien er

werkelijk roovers waren om hem weg te

voeren."

Rita, die er niet aan dacht om tranen

i« storten, keek haar moeder opgewekt

inh met vroolijke lichtjes in haar oogen.

•'.'e voelde zich opgelucht en dankbaar,

>'tdat zij, al was het dan ook op het laat-

t": nippertje, gespaard was voor een lot.

*&mmmm. m-wmmmv^mmmmm.

erger dan de dood en zij stemde vol-

mondig in met haar moeder, toen deze

de roovers zegende — indien er dan

zulke nuttige menschen bestonden!

Wat Rita's broeder betreft: hij voelde

zich niet alleen gelukkig als vroeger,

toen er nog geen sprake van was ge-

weest, dat Rita met Perkington zou

trouwen, maar dagenlang was hij het

slachtoffer van onbedwingbare lach-

buien. Wanneer zijn stiefmoeder hem

over zijn ontijdige vroolijkheid berispte,

antwoordde hij met een hernieuwd ge-

gichel: „Ik kan alleen maar uw woor-

den herhalen, Signora: eene gelukkige

ontsnapping — twèè gelukkige ontsnap-

pingen! Perkington is aan de handen

der roovers ontsnapt en Rita aan die

van Perkington. Wij zullen nooit meer

iets van hem hooren, of van den be-

roemden roover, Alfonso Mondadori met

zijn cheque van zestigduizend lire. Wees

niet boos op me, Signora. Maar ik

móét lachen!"

Een jaar later reed Rita als bruid

met haar echtgenoot, Donald Mac Gil-

larry, langs den weg door de bosschen

naar zijn villa. Het was een massief uit-

ziend, oud, steenen gebouw, begroeid

met clematis en wisteria, verschi-l.-n jn

een hoek der Toscaansche heuvels. L'i

was een tuin met rozen bij en het huis

werd geheel door dennebosschen om-

ringd: Lager murmelde een rivier en

merels zongen in het dal er onder.

„O, wat een lief plekje," riep Rita

uit; „net zoo eenzaam als een kluize-

naarswoning. Hoc gelukkig zullen -wij

hier samen zijn!"

Donald Mac Gillarry lachte geheim-

zinnig.

„Inderdaad, de eenzame ligging van

het huis is mij eens zeer goed te pas

gekomen," zei hij. „Maar het huis ligt

niet zoo eenzaam, als men wel denkt.

Want de boeren, die op mijn boerderij

en in mijn bosschen werken, hebben

hun woningen hier vlak bij en zij zijn

allen goede vrienden van me. Ik heb

er alle moeite voor gedaan om hun

harten te winnen, misschien ook vooral

door hun sympathie en hoffelijkheid te

bewijzen, waarop de Italianen zoo ge-

steld zijn. Hoc,, dan ook, ik denk, dat

zij voor mij door het vuur zouden gaan.

En nooit zal ik hun trouw vergeten, tor. 1

zij mij hielpen om jou, Rita, indinv.' .e

winnen."

TAILILOILAM BAINHKHEAO Elftfl ROBERT (MUS

die samen in een nieuwe film der M.G.M. - optreden

IKV,


kÄTHE

VOM

I. Met Heinz Rühmann in

..Meine Frau, die Hoch-

steplerin'. 2. Met Willi

Grill in »Ronny". 3; Met

K«rt Vespermann in „Mas-

cottchen". \. Met Paul

Heidemann in „Ronny '.

5. Met Otto Walll|urg in

„Het schoone avohtuur",

6. Naast Ferdinand Hart

in „Gustav Mond". 7. In

„Het ■ schoone avontuur"

met Wolf Albach-Retty.

8. In „Mascot tchen" met

,^-T , « /

>

/< \

M «^

ir

■^mÊ^'

■':: \

UM

haÄP

1. Kowall-Samborski. 9.

In „Ronny" met Aribert

Wäscher. 10 en 11. Met

Fritz Grünbaum en mot

Kurt . Gerron . in „Meine

Frau, die riochstaplerin".

12. Met Willy Fritschin „Ich

bei Tag lind du bei Nacht".

15. In „Der Siegor" met

Hans Albers. 14. Met Jean

Murat in „Bommen op

Monte Carlo". (Franscho

versie)'. 15 In „Ronny" met

Hans Wassmann.

.^J&ffiaMBm

l

N


XAjunrxxy-z

„Allemachtifir! Wat 'n lawaai maakt die kar toch

op eens;

(Der Lustipe Sachse)

van'kiSfiī "* benm -. m van Kamer twee en zeventig. V"heorW-wic.belmaus,

hJlï'wHhJf"- - D t t ^ n nie, ' "'ijnheerjwammijnglbradhtr

m8nS JUiSt naar Zijn 1


_

»

TONY VAN EYCK EN HANS BRAUSEWETTER

IN „WAS WISSEN DENN MÄNNER". /W» t//"/)

„Zoo jong als ik was, voelde ik bij in-

tuïtie, dat hij een slecht mensch was, hoe-

wel," voegde ze er op nadenkenden toon

bij, „ik moet zeggen, dat hij aardig en op-

gewekt kon zijn, een vriendelijke en ge-

zellige prater, een heer; heelemaal nog niet

het beest, dat hij zich hier kort voor zijn

dood toonde. De verleiding om „ja" te

zeggen, was dan ook groot, maar ik was

sterk genoeg om die te weerstaan. Ik vol-

hardde in mijn weigering, ook toen hij

bleef aanhouden en ondanks het geraas en

getier van mijn vader, die het huwelijk

met Revis ook als een financieele uitkomst

voor zichzelf beschouwde. De toestand

werd ondraaglijk en ik gaf te kennen, dat

ik weg wilde, wèg uit deze vreeselijke om-

geving. Maar waar moest ik het geld. van-

daan . halen?

Toen spande hij mij een duivelschen val-

strik. Mijn onwil om met hem te trouwen

had meer zijn eigenliefde gekwetst, dan

hem werkelijk verdriet gedaan, en zooiets

liet een man als Revis niet ongewroken!

Zooals ik zei, hij wist dat ik weg wilde,

hij wist ook, dat ik geen kans had aan geld

voor de reis en behoorlijke kleeren te

komen en hij kende mij goed genoeg om

te begrijpen, dat mijn trots mij verbood

het geld te vragen."

Onwillekeurig hield ze even op; een

•pauze, die het hoogtepunt van haar ver-

haal moest inleiden.

„Toen hij inzag, dat mijn weigering on-

herroepelijk was, begon hij systematisch

zijn chequeboek — er was een bankfiliaal

in de' nederzetting — te laten rondslingeren.

Hij had een doortrapt middel voor zijn

wraak gekozen! Laat ik kort zijn" — het

was duidelijk, dat Mary al haar geestkracht

noodig had om voort te gaan — „uit zijn

gesprekken met mijn vader had ik ge-

hoord, dat hij een flink bedrag op zijn

rekening had — ik maakte zijn handteeke-

ning na onder een cheque van honderd

dollar — dat was genoeg om een nieuw

leven te beginnen en ik had mij zelf een

duren eed gezworen, het terug te -betalen

zoodra ik kon. Maar het was mijn eenige

kans en dit was geen bestaan voof een

jong meisje, dat nog een greintje zelf-

respect bezat — het doel heiligde de mid-

delen in dit geval. Dat was de redeneering

geweest, waarmee ik de stem van mijn ge-

weten in slaap suste vóór ik, na lange

BEZOEKT HET

LUXOR

PALAST

TE ROTTERDAM

aarzeling en inwendigen strijd, de cheque

invulde en onderteekende.

„De rest is natuurlijk gemakkelijk te

raden. Het schrift en de handteekening

waren zoo onbeholpen nagebootst, dat de

kassier van de bank 't direct merkte, en ik

liep in de val, die Revis voor mij had op-

gezet. Revis dreigde met de politie als ik

zijn aanzoek niet aannam; mijn vader

vloekte nog harder dan te voren en ransel-

de mij bovendien, in de hoop mij zóó te

dwingen Revis' vrouw te worden, maar de

jongens in het kamp hadden van de zaak

gehoord; ze mochten mij graag en be-

grepen best, dat ik van Revis, aan wien

zij een hekel hadden om zijn hoogmoedig

optreden, niets moest hebben. Ze legden

botje bij botje en hielpen mij vluchten.

Maar Revis behield de cheque " ein-

digde het meisje veelbeteekenend.

Nogmaals viel er een stilte, van langer

duur nu dan. de pauze van straks.

„Baltimore was het doel van mijn reis,"

hernam Mary eindelijk. „Ik slaagde er in

een betrekking als winkeljuffrouw te vin-

den; in mijn vrijen tijd ontwikkelde ik mij

zooveel mogelijk, leerde typen en Steno-

graphie, kwam op een handelskantoor, na

een paar jaar op het stadhuis en op aan-

beveling van den mayor, die ook lid is

van het Huis van Afgevaardigden, kreeg

ik ten slotte mijn tegenwoordige functie

hier, aan het Departement van Buitenland-

sche Zaken. En sinds dat eene ongeluk-

kige oogenblik van zwakte, ben ik altijd —

in elk opzicht" — met grooten nadruk

werden deze woorden gezegd — ^den

AME3 HAY

rechten weg gegaan. Ik heb mijn best ge-

daan om mijn fout goed te maken — ik

had afgerekend met die verschrikkelijke

geschiedenis, waarvan ik dieper berouw

had dan ik u vertellen kan en dan u waar-

schijnlijk zult willen gelooven — het was

weg uit mijn leven — tot Revis plotseling

opdook en mij een vergeelde en verfrom-

melde cheque onder den neus duwde, om

mij op die manier aan zijn wil te onder-

werpen."

Het eenvoudige, onopgesmukt vertelde

verhaal zou op geen enkelen onbevoor-

oordeelden hoorder nagelaten hebben in-

druk te maken, maar de senator en zijn

moeder waren geen onbevooroordeelde

hoorders. Opgeblazen hoogmoed, liefde-

looze fatsoensprincipes, beleedigde trots

verblindden hen. , .

„Ik moet zeggen. Grimes," verklaarde

Mrs. Buckner met priemend sarcasme, „dat

ik je keus bewonder! Een schoondochter

met routine in het vervalschen van che-

ques, is wel een aanwinst voor onze fa-

milie — een nieuwe glorie voor onzen

ouden naam!" Ze liet haar spottenden toon

varen en vervolgde scherp: „En je kunt

van mij aannemen, dat de relatie tusschen

' Revis en deze jongedame, toen hij in .de

hut van haar vader woonde, nog wel van

anderen dan — wel — eh — van finan-

cieelen aard zal zijn geweest!"

Ze stond op als om te kennen te geven

dat, voor zoover het haar betrof, het on-

derhoud ten einde was. Met een uitdruk-

king van onbeschrijfelijke geringschatting

keek ze naar het jonge meisje.

- ^r"ee"n-;ÄS^rrJ^Ä ï,^ ^ ^3e^Ä^rlUs^ as te '-

wordt opgenomen.


M u v stond eveneens op.

,..Iii gelooft me toch, nietwaar Grimes?

Jij «tlooft toch, dat ik de volle waarheid

heb gesproken — dat er niets, absoluut

niets anders is gebeurd, dan wat ik ver-

teld heb en dat ik alleen maar voor de

vreeselijke verleiding en voor den drang

der ellendige omstandigheden gezwicht

ben?"

Grimes Buckner dacht een oogenblik na.

„Voor een dergelijke aarzeling," viel

lom Malloy opeens verontwaardigd uit,

„zouden de jongens in het kamp u een'

klap in het gezicht hebben gegeven, mijn-

heer Bucknerï Die zouden hun hand in het

vuur hebben gestoken voor Mory's dóór

en dóór braaf, edel karakter; die wisten

hoe flink en dapper ze was en dat je op

haar woord bouwen kon. U behoorde al-

leen maar eerbied te hebben voor de kra-

nige manier, waarop ze zich er door heeft

geslagen."

Mrs. Buckner liet een krakenden hoon-

lach hooren.

De senator beantwoordde Mary's vraag

zonder aandacht aan Tom Malloy te schen-

ken. Zijn stem trilde.

„Er is maar één conclusie uit je mede-

dëelingen mogelijk. En die is, dat jij Revis

gedood hebt en dat Malloy je medeplich-

tige bij den moord was. Je hebt hem ge-

dood uit vrees voor schandaal. Is het zoo

niet?" Met grimmige verachting herhaal-

de hij de vraag: „Is het zoo nietj"

Hij wendde zich tot zijn moeder.

„We moesten nu maar gaan, vindt u

ook niet?"

„Dat wilde ik al een heelen tijd," was

het ijskoude antwoord.

Mary zonk uitgeput en machteloos in

den stoel, waaruit ze zooeven was opge-

staan.

„Wacht alstublieft!"

Scherp en onverwacht als een pistool-

schot kwam het bevel uit Malloy's mond.

Ruckner, buiten zichzelf van woede door

het onverholen dreigement in Toms stem,

draaide zich met een ruk om.

De jongeman, de handen diep in de zak-

ken, keek hem aan met raadselachtige,

Jachende oogen. Er was »ts gevaarlijks,

iets angstaanjagends in den plotselingen

overgang van dreigende ernst naar luch-

tige onverschilligheid, dat den senator ver-

bijsterde.

„U zegt dat?" voegde Malloy hem op-

gewekt toe. „Moet ik deze verbazingwek-

kende beschuldiging tegen miss Haskell en

mij heusch als ernst opvatten?"

„U kunt het wat mij betreft opvatten

zrvoals if wilt," siste Buckner. „Het is mijn

• v^iste overtuiging en ik verwacht, dat

V ok bewezen zal worden."

V. *. nhiikkelijk was het met Tom Mal-

t^ Ja, Piepa, ik voel

/OsL m 'J a ' weer

•''^V heelemaal thuis

in mijn nieuwe

woning.

isL yg

V:'-.;... .A,,-

loy's schijnbare gemoedelijkheid gedaan.

Hij schudde zrjn vuist voor Buckners ver-

trokken gezicht.

„Waar moeten die bewijzen vandaan

komen? Of hebt u het misschien zelf ge-

zien?"

Grimes Buckners mond viel half open.

„Wat — wat beteekent dat?" stamel-

de hij.

„Dat zal ik u zeggen: u bent dien avond

in Revis' huis geweest!" antwoordde de

jongeman rustig. „Ik vraag u daarom met

den grootsten nadruk: wilt u werkelijk, dat

mijn — en haar — mogelijke schuld on-

derzocht wordt?"

Buckner werd eensklaps haast even bleek

als Mary. Hij deed een poging om te

lachen, maar bracht het niet verder dan

tot een ongearticuleerd keelgeluid, dat

zich een weg baande tusschen zijn opeen-

geklemde lippen.

„U bazelt — u bazelt onzin, mijnheer

Malloy," verklaarde hij met een mislukt

vertoon van laatdunkendheid. „Een ande-

ren keer, als u wat verstandigs te zeggen

hebt, zal ik u met genoegen te woord

staan."

Hij wendde zich naar zijn moeder en

bood haar den arm.

Malloy schoot op hem toe en posteerde

zich vlak vóór hem.

„Denkt u er goed om, mijnheer Buck-

ner," klonk het koel, „wanneer u ook maar

één woord durft zeggen, wanneer ook maar

één toespeling ruchtbaar wordt waarvoor

u verantwoordelijk kunt worden gesteld,

met betrekking tot miss Haskells aanwezig-

heid in het bewuste huis of tot hetgeen u

hier vanmiddag gehoord heb, dan zal ik

u, zoodra mij dat ter oore komt, bij de

politie aanklagen wegens moord. En dat

niet alleen; ik zal óók verklaren, dat u den

avond van den moord bij Revis geweest

bent, laat in den avond, dat u twist met

hem hebt gehad! Dat en nog andere din-

gen zal ik verklaren; ik kan dat doen, om-

dat ze mij uit eigen, persoonlijke weten-

schap bekend zijn. Verstaat u, uit eigen,

persoonlijke wetenschap!"

Mrs. Buckner greep den arm van haar

zoon als signaal om eindelijk met haar

mee- te gaan. Ze lachte ongeloovig en uit

de hoogte. „Kom Grimes," zei ze, „het is

meer dan tijd om aan deze comedie een

eind te maken."

„Het is een leugen," brieschte de sena-

tor, zich nog eenmaal dwingend tot zijn

gewone autoritaire manier van spreken.

„Een smerige, doorzichtige nfperserstruc."

„Neem u in acht, mijnheer Buckner,"

waarschuwde Malloy. „Ik vind het buiten-

gewoon onaangenaam voor leugenaar uit-

gemaakt te worden! Maar misschien laat

uw geheugen u alleen manr in den steek

Werkelijk?

Is je vrouw

al weer

begonnen

- 30 -

— het is ook alweer zoo lang gcled

nietwaar? Laat ik daarom een en ander

uw herinnering mogen terugroepen!

dacht er natuurlijk niet meer aan, dat

door de achterdeur bont binnengegaan, c

u tegen uw gewoonte zélf uw auto chai

teerde en dat de namen van verschillen

dames genoemd werden" — het woo

„dames" werd met een veelzeggenden b

klank uitgesproken — „bijvoorbeeld c

van miss Patton en miss Conner."

Het was alsof een onzichtbare hand h

kleed van zelfbewusten hoogmoed van s

nator Buckner afrukte. Hij zweeg, zijn g

zicht werd aschgrauw, zijn trekken ve

slapten, de onzekere blik in zijn oogt

verried, dat hij naar een eenigszins pla

sibel antwoord zocht.

„En nu er uit!" commandeerde To

barsch. „Verlaat alstublieft een gezelscha

dat u alleen al door het feit van uw aai

"wezigheid beleedigt, mijnheer Buckner."

„Misschien," de senator worstelde o

zichzelf weer een weinig meester te wo

den en zijn woorden kwamen moeilij

„misschien kan ik later nog eens met

praten om u tot andere gedachten te brei

gen, om uw — om uw verkeerde opvattin

te weerleggen."

„Ik twijfel er niet aan of u zult het pre

beeren," lachte Tom Malloy.

XXI. „HET ONWEERLEGBARE BEWIJS'

Darden was verbaasd den senator in ee

meegaande stemming te treffen en daa

hij niets wist van de scène, die zich koi

te voren in het Arlewood-gebouw had al

gespeeld, bezat hij geen sleutel om dez

houding te verklaren.

„Ik heb dus besloten," verklaarde d

detective, nadat hij uiteengezet had, dn

zekere details van de zaak, Buckner me

ernstige onaangenaamheden bedreigder

„u te vragen, of u mij niets te zegge

heeft."

„Waarom? Misschien wilt u zoo goe(

zijn, mij mee te deelen wat u van mij ver

wacht te hooren?" klonk het met gefor

ceerde luchtigheid.

„De zaak staat thans zóó," hernam Dm

den ernstig, „dat u in drieërlei opzicht ge

,vaar te duchten hebt. Mr. Buckner. Be

paalde geruchten, waaronder heel leelijke

wijzen in uw richting en ze zijn te hard

nekkig om ze te kunnen negeeren."

(Wordt vervol •«Il

n^yzzgsai

VERKOUDHEID

met VAPEX

Zorgt, dot U thuis altijd Vapex bij

de nand habt. Let op de eerste

symptomen van een komende ver-

koudheid zooals klamme handen,

•chraperige keel,een gloeiend hoofd

en een landerig gevoel. Wanneer

Vapex reeds in dit vroege stadium

wordt aangewend, zal net als bij

tooverslag Uw ademhalingsorganen

meer weerstand geven en Uw ver-

koudheid zal weldra tot het verleden

behooren.

E«n druppel op Uw xakdoek

Een druppel op Uw klissen

Verkrijgbaar bij Apoth. en Drog.

De prijs Is verlaagd an bedraagt

thans f. 1.25.

-^f^

Deze ideaal zuivere zeep is

samengesteld uit bestanddeelen,

welke onmisbaar zijn voor het

verkrijgen van een fraaie, ge-

zonde huid. Het mollige schuim

Old Cottage Lavende

Importeurs: RICHARD

Huddestraat 9

DE E E N I G E

DIRECTE VORM

VAN HULP

AAN OUDE

TOONEELISTEN

IS 'N GEREGELDE

OF ÉÉN ENKELE

DONATIE

AAN HET

SUPPLETIE-

FONDS

VAN HET ALG.

PENSIOENFONDS

VAN

NEDERLANDSCHE

TOONEELISTEN

KANTOOR :

AMSTERDAM .

STADSSCHOUWBURG

KAMER 38, TEL. 32954

GEMEENTE GIRO-

REKENING DER

FIRMA LIPPMANN,

ROSENTHAL & CO

A A 480

:i.i

Badzeep*

dringt zacht in de poriën, rei-

nigt intensief en maakt de huid

soepel en geurend naar het

oude parfum, dat nooit uit de

•ode geraakt.

r complete Toiletserie.

WBRNBKINCK 6 Co.

Amsterdam-C.

euossMi

(Dïd (totïage £a

TOILET ARTIF

Jeugdige frischheid -

de macht der vrouw

die haar helpt, succes in 't leven en

beroep te bereiken. Daarom tooveren

vrouwen een bleek en vermoeid uiter-

lijk weg, door zich met een paar vinger-

streken mef'Khasana Superb-Rouge"

en "Khasana Superb-Lippenstift" de

teint te verfraaien en een jeugdig

aanzien te verkrijgen. De teint richt

zich dan naar Uw huid. Zij is onop-

vallend, kissproof en tegen

water bestand, niemand

vermoedt het gebruik.

Rouge fl. 1.-. Lippenstift fi. -.90 en 1.60

Kleine verpakkingen: per stuk fl. -.36.

'»UP

W ii

KHASANA^

SUPERB

DR. M. ALBER.SHEIM, FRANKFURT A. D. M.-PARIS - LONDEN

Generoolver^aenwoordlgingiJ. Winkel, Jzn.,Den Haag,Merwedestraat 47,Tel 777 595

Grootste prijs

in het geluk-

kigste geval

f 120.000.—

Trekking

15 Febr. a.s.

Uitbetaling

in contanten

zonder aftrek.

INSCHRIJVING OPENGESTELD:

„ORANJE KRUIS - OBL1GATIEN"

5% rentende en voor geheel Nederland wettig geoorloofde

■**- STAATS EN PREMIELOTEN

ZONDER NIETEN. — ELK LOT EEN PRIJS.

Jaarlijks 10 groote winstkansen, waarin uitgeloot worden:

1.113.400 GULDEN

met HOOFDPRIJZEN van:

12 0 0 0 0

72.000 60.000

48.000 36.000

30.000 22.500

EN DUIZENDEN GEMIDDELDE EN KLEINERE PRIJZEN.

Maandelljksche storting voor deze

Geheele Loten slechts ff 3.—

TREKKINOSLIJSTEN FRANCO GRATIS.

BESTELBRIEF. Gelieve duidelijk In te vullen en te adresseeren aan de

Hollandsche Credieten Obligatiebank N.V.

Amsterdam Postbox 577

Onderget. bestelt hitMmede op: Cinema&Thi'iiie>

„Uitvoerig Prospectus „A", gratis franco"

en schrijft in op de wettig geoorloofde geheele

WtT Staats- en Premieloten, slechts ff.3.-

mnandelijksche aflossing — en verzoekt omgaande toezending van

koopbewija, recht gevende vanaf de a.s. trekking op den vollen

prijs, die er op vs!t zonder aftrek.

n

.EEN ZOO GUNSTIGE GELEGENHEID, OM ZOO SPOEDIG EEN

VERMOGEN TE BEREIKEN, MAG VOORAL IN DEZEN TIJD

NIEMAND VERZUIMEN

Naam

Woonplaats

Straat


V

■ MAISON

=S

TEGENSTRIJDIGE VMOUWENI

,ff ' ' ' I U In ij

^fc

ÏÜ f' ^ 9r00t T 3 " ^ ' Sta ! " te ' ï e hcbt zc «ok nie - tig en klein

heb ,e nog ver-der., de zwak - ken. En vrou - wen, oèr - sterk en II SÏÏ*

hebt ze/ daar - mee wil k be - slui-ten. Heel iöng nog.' met £l - S . h^ ^

gèk. dat die groo- ten toch

né - men die laat - sten vaak

zijn al... ja waar - lijk .. die

dik

in,

zijn

fcr---^

^==i t

SÉü W^ É

Woorden en muziek van GUUS BETLEM Ir.

wijls Zoo vree - se - lijk klein kun - nen zijn!

ook Al is het niet steeds door den mond!

al... Wel zes - tig .. wel ze - ven - tig jaar ii

t J pt p |

t

ODIOT 77

Fabriek van

Artistiek /

Zilverwerk

Gevestigd

in

1690

^.ca4w-

%«fi.

( GROOTE KEUZE IN KUNSTVOORWERPEN UIT

L~ : . ,

m p r É

En

Tóch

En

Dan

Je

Maar.

Toch

Die

LAGE DE LA MADELEINE. PARIJS

'•f

More magazines by this user
Similar magazines