HET WEEKBLAD - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

bibliotheek.eyefilm.nl

HET WEEKBLAD - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

L|8de Jaargang

». 30 - 6 Aug. 1938

i I

mmm

IMEMAs

THEATER

[RROL FLYNN

)LIVIA DE HAVIL-I

LAND IN DE

'ARNER BROS-FILMI

^OBIN HOOD"

'v ■

HET WEEKBLAD

f • ' "

■.

W,

lOcts

;


WIE IS DIE M^W?

IETS 0VE1R BOH ^MECHE

Opeens spreekt heel Nederland over

hem Een vreemdeling, die ons

land bezocht, een toerist als ieder an-

der. Iemand, die onopgemerkt gebleven was,

zooals hij dat 't prettigst vond, maar die plot-

seling een acute blindedarmaandoening krijgt,

zoodat hij per snelvoer-spoedbestelling naar het

dichtstbijliggende ziekenhuis moet worden ge-

bracht. Dat ziekenhuis blijkt dan het Sint

Anthonie-Ziekenhuis in Utrecht te zijn, in de

schaduw van het lommerrijke Wilhelminapark.

Dit mooie, moderne ziekenhuis opent met

eeuwig dezelfde bereidwilligheid zijn poorten

en neemt den zieke op. De zusters boeken den

patiënt in zijn identiteit wordt bekend en

de faam verbreidt zich. Ben filmacteur, met

name Don Ameche, bevindt zkh binnen de

muren van het Sticht. Ondanks ziekte, ondanks

de waakzaamheid dezer zusters, gaat er nu een

begin gemaakt worden met al de plechtigheden,

zonder welke het leven van een filmster nu

eenmaal ondenkbaar is.

En nu rijst de nuchter Hollandsche vraag:

,,Wie is die man?" O ja, we hebben allemaal

de krant gelezen en ons behoorlijk herinnerd,

dat deze Don Ameche ,,een bekend filmacteur"

moet zijn, maar eerlijk: kunt U zijn naam

correct uitspreken?

Laat ons bij het begin beginnen. Don Ameche

heet eigenlijk gc ; cn Don Ameche. maar: Amice.

Zoo heette althans zijn vader, een Italiaan, die

naar de U.S.A. emigreerde en die dezen vrien-

delijken naam op zijn Italiaansch placht uit te

spreken: „Amietsje". Maar de Amerikanen, zijn

nieuwe landgenooten, dachten daar anders over.

Die noemden hem zoo, dat Mr. Amice zich-

zelf niet meer herkende en dat vond

hij met plezierig. Dus wijzigde hij

zijn naam zoo, dat bij uitspraak via

een Amerikaanschcn tongval de klank

toch eender blijven zou: Ameche.

Hij huwde een vrouw, wier familie

reeds vele generaties lang in Amerika

zetelde, maar die niettemin van Duit-

sche afkomst was, hetgeen de naam

Hirtel ook bewijst. Deze vrouw

schonk hem vier zonen en vier doch-

teren. En een dezer kinderen was

Donald, afgekort tot Don, die werd

geboren in Kenosha (Wisconsin) en

die na een zonnige jeugd, waarvan

overigens niets bijzonders te vermel-

den valt, jurist wilde worden. Hij

ging daarom naar de Universiteit en

— eenmaal op weg met wetboeken

on dictaten -— voelde hij een andere

roeping in zich ontwaken: de Muzen

verleidden hem er toe het moeilijke

pad in te slaan, dat naar het tooncel

zou moeten leiden , ,

Dus liet hij zijn juridische studie

m den steek en dat was makkelijk

gedaan. En poogde ,.aan het too-

neel" te komen en dat was hcusch

zoo makkelijk niet. Student-af , . .

dat is geen kunst, maat aan het too-

neel dat is een heksentoer

Daar ging vroolijk een hccle poos

mee heen.

Zoo zat hij nog op de gemeubi-

oorde flat van het universiteitsstadje.

toen daar een rondreizend tooneelgezelschap

strandde, waarvan de jeune-premier ziek gewor-

den, was. En er was niemand beschikbaar om

deze plaats in te nemen. Don bood zich aan en

men weifelde . Kort en goed: hij mocht

invallen en het eind van het liedje was, dat hij

twee jaar lang met dit gezelschap meetrok, van

stad naar dorp en van dorp naar stad, rollen

spelend, techniek leerend, routine opdoend, zoo-

als dat voor ieder en elkeen onontbeerlijk is.

Toen kwam de radio. Een geheel nieuw

veld van arbeid met een geheel nieuwe techniek,

eigen eischen stellend, wederom bij uitstek leer-

zaam en voorts: zijn naam verbreidend door

het gansche land. Tot zelfs in Hollywood,

waar Darryl F. Zanuck. de machtige produc-

tieleider der 20th Century-Fox opmerkzaam op

hem werd en hem een contract aanbood. Weer

een nieuwe omgeving, weer nieuwe moeilijk-

heden! Maar ook: nieuwe successen.

Don Ameche deed toen iets heel opmerke-

lijks. Hij begon namelijk niet met een klein

rolletje, maar subiet met een groote en opmer-

kelijke prestatie: hij speelde den Indiaan in

..Ramona" en heel Hollywood kwam er naar

kijken en de pers schreef een loflied, dat jubel-

klanken in zich borg. Toen was zijn carrière

bezegeld en volgde de eene film de andere op.

Wij noemen — zonder prijs te stellen op vol-

ledigheid! — ,,Avontuur in het bosch" („Fifty

roads to town"), ,,Het laatste nieuws is lief-

de" (,,Love is news"), ,,Avontuur in Barce-

lona" (,.Love under fire"), ..Liefdesaffaires"

(\,Ladies in love"), ,,Je kunt niet alles heb-

ben" (,,You can't have everything") en ,.Een

Don Ameche en zijn echtgenoot«

meisje uit duizend" (,,One in a million"..

Maar van al deze films —- en er zijn er uitsti.

kende onder! — kan niet zooveel gezegd wor-

den, als van het komend filmwerk ,,In old

Chicago", wijl daarin pas deze jeune-premia

getoetst kan worden aan zijn werkelijk kun-

nen. Pas na dit werk kon Zanuck verklaren

— gelijk hij op Schiphol tot de verzamelde

journalisten deed — dat voor hem Don

Ameche ,,the coming man" was, die zich een

weg zou banen naar het allervoorste gelid.

Dit is dan dus het vluchtige contour-portret

van dezen patiënt aan de beterende hand, die

alweer naar de deur spiedt, om te kunnen ont-

snappen (en dat ook wel zal hebben klaarge

speeld, als deze regelen in druk verschijnen) en

die nieuwe avonturen (en laat ons hopen: for-

tuinlijkere) tegemoet hunkert. Hij heeft de vol-

maaktste toewijding gevonden, niet alleen van

de zijde van Dr. de Kleyn, niet alleen van de

verplegende zusters, maar bovenal van Honore

Ameche, zijn jonge vrouw, die geen minuut

van zijn zijde week en die een kamer naast de

zijne in het ziekenhuis betrok. En ook een

broer, de pittige, frissche Bert Ameche, kwam

ijlings over uit Parijs, om zich te overtuigen

van den gang van zaken. Dat Darryl F.

Zanuck hem nog voor was, kan men uit de

dagbladen vernomen hebben, alsmede het be-

richt van Sonja Henie's vluchtige verschijning.

Zoo behoort dit alles dan allemaal weer tot

het verleden en gaat het gewone leven weer

zijn gang. Maar Don Ameche vroeg niettemin

nolens volens even ons aller belangstelling op:

een willekeurig toerist, een bemind acteur! . . .

WILD

ZANG

oiia begeeft (ich, gevolgd door dm voltalligen

•lisndon »rlondlnnenkring. naar kal itatlon.

■ • «■MÉ*

■ é

*

Deanna Durbln al< Glorii

Harkinton.

r,i

^t i

■..■^sssmmOi&Z^ \ Vi

Af-

iw. -'^r

.. ->5x: ;•-. ..

Öp een Zwitsersche meisjes-

kostschool, gelegen temidden

van een sprookjesachtig berg-

landschap, zit Gloria Harkinson.

een vroolijk en vindingrijk kind.

brieven te schrijven aan

Gloria Harkinson. Het zijn enthou-

siaste beschrijvingen van opwin-

dende gevechten met ijsberen en

rhinocerossen — adembeklemmen-

de opsommingen van gevaren in

jungle en Poolgebied.

Gloria's vader, een aviateur, is

vroegtijdig gestorven. Haar moe-

der, een gevierde filmactricc, die

onder den naam Gwen Taylor

furore maakt, heeft haar zielslief,

maar kan, gezien haar van adora-

tie afhankelijk beroep onmogelijk

onthullen, dat zij een veertienjarige

dochter heeft, zoodat Gloria, die-

alleen met haar mocdercorrespon-

deeren mag en verder niet over

haar spreken kan, zelf een vader

heeft gecreëerd, om haar vrien-


J

Gloria vindt, dat een

leugentje meer cl

minder er niet op aan

komt, alt je maar

volgens kostschool-

gewoonte, je vingers

kruist.

Todd op beioek bij

Gloria en haar moe-

der. Hij voelt xich

niet erg op lijn ge-

i mak.

■JSÏ'

**'***

dinnen, die allen snoevende

verhalen over

hun papa's vertellen, te

overtroeven.

Met behulp van den

goedigen huisknecht

Pierre worden de door

haarzelf geschreven

brieven van vreemde

postzegels voorzien en

dan, als zijnde afkom-

L ' stig van haar vader, aan

een van spanning trillend

auditorium voorgelezen.

Bovendien hangt haar

kamer vol foto's van

1 jachttafcreelen, terwijl

een keur van (zelfgekochte)

trofeeën de

wanden sieren als overtuigend

bewijs van den

door Gloria's vader aan

den dag gclegden moed.

Er is één meisje.

Felice, dat Gloria's verhalen

niet gelooft en

alles in het werk stelt

om haar te ontmaskeren,

maar de vindingrijkheid

van jongejuffrouw

Harkinson heeft

tot nog toe weten te

zegevieren.

Op de militaire school

is een jongeman, Tommy

genaamd. die Gloria

reusachtig aardig vindt,

maar die te verlegen is

om zijn genegenheid onder

woorden te brengen.

Met behulp van

een vriend gelukt het

hem ten slotte in Gloria's

nabijheid te komen en,

al zijn moed bijeenrapend,

noodigt hij haar uit den volgenden dag in een

ijssalon een praatje te komen maken. Gloria stemt hierin

toe, maar dien dag moet zij strafregels schrijven en om

Tommy niet teleur te stellen verzoekt zij haar boezemvriendin

Olga het strafwerk verder af te maken. Als

motief voor haar noodzakelijke verdwijning geeft zij op.

dat haar vader heden arriveeren zal en Olga, die dit belangrijke

nieuws onmogelijk voor zich kan houden, kwijt

zich als vrouw in den dop uitmuntend van haar taak.

zoodat spoedig de geheele school, de directrice incluis,

JP* SH.1

'•■

-

1/

Vr

Regie: Norman Taurog. Universal-film.

Gloria Harkinson Deanna Durbin.

Richard Todd Herbert Marshall.

T^PPs Arthur Treacher.

Gwen Taylor Gail Patrick.

Dusty Rhodes William Frawley.

Tomm y Jackie Moran.

Felice Helen Parrish.

met spanning de komst van den schier legendarischen

held uit de oerwouden verbeidt. Gloria is thans wel ver-

plicht haar rol verder te spelen en begeeft zich, gevolgd

door den voltalligen fietsenden vriendinnenkring naar het

station. Allen verdringen zich voor het hek als de trein

binnenrolt en Gloria, die zich geen raad weet, wendt zich

in wanhoop tot een aristocratisch uitziend heer, die de

secretaris blijkt te zijn van een zekeren mijnheer Todd,

componist. Als deze laatste uitstapt, drukt Gloria hem.

nauwlettend gadegeslagen door honderden meisjesoogen.

een bos bloemen in den arm en voert hem naar het rijtuig,

dat, gevolgd door de nieuwsgierige Aagjes, koers zet naar

het hotel. Mijnheer Todd begrijpt er niets van, maar

Gloria vertelt hem, dat het de gewoonte is buitenlandschc

bezoekers op deze wijze te verwelkomen.

Zoo bereikt het gezelschap het hotel, maar zelfs tot in

de hal wordt Gloria door haar vriendinnen bespied en

eerst in de lift kan zij afscheid nemen van den verwon-

derden Todd.

Maar een dag later beginnen de moeilijkheden. De

Dames Fusenot, directrices van de kostschool, achten het

hun plicht mijnheer Todd uit te noodigen voor de lunch

en thans is Gloria wel verplicht hem mede te deelen, dat

zij hem in uitersten nood tot vader geproclameerd heeft.

Todd voelt niets voor die rol en besluit de directrices de

waarheid te vertellen, maar als hij, eenmaal gearriveerd,

het gezicht van Gloria ziet, verandert hij weer van mee-

ning en schikt zich terwille van het kind in de hem toe-

bedeelde creatie van jager op grof wild. Zijn hartver-

scheurende leugens aan tafel worden door de meisjes

gretig aangehoord en Gloria vertelt hem vlug, dat een

leugentje meer of minder er niet op aan komt als hij

maar, volgens kostschoolgewoonte, zijn vingers of beenen

kruist.

Zoo gaan er enkele dagen voorbij en Gloria is zielsge-

lukkig met den goeden gang van zaken. Dan ontvangt

Todd, die zijn vaderrol, tot groote ergernis van den

secretaris Tripps, met kennis van zaken speelt, een

Gloria, Richard Todd en Tommy met Cappy Barras Harmo-

nika Band.

> ■ ■.,-> • ; i

/'

Louise Fusenot Elizabeth Risdon.

Olga Marcia Mae Jones.

Pierre Christian Rub.

Henry '. Charles Peck.

Annette Fusenot Nana Bryant.

De Wiener Sängerknaben, en Cappy

Barra's Harmonica Band.

»legram, dat hem naar Parijs roept. Gloria is

eer bedroefd, maar als zij in een krant leest,

at haar moeder, de gevierde star, eveneens in

'arijs vertoeft, is haar besluit genomen.

Zij weet op het laatste nippertje den trein,

waarin Todd zich bevindt, te halen, maar wordt

loer de conducteurs opgesloten, omdat zij geen

eisgeld heeft. Het gelukt haar echter Todds

landacht te trekken door van haar onvrijwil-

ge verblijfplaats uit een lied ten beste te geven,

jat de ooren van de verschillende reizigers en

jok hem bereikt! Hij neemt haiar weer onder

ijn hoede en als zij in Parijs zijn, neemt Gloria

fscheid om zich naar het hotel van haar moe-

ier te begeven. Van de hal uit belt zij haar

noeders manager op en deze, geschrokken dat

iet meisje is komen opdagen, maakt Gloria

iuidelijk, dat zij, onder de oogen van ettelijke

ournalisten, onmogelijk met haar moeder kan

preken, aangezien dit een einde aan de car-

ière van de ster zou maken. Ontroerd ziet het

dnd haar moeder, omringd door een schreeu-

A-cnde en worstelende schare bewonderaars-

ters) voorbijkomen en ten einde raad begeeft zij zich

weer naar Todd, die het huilende meisje tracht op te mon-

eren. Hij neemt haar mee uit en samen bezoeken zij een

lioscoop, alwaar Gloria's moeder in de rol van beklaag-

ie op het doek verschijnt. Todd bemerkt, dat het meisje

laar zelfbeheersching geheel kwijt is, en als hij zich bo-

endien een foto, welke Gloria hem eens van haar moe-

ier heeft getoond, herinnert, is de zaak hem plotse-

ing duidelijk. Het zal zijn streven zijn moeder en

iochter voorgoed samen te brengen en resoluut neemt hij

ie noodige maatregelen. Inmiddels heeft Gloria's moeder

an haar impresario gehoord, dat haar kind er geweest

s en bevreesd dat Gloria ergens in Parijs zwerft, wil zij

de politie in het -geval betrekken. Thans voelt de beroem-

e actrice, dat het bezit van een dochter meer waard is

dan alle roem en verafgoding tezamen en haastig laat

i\\ de pers bijeenroepen om mededeeling te doen van het


Warner Bros-film.

Julie Marsden (Bette Davis) is een heel mooi, maar zelfbewust, egoïst en

grillig jong meisje, dat door haar tante in het Nieuw-Orleans van 1850

Wordt opgevoed. Ze is volkomen onconventioneel en werd eigenlijk Jteven-

tig jaar te vroeg geboren. Twee mannen dingen naar haar hand. De een, Preston

Dillard (Henry Fonda) is een ijverig, eerzuchtig bankier en de ander. Buck Can-

trell (George Brent), een echte Don Juan, levend voor paardrijden, wedden en

duelleeren, het echte type van dien „dandy" uit het Zuiden. '

Als de film begint, geeft Julie een partij om haar verloving aan te kondigen

met Preston Dillard. Ze doet dat op haar gewone onconventioneele wijze, door

op het feest te laat te verschijnen en dan nog wel in rij-costuum. Na afloop van

de partij begeeft Julie zich naar haar naaister om het witte toilet te passen, dat

«Ü op het groote bal van het seizoen denkt te dragen. Het is namelijk het ge-

bruik, dat alle jonge, ongetrouwde vrouwen in het wit verschijnen. Bij haar

naaister ziet zij een roode japon, bestemd voor een vrouw van lichte zeden en zij

er op in dat gewaad het Olympusbal te bezoeken.

Is haar verloofde deze japon ziet, verbiedt hij haar ze te dragen, hetgeen haar

woede in zulk een hooge mate opwekt, dat zij Buck Cantrell uit-

noodigt haar te begeleiden. Doch onze Don Juan, wetende, dat

een duel met den hem sympathieken Dillard hier het gevolg

van zal zijn, weigert. Derhalve gaat zij toch met haar verloofde

naar het feest. Haar komst op het bal veroorzaakt groote opschud-

ding. De beeren willen niet met haar spreken, de dames schuwen

haar. Als het jonge paar danst, trekken de andere dansers zich vol

verontwaardiging terug. Voor het eerst in haar leven voelt Julie

zich beschaamd en smeekt zij Pres haar naar huis te brengen. Dit

weigert hij en zij dansen den dans ten einde. Als hij haar naar huis

heeft gebracht, deelt hij haar mede, dat hun engagemant is ver-

broken en het koppige jonge meisje doet geen moeite hem te weer-

houden. Iets dergelijks is reeds vroeger gebeurd en zij gelooft stel-

lig, dat hij terug zal komen. Maar dezen keer is het anders. Pres

komt niet terug. Hij gaat naar New York en blijft daar een jaar.

Julie, die oprecht van hem houdt, wordt onverschillig en verbit-

terd, zoodat ze zich geheel van de wereld afsluit.

Dan breekt er een hevige gele koorts-epidemie in Nieuw-Orleans

uit. Vele leden van het personeel der Dillard-Bank worden aan-

Betto Davis als d«

mooie, egoïstisch«

lul ie Marsden,

getast, zoodat Pres genoodzaakt is terug te keeren. Als Julie dit

lerneemt, organiseert zij een groote partij op haar plantage, waar-

3p ze zich heeft teruggetrokken. Zij inviteert Pres en Buck Can-

rell. benevens Pres' jongeren broer, Ted Dillard. en een groep van

baar vrienden.

Zij is boven als de gasten arriveeren. Zij weet niet, dat Pres zijn

jonge vrouw, Amy (Margaret Lindsay) heeft meegebracht. Amy,

ten meisje uit het Noorden, is het volkomen tegengestelde van

Julie, rustig, gesloten, zacht en onzelfzuchtig. De onstuimige Julie

bad het plan Pres terug te winnen door zich aan hem te vertoonen

in een prachtige witte japon en hem op haar knieën om vergeving

te smeeken. Als zij thans bespeurt, dat haar liefde werd versmaad,

ordt zij vervuld van een gevoel van schaamte en vernedering, dat

spoedig omslaat in wraakzucht.

Zij coquctteert met Buck met de bedoeling hem een duel met Pres

te doen uitlokken, wetende, dat Buck eiken tegenstander doodt. Als

de twee mannen op het punt staan elkaar uit te dagen, verschijnt er

?en boodschapper uit Nieuw-Orleans met de tijding, dat de president

van Prestons bank het slachtoffer van de gele koorts is geworden en

lat dientengevolge de overkomst van Dillard noodzakelijk is gewor-

ien. Pres vertrekt dus naar Nieuw-Orleans, zijn broer Ted zet den

wist voort en doodt Buck.

Iedereen keert zich van Julie af, nu zij indirect aan Bucks dood

chuld heeft. Korten tijd later vernemen beide vrouwen, die Preston

lefhebben, dat ook hij door de afschuwelijke ziekte is aangetast. Zij

ipoeden zich naar Nieuw-Orleans, en komen er aan, juist als hij naar

iet Leprozen-eiland, in het midden van de Mississippi gelegen, zal

worden vervoerd met de vele andere slachtoffers. Er ontstaat een

itrtjd tusschen de twee vrouwen, wie van haar den geliefden man ter

verpleging zal vergezellen. Julie is door haar groote smart een beter

nensch geworden. Zij weet, dat zy veel beter dan de, met de zeden en

jewoonten van het Zuiden onbekende Amy, in staat is Pres' leven

e redden en ten slotte stemt zjjn vrouw er in toe Julies offer aan te

lemen en haar mee naar het eiland te laten gaan, maar niet voordat

!\i uit den mond van haar rivale heeft vernomen, dat haar man alleen

laar en niet Julie bemint.


Daan an lana mat

«ulo ep da vlucht.

William Frawlay alt da

laienl-optnordar.

rrefatMH Daan Lambert,

►W bede kt mal aan

«. it opgebracht.

Paramount-film.

De professor vergezelt de radelooze naar den .auto van den filmman. Deze is

Professor Dean Lambert Harold Lloyd niddels wakker geworden, heeft zijn kleeren uit het autoraam geworpen en is

Jane Pierpont phyllis Welch er ingeslapen. Daar staan de Egyptische reïncarnaties dus voor de oplossing van

,,Rechter" J. D. Parkhouse Marshall Raymond Walburn vraag: hoe ter wereld maakt men zijn opwachting bij een beroemd inpresario, als

Jercmia

Lionel Stander

n vergezeld is van een waggelenden filmman. slechts gekleed in ondergoed? Pro-

De filmman William Frawley sor Lambert speelt zijn rol van Neferus, den reddende, goed. Hij rijdt den auto

De beer Van Buren . . j. j. p^rpont t den slapenden man naar het huis van den heer Cappell, trekt hem dan zijn

eren aan en wacht in het hem overgebleven luchtige toilet in den auto af, wat

Mevrouw Ophelia Pitts Cora Witherspoon

resultaat van het bezoek bij den impresario zal zijn. Helaas — die resultaten

g hij niet vernemen. Voordien heeft een achterdochtige agent hem opgemerkt en

Drieduizend jaar geleden werd in Egypte de sarcophaag boven Neferus' den auto gehaald. En professor Dean Lambert, Egyptoloog aan het Olympia

hoofd gesloten.... een schoone, snikkende vrouw klampte zich aan iseum te Los Angeles, wordt opgebracht in hemd en onderbroek, schamel bedekt

de kist vast, voordat hij ten grave gedragen werd. ... En door de t de uniformjas van een der agenten . . . Een schandaal, een „story" en foto's

eeuwen heen bleef de geschiedenis van Anebi en Neferus, de gelieven uit het de kranten. Veroordeeld wegens dronkenschap, roekeloos rijden, stelen van een

land van den Mijl, bewaard op negen wastafeltjes. .

to, onvoldoende bekleeding, openbare onzedelijkheid, verzet tegen de politie . . .

Drieduizend jaar nadien werkt een museumsuppoost van het Olympia Mu- ten slotte, na zijn vrijlating bericht van de museum-directie, dat hij ontslagen is....

seum in Los Angeles als een paard om het zware deksel van Neferus' sarcophaag , Als de professor zijn negen kostbare tafeltjes, die niet langer de Egyptische zaal

op te hemen. Met behulp van op zijn angstgeschreeuw toegeschoten verslag- n het museum zullen opluisteren, aan het inpakken is, komt er een telegram, da

gevers lukt het en aan hun verbaasde blikken vertoont zich professor Dean n deelneming aan een Egyptische expeditie aanbiedt. Zijn redding! Een nieuwe

Lambert, assistent aan het museum, Egyptoloog en trotsch bezitter van de rkkring en een kans het ontbrekende deel van het negende wastafeltje op te

negen beroemde wastafeltjes, die de romantische geschiedenis van Anebi en aren! Professor Lambert is al weg — zij het dan, nadat de politie hem duidelijk

Neferus voor de menschheid bewaard hebben.

naakt heeft, dat hij nog veertien dagen in Los Angeles hoort te zijn voor de

Na te zijn bijgebracht, naast en in de sarcophaag gefotografeerd te zijn, landeling van zijn zaak. Maar over negen dagen moet de professor in New York

vertelt professor Lambert den journalisten, hoe hij bezig is met de reconstructie Negen dagen om den enormen afstand van Los Angeles naar de metropool af te

van het leven van Anebi en Neferus, hoe de negen wastafeltjes hem hun gen met de paar dollarcenten, die hem na de betaling van de borgstelling resten....

romance voor het grootste deel onthuld hebben, maar dat het ongetwijfeld ofessor Lambert bedenkt zich niet lang, pakt zijn wastafeltjes in een koffer, bindt

dramatische slot in een vaag duister gehuld is; het negende wastafeltje is zijn spade en zijn houweel buitenop en vlucht. Vlucht voor de politie — die

namelijk niet compleet. Het zoeken naar het ontbrekende deel van dit tafeltje sporingsverzoeken richt tot alle stations en alle patrouille-auto's — vlucht voor

is professor Lamberts levenstaak geworden en de proef-in-de-sarcophaag was jonge figurante, die na het mislukken van haar filmplannen ontdekt heeft, dat zij

voor dat onderzoek noodzakelijk. De professor vertelt den verslaggevers, hoe : n professor van harte liefheeft. In den nog altijd in haar bezit zijnden museum-

Anebi en Neferus elkaar op een stillen wes veg ontmoet hebben. De schoone v'rrmw vrouw to rent zij hem achterna ■— naar New York!

stond in een krans van licht en smeekte den Egyptenaar haar te helpen. Wat Professor Lambert bedient zich inmiddels van alle beschikbare voertuigen. Hij

hij deed en wat zijn ondergang werd.

uipt in den woon-auto van een jonggetrouwd stel, verstopt zich in de badkuip,

uen avond na professor Lamberts avontuur in de sarcophaag rijdt hij in Jcht ten slotte voor een gillende bruid, loopt eindelooze, stoffige wegen af en

een der museumauto s huiswaarts. Plotseling beweegt er zich een gestalte in tmoet aan een benzine-station aan den rand van de woestijn de figurante. In den

den schijnwerperbundel van zijn wagen; de professor stopt en staat tegenovei iseum-auto rijden zij een eind verder, maar dan herinnert de professor zich de

een jong meisje, dat blijkbaar zijn hulp zeer noodig heeft. Zij ontpopt zich gevallen van Neferus en Anebi, die misschien slecht afgcloopen zijn. Het komt

ite, zoojuist ontdekt door_ een filmman. op zoek naar jeugdige m fataal voor langer in hel gezelschap van deze Anebi te blijven, die zeker zijn

talenten. De talenten-opsnorder was helaas niet heelemaal vrij van alcoholica er ;ergang zal worden en hij vlucht weer, loopende. In een eenzaam kroegje ontmoet

tijdens den autorit dien hij met zijn nieuwe ontdekking naar den heer Cappell. twee landloopers, zich respectievelijk „rechter" Parkhouse en Jeremia noemende,

een bekend impresario, wilde ondernemen, raakte hij van den weg af, reec deze illustere beeren springt Lambert op een trein en aanvankelijk in een

zijn auto halverwege in het water en sliep in. Van dat oogenblik af 'stonc f.enwagen. later op het dak van een der goederenwagons, schieten zij een eind in

de filmster in spe naar een redder uit te kijken.

3 ordelijke richting op. Maar een lage tunnel zorgt er voor, dat zij niet te ver mee-

Voor professor Lamberts geestesoog herhaalt zich oogenblikkelijk de roman den en bij een klein plaatsje komen zij, na een wedloop op leven en dood over de

tische scène op den Egyptischen weg van drieduizend jaar geleden en zijn

i idaken, in het stof terecht. Zij rijden mee in den auto van een heer, die de sheriff

professoraal brein begint te spoken ... deze schoone jonge vrouw, die daai i het dorp blijkt te zijn. De goede man ziet den professor door zijn wonderlijke

plotseling als uit den hemel gevallen voor hem staat, moet de reïncarnatie realen over Egypte voor een zachtzinnigen idioot aan en sluit hem op. Maar

van Anebi zijn! Zij staat immers op den weg en vraagt om hulp! En hijzelf -*r arriveert de figurante na eenigen tijd en weet zijn invrijheidsstelling te verkrij-

Lambert, is hij niet de te hulp snellende Neferus? Het moet zoo zijn. - Or

. . Samen vluchten zij verder, de bosschen in, waar de schoone vrouw den

ten strijde!

essor haar liefde bekent. Maar Lambert bezweert haar hem te verlaten om aldus

Protestor Daan Lambert

wordt door dan mutaum-

diraeteur onlilagen.

PROFESSOR

Hat reizen in aan veewa-

gen la niet comfortabel.

AS OP

Een relt in een koelwagen

valt niet mee.

Harold Lloyd al« profes

tor Dean Lambert.


Neferus' ongeluk van hem af te wentelen. En zij vertrekt,

zeer boos. En verstopt zich in een koelwagen van een trein

naar New York. Ongelukkige samenloop van omstandighe-

den: de professor zit óók in den koelwagen. . , . Aan het

eindpunt van hun reis gekomen, zijn zij niet alleen bijkans

bevroren — maar zij worden tevens opnieuw ingerekend,

als hebbende samen in een koelwagen gezeten en verdacht

wordende van landlooperij....

Maar ziet, dan komt de vriend in den nood: „rechter"

Parkhouse is bij de rechtszitting aanwezig en krijgt het twee-

tal, waarvan hij vertelt, dat het minnenden zijn, vrij, op

voorwaarde, dat zij onmiddellijk trouwen.

Weer vrij! denkt professor Lambert — maar het is niet

zoo. Verslaggevers hebben tijdens de rechtzaak zijn schoone

herkend als' Jane Pierpont, de excentrieke dochter van den

heer J. J. Pierpont, bankier, multi-millionnair, jachtbezitter,

enzoovoorts. Deze heer Pierpont is in het geheel niet gesteld

op een huwelijk van zijn dochter met een Jandlooper" en

laat zijn heele bataljon advocaten, detectives en politieman-

nen aanrukken. Maar het baat niet. Lambert weet, dat hij

Jane liefheeft — Egyptische heerscheres of niet. Hij vlucht

voor Pierponts advocaten.

De slimme Jane weet Lambert dan een valsch exemplaar

van het ontbrekende stuk wastafeltje in handen te spelen.

Er staat op, dat het vermeende fatum van het Egyptische

liefdespaar werd afgewend. Neferus werd door zijn bedienden gered en

hij en Anebi leefden lang en gelukkig.

Lambert voelt zich dan de onsterfelijke Neferus. Hij zal zijn bruid

terughalen ten koste van de heele wereld! Als hij hoort, dat Pierpont zijn

dochter op zijn jacht gevangen houdt, zet de professor meteen koers naar

de pier, springt aan boord van het jacht, ■ wordt tweemaal over boord

gesmeten en komt tweemaal terug. Als hij voor de derde maal in het

water ligt, ontdekt hij, dat het stuk van het negende tafeltje valsch

is Dat is olie op het vuur. Professor Lambert laat zooiets niet op

zich zitten. Hij verzamelt sterke mannen en wie niet mee wil, behandelt

hij dusdanig, dat zij wel meegaan. Hij giet limonade in de broeken van

sterke ijscomannen, hij knipt baarden van pootige kerels af, hij besmeert

schoenen en gezichten van stevige knapen met kalk en arriveert met de

En val«, val« jaren later

wordt hal ontbrekende

•luk van hal negende

Ufallja ontdekt.

heele tierende, razende bende achter zich aan bij een schip, dat het goede

niet blijkt te zjjn. Maar dat ontdekt de vechtende troep pas, als het arme

jacht zoo ongeveer met het wateroppervlak gelijk gemaakt is... .

Ziedend van toorn springt Lambert over op Pierponts jacht — en

komt tot de ontdekking, dat de bankier van opinie veranderd is en

graag zijn dochter aan den vasthoudenden jongeman geeft. En Jane,

wetende, dat Dean op leven en dood gevochten heeft zelfs toen hij wist,

dat hij niet onsterfelijk was, vliegt haar professor om den hals. .

En vele, vele jaren later, als de heer en mevrouw Lambert grijze haren

gekregen hebben, wordt het ontbrekende stuk van het negende tafeltje

ontdekt, en het vertelt, dat Neferus niet stierf dan na een lang en geluk-

kig leven geleid te hebben met Anebi!

NIEUWS Uit DE STUDIO'S

Hans Hinrich zet de Terra-film „Fracht nach Baltimore" In scène.

ArÖmr Maria Rabenalt werd door de Deka-film als regisseur voor „Liebelei

und Liebe" geëngageerd.

Heinz Ruehmann en Vera von Langen speien de belangrijkste rollen in

„Der Florentiner Hut". Wolfgang Liebeneiner regisseert.

Paul Muni werd door Warner Bros te Hollywood uitgekozen voor de

hoofdrol in de film „Juarez".

Willy Winterstein werd door de Ufa aangesteld als camera-man voor de

film „Kautschuk".

Otto Bielen en Erwin Kre-

ker schrijven het draaiboek

voor de Hans Moser-film

„Kleines Bezirksgericht".

Harry Piel vervult de hoofd-

rol In „Menschen, Tiere, Sen-

sationen". Het draaiboek

wordt vervaardigd door Rein-

hold Melssner, Erwin Kreker

en Jos. M. Frank.

Earl Kenton ensceneert de

Columbia-film „Lady Lawyer".

Hei scenario Is van de hand

van Gladys Lehman en Char-

les Kenyon, terwijl de hoofd-

rollen berusten bij Gloria

Stuart en Lanny Ross.

Heinz Rühmann.

Boris Karloff heeft de voornaamste rol in de Warner Bros-film „Devils

Island".

Dr. Peter Paal Brauer zet de Ufa-fllm „Das Verlegenheitskind" in scène

Estrelllta Castro en Miguel Ligero treden onder regie van Heinz Abel

in de Efa-ateliers te Berlijn op in de Spaansche film „Suspiros de Êspana".

Ernst Ouenther Paris zal de film „Wir marschieren mit" reglsseeren.

Dr. Willy Doell schrijft het draaiboek.

Jatnes Cagney en Pat O'Brien spelen belangrijke rollen in „Angels with

dirty faces".

„Women courageous" Is de

nieuwe tit«! voor „Sister act",

een Warner Bros-film, waarin

Claude Rains, Prisdlla, Rose-

mary en Lola Lane de hoofd-

rollen uitbeelden.

Pola Negri zal de vrouwe-

lijke hoofdrol vertolken in de

F. D. L.-fllm „Jugendtraum",

welke door Nunzlo Malasom-

ma in scène wordt gezet.

Jack Dunn zal de hoofdrol

vervullen in een film, die

de levensgeschiedenis van

den eens zoo beroemden

filmster Rudolph Valentino

behandelt.

Paul Muni.

T STRAND

BEREIKT I


Lieve oude dame (van buiten): „Ze zijn uitl Wat akeligl Als ze niet

gauw terugkomen, zal ik mijn trein missen.''

Pensiongast: ,,Mijn scheerwater was vanmorgen nogal vuil!'

Hospita: „Scheerwater I Dat was uw eerste kopje theel"

VAN LEZER TOT LEZER

Op deze pagina kunnen onze abonné't, onder de „Ruilrubriek", gratis een adver-

tentie plaatsen, waarin zij iets aanbieden in ruil voor iets anders. Deze plaatsing

Is geheel gratis, maximaal 10 regels per advertentie. Advertenties, waarin voor-

werpen te koop worden aangeboden of gevraagd, woningen te huur worden

gevraagd of te huur aangeboden, diensten worden aangeboden, enzoovoort, enzoo-

voort, worden onder de rubrieken „Te koop aangeboden", „Te koop gevraagd" en

„Diversen" geplaatst en berekend tegen 5 cts. per regel, minimum vijf regels.

TE KOOP

AANGEBODEN

Te koop : wegracerijwiel

met velgremmen en open

zijde tubes. Baanrace-

rijwiel met spica tubes

met I stel reserve baan-

wielen. 1 stel houten

baanwielen met spica

tubes nieuw ƒ 18. Ook

genegen alles ineens te

ruilen voor motorrijwiel,

licht of zwaar. Joh. J.

Hoogendoorn. Laan v.

N. Guinea 74. Utrecht.

Te koop : een pracht-

collectie postzegels, 118

stuks, waar onder heel

zeldzame, vaste prijs

ƒ3.50. Zend postwissel

en u ontvangt om-

gaande aan uw adres.

J. Wentink. Hoograven-

sche weg 57, Utrecht.

DIVERSEN

Wie van de lezers kan

mij helpen om twee

fietsen aan en naast

elkaar te verbinden I

Of heeft nog zoo iets

te koop ? J. Langenhoff,

Borgerstr. 225-1, A'dam.

RUILRUBRIEK

Ruilen : 1000 Haka,

1000 v. Nelle. 200 Or.

Rivieren, 600 Liga, 3000

Rademaker, 800 Weeg-

schaaltjes, 250 Hille,

700 Schura, tegen Felix-

Fino-Wennex-H.O. en

and. Postz. insluiten.

M. Koning. Heilbronstr.

48, Den Haag.

ABONNÉ'S OP DIT BLAD,

Wie ruilt mijn in goeden

staat zijnden kinder-

wagen en kinderstoel,

met rood leer bekleed

voor goede Damesfiets ?

Mevr. Chr. Houtman,

Vreeswijkstr. 229, Den

Haag.

Inruil : 2 paar dames-

schoenen, maat 36—37.

met hooge hakken, voor

een paar met } hakken,

m. 36—37. Schalkbur-

gerstr. 281 Den Haag.

In ruil aangeb. : 150

Kwatta soldaatjes, 35

Sickesz wapentjes, 48

H.O. punten voor 100

kwartjes Jamin b.

R'dam. Verz. ber. Mej.

Langendam, Papaverstr.

37c. R'dam (Z.).

Te ruilen : stoommach.,

liggend keteltje en liggend

drijfwerk m. lichtdyn.

4 volt, voor radiotoest.

m. luidspr. (ingeb.). Na

6 u. Wed. Niezen, Rein-

wardstr. 39-11, A'dam.

Wie ruilt mijn 6x9

klapcamera met FOTH.

dubbelan : f 4.5. lens

sluiter 1/ 1/300 sec. in

g. st. voor een spiegel-

reflex cam. form. 6x6,

lens tot 6.3 Voigtländer

of iets derg. ? Onder-

zoek toegestaan. W.

Dorst, Ribesstraat 6,

Den Haag.

Wie ruilt mijn harmoni-

ka, windbuks of heeren-

fiets voor pick-up, kof-

fergramofoon of foto-

toestel 6x9. Carte-

siusstraat 276, Den

Haag.

TE KOOP

GEVRAAGD

Te koop gevraagd : een

groote trom zonder dek-

sels, harmonica 3 rij,

opgaaf v. prijs Glas-

blazersl. 85, Den Haag.

Gratis kunt u gangbare

bonnen die u niet spaart

ruilen voor wat u wèl

spaart en tekort komt.

Bij zending postzegel

Insluiten voor terugstu-

ren. Wed. S. v. Zanten,

Daniël Willinkplein 41,

A'dam.

Wie ruilt complete ori-

ginele „Kodak" film-

ontwikkeltank tegen

moderne radio-onderzet-

tafel ? C. W. Compaan,

Kerkplein 13, Zaltbom-

mel.

In ruil aangeboden 15

kinderboeken (oude

boeken leeft. 10—16 j.)

voor 150 Hillebons, 200

Weegschaaltjes, 50 Vim,

50 Duifjes. 16 Romans

voor 100 Hillebons, 120

Weegschaaltjes, 32 Vim

of Duifjes. Van Horn,

2e Jacob v. Campenstr.

76-111, A'dam (Z.).

Te ruilen : kindertrek-

wagentje, mooi oranje

met blauw, voor fiets

duo zitje. Pasteurstr.

108, Den Haag.

Wie ruilt mijn z. g. a. n.

groen 2-pitsgasstel voor

kinderautoped op ban-

den of kinderfiets. Aals-

meerderweg 423, Aals-

meer (O.).

welke in onze registers zijn ingeschreven en in het bezit zijn van een door onze administratie afgegeven

polis, zijn gratis verzekerd volgens polisvoorwaarden: f 2000.- bij levenslange invaliditeit; f 600.

bij overlijden; f 400.- bij verlies van een hand, voet of oog; f 75.- bij verlies van duim of wijs-

vinger; f 30.- bij verlies van een anderen vinger, een en ander ten gevolge van een ongeval.

Is het ongeval een gevolg van een aan een personentrein, tram of autobus enz. overkomen ongeval,

waarin verzekerde als gewoon betalend passagier reist, dan wordt de uitkeering bij levenslange invali-

diteit gesteld op f 3000.- en de uitkeering bij overlijden op f 1000.-. De uitkeering dezer be-

dragen geschiedt door de NIEUWE HAVBANK N.V. te Schiedam.

Denk er om bij een eventueel ongeval binnen 3x24 uur aan het kantoor der N.V. Nieuwe Havbank te

Schiedam daarvan kennis te geven, ook al meent U, dat de directe gevolgen niet ernstig kunnen zijn

Anders vervalt het recht op uitbetaling.

■^

,;': ■ "" ; -. 'V

'• / ■ i

L\ ■ I.I

\ nï

"tmt-

/.>■*. *-y.- f: ,

.^\'\''

v***>

%

•- : 0È

TW ' « /"'

: ^ . ^


.K. -


h

it :

. :^

m -

.?-'- ' ■,' ■ •^■■ i ff**'

■4r\..

v-r

• *!

*^>^

Een aanzienlij )e Yerba-oogst

gedeelte van het Zuid-Ameri d t "» de Zuid-Amenkaansche

kaansche continent, namelijk Zuid-Brazi'^maanden plaats (van Augustus tot

lië, Paraguay en Noord-Argentinië, is in d >teniber). De jonge twijgen worden dan afge-

laatste jaren bijna uitsluitend beplant met den zoogf den . « bladeren er afgestroopt, in doeken verzameld en

naamden Verbastruik, uit welks bladeren de mate-thee, d Rroote bundels gebonden, ledere bundel weegt van honderd

nationale drank in Zuid-Amerika, wordt bereid. Deze zwak coffeïnc honderdvijftig kilogram en wordt door één enkelen arbeider naar

houdende drank, die een tegenwicht vormt bij een te groot gebrui l vrachtauto gebracht, die de bladeren dan weer naar de droogmstal-

van vleesch, smaakt frisch en verkwikkend, ofschoon hij ons Europeane e transporteert. Bij een temperatuur van zeventig graden worden ze hier

wel een beetje vreemd voorkomt. oosterd en daarna gemalen. Dan is de /erba klaar voor het gebruik.

De mate-thee wordt bijna uitsluitend in Zuid-Amerika gedronket wordt in zakken gepakt en naar het schip gebracht, dat in deze stre-

maar hier dan ook in buitengewoon groote. en zelfs nog steeds groei' . het eenige verkeersmiddel is en dat ze naar alle deelen van het land

ende hoeveelheden. Terwijl het /erba-verbruik in Argentinin ho tr ^ ueert '

jaar 1875 op ongeveer vijf kilogram per hoofd werd geschat, is dit ii ,. w . ■

1932 gestegen tot ongeveer acht en een halve kilogram. Hiermee is d Een bed ,net J on » e /erba-plantjes.

mate-thee, ondanks het feit, dat zij alleen in Zuid-Amerika wordt g« Zoo wordt de mate-thee gedronken. Het „kopje" is een uitgeholde, ge-

dronken, na de gewone thee en koffie de meest verbreide drank ter werel( droogde, pompoenachtige vrucht, die in Brazilië groeit en den naam

Met dit steeds grooter wordende

Yerba-verbruik heeft de aanplant

gelijken tred g-ehouden, ja zelfs

werd er in de laatste jaren zoo-

veel g-eplant, dat de regeering-en

moesten ingrijpen. De /erba-aan-

plant, waarvan men reeds na vier

jaar kan oogsten, leek een zeer

gunstige en veilige kapitaalbeleg-

ging te zijn en zoo werden er

groote waarden in geïnvesteerd, die

reeds na 'n jaar of vier, vijf rente

begonnen te dragen. Hierdoor

werden vele planters er toe ge-

bracht hun plantages van andere

producten in Yerba-aanplantingen

te veranderen. De /erba-productie

begon toen dermate te stijgen,

dat de regeeringen zich genood-

zaakt zagen maatregelen te ne-

men om een anders onvermijde-

lijke overproductie en een daar-

mee verbonden prijsdaling te

voorkomen. Op het oogenblik

worden dan ook bij voorbeeld in

Argentinië, welks noordelijkste

provincie, Misiones, op het be-

bouwde gedeelte voor de helft

met /erba is beplant, zulke hooge

bclas'ingen van lederen nieuwen

aanplant geheven dat het prac-

tisch gelijkstaat met een verbod.

,mate" draagt. De drank wordt

door een buisje opgezogen.

3. De /erba wordt geoogst. De

arbeiders, meestal hulfbloe-

dcn uit Paraguay, die in den

oogsttijd ook naar Brazilië en

Argentinië trekken, snijden de

jonge twijgen met de blade-

ren af.

4. Man en vrouw aan den /erba-

oogst.

5. Een arbeider, die een honderd

tot honderdvijftig kilogram

wegenden bundel naar den

auto zal brengen.. Men merke

op, dat de bundel om 't hoofd

van den man is gegespt, de

in deze streken gebruikelijke

wijze van transporteeren.

6. Op een heel primitieve weeg-

schaal worden de bundels

/erba-bladeren gewogen. Iede-

re arbeider wordt betaald naar

hetgeen hij of zijn familie

heeft geplukt.

7. In de drooginstallatie, waar de

bladeren bij een temperatuur

van zeventig graden geduren-

de eenige uren worden ge-

roosterd.

^


'AIMf MM.

door APTMüO MILLS TöEAUTOOISE-EPOF VFRTALIISJG

Denis Moore, een bekend Engeiscb beeUhouwet. woonaihtig in Parijs, krijgt,

kott voor hij naar Indo-China zal vertrekken om daar voor den keizer van

Annam een beeldhouwwerk te vervaardigen, bezoek van zijn nichtje Julie, voor

wie hij altijd een heel erg zwak heeft gehad. Julie is getrouwd met een der

rijkste Engelsche peers. Lord Tamorley. Haar man is met een zending naar

Nieuw-Zeeland en Julie vertoefde met haar moeder aan de Riviera, waar zij

kennis had gemaakt met baron De Gngnon. Op zekeren dag worden de zeer

kostbare familiesmaragden, die Julie gedragen had. gestolen, terwijl tegelijkertijd

de baron spoorloos verdwijnt.

Julie begeeft zich naar Denis om zijn hulp in Ie roepen. Zij heeft voor de

vaste waarheid gehoord, dat de baron met de boot naar Saigon is vertrokken.

Ze wil nu tegelijk met Denis naar Indo-China gaan om zelf een onderzoek naar

de smaragden in te stellen.

Na Julies vertrek krijgt de jonge beeldhouwer bezoek van een in Parijs studee-

renden Annamict, Mr. Nygugen. die hem de vriendschap van een in Annam

bestaande tang — een soort vereeniging. die zeer krachtig voor haar leden opkomt

en degeen doodt, die haar wetten overtreedt — komt aanbieden, mits hij Julie

belet om naar Annam te gaan. Denis weigert hierop in te gaan.

Een arm tooneelspeelstertje. Ninon, maakt in een café kennis met Nygugen.

Deze biedt haar een contract aan bij het theater te Saigon, mits zij hem een

kleinen dl'iifit bewijst.

Zij moet dan aan boord vnn het schip, dat haar naar Saigon brengt, een heer

zooveel mogelijk uu h.t gezelschap houden van de dame, die hem vergezelt.

Deze heer is Denis Moore. Ninon accepteert het aanbod en ontvangt dan

van Nygugen een juwcelen spin als amulet, die zij onder haar kleeren moet

dragen. ,

Aan boord kan zij direct kennis maken met Denis, Vlak voor het vertrek ont-

vangt hij een dreigbrief, waarin medegedeeld wordt, dat hij zich nu in het web

van de spin bevindt. In Port Said zal de spin naar hem komen kijken, in

Colombo zal zij hem aanraken en in Singapore voor den eersten keer van zijn

blued proeven.

In Port Said toont een Arabische straatgoochelaar Denis plotseling een metalen

spin om dan snel en spoorloos te verdwijnen.

In Colombo ziet hij tijdens het dansen de juweelen spin tusschen Ninons kleeren.

Hij is eerst pijnlijk verbaasd, doch als zij elkaar alles vertellen, blijkt, dat het

meisje geheel te goeder trouw is. Zij wil nu niets meer met Nygugen te maken

hebben, ze denkt, dal hij wel meer van de smaragden afweet en ze wil Denis

helpen.

In Singapore wordt Denis, zonder dat hij begrijpt hoe het gebeuren kon, in

het donker in zijn hals door een kris gewond.

In Saigon vertelt Denis Julie alles. Zij wil echter toch doorzetten. Denis heeft

ontdekt, dat De Grignon bestuursambtenaar is in Hui. waar hij voor den keizer

het beeldhouwwerk moet maken. Hij wil er den volgenden dag heen gaan.

Julie moet verder reizen naar Tonking. en daarvandaan ongemerkt ook ui Hué

trachten te komen.

s avonds neemt Ninon hem mee op een autotocht en onderweg vertelt zij hem.

dat ze naar Cholon, de Chineezenstad, gaan op aanraden van den directeur

van den schouwburg en dat Denis daar kennis zal maken met het bestuur

van de tang.

o auto had de buitenwijken van Cholon bereikt, en even later

reden zij in een straat, die klaarblijkelyk de hoofdstraat van

de stad was. Halverwege deze straat stopten zü voor een ge-

bouw van drie verdiepingen, dat van onder tot boven hel was ver-

licht en naar alle waarschijnlykheid een Chinecsch restaurant was.

Ken enonn dikke Chinees, in een groezelig gele wijde jas, trad

naar voren, opende het portier en ging opzy om Denis en Ninon

te laten uitstappen. Denis vroeg zich af of de man de eigenaar van

het restaurant was die hen op de gewone wyze verwelkomde, of

dat hij speciaal op hen had gewacht om hen te ontvangen.

„Heeren zijn boven," zei de Chinees in gebroken Engelsch.

Denis wees naar de trap; de Chinees knikte. Voorafgegaan door

hun gids begonnen Denis en Ninon de trap te beklimmen. De Chinees

bleef op het tweede portaal staan en wees naar twee opendraaiende

deuren van traliewerk. Hier scheen zijn taak op te houden, want

hij keerde terug.

Denis bleef staan. Er hing een zwakke maar doordringende geur

van opmm in de lucht; uit een kamer een eind achter hem kwam de

hooge nasale stem van een Chineesch zangcresje; verderop in de gang

hoorde hij de schrille klanken van Chineesche muziekinstrumenten;

door de traliedeuren van een kamer een weinig naar links kwam het

geluid van rinkelend geld; alle karakteristieke bijzonderheden van

een Chineesch restaurant — opiumschuiven, spelen, zingende meis-

jes - - waren heel duidelijk waarneembaar. Alleen door de tralie-

deuren waarop hun begeleider had gewezen, kwam geen enkel

geluid.

Dus hier was nu de tang, of beter gezegd de leiders er van; de

verschrikkelijke tang, die hem wekenlang zoo genadeloos had opge-

jaagd. Toen Ninon hem in den auto had verteld waar zu heen-

gingen, had Denis een oogenblik iets als angst gevoeld; om zich in

het hol van de tang te wagen zonder dat iemand hun te hulj) zou

kunnen komen wanneer er iets gebeurde, had veel op waanzin

geleken. Nu merkte hij tot zijn genoegen dat ieder gevoel van angst

verdwenen was. Alleen nieuwsgierigheid vervulde hem — nieuws-

gierigheid hoe de leiders van het afschuwelijke geheime genootschap

er int zouden zien. Hü liep door en duwde de traliedeuren open.

Hij bevond zichzelf in een kamer, die ongeveer zes meter in het

vierkant was. In het midden stond een tafel, waarom drie mannen

zalen. Twee van hen droegen het nationale costuum der Annamieten

uit den beteren stand: lange, zwarte zijden jassen, witte broeken

en kleine ronde kapjes op het hoofd. De derde droeg een wijden

mantel, die veel op een py leek, van het helderste geel dat Denis ooit

had gezien. Twee leken hem van middelbaren leeftijd; de een die

in het midden zat was een heel oude man, met een witten baard

die met twee punten tot halverwege zyn borst neerhing.

-6

De oude man stond op toen Denis binnentrad, vouwde' zij

handen samen en schudde ze drie keer, op deze wyze hem begroc

tend op de traditioneele wijze van zyn volk — een groet die som

migen grotesk mocht hebben geleken, maar dien Denis waardeerd

omdat hy er iets waardigs en eenvoudigs aan vond, dat aan ee

sunpelen handdruk ontbrak.

De eerste woorden echter die de oude man sprak, boezemden hin

met veel vertrouwen in.

„Nygugen zei ons, dat wy u vandaag konden verwachten; gaa

u zitten.

Tot dan toe had hy geen aandacht aan Ninon geschonken, zood;

Denis zich tot haar wendde, waarop de oude man zonder ook maa

een groet tot haar te richten, naar een zwarte rustbank in eei

hoek van het vertrek wees.

„Er zal thee en lekkernijen voor haar worden gebracht," wa

alles wat hy zei. Hy schoof toen een anderen stoel naar de tafel waar

aan zyn metgezellen waren gezeten en noodigde Denis uit plaats ti

nemen. "

Ninon begaf zich naar de zwarte rustbank, terwyl Denis ging zitten

„Ik wou, dat die Nygugen naar de maan liep," dacht hy. Dus hi

had het bestuur van de tang gezegd, dat men hem verwachten kon

Het teek werkelyk, alsof hy geen voet verzetten kon zonder dat dii

kleine, grynzende duivel, die de brutaliteit had gehad hem in zijn

eigen huis te Parys te komen bedreigen, er de hand in had. Maar hi

nam zich voor met te laten merken dat hy ontstemd was, maar lievi

te probeeren de anderen te laten zeggen, welke troeven zij in bande

hadden.

Tot dan toe had alleen de oude man iets gezegd; de beide anderen

waren zwygend en bewegingloos blyven zitten. De oude man wies

het eerst naar zyn metgezel, die evenals hy in een zwarte züder

jas en een witten broek gekleed was.

„Dokter Than Hai. De dokter spreekt alleen Annamitisch en Latijii

maar ik zal alles voor u vertalen wat u hem wenscht te zeggen.

De dokter is het hoofd van onze inheemsche universiteit voor te

neeskunde in Annam, waarvan Sommigen de methoden altyd noj

beter achten dan die der moderne wetenschap, welke de blanke rus

sen naar het Verre Oosten hebben gebracht."

Dokter Than Hai maakte een buiging, maar hy drukte Denis' han-i

den met tegen elkaar zooals de oude man had gedaan. Deze laatste

wendde zich nu tot zijn metgezel aan zyn linkerzyde, die het heletle

kleedingstuk droeg.

„Gia-Long," stelde hy voor. „Hy is een der hoeders van onze keik

Hij spreekt evenmin een Europeesche taal."

De kerk en de medische faculteit! dacht Denis — een mächtig

combinatie! Hy maakte een buiging voor den priester, die zijn «roe

beantwoordde door slechts even met het hoofd te neigen Dei is

voelde, dat zoowel de dokter als de priester vyandig tegenover hem

stonden Er was echter geen enkele reden om te laten merken, da

hy dit begreep.

„Hoe komt het, dat u zoo goed Engelsch spreekt?" vroee hü d

ouden man. e u

„Ik heb eenige jaren in Londen gewoond."

„In Londen!" Denis dacht aan een of ander geheimzinnig pension

in Lnnehouse.

„Ja; ik ben kok in het Carlton-Hotel geweest. Ze hielden me dan

.speciaal om ryst te koken; dat is, zooals u weef, het meest gelief Ie

voedsel van mijn landslieden. Maar u moet na uw tocht zelf o.Ji

honger hebben. Ik heb een schotel voor u besteld, waarvan ik hoep

dat hy u smaken zal.

De oude man nam een houten lepel en sloeg er mee op de taf 1

hr kwam een bediende binnen, dezelfde man, die hen bij de de ir

beneden had ontvangen.

Toen de man binnenkwam viel hij op zijn knieën, raakte drie ke r

met zyn voorhoofd den grond aan en bleef geknield liggen om zim

bevelen te ontvangen.

„Whiskey?" vroeg de Annamiel, een vierkante flesch over de tafel

naar Denis schuivend. „Of misschien geeft u niet meer om uw nati )•

na en drank, daar u zoo lang in Parys gewoond hebt? We hebbi n

ook champagne of rooden wijn."

„Wat u ilrinkt," antwoordde Denis, die by zichzelf besloten bui

dat er geen droppel over zyn lippen zou komen van iets, waarvan .It'

anderen niet eerst gedronken hadden.

De Annamiet knikte. Toen wees hij naar rechts, waar Denis, die

zyn blik volgde, een soort nis in den muur ontdekte. „Dat is


De bloed-broeder van den hoofdman

In den StilK-n Oceaan, een duizend mijl zoo-

wat ten Oosten van Australië, liggen de

Nieuwe Hebriden en Salomo-Eilanden. Daar

wonen nog- kannibalen, menschen die nog

nimmer met de beschaving in aanraking zijn

geweest en die van de lugubere gewoonten,

welke zij in tallooze generaties van hun voor-

ouders hebben overgenomen, nog in geen

enkel opzicht zijn algeweken.

Onder hen vertoeft echter een blanke, een

Engelschman, die zich indertijd daar geves-

tigd heelt en die, merkwaardi)) genoeg, thans

als hali-hlanke, hall-wilde onder hen woont en

werkt.

Jaren geleden, op een donkeren avond, be-

gaf Dr. Fox, zooals hij heet, zich met een

pakje boeken onder den arm en een katoenen

doek om zijn middel, op het eiland San Cris-

toval aan land. Hij liet de Europeesche be-

schaving en veiligheicl achter, om te pogen

het vertrouwen te winnen van 'n stam zwarten,

die de blanken slechts kenden als „roovers",

die hun zonen en broeders kwamen wegstelen

om hen naar het ver-verwijderde Queensland

Ie ontvoeren, waar zij op de suikerplantages

moesten werken.

Deze blanke echter sprak hun eigen taal,

en kwam als een van henzelf, gekleed op de

allereenvoudigste wijze zooals zijzelf gekleed

waren. Zijn bedoeling: hen op te heffen uit

den afschuwelijken toestand waarin zij ver-

keerden, deelde hij hun niet mede, althans

aanvankelijk niet. De wilden waren dan ook

verbaasd toen zij hem zagen, en de mannen

begonnen onder elkaar te mompelen. „Die

blanke heelt niets goeds in den zin," zoo

spraken zij. „Wij moeten hem dooden voordat

hij ons doodt." Maar na den avond, waarop

zij rond de flikkerende vuren, waarboven de

kookpotten hingen, het gevul besproken had-

den, leefde Dr. Fox nog steeds.

Het kleine scheepje, dat hem gebracht had,

was weggevaren en had hem alleen gelaten

met den stam — een zonderlinge blanke, die

hun vertelde, dat het niet goed was om men-

schen te dooden en hen op te eten. De vreemde

was bovendien ook zeer onwetend; hij kon

geen vuur maken met twee stokken, en even-

min wist hij, wat het beste riet was voor een

nieuwe iiut. Maar later ontdekten zij, dat hij

er voor zorgen kon dat er reusachtige brood-

wortels op hun akkers groeiden, en hij had

dit alleen bewerkstelligd door kleine riviertjes

door hun landerijen te doen vloeien.

Bij de jacht, de vischvangst of bij het ge-

vecht beteekende hij evenwel niets, en niemand

van de mannen begreep eigenlijk, waarom

men hem toestond in leven te blijven. Hij

werd echter geduld, doch meer ook niet. Tot

op een dag de oudste zoon van den hoofdman

uit een hoogen palmboom viel en weggedra-

gen moest worden met een gebroken been.

„Dood hem!" riepen de bloeddorstige jonge

strijders. „Hij zal nooit meer in staat zijn ons

in het gevecht aan te voeren! Onze hoofd-

lieden moeten sterk zijn en dappere aanvoer-

ders!"

Maar ofschoon Dr. Fox geen verstand van

de heelkunde had, slaagde hij er toch in de

eenvoudige breuk te doen genezen. Het

duurde niet lang, ol Martin Takabaina, zooals

de zoon van den hoofdman heette, was weer

in staat te loopen, te jagen en te visschen.

„Je zult mijn bloedbroeder zijn", verklaarde

de dankbare, jonge krijger. Daarop werden

de aderen van de beide mannen geopend en

hun bloed werd vermengd in een kom. De

OP LEVEN EN DOOD

EEN REEKS SPANNENDE AVON-

TUREN NAAR WAARHEID VERTELD

naam van Dr. Charles Edward Fox werd uit-

gewischt; hij heette voortaan Martin Taka-

baina en was de zoon van een kannibaal,

voorbestemd om later kannibalen-hoofdman Ie

worden.

Deze omstandigheid was het, die de uitvoe-

ring van de taak, welke Dr. Fox zichzelf had

gesteld onder hen te vervullen, gemakkelijker

maakte. Mannen die vroeger geweigerd had-

den naar hem te luisteren of die zelfs vijandig

tegenover hem gestaan hadden, namen zijn

woorden nu gretig in zich op. Misschien was

het ook wel niet goed om menschen te doo-

den en op te eten. Bovendien was er af en toe

een Engelsch oorlogsschip voor San Crisloval

verschenen, en dat had lang en heftig zijn

kanonnen doen bulderen wanneer er ergens

sporen van kannibalisme werden aangetroffen.

Alles bij elkaar zou bel - daarom misschien

maar het beste zijn, geen menschenvleesch

meer te eten — behalve natuurlijk heel ver

van het strand, waar nooit iemand het kon

ontdekken.

De verhalen over Dr. Fox« zonderlinge be-

loogen verspreidden zich langs de Westkusl

van San Crisloval tot Hanununu, een groepje

hutten nabij een baai, die van uit zee bijna

onzichtbaar waren door een groote rots, welke

daar tijdens een aardbeving was neergekomen.

Melanesië, zooals de eilanden voor de Oost-

kust van Australië heelen, is vaak hel tooneel

van allerlei wreede en bloedige ceremoniën.

Te Savo vereeren de inheemschen haaien en

werpen ieder eerstgeboren kind in zee als

voedsel voor deze monsters. Te Three Sisters

vereeren zij krokodillen; de priesters baden

er in een poel die wemelt van deze dieren,

koke'n een kleinen krokodil boven de met veel

ritueelen omslag aangestoken vuren en deelen

er een portie van uit aan lederen volgeling.

Elke nederzetting heeft haar eigen goden,

die ieder een speciale taak hebben. Sommigen

zorgen voor het gewas, anderen scherpen de

oorlogssperen of blazen rook in de oogen der

aanvallende vijanden. De zonderlingste god

was echter die van Hanununu. Dat was een

slang, een boa-conslriclor — groot, zwart en

zeer oud. De stam had hem reeds geslachten

lang vereerd. De slangen, welke er op deze

eilanden voorkomen, zijn steeds klein en zel-

den gevaarlijk. Geen wonder dus, dal de bij-

geloovige inheemschen een klaarblijkelijk on-

slerfelijken reus vreesden en vereerden — een

reus die zoo geweldig sterk was, dat hij den

krachtigslen man dood kon knellen met één

druk van zijn machtig- in kronkels gewikkeld

lichaam.

Het monster vertoefde in een groote, om-

paalde ruimte, waar het geregeld gevoed werd

door de priesters met groenten en vleesch. De

hoofd-priester was tevens hel hoofd van den

stam, en er werd gefluisterd, dat zijn vader

de slang zelf was.

Er was natuurlijk heel wal opwinding onder

de inheemschen Ie Hanununu, toen Dr. Fox er

voor den eersten keer verscheen met zijn af-

keurende woorden over hun bijgeloof en an-

dere overtuigingen, die hun dierbaar waren.

Wilde hij soms beweren, dat hij bijvoorbeeld

niet gelooide aan de heilige slang?

Vooral de hoofdman was diep beleedigd.

- 8

„Goed," zei hij tegen Dr. Fox, „we zullen

zien of de heilige slang het met je beweringen

eens is ..."

Zijn slamgenoolen begonnen kwaadaardig

te lachen. Ze begrepen wat hun hoofdman be-

doelde en talrijke sterke handen grepen den

blanke aan en duwden hem over de omheinig

van palen.

Het was een afschuwelijk oogenblik voor

Dr. Fox. De trommels der inheemschen be-

gonnen te roffelen; de priesters hieven met

hooge stem een eentonig gezang aan, waarin

zij eer brachten aan de heilige slang, die even

later uit zijn schuilplaats in een donkeren

hoek van zijn verblijf traag kwam aanschui-

felen. De inheemschen, die vol verwachting

stonden toe te kijken, slaakten een luiden

zucht toen zij het monster zagen naderen ...

Plotseling klonk er een luid en dof ge-

rommel. De grond begon te beven en te

golven; de palmboomen zwaaiden woest heen

en weer en hun stammen kraakten als lucifers-

houtjes doormidden. Van de heuvels kwamen

groote rotsblokken naar beneden rollen. Een

nieuwe aardbeving teisterde de streek!

De inheemschen renden luid schreeuwend

naar alle richtingen weg, terwijl de dood zich

onder hen met verschrikkelijke snelheid ver-

spreidde. Kolossale steenen vielen neer op de

nederzetting, de hutten verpletterend onder

hun gewicht en ... de palen verbrijzelend van

de ruimte, waarin de slang vertoefde.

Toen, opeens, werd alles weer stil. Het doffe

gerommel stierf langzaam in de verte weg. 1

zwak na-echoënd in de dalen. Dr. Fox had

zich niet verroerd, maar nu ging hij luid roe-

pend de inheemschen achterna.

„Kom maar terug!" riep hij. „Het is voor-

bij! Jullie slang is dood!"

Het was inderdaad waar; een groote steen

had den kop van het monster verpletterd.

Een verschrikkelijke angst maakte zich an-

dermaal van de wilden meester. Over welke |

geheimzinnige machten beschikte deze blanke,

dat hij den grond kon doen schudden? Dai

hij de heilige slang zonder wapen kon dooden? I

Dien avond, terwijl de kookvuren flikker-

den, werd er veel en geheimzinnig gefluisterd I

onder de mannen.

Den volgenden ochtend kwam de hoofdman

naar Dr. Fox. Hij was zeer onderdanig.

„Wij willen luisteren naar hetgeen je te ver-

lellen hebt," zei hij ...

Toen de oude hoofdman stierf, nam dien',

oudste zoon — de bloedbroeder van Dr. Foy

— zijn plaats in, maar nóg een maand latei

rouwde de stam over zijn dood. Dr. Fox ver-

richtte de begrafenisplechtigheid van zijn

„broer" en richtte een eenvoudigen steen op.

die zijn naam droeg: C. E. Fox, overleden

1922, San Crisloval.

De stam wenschte dal het tweede-zelf van

den overleden hoofdman, zijn bloed-broedei

diens plaats als hoofdman zou innemen, maa'

Dr. Fox voelde zich daartoe allerminst ge

roepen en bedankte voor de eer, die men hem

wilde bewijzen. Hij gal er de voorkeur aan

als „half-blanke, half-wilde" zijn werk onder

hen voort te zetten, de taak te vervullen, di'

hij zichzelf op de schouders had gelegd .. •

--

.

r ,

-_^__^_-


MET DE

KANO

E P O P U I T

Kanovaren is Nederlands meest beoefende tak van watersport. In de

laatste tien jaren stoffeeren de kano's op overwegende wijze het

zomer-waterlandschap. Opnieuw, doch in andere banen, kwam de

verlokking in den volksaard boven om op het water te vertoeven Koos

men eertijds zee op de vele handelsschepen, die de historie van ons land

roemruchtig maakten, thans kiest de jeugd de Hollandsche stroomen, wa-

teren en plassen, klimt niet in het want, doch pagaait in een kano en

heelt belevenissen korter bij huis.

Datzelfde gevoel, wat de vroegere Janmaats zoo boeide, bezielt nog

heden de watersporters, alleen de verhoudingen zijn gewijzigd. Met enthou-

siasme wordt door den kanovaarder gezocht naar voor hem nieuwe plekjes

natuurschoon en aantrekkelijk vaarwater. Alleen of in groepsverband trekt

men er op uit, hetzij voor een dag, weekeinde of een geheele vacantie De

sportieve inspanning wordt in evenwicht gehouden door tal van andere

l.ezigheden en vermaken, welke de algeheele ontspanning bevorderen Het

is in dit verband verwonderlijk, wat er al niet in de bij voorkeur irebruikte

loerkano wordt weggestuwd, en mot welk 'n geduld er vaak wordt overgepakt!

Eenmaal van den kant of het vlot vertrokken, komt de kanovaarder

eerst goed m actie. Met felle slagen klieft hij het water langs de flanken

van het waterros, vecht hi, zijn robbertje met het natte element indien

di woehg gehumeurd is. De beweeglijkheid van het ranke vaartuigje is

uiterst groot maar evenzoo t hier tegenover te stellen aantal manoeuvres.

Met kanovaren heeft dan ook als lichaamsoefening groote waarde, welke

nog vermeerderd wordt door de frissche en zuivere lucht boven hef water

iTZl f W A rlJ \ WCer vero " rz . aak « een andere gesteldheid, men laat dan

konlrt ,nT . T' "'^ u'W" ^ ,UCht ^ * ek,eed in bad P ak of ^orts,

M L«L ' de ZOn de hwd en verh « 0 *» a 'd"s den weerstand van het

n,^ e iliJt a K n 7 aren iS vanw e?e zifn rijk afwisselende in- en ontspannings-

mogelijkheden een zeer gewilde en ideale bezigheid voor allen, de aan de

ZVd r" het ^»r, * eh °«r «even. Den toeschouwer óp den wal

^ i ^ 1, ^ n aan l rekk e''J k schouwspel als een aantal pittige en feestelHk

S of ;ägaair:. h " n he n *- *^ M - burlesque' kleding, v'orb'ij

I. Drijvend op het gladde watervlak . ..

^ Gelukkig zijn er altijd wel vriendelijke motorbooten, die een heele vloot

van kanos naar een of ander geliefkoosd watersport-oord sleepen da

* Me. T 't.* 0 Ve [ ,S verw, * dprd " m er heelemaal heen te pagaaien

l'De kanÄrKK^^T^ he, Wa,Pr do0r de ^ diM i. ue Kanolielhebbers zijn legio... ' weggeduwd,

-i. Het woelige water eisht gorote handigheid in het pagaaien.

O. Wat een druktef — En wat een Icvensvreuffde!

7. Startklaar ...

8. Op een zandigen oever geland

voor den pick-nick of

het bad ...


OPLOSSINGEN ZOEK EN VIND

27 JULI

OPLOSSING KRUISWOORDRAADSEL

E E

■STRAND

P A R A

K E E 3

DRA

INEEN

G 0 M E

E D AKEN

EEN

ROEMEN

KAAN

D I N

6 T

OPLOSSING OPLOSSING

VERANDERRAADSEL TOOVERDRIEHOEK

laar stel

staf meer

naam stel

reat been

JAN STKEN

OPLOSSING

VAK-LOGOGRYPHF

z A K E L u inj

A A N T A O

K N E E P P

E r E N 1

L A P I

IJ

K

WAT

L

r 1

LAND

1 s e a \o

0 T E R 0 0

1 1 ' C E W! E E

5 T 0 A N 'T 0 N

2 E : 1 N 'T S C H C

0 N V E R L E D E N

OPLOSSING

ONZE FILMPUZZLE

WAT MOET ER IN HET

MIDDEN WORDEN

INGEVULD?

dak goot ijzer

duin roos kleurig

muil ezel wagen

voor land pijn

boven arm band

zak fleld stuk

W aard bol

dek riet veld

stoom boot werker

blauw ong hoek

:;iiETA GAKBO

Schoorl

gewest

Z eg-waard

ooievaar

linieeien

noord

oost

jreest

Dante

stooten

den

OPLOSSING

VLECHTMATJE

R C V

R E K E N E N

K L R

G E L A T E N

N T E

V E R E E L T

N N T

Horizontaal:

1. vogel

5. schaapkameel

9. afbellend dak tegen

een muur aange-

bracht

1. toestaan

2. in den grond delven

Vul in de kwa-

draten horizontaai

en verticaal woor-

den van de volgen-

de betcekenis in;

I.

1. wijn

2. kcllncr

3. denkvermogen

4. het trekken.

IL

1. lichaamsdeel

2. nauwe doorgang

in de aardkorst

3. plaats in Gel-

derland

4. reddingswerktuig

IIL

1. warm

2. wild zwijn

3, vrouw

4, vervoermiddel

IV.

1. met allerlei kleu-

ren

2. aan de andere

zijde

3. plaats in Gel-

derland

4. bof

V.

1. voorste gedeelte

van een schip

2. regel

3. nobel

4. betaalmiddel

KRUISWOORDRAADSEL

14. onder anderen

(afkorting)

15. jaar vóór Christus

geboorte (Latijn)

(afkorting)

16. knaagdier

18. titel van een predi-

kant (afkorting)

19. Engelsch bier

22. voegwoord

23. schenking

25. sloom opgeven

28. metaal

29. voorzetsel

30. meisjesnaam

32. boom

VIJFVOUDIG TOOVERKWADRAAT

I JL

1 2 3 4

2

i 3

A A

m

1 V 3 A

m

1 2 3 A

2 2

5 •

3

A

2

5

A

34. paardenslee

36. een der Gilbert

eilanden (Br.) in

Oceanië

37. staaf

40. in de klem

43. opgedragen werk

44. schijf waarop men

schiet.

Verticaal:

1. buitenste kant van

iets

2. klaar

3. in het jaar onzes

Heeren (Latijn) (af

korting)

4. bouten blaasinstru-

ment

5. chirurgisch instru-

ment

6. administratietroepen

(afkorting)

7. bezittelijk voor-

naamwoord

8. tegen

10. geluid van een kraai

11. meisjesnaam

13. zich onthouden van

eten en drinken

16. het laatste

17. zie no. 8 verticaal

18. een spel

20. waar iets eindigt

21. meisjesnaam

23. muzieknoot

24. meisjesnaam

26. ondankbaarheid

30. vogel

31. dierenverblijf

33. slim

34. schip

35.

38.

39.

41.

42.

zooals de akten ge-

tuigen (afkorting)

(Latijn)

afkorting op recept

onderofficier

(afkorting)

behoudens vergissin-

gen (afkorting, En-

gelsch)

1 2 3 A

2 <

>- 1 1

1 2 3 A

A

V

Vul van buiten naar

hinnen in:

1. titel van een predi-

kant

2. ramp, onheil

3. te berde brengen

4. hetgeen tot voort-

zetting van iets

dient

5. uitstekend

6. stoomboot die den

Rijn bevaart

7. gezichtskring

8. begin

9. hachelijk

10. met doornen bezet

11. iemand die in Hon-

garije woont

12. bediende

13. die veel gereisd

heeft

14. doorgang door een

gebergte

15. arbeidsvermogen

16. nakijken

In de buitenste bogen

leest u een bekend ge-

zegde.

N-PUZZLE

Gevraagd: 8 woorden van zeven letters, die elk

de letter N tot eindletter hebben. De beteekenis der

woorden is:

1. dient voor verlichting — 2. uittrekken — 3

halfluid zingen — 4. toekijken — 5. vorderen — 6.

met cijfers werken — 7. wijn bij een of andere gele-

genheid aangeboden — 8. windstreek.

De beginletters van elk woord vormen tezamen

den naam van een plaats in de provincie Gelderland.

INVULRAADSEL

1W

2(3) 5

j(z; 6

MD 1

^

6

7

Vorm horizontaal en verticaal dr/clfde woordpn

van de volgende hel e eken is:

1. mrH'klinker — 2. onderwijs - - 3. voorjaar —

4. dun '.»astjo — 5, handvat van vete voorwerpen

— 6. h'.-r 7. medeklinker.

CIRKELRAADSEL

ONZE FILMPUZZLE

LADDERRAADSEL

S~\ f^\

1

1

3

L J 1

Vul horizontaal in:

I. vrijzwemmend kuifpoolig schaaldicr

2 zwarte massa die in zilvergraveeringen wordt aan-

gebracht

3 plaats waardoor men binnentreedt.

Op de spijlen leest men den naam van een filmster.

Tc gebruiken letters: a, c, e, c. e. e, e, g, g. g.

h. h. i. i, i, 1, I. n, n, n, n, o, o. o, r, r.

Wij stellen een hoofdprijs van ƒ 2.50 en tien film-

foto's beschikBaar om te verdeden onder de goede

oplossers. Antwoorden in te zenden vóór 17 Augustsu

arm Dr: Puzzelaar, Galgewater 22. Leiden. Op enve-

loppe of briefkaart au h. duidelijk vermelden: Film-

puzzlc 17 Augustus.

Deze puzzle kan Iegelijk met de andere ingezonden

worden, doch lief it np een apart velletje papier

- 13

VODR ELKE

YE

IJZEN

DE PRIJSWINNAARS

I)(' hoofdprijzen kondon deze weck u orden

loejfekend aan:

mevrouw G. Mellenbergh, Amsterdam;

mevrouw J. A. Verhoeven, Rotterdam;

mejuffrouw f:. Brender a Brandis,'s-Gravenliiiye;

den heer W. Gloudie, Rotterdam;

den heer M. v. 't Hof, Bolnes.

De troostprijzen werden deze week gewon-

"nen door:

mevrouw J. J. van Pelt-Romeyn, Rotterdam:

mevrouw v. Hoorn, Berden op Zoom;

mevrouw J. W. G. van Dijk, Amsterdam,

mevrouw R. Dieckhaus, Doetinchem;

mejuffrouw A. v. Eeden, Noordwijkerhoul;

mejuffrouw Groenendaal, Rotterdam;

mejuffrouw J. Barendrechl, IJselmonde;

mejuffrouw R. Otffaar, Arnhem;

den heer Y. Weijdema, Steenwijk;

den heer D. C. Verdonk. Leeuwarden;

den heer F. Stofte, 's-Gravenhajfe;

den heer P. M. Soudijn, Hillepersherg;

den heer J. Hiethrink, Nijmefjen;

den heer J. Trouwborst, Rotterdam;

den heer J. J. C. van Riel, Noordwijk:

den heer H. Bode, Bolnes;

den heer A. J. Groeneveld, Rotterdam;

den heer J. v. Sirhem, Amsterdam;

den heer F. Boullart, Valkenswaard;

den heer J. Kieft, Rotterdam.

De hoofdprijs van de lilmpuzzle werd deze

week verworven door:

den heer H. A. C. Goorkate, Utrerhl.

De troostprijzen vielen ten deel aan:

mevrouw J. Kleiberjf, Schiedam;

mevrouw J. de Visser-v. Tiel, Boxtel;

mejuffrouw C. H. Zwier, Assen;

mejuffrouw H. v. Bosheide, Zutphen;

mejullrouw A. Jansen, Valkenswaard;

mejuffrouw F. C. Becker, 's-Gravenhape;

den heer J. A. v. d. Wiel, Amersfoort;

den heer G. J. Mol, 's-Gravenhaße;

den heer P. Kielstra, Eindhoven;

den heer P. J. Spek, "s-Gravenhaße.

ONZE PRIJZEN.

Voor goede oplossingen op iedere

puzzle, rebus, probleem, enzoovoort,

stellen wij een prijs van ƒ 2.50 be-

nevens vier troostprijzen beschik-

baar. In totaal dus deze week

5 prijzen van ƒ 2.50 elk en

20 troostprijzen.

DE OPLOSSINGEN

op de in dit nummer voorkomende

puzzles, enzoovoort, gelieve men

vóór 17 Aug. in te zenden aan Dr.

Puzzelaar, Galgewater 22, Leiden.

Op enveloppe of briefkaart vermelde

men duidelijk:

Oplossingen Zoek en Vind 17 Aug.


EEN KOOPJE

EEN COMPLEET VERHAAL DOOR FRANCES CAMPBELL

Ze hadden den Zondagmiddag buiten door-

gebracht en keerden nu naar huis terug. Ze

hielden dolveel van elkaar, waren pas ver-

loofd en hoopten over eenige maanden te kun-

nen trouwen.

In de stad gekomen, voerde hun weg lanas

Oxford Street.

Hilda was slank en blond, met groote blauwe

oogen in een ovaal gezichtje, en terwijl zij naast

John Mitchell voortzweefde, had zij haar hand

lychtig op zijn arm gelegd, maar ofschoon zij

één en al aandacht scheen voor den knappen,

donkeren jongeman aan haar zijde, ontgingen

toch de talrijke aantrekkelijke dingen, die in de

etalages der winkels lagen uitgestald, niet aan

haar bewonderende blikken.

Na eenigen tijd passeerden zij een winkel,

waar de elegantste jurken waren tentoongesteld,

die men zich denken kan: teere bedenksels, die

speciaal ontworpen schenen voor in hef maan-

licht dansende elfen.

Als magneten trokken zij Hilda naar de groote

spiegelruit en ontlokten haar nauw bedwongen

uitroepen van bewondering en verrukking. Ze

greep Johns arm vaster beet. „O kijk eens," riep

ze, wijzend naar een jurk van een tint blauw als

een zomerhemel. „Vind je het geen droom?"

John bewonderde de jurk gehoorzaam en er-

kende, dat het inderdaad een droom was.

„En toevallig mijn geliefkoosde kleurl" ver-

klaarde Hilda in extase. ,,Ze zou voor mij ge-

maakt kunnen zijnl"

John erkende, dat de jurk inderdaad voor haar

gemaakt zou kunnen zijn. Niet dat dit veel zei,

want hij zou hetzelfde hebben beweerd óók al

was de jurk door een blinde van zakkenlinnen

gemaakt, en zou Hilda hem mooi gevonden

hebben.

„En kijk eens, John, maar drie guineasl Wat

een koopje!"

John vond het ook een koopje.

„Dat komt natuurlijk omdat het uitverkoop is,"

zei Hilda. „En ze hebben 'm vast vandaag in de

etalage gezet, om kijkers te lokken." Ze greep

zijn arm nóg vaster. „Ik heb juist zoo dringend

een nieuwe jurk noodig," beweerde ze dan, met

BORriIBESSENOOOST Ol> PK VRUWE

een vluggen blik langs de jurk die zij droeg -

en die nog geen veertien dagen oud was.

John keek óók, maar met zijn mannen-oogen

kon hij natuurlijk onmogelijk ontdekken waarom

zij zoo dringend een nieuwe jurk noodig had.

Wat een prachtige gelegenheid, dacht Hilda

bij zichzelf, om haar aanstaanden man te doen

zien hoe zuinig ze was aangelegd. Wat een

schitterende kans om John te bewijzen dat of-

schoon zij er altijd aardig uitzag, ze toch op de

kleintjes lettel

„John, die jurk ga ik koopen," vervolgde ze.

„Ze is veel goedkooper dan wanneer ik er een

laat maken. Als ik die jurk koop, ben ik minstens

een paar pond voordeeliger uit, en die kan ik dan

besteden voor andere dingen, die ik pók noodig

heb . . ."

John knikte en hef lukte hem haar met zachten

drang mee te troonen. Gedurende eenige mi-

nuten liepen zij zwijgend voort, tot Hilda opeens

weer begon:

„John, ik ga 'm beslist koopen. Maar ik moet

er morgenochtend heel vroeg bij zijn, anders Is-ie

natuurlijk al weg. Er zullen er honderden op af-

komen! Ze zullen er in queue voor staan. Ik

weef hef zekerl Daarom moet ik zorgen het

voorst fe staan, opdat ik het eerst naar binnen

kan gaan."

„Dat is een idee," zei John. „Wie het eerst

komt, het eerst maalt."

,,lk moet heel, hèèl vroeg zijn, John! Om zes

uur all Wil je mij morgenochtend om vóór zessen

komen halen en me gezelschap houden tot de

winkel opengaat?"

„Graag," zei John, voor het eerst dien middag

niet bijster enthousiast.

Den volgenden ochtend, precies om tien mi-

nuten vóór zessen, liep John de stille straat in,

waar Hilda met haar ouders woonde. Tot zijn ver-

bazing kwam zij bijna op hetzelfde moment naar

buiten.

„De vroegte wint," lachte ze vroolijk, terwijl

ze hem een arm gaf. „En nu op expeditie . . .

We moeten flink doorstappen! Ik zou het mezelf

nooit vergeven als een ander die jurk kreeg . . ."

Om vijf minuten over zessen waren zij bij den

winkel — inderdaad de eersten. Er was trouwens

in de heele straat nog bijna geen mensch te zien.

Hilda liep naar de etalage om nog een blik

op de jurk te kunnen werpen. In het heldere,

teere licht van den prillen dag scheen ze nog

mooier, nog sprookjesachtiger dan den vorigen

avond.

Ze had zich voor de lange uren die zij

moesten wachten, goed uitgerust. Ze had een

vouwstoeltje bij zich, een thermosflesch met war-

me thee, twee kopjes, en een trommeltje sand-

wiches.

Ze hadden nog geen kwartier gewacht - Hilda

zittend op het stoeltje, John gedwee naast haar

staand — toen er een grijze dame In een langen

bruinen mantel verscheen. Ze bleef voor de

etalage staan, en staarde eveneens als gefasci-

neerd langen tijd naar binnen.

„Zie je wel," fluisterde Hilda, „dat het goed

is, dat ik vroeg ben? Ze keek naar m ij n jurkl"

De dame in het bruin nam de plaats achter

Hilda in, eveneens op een vouwstoeltje.

Van dat oogenblik af begon de queue lang-

zaam maar gestadig te groeien. Vrouwen en

meisjes van allerlei leeftijd en slag maakten haar

hoe langer hoe grooter.

John bleef de eenige man op het tooneel. Hij

vond zijn positie weinig benijdenswaardig en liep

een eindje de straat in ten einde goed te doen

uitkomen, dat hij persoonlijk eigenlijk niets met

de heele queue te maken had.

Na tien minuten was hij weer bij Hilda terug.

„Toe, Johnnie, wees eens lief," zei ze toen,

„en pas jij even op mijn plaats terwijl ik een

eindje heen en weer loop. Ik ben zoo stijf van

het zitten." — Voordat hij tijd had om te pro-

testeeren, was zij reeds weg en nolens volens

was hij gedwongen zich op het wankele stoeltje

neer te zetten.

Het was acht uur toen Hilda wegging, en om-

dat de winkel pas om negen uur zou opengaan,

genoot zij naar hartelust van het uur dat volgde,

ledere etalage die zij passeerde bevatte nieuwe

attracties. Hoeden en sjaals, tasschen en hand-

schoenen — van achter iedere spiegelruit lokten

de koopjes . . .

John haatte het uur, dat volgde. Hij kon bet

gelach en de opmerkingen op zijn kosten, die er

uit de queue vrouwen en meisjes achter hem op-

stegen, in het geheel niet waardeeren. Hij zat zoo

diep mogelijk op zijn stoeltje gehurkt, de handen

tegen zijn ooren, recht vóór zich op den grond

starend.

Even voor negen uur verscheen de chef van

den winkel — een korte man met een blond

baardje. Hij haalde een sleutelbos uit zijn zak,

deed de deur open, verdween naar binnen en

deed ze weer achter zich dicht. Toen verschenen

de verkoopstertjes, lachend en pratend.

Precies om negen uur werd de winkel ge-

opend. John was nu ten einde raad, want Hilda

was nog niet terug. Hij speurde zenuwachtig de

straat af, besluiteloos met het stoeltje onder zijn

arm staan blijvend, terwijl de queue als een

reuzeslang langs hem heen naar binnen scheen

te worden geperst.

Als In een droom zag hij hoe de blauwe jurk

uit de etalage werd gehaald en op de toonbank

neergelegd opdat de dame in hel bruin haar kon

bekijken. Als in een droom zag hij, hoe ze werd

ingepakt, en hoe de dame er mee uit den winkel

kwam.

Hij had er geen idee van hoe lang hij in de

portiek had gestaan, toen hij plotseling een hand

op zijn arm voelde. Zich omdraaiend staarde hij

ontdaan in Hilda's opgewekte gezichtje.

„De jurk. . ." stamelde hij. „Weg . . . Die dame

in het bruin . . ."

„O, die jurk," zei Hilda geringschattend. „Het

kan me niets schelen. Ik geloof toch niet, dat ze

mij gepast had. Ik heb een allerliefst hoedje ge-

zien in dien winkel daar, dat heb ik gekocht..."

Hef vouwstoeltje qleed kletterend onder Johns

arm uit. .

PRINSELIJKE FAMILIE MET VACANTIE

H.K.H. Prinses Juliana en Z.K.H. Prins Bernhard met Prinses Beatrix In het park van hun

vacantleverblljf te Heiligendamm.

De Commissaris der Koningin in Drente, mr. dr. R.

H. Baron de Vos van Steenwijk (in het midden), ver-

richtte de officieele opening van hef rijwielpadennet

over Drente, dat de schoonste deelen der Oude

Lantschap ontsluit.

Z. Exe. Balthasar, minister van Openbare Werken

en Werkverschaffing in België, bracht een twee-

daagsch studiebezoek aan ons land. - De minister

bij den Maastunnelbouw te Rotterdam.

De bekende filmster Maurice Chevalier trad in het

Kurhaus te Scheveningen op. — „Volendam" ontbrak

niet om hem te verwelkomen!

De jaarlijksche vlerdaagsche afstandsmarfchen bij Nijmegen zijn wederom een groof succes geworden - Links: Een opgewekt groepje onderweg Rechts:

Tijdens de prijsuitreiking, die plaats vond in tegenwoordigheid van Z Exc. minister Colijn. - De Engelsche deelnemers zongen den minister toe

- 15


DRIE

KAliCRADCft

MAAR DEfl RONAM VACI

zAan ITlapia

rfemarque

De drie kame-

raden komen

in conflict met

Patricia Holl-

mann, verge-

zeld door een

harer kennis-

sen.

ne drie kameraden, OOo, Gottfried en Erich

(„THREE COMRADES")

Regie: Frank Borzage.

Metro Goldwyn Mayer-film.

Erich Lohkamp Robert Taylor

Patricia Hollmnnn . . Margaret Sullavan

Otto Koster Franchot Tone

Gottfried Lenz Robert /ountr

Alfohs Guy Kibbef

Breuer Lionel Alwill

Dr. Becker Henry Hull

Een plaatselijk geneesheer. Charley Grapewin

Dr. Jaffe Monty Woollev

0

p het oogenblik, dat de trompettei

den wapenstilstand van den laatstcr

grooten wereldoorlog afkondigde, be-

gon er voor vele millioenen jonge menscher

een nieuwe strijd. Terug in de burgermaat-

schappij, gekweld door de vreeselijkste her-

inneringen, niet in staat vaak tot geregeld

werk ,.n niet opgewassen legen de klein-

zielige intrigues, waren zij veelal, als oud-

frontsoldaten op nauwelijks twintig-jarigen

leeftijd op elkaar aangewezen.

Zoo vestigen ook de drie kameraden

Erich Lohkamp, Otto Koster en Gottfried

Lenz zich in een klein Duitsch provinciestadje, hopende

met n garage annex reparatie-inrichting voor automobielen

'n hun levensonderhoud te kunnen voorzien.

Rijdende in hun zelfgeconsfrueerden wagen „Baby", zoo

genoemd naar Otto Kosters gedemonteerde vliegmachine,

komen zij in conflict met Patricia Hollmann, een verarmde

aristocrate.Uit do hierop gevolgde kennismaking ontstaat

er tusschen Erich en Patricia langzamerhand een warme,

groote liefde, al is Patricia ongeneeslijk ziek en al weet

zij, even goed als de intelligente Otto Koster, dat zij ver-

moedelijk niet Ij.ng meer zal leven.

Gottfried, de felle idealist, heeft zich

Margaret "'♦ grievende teleurstelling ingelaten met

PaJ&HoTN ,,, ' P oli,ick . ^ ^t gevolg is, dat een

mfinn aantal leden van een andere partij aan

Erich en Patrfcinr pas getrouwd, geven een avon


Avond in Boada-

peit. — Een kijkje

onder een der vele

bruggen door, die

den breeden Do-

nau overspannen

en de beide stads-

deelen Boeda en

Pest met elkaar

verbinden. Vroe-

ger waren dit twee

aparte steden, die

echter in 1870 met

elkaar werden ver

eenigd en nu de

hoofdstad van

Hongarije vormen.

Zondagsmarkt in

een Zuid Ameri-

kaansch dorp. Het

voornaamste han-

delsartikel is hier

de coca, gedroogde

bladeren van den

cocastruik, die

door de Indianen

en kleurlingen ge-

kauwd worden om

hun opwekkende

werking, hoewel

er naderhand een

sterke, schadelijke

reactie op volgt I

OVEP WEE: I ,

vereld

{lYme

. ;-%' V

m •X-v^,^^,-.

*"& t I

r^ ï >

vm#r*

'ïm^Êji

•^*nm

■■ .

&■'.

'2SZu

>

^1

Het trefpunt der mondaine wereld: Nie,

Cöte d'Azur. Onze foto toont een fraai pa

van de beroemde Promenade des Anglais.

Een eigenaardig kijkje in de Chineesche stad

Hongkong. Zooals men ziet mag niet alleen

Noord-Amerika zich in het bezit van wol-

kenkrabbers verheugen. Men heeft ze hier

ook. Wel niet zóó hoog, maar ze mogen

er toch zijn. Alleen zijn ze grootendeels

van bamboe vervaardigd.

De Foesijama, de heilige vulkaan van Japan,

dien men op talrijke Japansche artikelen

vindt afgebeeld. De top van den berg, welks

laatste uitbarsting in 1707 plaats vond, is

een druk bezochte bedevaartplaats.

len op een historie, dia tot In een zeer ver

teruggaat. De stad werd namelijk reeds in

300 v. Chr. door da Matiiliëri gesticht.

«f»»

'-^VA.

^m^i

,. *«aök^i

i

■Z*3*S*>**-^

•- --tsÉA-

;-J#iWF^

*m.

V' ■» *

Isiilte'i

.^tgvrnm*****^*,..

• :■: ^tr- ■ 4 ■ ©•"Vj ■ •

K-J^ ! ■*

Een tafereeltje aan het Klnereth-meer in

Palestina, waar verscheidene waardevolle

zouten worden gewonnen.

Een fraai plekje in Luzern, een der toe-

ristencentra in het land der Alpen. Men

lette vooral op de eigenaardige overdekte

brug, die het water overspant.

; :

^-

ii".

'mmzuk

* r- M -trt

Een inboorling

1 van Noord-Nieuw-

Gulnea, die in zijn

ranke kano het

water van de

Mamberamo-rivier

klieft. Om een af-

stand van negentig

kilometer stroom-

opwaarts af te leg-

gen heeft men van

een week tot elf

dagen noodig ;

stroomafwaarts

gaat het in vier k

vijf uur.

Manhattan, het

hart van NewYork,

bij nacht, gezien

van af Ellis Island.

Op dit eiland moe-

ten alle immigran-

ten verblijven voor-

dat zij toestem-

ming krijgen de

Vereenigde Staten

binnen te trekken.

Vóór hen ligt de

machtige metro-

pool met zijn dui-

zenden lichten, ais

het land van belof-

ten, waar d« emi-

granten uit alle

oorden der wereld

een betere toe-

komst hopen te

vinden. Maar al te

vaak gebeurt het

echter, dat hun de

toestemming ge-

weigerd wordt,

Amerikaanschen

bodem te betreden.


HET .^MTUUP OP ,

nc jaar lang was ik niet in Nederland

geweest. De groote petroleummaat-

schappy, waar ik als ingenieur werk-

zaam was, had my naar een recente conces-

sie in de Ukraine uitgezonden en het be-

richt van myn vaders dood had ik een week

te laat gekregen, bü mijn terugkeer van uit

het binnenland naar Bakoe. Het was wel

eenigszins myn schuld geweest; ik had een

nauwkeurig adres moeten achterlaten, waar

men my telegrafisch had kunnen bereiken,

doch in mijn jeugdige onbezonnenheid had

ik dit verzuimd.

Tof executeur testamentair was een zekere

kapitein Booth benoemd, een oud-Indisch-

gast met wien myn vader op zijn vroegere

standplaats in Sumatra bevriend was ge-

raakt en dien hij jaren later, toen zy beiden

gepensionneerd waren', in Nederland weer

had ontmoet.

Mei dezen heer was ik nu een correspon-

dentie begonnen over de zakelijke aangele-

genheden, die geregeld moesten worden.

Het bleek in mijn eigen belang persoonlyk

aanwezig te zyn, om bij den notaris de laat-

ste handteekeningen te zetten en allerlei de-

tails te regelen.

Zoo had ik dan Booth's uitnoodiging

enkele dagen by hem door te brengen om

alles zoo spoedig mogelyk te ordenen, aan-

genomen. Ik begreep wel dat dit niet louter

heminnelykheid was, want mijn vader had

een zekere som aan zijn vriend nagelaten,

die deze echter eerst na de boedelverdec-

img zou krijgen.

Zoo kwam het dat ik een extra verlof aan-

?yde^vefijiaai cUo\ C.C. /f I I V-^ I ,^y

OP DE BOERDERIJ

vroeg om de reis naar Nederland te kunnen

maken.

beste overblijfsel van die middeleeuwsche

constructie slechts de diepe gracht met een

Zy die goed op de hoogte zyn van de

houten brug er over en een fraai gesmeed

vaderlandsche aardrijkskunde weten mis- tuinhek.

schien, dat er in den Achterhoek; vlak by

de grens, een dorpje ligt, Dinxperlo gehee-

De roestige greep van de bel piepte. Byna

ten. Om er te komen moet men vanaf Arnonmiddellyk

werd ik opengedaan door een

hem met een locaaltreintje naar Aalten —

boerenvrouw, echt type van de streek, die

en vandaar is er dan een busverbindin»

uit een kleine portierswoning te voorschijn

naar het dorp.

schoot. Men verwachtte my dus toch. Zy

Van af Dinxperlo voerde mijn weg nog

ging my voor door de verwaarloosde opverder,

door de Achferhoeksche velden naar

rylaan. Het slingerende pad, moeilijk behet

gehucht Heurne. Zoo ver het oog reikte

gaanbaar door de modderpoelen, was lanwaren

er akkers en weiden, met hier en

ger dan het me eerst leek. De vrouw was

daar een boschje clzenhout of het kleurige

breedsprakig, bly waarschijnlijk al haar

informaties te kunnen luchten.

dak van een boerenhoeve. Een zijweggetje

dicht met kreupelhout begroeid, waar hoog-

Het kan nooit kwaad, als men bij vreemstens

een verdwaalde koe of een eenzame

de menschen gaat logeeren, iets van de

fietser de stilte een enkelen keer verbrak,

levensomstandigheden te weten en al lokte

bracht my na een kwartiertje gaans en na

ik het niet bepaald uit, ik deed ook geen

verschillende keeren vragen, aan het hek

poging den min of meer indiscreten woorvan

het „Kasteel".

denyloed te stuiten. Zoo vernam ik dat de

kapitein met een inlandsche vrouw ge-

Ik was myzelf al aan het verwenschen

dat ik in Aalten niet een taxi genomen had.

trouwd was en een zeer teruggetrokken

I)e aanduidingen in den brief van myn gastleven

leidde. Hy ging met slechts weinig

heer waren echter duidelyk en in Dinxperlo

menschen in de streek om. Als eenige behad

men my verzekerd, dat het niet ver was

dienden was er het portiersgezin, bestaande

uit de vrouw met haar echtgenoot, die tuinzelfs

met met mijn week-end koffertje, dat

nu toch begon te wegen. Maar eindelijk was

man op het goed was, en een ouden schoonik

er dan.

vader, die by hen inwoonde. De oude man

scheen „niet wel bie et heufd", maar men

Het weinig imposante heerenhuis zag er gebruikte hem desondanks voor kleine

ongastvry en verlaten uit. „Het Slot" was huiskarweitjes.

een benaming in den volksmond, die mis- Myn gastheer ontving my in de hal. De

schien vyf eeuwen geleden gewettigd was

begroeting was uiterst vormelyk en koel.

toen het veel grootere oorspronkelijke ge-

Een vage beklemming maakte zich van my

bouw, waarvan enkele ruines zichtbaar meester, die er niet beter op werd toen ik

waren, nog bewoonbaar was. Nu zag ik als

aan de vrouw des huizes werd voorgesteld,

een kleine gerimpelde Javaansche, in een

■ ■■■■■ ■■..■■■■. -..;. -r. . enormen stoel weggedoken, en die slechts

fluisterend enkele woorden sprak, met een

steelschen blik op den kapitein.

Deze deed echter pogingen zoo niet beminnelijk,

dan toch correct te zyn. Ik trok

my spoedig op de logeerkamer, een groot

somber en hol vertrek, terug. Ik had papieren

meegebracht die ik moest ordenen;

daarna schreef ik wat, zoodat ik eerst tegen

etenstyd weer naar beneden ging.

De tafel was feestelijk gedekt. Zou ik in

deze bepaald vijandige atmosfeer — zoo

leek my het oude huis met de twee zoo

slecht by elkaar passende zwijgzame menschen

— nu toch zooiets als een eeremaal

hebben? De portierster, nu keurig in het

zwart, diende uitstekend toebereide schotels

op.

Voor het duister aanbrak had ik slechts

een glimp van den grooten tuin gezien, aan

de eene zyde door velden, aan de andere

door een boschje begrensd, „het Jacht" genoemd,

waar men mij voor den volgenden

ochtend de bezichtiging van een authentiek

en fraai gebouwd zeventiendc-eeuwsch

jachtpaviljoen beloofde. De bezitting lag inderdaad

zeer afgelegen. Het was, zooals mijn

gastheer opmerkte, een ideale plaats voor

hen die rust zochten. Indien zij tenminste

geen Jast van zwakke zenuwen hadden of

aan bijgeloovigheid leden, voegde hij er met

een stroeven lach aan toe. Het slot scheen

namelijk volgens de goede oude traditie en

plaatselijke overlevering een spook te bezitten.

Speciaal de kamers waar de gasten

sliepen, schenen door het spook te worden

bezocht, want de heer des huizes zelf had

nog nooit iets gezien of gehoord. Het ver

haal wilde, dat een vroegere slof heer zichzelf

in een vlaag van waanzin van het leven

had beroofd en des nachts dikwijls op do

plaats van zyn daad terugkwam.

We waren aan het dessert genaderd....

Al dien tijd hadden we met opzet ver

meden over het zakelijke fe praten, daar

den volgenden middag de notaris uit Aal-

— 20 —

ten zou komen om alles officieel te regelen.

Het gesprek stokte dus vaak; we hadden

weinig andere belangen gemeen en gezellig

waren de menschen niet waarmee ik aan

tafel zat. De vage beklemming, die ik dade-

lijk by het betreden van dit sombere huis

had gevoeld, nam nog toe.

Toen plotseling, met een flauw gesis,

doofden de lampen.

Alles lag in zwarte duisternis gehuld.

Alleen een enkele kaars brandde sputterend

verder, midden op de groote blankgedekte

tafel.

Dra waren er groote waskaarsen aange-

stoken; het ongeval scheen nogal eens vaker

voor te komen en werd niet zwaar geno-

men. Booth vertelde my dat de kleine dorps-

centrale geen nachtploeg bezat en dat de

reparatie zeker niet voor den volgenden

dag zou geschieden. Ik pufte my uit in con-

ventioneele beleefdheden, maar waarom

weet ik niet, het gevoel van onrust, angst

haast, nam nog sterker bezit van my. Ik heb

in myn reizend leven vaak voor werkelijke

gevaren gestaan en wanneer het om actie -

gaat, kan men op my rekenen. De bloote

vuist, een revolver, een mes desnoods. Maar

hier was er iets onnoemelyks, iets onzicht-

baars; iets wat in het donker scheen te loe-

ren, spottend met alle nuchtere redenee-

ring....

Ieder met één brandende kaars gewapend,

gingen wy spoedig daarop in processie naar

boven. Ik herinner my hoe heel in de verte

een kerkklok twaalf slagen liet hooren en

hoe ik een laatsten blik wierp in den zwar-

ten nacht buiten door het hooge gangraam.

Met een vriendelijk bedoeld „slaap wel" liet

men my alleen in de holle kamer, waar het

enorme ouderwetsche bed haast het eenige

meubel bleek. Een lange gang voerde naar

de andere zyde van het huis, waar de be-

woners sliepen. De kamer naast de mijne

was, voor zoover ik me er rekenschap van

kon geven, leeg.

Snel uitgekleed, lag ik turend in het groo-

te bed tusschen de klamme lakens, de kaars

als eenig lichtplekje in de zwarte, holle

ruimte. Een breede baan blauwig maanlicht

viel over den vloer tot aan den voet van

mijn bed. Onw-illckeurig dacht ik aan mijn

overleden vader, aan logeerpartijen in myn

kindsheid, aan mijn laatste zwervende ja-

ren .... De slaap kwam langzaam, maar

zeker opzetten. Ik blies de kaars uit, keerde

me om en gleed spoedig in een droomloos

onbew-ustzijn.

Hoe lang sliep ik? Ik

weet het niet; het leek

enkele minuten slechts,

het kunnen ook uren

geweest zijn. Plotseling

voelde ik mij klaar

wakker. Een vage angst

omvatte mij in mijn

halfw r akenden toestand,

deed me helderder

denken. Snel keek ik

rond in de flauwverlichte

ruimte. Wat had

mij gewekt? De hoeken

van het groote vertrek

verloren zich in diepe

schaduwen. Maar de

deur, de deur die ik,

dat wist ik zeker,

zorgvuldig gesloten had,

die deur stond wyd

open!

Toen zag ik het

yreeselijke, het onge-

ï

ooflyke, dat in onze

twintigste eeuw niet

meer thuis hoort. Het

spook!!! Een levende,

bewegende geestver-

schijning, geluidloos,

langzaam naderbyko-

mend. Het spook kwam

,ALS JE DEN TUIN IN KOMT,

IS HET RISICO VOOR .IE

KIOEN REKENING, MAN!"

^

recht op me aan. Ik was in den wer-

kelyken zin van het woord verstijfd van

schrik. Het was precies als in een nacht-

merrie. Ik wilde mij oprichten, de hand uit-

steken, mij verweeren, doch ik leek als

verlamd. Steeds duidelijker in het blauwige

maanlicht zag ik de lange witte verschij-

ning, een hemd dat heen en weer bewoog

om twee spillebeenen, een grysbleek gezicht

met een witten baard, twee starende Hcht-

looze oogen en — belachelijk detail —

een breeden stroohoed. Steeds nader kwam

het; in de hand hield het een blinkende

bijl. Ik hoorde het sleepen van een voet

over den vloer, dat was het eerste waar-

neembare geluid.

Misschien was het dat, waardoor de ban

eindelijk brak. Met een gil die waarschijn-

lijk tot in het dorp gehoord kon worden,

schoot ik overeind, greep de zware koperen

kandelaar die aan de andere zijde vlak naast

mijn bed stond. Blindelings, doch uit alle

macht, wierp ik het voorwerp in de rich-

ting van de verschijning. Ik hoorde een

heftig gekletter. De kandelaar scheen tegen

de byl te zijn gebotst en beiden vielen op

den vloer.

Ik gluurde in de duisternis om mij heen

en zag nog net een fladderend wit pand om

den deurhoek verdwijnen. Snel sprong ik

het bed uit — de bijl en de kandelaar waren

daar, als stomme getuigen dat ik niet had

gedroomd.

Bij de deur stonden twee ontstelde ge-

daanten, met brandende kaarsen gewapend.

Nog vóór ik eenigen uitleg had kunnen ge-

ven hoorden wy een heftig gerommel aan

den anderen kant van den gang, daar waar

ik leege kamers dacht en waar een dienst-

trap bleek te zijn, die naar de keuken voer-

de. En onder aan de trap, waarvan hy in

zijn haast om te vluchten gevallen was, lag

het spook, kermend en met een gebroken

enkel!

Het bleek de ongelukkige tuinier te zijn,

de oude die „niet wel bie et heufd" was en

die blijkbaar al meermalen voor het spook

had gespeeld.

Of de byl, die dit keer deel van de uit-

rusting vormde, al of niet op moorddadige

bedoelingen had geduid, zal wel altijd een

raadsel blijven. De arme zwakzinnige werd

de eetkamer ingedragen en de dorpsdokter

in allerijl ontboden. Ik sloeg den kapitein

voor, beurt om beurt met hem bij den zieke

te waken, want van slapen leek nu toch

niets meer te komen.

De dokter kwam, met de dorpsverpleeg-

ster, een lieve jonge vrouw, met heldere

oogen en prachtig zwart haar. Zy is de

eenige van al die personen in dit avontuur,

die ik weergezien heb, en vaak zelfs. Doch

dat is een heel andere historie....

De rest van mijn verblijf verliep snel,

doordat de meeste tijd door de zakelijke

schikkingen ingenomen werd, die ondanks

een stille tegenwerking van kapitein Booth

bevredigend verliepen. En dien tweeden en

laatsten nacht sliep ik ongestoord!

Het avontuur zou de laatste acte van mijn

vrijgezellenleven blijken. Van spokenbezock

heb ik sindsdien nooit meer last gehad.


EEN ONVERWMT BEZOEK

en de qevotaen

ed Yarns' gezicht klaarde op, toen hij

tegen de helling een stevige blokhut ont-

waarde. De wond aan zijn linkeroksel

begon leeiijk pijn te doen. Hy had zyn hals-

doek er onder zyn shirt tegenaan geperst

en het bloeden was inderdaad opgehouden.

Doch het was, alsof hy gloeiende kooltjes

onder zyn arm geklemd hield. Er was een

rimpel van pijn tusschen zyn oogen. Zyn met

stof en zweet overdekt paard liet mismoedig

den kop hangen. Het dier was byna aan het

einde van zijn krachten. Jed zelf zag er

erbamielyk uit. Zyn lichte oogen glansden

koortsachtig. N'u en dan echter was het, als-

of er een sluier voorkwam. Hij had rust noo.-

dig. Zijn wangen waren bedekt met een on-

frisschen stoppelbaard. Zyn shirt was met

bloed bevlekt en uitgescheurd. Zyn laarzen

waren grijs van het stof.

Doch toen hy de woning ontdekte, spoor-

de hy zyn rijdier met vriendelijke woordjes

tot een laatste krachtsinspanning aan. Het

groote, gevlekte paard wierp een paar maal

achtereen den kop op, alsof het trachtte zyn

gewone, fiere houding aan te nemen.

„Kom, Pock, nog een klein eindje!" moe-

digde Jed het aan. „Daar is een hut. Dat be-

teekent voedsel en rust. Dat zijn twee din-

gen, die we toch wel verdiend hebben, wat

Hi?"

Het trouwe dier trappelde even met zyn

trillende beenen en zette zich vervolgens

met kennelyke moeite in beweging. Jed klop-

te zachtjes met zyn hand op de zyde-achtige

huid van zyn hals.

„Toe maar, Pock!"

Pock begreep, wat er. van hem verlangd

werd. Dapper begon hy de steile, met rol-

steenen bezaaide helling te beklimmen. Nu

en dan bleef hij hygend en sidderend een

oogenblik staan. Pock was vrywel uitgeput.

Maar eindelijk was het kleine plateau be-

reikt. Aan het einde daarvan lag de blokhut.

Hen tamelyk begaanbaar pad leidde naar de

deur. De achterkant van het woninkje leun-

de tegen den rotswand en eigenlijk lag het

in een klein dal, dat echter nauwelyks twee

meter diep was. In deze miniatuur-vallei had

zich wat vruchtbare aarde verzameld, waar-

in een paar kaarsrechte berken voedsel ge-

noeg hadden gevonden om te kunnen ge-

dijen. De bladeren ritselden vertrouwelijk,

schenen een gesprek te voeren met het snel-

le beekje, dat een tiental meters terzijde

van het huisje langs zijn rotsbedding om-

laag dartelde.

Met een pijnlyk gezicht liet Jed zich uit

den zadel glijden. Zyn wonde brandde als

vuur. Hij zette Pock in de schaduw vast en

liep wankelend naar de deur. Niet alleen,

d^t Jed doodelijk vermoeid was, maar zifn

beenen waren styf geworden door het on-

De machtigste avonturenfilm

ooit vertoond

DE INVLIEGER

CLARK GABLE - MYRNA LOY

SPENCER TRACY

Een Metro-Goldwyn-Mayer Film

aigebroken ryden. Bovendien waren zyn

hooggehakte laarzen nu niet ideaal om een

wandeling mede te maken.

Jed klopte op de deur, doch nie/t het

minste geluid verried, dat men hem ge-

hoord had. Nogmaals oonsdc hy. Er ver-

scheen niemand. Jed nam een kort besluit.

Hij zou maar brutaalweg naar binnen gaan

en wachten, tot de bewoners terugkeerden.

Het was hem onmogelyk verder te ryden.

Zyn linkerarm hinderde hem. Juist, toen hij

de deur wilde openduwen, klonk hem het

geluid van een menschelyke stem in de

ooren. En de gesproken woorden waren zon-

der eenigen twyfel voor hem bedoeld.

„Handen op! Vlug!"

Het was niet wat je noemt een gastvrye

ontvangst, maar Jed had geen lust om zich

te verzetten. Het was trouwens heel begry-

pelyk, dat men hem op het eerste gezicht

argwanend beschouwde, want zyn uiterlyk

was dat van een landloopenden bedelaar. Jed

lachte zelfs zachtjes. Zonder naar zyn be-

lager te kyken, wist hy dat het een vrouw-

was, die hem het bevel toegeroepen had.

Wel is waar was het een lage stem, maar de

intonatie en het timbre er van verrieden de

bezitster,

„Het zal niet gaan!" riep hy terug. „Ik

ben gewond en overigens heb ik absoluut

geen kwaad in den zin."

Jed grinnikte. Er kwam geen antwoord

en langzaam wendde hy zich om naar den

zijkant van de hut. Daar stond een meisje

met een glanzend geweer op hem gericht.

Haar donkere oogen bestudeerden hem. Er

was een blosje van opwinding op haar wan-

gen. Ze had prachtig, zwart haar, dat in weel-

derige lokken tot op haar schouders viel.

„Wat kom je doen?" vroeg ze op wan-

trouwigen toon.

„Dat is niet in drie woorden te zeggen,

m'am. Maar als u me eens goed bekykt, zult

u zien, dat ik me nog maar nauwelyks op

de been kan houden van vermoeienis. Boven-

dien heb ik de laatste drie dagen hoogst

onvoldoende gegeten. De heuvelen, waarin u

woont, zyn nogal onherbergzaam, hè? Ik

heb niet één konyn ontmoet! En als ik

kwaad wilde, zou ik wel gezorgd hebben in

betere conditie te zyn, want momenteel ben

ik zelfs niet in staat om een vlieg dood te

slaan. Myn linkerarm is machteloos en ik

verga van de pijn! Ik smeek u, laat me hier

niet langer staan, want dan val ik gewoon

om als een holle boom. Ik ben aan het einde

van mijn Latyn!"

„Naar je praten te oordeelen ben je anders

nog mans genoeg!" antwoordde ze. „Je moet

het me niet kwalijk nemen, maar ik vertrouw

ie volstrekt niet. Het wemelt hier in de

buurt van gespuis en elke vreemdeling kan

een gevaar beteekenen. Gesp heel voorzich-

tig je gordel los! By de minste verdachte

beweging schiet ik. Begrepen?"

Jed Yarns schudde mistroostig het hoofd

over zooveel lawaai om niets. Maar om de

zaak te bespoedigen, deed hy, wat ze hem

bevolen had. Zyn gordel viel aan zyn voeten.

„Kost me weer een half uur om myn Colt

schoon te maken!" mopperde hy. „En dan

te weten, dat je zoo onschuldig bent als een

lam. Ik weet wel, dat ik er als een schurk

uitzie, m'am, maar vertel eens.... zou u me

niet eens willen zien, als ik geschoren ben?

De oogen van een mensch zyn eigenlijk maar

slechte apparaatjes, die alleen maar het uiter-

lijk opnemen. Als u eens wist, hoe blank

mijn ziel was!"

„Je praat tamelyk veel, vreemdeling, en je

pogingen om grappig te zyn slagen niet bar

goed!" vond het meisje en ze kwam omzich-

tig naderby.

„Dat wauwelen doe ik alleen maar om me-

zelf wakker te houden!" verklaarde Jed.

„Het is immers hoogst onbehoorlijk om als

een otter te gaan snurken, waar een dame

by is?"

Met een vlugge beweging bukte zy zich en

raapte Jeds revolver op. Ze richtte het wa-

pen op hem en liet het geweer zakken.

Ze bekeek hem, alsof hy een wonderdier

was. Vooral de wond aan zyn oksel trok

haar aandacht. Ze scheen te aarzelen of ze

hem vertrouwen kon.

„Ga naar binnen!" commandeerde ze ein-

delijk.

Jed gehoorzaamde met graagte. Hy duwde

de deur open en kwam in een tamelyk ruim

vertrek, waarin een tafel, een paar stoelen

en nog enkele meubelstukken stonden. Hy

koos een ouden leuningstoel en liet zich daar-

in zonder meer neervallen. Hy zuchtte.

„Hè, hè. Pfui, wat ben ik moe! Toe, m'am,

doe dat schietinstrument nu eens w-eg. Ik zal

u heusch niets doen! Myn naam is Jed Yarns

en verdraaid zie ik er als een vrouwen-

roover uit? Had ik me vanmorgen maar ge-

schoren! In de streek, waar ik vandaan kom,

is iedereen vriendelijk tegen me! Ik ben de

goedheid in eigen persoon!"

Jed had op zulk een verdrietigen toon ge-

sproken, dat het meisje onwillekeurig begon

te lachen. Ze scheen tot het besluit te zyn

gekomen, dat Jed geen slechte bedoelingen

had. Maar voor alle zekerheid schoof ze zyn

Colt toch maar tusschen den band van haar

rok.

„Ik ben Judy Matthews.... Ik zal probee-

ren je te vertrouwen, maar ik moet je toch

heusch verzoeken om geen grapjes uit te

halen, want anders zal je ondervinden, dat

ik uitstekend met vuurwapenen kan om-

gaan!"

„Dat is in orde. Miss Judy. Hebt u iets te

eten voor me? Ik rammel!" gaf Jed opge-

lucht te kennen.

„Eerst zal ik je wond maar eens verbin-

den, Mr. Yarns. Vind je ook niet?"

„Graag," zei Jed. „Ik heb een gevoel, of

mijn schouder in een ketel kokend water

hangt! Alles, wat u er aan wilt doen, zal ik

toejuichen. Ik ben bang, dat er wondkoorts

van komt! Ik heb den geheelen middag met

dat gaatje in de brandende zon gereden. Ge-

woonlijk ben ik nogal een taaie, geloof ik!"

Er kwam een bezorgde trek op haar ge-

zicht, toen ze de wonde bekeek. En al haar

wantrouwen scheen op slag te zijn verdwe-

EEN DIEPE OOGOPSLAG..

Dat is wat U in twee minuten kunt verkrijgen met behulp van de nieuwe waterdichte ARCANCIL.

ARCANCILiseen moderne vinding op het gebied van cosmetische producten: de oogen worden

er niet door geprikkeld, de wimpers breken niet af, want dit product bevat geen zeep, noch eenig

ander bijtend middel. Werkelijk waterdicht zijnde, loopt het niet uit, indien U huilt of tot tranenstoe

lacht. Oogharen behandeld met ARCANCIL, worden langer, soepeler, nemen toe in aantal en in

schoonheid. Uitgevoerd in 9 bekoorlijke tinten en in een speciale kwaliteit ARCANCIL-SANCO-

LOR om de oogharen te verfraaien zonder ze te kleuren. De vrouwen, die ARCANCIL geprobeerd

hebben, zijn er verrukt over. Neemt u ook een proef. Vraagt aan Uw leverancier een reclame-doos

a /,2.- 65 ' groot model f l -9 0 ' aparte vullingf 1.90. Onthoudt goed de nieuwe schoonheidsformule.-

„VOOR UW WIMPERS .... ARCANCIL". Importeur J. Schenker. Afd.: F 7. Amsterdam.

Altijd rheumatische rugpijn

Nu is zij beter en ziet er jaren

jonger uit

Deze dame werd hevig gekweld door rheu-

natische rugpijn. In onderstaanden brief ver-

hit zij, hoe zy van haar lijden werd verlost

oor Kruschen Salts.

„Ik begon ecnige maanden geleden met

Kruschen Salts tegen mijn rheumatiek. Mijn

cchterarm kon ik niet gebruiken en de pijn

11 myn rug hield geen oogenblik op. Ik las

en advertentie van Kruschen Salts en he-

loot het ook Ie probceren. Tot myn blyd-

chap voel ik mij nu niet alleen veel beter,

aar zie er ook jaren jonger uit." Mevr. N.N.

De oorzaak van rheumatische rugpijn ligt

eestal in de opgehoopte afvalstoffen, welke

n het organisme achterblijven. Hieruit ont-

laat o.a.het urinezuur. Kruschen Salts spoort

'w afvoerorganen zacht maar zeker aan tot

egelmatige werking, waardoor alle schade-

ijke stoffen worden verwijderd en de oorzaak

an Uw pijnen is verdwenen. Kruschen Salts

s uitsluitend verkrijgbaar bij apothekers en

rkende drogisten.

ncn. Ze haastte zich naar de keuken en

keerde even later terug met een kom water,

loeken en een klein, groen blikje, waarin

ch vcrbandmiddelen bevonden. Ze waschte

ie wond handig uit, een bewerking, die hem

Ie lippen op elkaar deed klemmen. De hals-

oek, dien hij gebruikt had om het bloed te

stelpen, zat vastgekleefd en er kwam een

rimpel tusschen Judy's mooie oogen, toen zij

het leelyke gat zag. De randen bleken in-

Ierdaad een weinig ontstoken; ze waren

vuurrood en verraderlijk gezwollen.

„Daar zul je nog een hoop last van krijgen,

Mr. Yarns!" zei ze bedenkelijk.

.,Dat dacht ik wel. Maar. ... als u als ver-

pleegster optreedt, m'am, is het wel te

dragen!"

Ze lachte en deed een jodiumzalf op de

wond. Jeds adem ging sneller. Felle scheu-

ten vlijmden door zyn schouder, maar hij

gaf geen kik. Even later had Judy een ver-

band gelegd en Jed voelde zich stukken

eter.

„Hoe Is dat gekomen?" informeerde ze.

„O, een kerel, die een hekel aan me had!"

verklaarde Jed. „Zijn bedoeling was een

beetje meer naar het midden te treffen.

Maar zijn paard struikelde juist!"

Judy staarde hem enkele oogenblikkcn

aandachtig aan. Jed gaapte, dat hij aan zijn

hmd nauwelijks genoeg had om zijn mond

rborgen te houden. Judy lachte en ruimde

do tafel leeg, waarna ze zich opnieuw naar

keuken begaf. Nu en dan wierp ze een

blik op Jed, als om te zien, of hij nog niet in

nap gevallen was. Maar de heerlijke geur

v m bakkend spek en kokende boonen hield

b 'm wakker. Jed likte een paar maal zijn

ppen af. Judy liep af en toe naar de voor-

deur om uit te kijken. Klaarblijkelijk ver-

v achtte zij iemand. Jed meende zelfs op te

n erken, dat zij zich ongerust maakte, doch

bij stelde geen vragen. Hij rolde een sigaret

ei ging even naar buiten om Pock te verzor-

,u n. Uit een kleine schuur haalde hij wat

b ioi, waaraan Pock zich haastig te goed

b'gon te doen.

Weer in de hut teruggekeerd, vond hij een

I )rd dampende boonen gereed staan. In een

1 in er naast heerlijk bros, nog knisterend

s )ck.

Judy had ook een stoel voor hem klaar-

f 'zet.

„Val aan!" verzocht ze. Dat liet Jed zich

P'en tweemaal zeggen en hij begon met

s naak te eten. Judy ging tegenover hem zit-

t'n, haar handen in haar schoot. Aandach-

1 g sloeg ze hem gade.

„Heerlijk!" prees Jed met vollen mond.

. Ilarlverkneuterond. zoonls u dit spek heeft

'bakken, m'am!"'

"/e bedankte hem met een knikje.

„Veriel eens. hoe het gebeurd is?" ver-

■'■rht 7e.

„Wat gebeurd?" was Jeds wedervraag. „O,

die kogelwond?"

„Ja, dat bedoelde ik!" — Ze lachte zonder

veel geestdrift.

„Och.... het is nu niet bepaald een ver-

telling, die geschikt is voor dames. Nogal

sensationeel en.... Dit is een woeste streek,

nietwaar?"

„Kom, vertel het nu maar!" Nauwelijks

echter had zij deze woorden gesproken, of

ze stond op en haastte zich naar buiten. Ook

Jed had het geluid van trage hoefslagen op-

gevangen. Hij schoof zyn bord weg en liep

naar de deur. Judy sprak opgewonden tegen

een man ven ongeveer vijftig jaar, die bloots-

hoofds en zeer vermoeid was. Hij was klein

van gestalte en zijn gryze haar kroesde in,

ontelbare krulletjes. Juist boven zijn voor-

hoofd was het grijze haar echter rood ge-

kleurd. Bloed! De oude man was gewond!

Maar hij lachte tegen Judy en trachtte haar

gerust te stellen.

„Wat is er gebeurd?" vroeg ze met tril-

lende stem.

„Niet veel bijzonders, mijn kind," gaf de

fnan te kennen. „Alleen ben ik het goud kwijt

en dat is ook al geen doodwond, want er zit

nog meer dan genoeg in den ader. Laten we

naar binnen gaan! Ze hebben me overvallen

en beroofd, dat is alles. Den geheelen mid-

dag heb ik geprobeerd het spoor van dien

kerel te vinden, maar het is me niet gelukt

en daar mag hij den hemel wel op zijn bloote

knieën voor danken, want als ik hem te pak-

ken had gekregen, dan Maar het is ge-

beurd en.... Je moest nu maar eerst dat

wondje eens reinigen. Dan kunnen we weer

verder zien. En ik rammel van den honger!"

„We hebben een gast, vader!" deelde Judy

mede. „Mr. Yarns, Jed Yarns. Hij is gewond.

Ik heb hem verbonden en te eten gegeven!"

„Dat is goed werk, Judy " De pientere

oogjes van den ouden Matthews werden op

Jed gericht. Jed trad hem tegemoet en stak

zijn hand toe. Matthews aarzelde een secon-

de, alvorens ze te grijpen, maar toen was

zijn handdruk ook hartelijk.

„Hoe gaat hel. Yarns?" zei hij.

„Hetzelfde als met u, Mr. Matthews!" ant-

woordde Jed glimlachend. „Ook aangescho-

ten!"

„Pardon!" grijnsde de goudzoeker. „Ik ben

aangeslagen!"

„O in ieder geval zyn we allebei ge-

raakt!" lachte Jed.

„Klopt!" kreeg hij ten antwoord.

Judy was alweer aan het werk met ver-

band.

„Ik stond juist op het punt Miss Judy te

vertellen, wat mij overkomen was!" zei Jed

lachend. „En er zijn een hceleboel redenen,

waaróm ik mijn relaas nu gaarne ten beste

wil geven. Dal heeft u hoofdzakelijk te dan-

ken aan die grijze krulletjes op uw hoofd. Ik

heb gezien, dat u beroofd werd, Mr. Mat-

thews! De kerel hield u aan en beval u af

te stijgen. U gehoorzaamde en hij naderde u.

Onverwacht gaf hij u een klap op uw sche-

del. Zelfs op den grooten afstand, welke my

van u scheidde, kon ik het geluid van dien

slag hooren. U lijkt een hersenpan van staal

te hebben. De aanvaller was gemaskerd. Hij

haalde uw zakken leeg en ook uw zadeltas-

schen, borg een klein pakje in zijn eigen

zak en smeerde hem, zoo hard als die lee-

lijke cayuse van hem maar vooruit wilde.

Xu ben ik een man, die heelemaal niet van

struikroovers houd. En vooral niet, als ze

grijze hoofden bewerken met harde voorwer-

pen. Daarom ging ik dien schurk achterna.

Het kostte me een paar uur, maar eindelijk

had ik hem ingehaald. Hij wist me nog een

kogel door mijn oksel te jagen. Ik moest zyn

paard neerschieten, of liever gezegd min

of meer per ongeluk schoot ik zijn paard

neer. Hij kwam met zijn hoofd op een rots-

blok terecht en werd bewusteloos. Toen nam

ik hem zijn wapens af, hielp zijn cayuse uit

zyn lyden en reed terug naar de plaats, waar

hij 11 achtergelaten had. Die kerel moest naar

de stad loopen dus. Maar ik weet zelf niet,

hoover hij van een plaatsje verwijderd was.

Tot mijn verbazing echter was u verdwenen!

Die achtervolging had me doodop germiakt.

OS

Zorg, dat een „vermoeide huid" de charme

van Uw uüerlijk niet bederft. Bescherm

Uwgelaalshuid legen de nadelige invloeden

van onze moderne levenswijze. Gebruik

de heerliike. zachie Lux Toilet Zeep, die

speciaal wordt bereid voor de verzorging

van het gelaat en de doelmatigste hulp is

om hef euvel van ..vermoeide huid" te

voorkomen. Door haar bijzondere eigen-

schappen telt Lux Toilet Zeep duizenden

geregelde verbruiksters in alle oorden van

ons land. Zii zouden het voor geen geld meer

willen missen. En al is Lux Toilet Zeep op

en top een luxe zeep, toch is zij goedkoop ge-

noeg voor dagelijks gebruik, ook voor U.

LUX

TOILET ZEEP

Tegen vermoeide huid

12/2CT.PER TABLET

LTZ t47-021S»

Pock — zoo heet myn paard — was er al

even erg aan toe als ik. En ik kreeg last

van die wond. En aangezien uw paard ook

weg was, vermoedde ik. dat u bijgekomen

was en kans had gezien om weg te komen.

Toen ben ik op zoek gegaan naar een woning

en kwam hier terecht. Miss Judy ontving

mij heel vriendelijk met een geweer" en... .

de rest weet u. O neen, toch niet.... Ver-

moedelijk is dit het goud, dat de schurk u

ontnam?"

Jed legde met een genoeglijk gegrinnik

een lederen zakje op tafel.

De oude Matthews zat hem aan te kijken,

alsof hij wat'.- in de Gobi-wnesfyn zag be-

vriezen.

„Als dat niet toevallig is!" verbaasde hij

zich.

„Was het dan niet toevallig, dat ik bij

deze blokhut terecht kwam?" wilde Jed

weten.

„Hiervoor moet ik.je beloonen!" zei Mat-

thews en stak Jed zijn hnnd toe.


EEN AARDIG

GEBREID JASJE

Op kille avonden is het altijd prettig, wanneer men

een wollen jasje bij de hand heeft, dat men even aan

kan schieten, zonder dat het nu direct noodzakelijk is,

dat- men een andere jurk aantrekt.

Voor het aardige jasje, dat wij hierbij afbeelden,

heeft men noodig: ca. 250 gr korenbloemblauwe, 100 gr

honinggele en 100 gr roode dunne 4-draads sportwol;

2 lange breinaalden No. 214; 3 knoopjes.

Maten: Bovenwijdte: 90 cm, vóór-en ruglengte: 60 cm,

begin der armsgaten ter hoogte van 41 cm, binnen-

ÜKH

•»VV-^V'V'VV^

mouwlengte: 47 cm; 30 steken in de breedte en 40 toe-

ten in de hoogte zijn 10 cm.

\fkortingen: r — recht, a — averecht, bl.w. — men

i ieit met korenbloemblauwe wol, g.w. — men breit

lit honinggele wol, r.w. — men breit met roode wol.

Le lusschen x liggende steken steeds herhalen.

OICHTIRWOORPANO

Tl hT Tl T* Tl Cl Cl Tl

JLI JU ^J JU TVJLI kJ k3JJ Am

RUG. |

Van b!.w. voor den onderrand

120 steken opzetten (40 cm):

Ie toer (bovenkant): bl.w. r

2e ., (achterzijde): bl.w. r

3e bl.w.: x 1 a, 1 r, x

4e bl.w.: a

5e bl.w. x 1 I

6e als de 4e

7e bl.w.: a

8e bl.w.: r

9e bl.w.: a

10e bl.w. a

lie bl.w. r

12e r.w.: a

13e r.w.: r

14e r.w.: r

15e gw.: r

16e g.w.: a

17e g.w.: a

18e g.w.: r

19e bl.w. r

20e bl.w. a

21e bl.w.: x 1 a, 1 r, x

22e bl.w.: a

23e bl.w.: x 1 r, I a, x

24e bl.w.: a

25e als de 21e

2fie bl.w.: a

27 e als de 23e

28e bl.w.: a

7e tot 28en toer voortdurend

nerhalen.

Bij den 34en, 44en, 54en, 64en

toer aan weerskanten 1 steek min-

deren. Van al den 76en tot den

I64en toer om de 8 toeren aan

weerskanten I steek meerderen.

Voor de armsgaten van af den

165en tot den I74en toer aan het

begin van eiken toer telkens 3

steken afkanten (dus in totaal 15 steken voor elk arms-

gat). Voor de schcuderafschuining van af den 226en

toer bij eiken toer aan het begin telkens 7 steken min-

deren, totdat er voor lederen schouder in totaal 35 ste-

ken geminderd zijn. De overige steken afkanten.

LINKERVOORPAND.

66 steken opzetten (22 cm) en in de kleurenindeeling

van den rug breien. Aan den zijkant minderen en meer-

deren tot aan het begin van het armsgat, op dezelfde

wijze als voor den rug beschreven. Van af den lOOen

tot den 168en toer om de 4 toeren aan den mlddenkant

telkens 1 steek meerderen. Voor het armsgat aan den

zijkant bij den 165en, 167en, 169en toer telkens 3 steken

afkanten. Voor de halsuitsnijding bij den 220en toer

aan den mlddenkant 25 steken afkanten. Van af den

222en toer in 16 op elkaar volgende toeren aan den

mlddenkant telkens 1 steek minderen, zoodat in totaal

voor de halsuitsnijding 41 steken geminderd worden.

Voor de schouderafschuining aan het begin van den

229en toer en verder om de 2 toeren telkens 7 steken

24 —

afkanten, totdat alle steken opgebruikt zijn. Volgen 1

patroonoverzicht brengt men een figuurnaad aan. Het

belegstuk wordt van bl.w. in heen- en teruggaande r

toeren gebreid. 29 steken opzetten (9 cm). Van af der

lOOen tot den 168en loer aan den linkerzijkant om d(

4 toeren telkens I steek meerderen. Voor de halsult

snijding aan het begin van den 220en toer aan den lin-

kerzijkant 25 steken afkanten. Van af den 222en toet

aan dezelfde zijde in 16 op elkaar volgende toeren

telkens 1 steek minderen. De overgehouden steken wor

den tot den 140en toer gebreid; dan afkanten.

RECHTERVOORPAND

wordt op dezelfde wijze maar in tegenovergestelde rich

ting gebreid. Bij den 48en, 74en en lOOen toer In he.

voorpand en in het belegstuk knoopsgaten inwerken op

een afstand van 4 steken van den rand over een breedt

van 9 steken.

MOUW.

66 steken opzetten (22 cm) en in het patroon var

den rug breien. Van af den 8en tot den 176en toer on

de 12 toeren aan weerskanten telkens 1 steek meerde

ren. Daarna tot den 188en

toer breien. Voor den kop van

de mouw van den 189en tot

den 194en toer aan het begin

van eiken toer telkens 3 steken

minderen. Van af den 195en tot

den 220en .toer om de 2 toeren

aan weerskanten l steek minde-

ren. Van af den 221en toer bij

eiken toer aan weerskanten 1 steek

minderen. De laatste 12 steken

afkanten.

De deelen worden vochtig ge-

maakt en op maat gespannen.

Nadat ze goed droog zijn, worden

ze aan elkaar genaaid.

De nopjes zijn van g.w. en

worden, zooals op de foto te zien

is, geborduurd. HOUW

„Ik maakte me er al bezorgd over, hoe ik

len eigenaar van dat goud moest vinden!"

verklaarde Jed. „Nu, ik ben blij, dat het me

zoo gauw gelukt is."

Judy lachte.

„Jij komt ons eigendom terugbrengen en

k ontvang je met een geweer! Maar dat zul-

,en we goedmaken, Jed. Je blyft hier, tot je

genezen bent, want die wond "

„Is het ernstig?" onderbrak haar vader

haar.

„De wond op zichzelf niet maar er is

koorts bijgekomen. Leelijk ontstoken!" legde

ze uit.

„Zal zoo'n vaart niet loopen!" dacht Jed,

maar tegelijkertüd werd hü door een duize-

ling bevangen, zoodat hij weer haastig ging

zitten.

„Zie je nu wel!" zei Judy. „Ik zal een bed

voor je klaarmaken, Jed. Vader zal je paard

wel naar onze weide brengen! Heusch, vader,

het is maar het beste, dat hij nu direct on-

der de wol gaat!"

„Kerst scheren!" zei Jed. „Ik wil, dat je

mijn eigenlijk uiterlijk aanschouwt!"

„Ik zal dien baard van jou er wel even af-

{/ok****- I

ff

zulke foto's geeft U deze

h o ogg e vo e lig e orth o fïlm

met groote speelruimte.

PUZZLE NIEUWS ff

Abonneert U op „PUZZLE NIEUWS", periodiek

voor puzzelaars, met wekelijks een prijs van

f5.—. een van f 2.50 en vijf prijzen van f 1.—.

Abonnementsprijs bij vooruitbetaling voor Neder-

land f 4.— per jaar, f 2.25 per halfj. f 1.15 per kwart.

Redactie en Administratie:

Curacpaostr. 115, Amsterdam, Gem Giro M 3088, Postgiro 230660

schrappen!" beloofde Matthews. „Je bent

een reuze-kerel. Ik kan er maar niet over

uit. Wat toevallig, hè?"

„O, maar wat we tot nog toe hebben ge-

had is nog niets hij wat er nog komt!" ver-

zekerde Jed.

„Wat dan?" wilden Judy en haar vader

weten.

„Hooren jullie later wel!" beloofde Jed

geheimzinnig. „Het eenige, wat ik jullie nu

kan zeggen, is, dat ik een klein fortuin in

mijn zadeltasschen heb. Ik ben op zoek naar

een geschikte plaats om me te vestigen. Ik

had aan koeien en paarden gedacht, maar ik

heb er desnoods ook geen bezwaar tegen om

mijn geld in een mijnonderneming te steken.

Bovendien... . levert die goudader wat op?"

interrumpeerde hij zichzelf.

„Meer dan genoeg Ik heb alleen nog

geen geld genoeg om me machines aan te

schaffen!" verklaarde Mattthews.

„Dat treft dan!" lachte Jed. „Er is hier in

de buurt nog wel een plaatsje voor een flink

huis. Het is anders allemaal ook wel erg

toevallig, vinden jullie niet?"

Ze lachten.

- 25-

„Maar ik voel er niets voor om alleen in

een groot huis te gaan wonen!" vervolgde

Jed. „En het is heel moeilijk om een geschik-

te huisvrouw te vinden. Maar ik heb er nu

een op het oog.... Als dat doorgaat, men-

schen, dan zal ik een paradijs op aarde heb-

ben !"

„Naar bed!" beval Judy. Jed zag haar aan

en zij sloeg de oogen neer.

„Het toevallige daarvan is," ging Jed on-

verstoorbaar door, „dat ik dat meisje voor

mijn.... nu ja, mijn aanstaande vrouw ook

hier gevonden heb!"

„Loop je de zaken niet een beetje voor-

uit?" viel Matthews grinnikend in de rede.

„Je uiterlijk leent zich nu niet bepaald voor

een huwelijksaanzoek. Bovendien ken je haar

nog maar één dag. Kom, ik zal je scheren!"

„Maar het is toch razend toevallig, niet-

waar?" hield Jed aan.

Matthews knikte plechtig.

„Dat is het!" zei hij. „Maar het toppunt van

toeval vind ik, dat Judy haar oogen heeft

neergeslagen en bloost als een schoolmeisje!

Je moet wél indruk op haar gemaakt hebben,

Jed!"

„Overdadige Transpiratie

onder de armen

behoeft U thans

niet meer

te vreezen ii

Wanneer U de charme van Uw verschijning

ten volle wilt doen gelden, dan moet U de

transpiratie goed verzorgen.

U merkt den reuk van Uw eigen transpiratie niet, wel

dien van anderen, maar anderen merken dien van U.

Maar transpireeren is noodzakelijk en mag NIET

onderdrukt worden. Uw gezondheid zou er gevaar bij

loopen, indien de uitwaseming der giftige sappen

werd tegengehouden.

Odorex van Prof. Dr. Polland on-

derdrukt de transpiratie NIET,

doch maakt ze normaal, onzicht-

baar en reukloos. Reeds na de eer-

ste toepassing voelt U een aange-

name verfrissching en verlichting.

De onaangename reuk is verdwe-

nen. Geen donkere plekken meer,

die Uw mooiste japonnen bederven.

U bent er nu zeker van, dat aan de

charme aan Uw persoonlijkheid

niet langer afbreuk wordt gedaan.

Flacon

voor vele

maanden

94 c

Hyperfrophie (verwi/-

ding »an d« fronspp-

ratielcli«ren) ii in de

metste geval/en de

oorzaak von overda-

dige franipiratie.

Odorex brengf do

klieren terug lof na-

luurliike funcfie. De

overdadige transpira-

tie houdt op, ï» wordt

normaal.

R-MS-H

r\*l**m*£%^r tegen overdadige

OdOreX transpiratie .


c belangstelling voor het zweefvlie-

gen heeft zich de laatste jaren zoo

geweldig uitgebreid, dat er zelfs clubs

zijn gevormd om modellen te bouwen. Het

is een heel prettig werkje, en als het vlieg-

tuig goed kan zweven heb je bovendien nog

een prettig stuk speelgoed. We zullen nu in

drie deelen een les geven in het bouwen van

zoo n vliegtuig. In de eerste les zullen we

den romp behandelen, want dit is het meest

bewerkelijke deel. De teekeningen zijn vaff

(ie juiste maten voorzien en duidelijk genoeg

om na te maken. We hebben voor den romp

noodig een stuk 3 mm triplex van 30 bij

oU cm. J

We beginnen op een stuk stevig papier te

leekenen: 1 maal fig. A. 2 maal fig. B en

-maal fig. C. Dan brengen we deze teeke-

ningen met calqueerpapier zorgvuldig op

het stuk triplex over. Dat doe je op de vol-

gende manier. Als je de teekening bekykt

zul je zien, dat ieder deel van den romp in

een rechthoek past. Fig. A in een rechthoek

van 10 b,j oö cm., fig. B in een rechthoek

van 7.;) bij 42.4 cm. en fig. C in een van

/.o bij 34.9 cm. Nu ligt het triplex voor je

met de korte kanten naar boven. Eerst tee-

ken je bovenaan den grooten rechthoek voor

A. Daaronder komt 2 maal dien voor B en

tenslotte 2 maal dien voor C. En nu kun je

de teekening goed en zuiver overbrengen.

Ue patronen van de verschillende deelen

spreken voor zichzelf. De maten zijn geme-

ten telkens tusschen twee korte streepjes en

gegeven in millimeters. De deelen worden

nu zoo zorgvuldig mogelijk uitgezaagd en

de ruwe zaagkanten eerst met een vijl en

daarna met schuurpapier gladgemaakt. Nu

komt het lijmen aan de beurt; dit gebeurt

met koude houtlijm. Denk er om, dat de

geplakte stukken onder druk moeten dro-

gen! Het lymen gaat als volgt in zijii werk.

/ Ht v/EET »IET v»/ftT ßiE \

/ BL>KkeH KEßELS V«N M'J ^

1^ WLLEH - MAflC \K MEB )

C,£EN 2iN OM ZOO OOORy

Dt STRO TE Ifl«*; -

in>w~l ^TH äTH n-i m T

JLJ JTV JLJ k> lOP JU m ^

w '-l l-ir f-l "■> ÄTH

.iLjJLJ ÄÜ AJ ÄVIO^

In het midden komt A en aan weerskanten

daarvan B. Let er by het op elkaar leggen

der drie stukken op, dat de uithollingen

voor de cockpit precies op elkaar passen

anders ziet het er erg raar uit! (zie fig 1)

Hoedde vorm vanden staartsvordt zie je aan

Aan weerskanten van 13 komen nog de

wee deelen C. Zooals je ziet, zyn B en C

telkens korter naar den staart toe. Dit is om

net gewicht te verminderen en om het vlie»-

me

— 26 -

tuig een mooi model te geven. Om het ge

wicht te verminderen dienen ook de uitge

zaagde stukken in A en B.

Als tenslotte al de stukken aan elkain

zitten en goed gelijmd zijn, geven we dm

romp nog een laatste beurt door haar nc

eens geheel glad te schuren en na te zie

of alles mooi sluit.

Dan komt de vleugel aan de beurt! Maii

dat bewaren we voor den volgenden keer

WETENSWAARDIGHEDEN

De nieuwe maan kun je niet zien.

Ofschoon verscheidene menschen vaak

van een heel kleine wassende maan spreken

als van een nieuwe maan, is dit toch niel

juist. De nieuwe maan kan men in het gehec

niet zien, want dan keert dit hemellichaam

juist dien kant naar onze aarde toe, welke

door de zon niet belicht wordt. Daar de maan

een donkere bol is, die alleen maar licht

geeft wanneer ze door de zon beschenen

wordt, is het dus begrypelük, dat deze niet-

beschenen helft door ons niet kan worden

waargr"

WERELD VAN DE SPORT

1—2. De wielerwedstrijden in het Olympisch

Stadion te Amsterdam. — 1. Arie van Vliet,

winnaar 500 meter -voor professionals, om het

kampioenschap van Nederland sprint, wordt

gecomplimenteerd door den heer Edo Bergs-

ma. 2. Het kampioenschap amateurs sprint

werd gewonnen door H. Ooms.

3. De Nederlandsche Roeibond hield wedstrij-

den om het Nederiandsch kampioenschap op

de Boschbaan te Amsterdam. — Simon de Wit

van Nereus had wederom een prijs in ont-

vangst te nemen voor het winnen van de num-

mers vierriemsgieken met stuurman en acht-

riemsgieken.

4 — 6. De Internationale Dames- en Heeren-

athletiekwedstrijden op de Sintelbaan te Am-

sterdam. - 4. De (inale der 100 meter dames

Holland —Engeland, gewonnen door Mrs. B.

Lock, die voor Fanny Koen door de (inish gaat.

5. De 200 meter hardloopen beeren, gewonnen

door W. van Beveren van A.V. 1923. 6. Val-

partij in de 10 maal 100 meter hardloopen

estafette beeren om bet kampioenschap van

Nederland. Vallend Kuyk van A.V. 1923, rechts

de winnaars in dezen wedstrijd v. d. Kar en

Gersen van A.A.C.

7 — 9. De T.T.-races, op bet circuit van Drente

verreden, zijn een groot succes geworden.

— 7. De start der nationale race 500 cc.

8. De deelnemers aan de internationale race

500 cc. D. Renooy op Eysink (nr. 52) en

B. Malta op Triumph (nr. 54) gaan aan den

kop door de bocht. 9. De winnaars van de

internationale races 500 cc. en 350 cc. V.l.nr.:

Willy van Gent, op Velocette, eerste Hollan-

der op 350 cc; E. Mellors op Velocette, win- -

naar van hel nummer 350 cc; A. P. van

Hamersveld op B.W.M., eerste Hollander

500 cc; de Italiaan D. Serafini op Gilera,

derde in de 500 cc, en de winnaar G. Meier

op B.W.M., Duitschland.


EEn BEZOEK

E S TIAND

DEh hOORDELIJKSTEH

DER BALTISCHE STATEh

De toerist, die steeds naar nieuwe gebieden zoekt waar hij zijn

reislust bot kan vieren, heeft in den luatsten tijd ontdekt,

dat het kleine Estland, de Noordelijkste der Baltische staten,

dat tot nu toe bij het reizend publiek zoo goed als onbekend was,

hem toch veel schoons te bieden heeft.

Estland bestaat als zelfstandig rijk eerst sedert 1918, toen het

tegelijk met verschillende andere staten bij het vredesverdrag van

Versailles werd geschapen. Dit jaar viert het land dus zijn twin-

tigsten „verjaardag".

Vóór 1918 behoorde het bij Rusland, doch de Estlanders waren

wel een van de meest ónrussische volksgroepen in het groote

czarenrijk. Toen zij, zooals reeds gezegd, in 1918 als republiek een

zelfstandigen staat gingen vormen, bleven er binnen de grenzen

echter toch ook notf verscheidene minderheden wonen, zooals

Russen, Duitschers, Letten en zelfs Zweden, die evenwel in de

beste verstandhouding naast elkaar leven. De Zweden vormen

zelfs een aaneengesloten kolonie, die op het zoogenaamde Zweden-

eiland is gevestigd. De Zweden van Estland zijn het ook, die de

andere Noordelijke staten steeds weer op dit kleine land opmerk-

zaam maken, en het is het Zweedsche moederland zelf, dat op

het ootrenblik een werkzaam aandeel neemt in de ontwikkeling

van Estland. Men heeft verscheidene scheepvaartlijnen tu

sehen beide landen gesticht, terwijl er een levendige handd

wordt gedreven, en er in den zomer een steeds groeiene

toeristenverkeer plaats vindt.

De Estlanders zijn een sympathiek volk, een volk van ar

beiders en boeren,' die vlijtig — de vlijt van den Estlander i s

spreekwoordelijk — werken voor hun dagelijksch brood in hun

schilderachtige land, dat een ideale kust heeft, waar e«-"

heerlijk strandleven mogelijk is, en waar zich rijke woudi'H

van naald boomen verheffen, afgewisseld met lieflijke beriT

weiden. De hoofdstad is de haven Tallinn, misschien betcf

bekend onder den naam Reval, een buitengewoon pittoresk?

plaats, hetgeen men ook kan zeggen van de verschilleni«

kleinere provinciesteden, zoqals bij voorbeeld het fraai ge

legen Pärnu.

De bevolking van Estland breidt zich buitengewoon stefk ui'

In 1936 kwamen er op duizend sterfgevallen elfhonderd negc"

. n veertig geboorten voor. In het jaar 1937 waren deze

;etallen zelfs duizend en twaalfhonderd en zeven! Deson-

ianks is het land toch nog steeds dun bevolkt: het heelt

lechts één millioen tweehonderdduizend inwoners, bij een

•ppervlakte van 47.549 K.M. 2 .

Iets eigenaardigs in Estland, dat lederen vreemdeling op-

alt is de buitengewone voorliefde, die de Estlanders heb-

ben' voor het schaakspel. Intellectueelen, arbeiders en boeren,

edereen schaakt, en overal, In de kleinste dorpen, heeft men

schaakvereenigingen. Kenners beweren, dat Estland binnen-

kort een wereldkampioen zal leveren, den pas twintig jaar

»uden Paul Keres, die reeds in 1935 de aandacht op zich

vestigde en eenigen tijd geleden in Stockholm den Amenr

kaanschen kampioen overwon. Kort daarop won hij zelts

het groote Semmering-tournooi In Oostenrijk.

Estland kan zich gelukkig prijzen met zijn, economisch

gesproken, buitengewoon gunstige ligging, waardoor het in

het Noordelijk deel van Europa een belang-

rijke plaats in kan nemen. Een van de voor-

naamste export-artikelen van het land is boter,

die zestig percent van den totalen uitvoer

vormt, terwijl de grootste afnemer Engeland is.

De Estlanders, die een zeer sterk ontwikkeld

gevoel voor gezinsleven hebben, vertoonen

allen een sterken hang naar traditie, die

uiting vindt in de oude kleederdrachten, bet bloeien der oude

volkskunst en in de kleine maar veelbeteekenende literatuur.

1. Een Estlandsche familie voor haar woning.

2. En\ meisje van het Zweden-eiland.

3. Estlandsche kleederdracht.

4 en 11. Kleederdrachten van het eiland Muhu.

5. In Tallinn treft men nog slechts weinig auto's aan, zoodat het

meest gebruikelijke vervoermiddel het „aapje" is.

6. Een luchtfoto van de havens der hoofdstad Tallinn (Reval).

7. Stadsgezicht te Petseri, de hoofdstad van de gelijknamige pro-

vincie in Zuid-Estland.

8. Een kijkje op het eiland Kihnu.

9. Vrouwen van Kihnu bij de vlotbrug te Pärnu.

10. Volkstypen.


p&WBfl^

DESPEREERT NIET! Een vaste

baak in de levenszee is

een polis bij de

HAV BANK

HAVBAIN

I^|t»fl'


H U M O R

-^^>;^Ä^i*ii*;y*- ■■ ''f^v**^'^---''

I s^mM I **?? °" der de «"'•rblUüelen van d, tent: ..Pas op, Mathilde! Een van de bobbels h

,.U hebt geen enkel bewijs voor uw bewering, dat U op het

hoofd geslagen bent met een breekijzer. Uw hoofd vertoont geen

wonden en ..."

„Maar hier is het breekijzer. Edelachtbare!

,,Neem me niet kwalijk, mijnheer, kunt u m«

^aar dat trapje heenleidt P'"

ook zeggen

„Doe maar net of je er

geen erg in hebt. Jan. Bello

slaapt altijd op dat bed!"

„Taille 195.

„Jij altijd met je detective-verhalen!"

„B

GESPREKKEN MET MIJN

VRIEND PIETERSEN

en jij al eens bij een kapper in Hollywood

geweest, Pietersen?"

,,Ik niet! Scheren doe ik me 7elf en als

ik mijn haar moet laten knippen, doe ik dat

altijd in de plaats mijner inwoning. Maar

waarom vraag je me dat?"

,Omdat je bij een kapper in Hollywood wel

eens gekke dingen mee kunt maken."

,,Je maakt me weer eens nieuwsgierig. Vertel

me nou maar wat je op je hart hebt. Wat is

er bij dien Hollywoodschen barbier voor geks

gebeurd?"

„Ken je Gregory Ratoff?"

,,Ja, ik heb hem wel eens in een film gezien.

Aardige vent!"

„Gregory is een van de bemindste leden van

de Hollywoodsche filmwereld. Iedereen houdt

van dezen prettigen kameraad, die nooit en

nimmer behoorlijk Engelsch zal leeren en wiens

Russisch accent het onderwerp is van ontelbare

grappen."

„Nou ja, ieder mensch heeft zoo zijn eigenaardigheden."

„Gregory staat er voor bekend, dat hij zoo

vreeselijk precies is op zijn uiterlijk. Hij wil

graag perfect geschoren en geknipt zijn en zijn

kapper moet aan allerlei kleine bijzonderheden

denken, om het den heer Ratoff naar den zin

ie maken. Op zekeren Dinsdag komt Ratoff

weer binnenvallen bij Harrods. zijn coiffeur, en

wil geknipt en geschoren worden,"

„Dat viftd ik niks bijzonders!"

„Val me niet in de rede, Pietersen, Alleen

de linkerkant alstublieft, zegt hij. Alleen de

linkerkant? Mr. Ratoff spreekt gebroken Engelsch.

Misschien bedoelt hij iets anders. Maar

Gregory houdt voet bij stuk: alleen de linkerhelft

geknipt, alleen de linkerhelft geschoren!"

„Misschien was het dien dag erg warm te

Hollywood en kan Ratoff daar niet goed

togen!''

„Woensdag: wederom alleen de linkerkant.

Donderdag idem, Vrijdag was de kapper meer

dood dan levend. Was dat Mr, Ratoff, die zoo

precies is op zulke dingen? Zou dat mode

worden in Hollywood?"

„Niet te hopen voor die kappers daar. Want

cat beteekent dan natuurlijk ook: half tarief en

l;alve fooien. Om grijze haren van te krijgen."

„Maar weet je waar de oplossing van dit

'teemde raadsel moet worden gezocht? In de

film „Sally, Irene en Mary", waarin Ratoff

ten hoofdrol speelt, een rol, die begint met een

':ène in een groote kapperszaak. Ratoff, als

Imlgaarsche baron, moet daar dan binnentreden,

om zich te laten knippen en scheren. Maar

1 alverwege dit proces verliest hij zijn hart aan

.Alice Faye, en gaat de operatie niet verder door.

Irgo: alleen zijn linkerkant is afgewerkt, de

rechterhelft komt niet aan de beurt."

„Waarom heeft hij dat dan niet direct aan

njn kapper verteld?"

„Als onze Gregory dit alles direct netjes,

rjstig en duidelijk aan Harrods zou hebben

i itgelegd, zou deze inderdaad begrepen hebben,

vat het vreemde verzoek van zijn klant te bet

ekenen had. Maar dat deed Mr, Ratoff niet,

i it vrees, dat Harrods vakkundig zou hebben

fpgemerkt: Geen kapper, die zijn vak verstaat,

s heert eerst de linkerhelft van iemands kin,

f

m vervolgens de linkerhelft van diens haar te

^nippen! Dat is nou echt iets voor een scena-

■'o-schrijver om uit te denken!"

BOEKBEOORDEELING

B. M. Boiver: Sneeuwstorm over

de Far West. Uitgave Philip J. Kru-

seman, den Haag. Prijs f 2.25, geb.

ƒ 3.25.

Oom Silas Bonneville keert tijdens een hevi-

ge winterkoude met zijn nieuwen cowboy en

de schooljuffrouw van zijn kinderen naar Mon-

tana terug. Onderweg overkomt een van Oom

Silas' paarden een ongeval, waarom de cow-

boy Shawn McKenna de schooljuffrouw op zijn

paard naar huis bracht, een tocht, waarover hij

door het slechte weer, verscheidene dagen doet.

Kitty, oom Silas' oudste dochter, vindt dat lang

niet prettig, aangezien zij een groot zwak heeft

voor den wakkeren Shawn. Om het verhaal

compleet te maken verdwijnt de nieuwe cow-

boy op geheimzinnige wijze, terwijl de school-

juffrouw zich oefent in het revolverschieten.

Een serie misverstanden is het gevolg. Shawn

-neemt op zich die te ontrafelen en . . . eind

goed al goed.

Martin Freeman: De zaak van de

blinde muis. Uitgave J. Philip Kru-

, seman, den Haag. Prijs ƒ 2.15: geb.

/ 2.90.

In een verhaal vol vernuftig uitgedachte ver-

rassingen, laat Martin Freeman ons kennis ma-

ken met een beeldschoone. alom gevierde radio-

ster, Judy Marlow genaamd. Een geheimzin-

nige ziekte heeft haar dood tengevolge, precies

wanneer ook haar man, radiozanger als zij,

ontvoerd wordt. Het effect, dat haar overlijden

op den impresario Dusser heeft, is al even

raadselachtig, Dusser had van Judy een snoer

gouden kralen ten geschenke gekregen. Deze

kralen waren het, die door een mysterieus toe-

val de schuldigen verrieden.

Hoe dit alles loopt? Wij willen het niet ver-

raden. Freeman laat Todd, den amateur-detec-

tive de geheele ontknooping logisch opbouwen.

ONZE WEKELIJKSCHE

PRIJSVRAAG

Vraag vierhonderd zes en negentig

Wat is agar-agar?

Wij stellen een hoofdprijs van / 2.50 en vijf

troostprijzen beschikbaar om te verdeelen onder

hen, die vóór 22 Aug. (abonné's uit overzeesche

gewesten vóór 22 Sept.) goede oplossingen

zenden aan ons redactie-adres; Galgewater 22,

Leiden, Op enveloppe of briefkaart gelieve men

duidelijk te vermelden: Vraag 496.

DE OPLOSSING

Vraag vierhonderd twee en negentig

Blokzeilen is schaatsenrijden met lange ste-

vige halen, terwijl men bij eiken streek overhelt.

De heer B. P. Hofstede te Amsterdam ver-

wierf met de juiste oplossing van deze vraag

den hoofdprijs, terwijl de troostprijzen ten deel

vielen aan mejuffrouw T. Martens te Den

Bosch, mejuffrouw M. Pieper te Zwolle, den

heer P. Gans te Amsterdam, den heer C, J. Vis

te Amsterdam, den heer J. A. Hoogensteyn te

Amsterdam.

MUM

EH

had een buurjongetje op visite.

„Waarom noem je je eigen taal je moe

dertaai, mijnheer Janssen ?" vroeg het

jongetje.

„Omdat je vader nooit de kans krijgt

haar te gebruiken," antwoordde mijn neef,

die df3 moeder van het jongetje goed

kende.

Mevrouw had nogal een opzichtig dienst-

meisje.

„Als je vanavond de gasten bedient,

Annie," zei ze. „heb ik liever niet, dat je

sieraden draagt."

..O, ik heb niets van waarde, mevrouw,"

antwoordde Annie. „Maar ik bedank u

ondertusschen voor den wenk!"

De pensionhoudster zag, hoc een der

gasten zijn lepel en vork aan zijn servet

afveegde.

„Mijnheer," zei ze streng. „Ik moet u

verzoeken, dat in het vervolg niet meer

te doen. In de eerste plaats is het onge-

manierd en in de tweede plaats maakt u

de servetten vuil."

De artist ging verhuizen. Tijdens een

stortbui laadde hij zijn inboedel op een

handkar. Juist ging er een van zijn vrien-

den voorbij. „Halo!" riep deze. „Aan het

verhuizen ?"

„Hoe kom je er bij," antwoordde de

ander sarcastisch. „Het is zulk heerlijk

weer. nu laat ik mijn meubels eens een

ritje maken!"

De onderwijzer schreef op het bord:

„Het paard en de koe is in den stal".

„Wat is er verkeerd in dc/en zin ?" vroeg

hij aan een der leerlingen.

„Het moet zijn: De koe en het paard

is in den-stal," antwoordde deze.

„Waarom ?"

„Dames gaan voor."

De verdachte beweerde, dat hij de kui-

kens niet had gestolen.

„Heb je een getuige?" vroeg de rechter.

„Natuurlijk niet," antwoordde de ver-

dachte. „Dacht u, dat je iemand meenam

als je op zoo'n karweitje uitging?"

„Heb je vanavond zin in een maisch

biefstukje, wat mooi bruin gebakken uitjes

en wat goudgele aardappeltjes, lieveling?"

vroeg mevrouwtje Pasgetrouwd aan haar

man, toen hij 's avonds uit kantoor thuis-

kwam. _

„Dat heb ik wel, liefste." antwoordde

haar man, „maar ik vind, dat we een

beetje zuinig moeten zijn. Laten we dus

vanavond maar thui# eten."

„Wie was Koningin Christina?' 4 ''

„Greta Garbo."


Ia dit iantastische

costuum moet Sally

(Alice Faye) alleen

maar clgaretteo vei-

koopen.

».'*'**

9ALLy

Regie: William Seitcr.

20th Century-film,

Sally Day Alice Faye

Tommy Reynolds Tony Martin

Gabriel Green Fred Allen

Jefferson Twitchell Jimmy Durante

Baron Wladimir Zorka Gregory Ratoff

Irene Keene Joan Davis

Mary Stevens Marjorie Weaver

Joyce Taylor Louise Hovick

De Kleerkoop J. Edward Bromberg

Oscar Oscar Parker

Het Raymond Scott quintet Zijzelf

De kapitein Eddie Collins

De rechter Andrew Tombes

Variété-nummer Brian Sisters

Juffrouw Barkow Mary Treen

De caféhouder Charles Wilson

Snappy Ted Des Drieux

Men kan wel een eenvoudige, nederige betrekkingbekleedenen

niettemin droomen

van roem en grootheid! Daar heb je nu

bijvoorbeeld die drie lieve meisjes Sally, Irene

en Mary . . Ze zijn manicure in de kapperszaak

van Sharp en Schöntal. Zij vijlen nagels

en poetsen ze op met een polissoirtje en middelerwijl

denken ze er aan, dat ze later sterren

zullen zijn, groote vedettes, die in de schitterendste

revues van Broadway lauweren oogsten.

Is daar ooit kijk op? Neen.

Er is zoo'n soort impresario, Gabriel Green,

een goeie vent, die zelf niets anders dan schulden

heeft, die maakt zich sterk, dat hij die

drie lieve meisjes wel hoofdrollen zal kunnen

bezorgen in de galavoorstelling van zijn fan-

K^Ma,at>de harde werkelijkheid is anders,

el als hij Mary een postje kan

w&

^ : - -

: ."■■"'

•T 1

Baron Wladimir Zorka

(Gregory Ratoff) en

Irene Keene (Joan

Davis).

MA^V )or den slooper, het is een wonder, dat het

"«WM

en Irene sigaren en sigaretten zullen mog)g drijft! Tóch brengt het den grooten Gaverkoopen

in een chic restaurant.... iël op een idee. Als het werd opgekalefaterd,

Want in die kapperszaak was het misgel o>u het een magnifieke schouwburg kunnen

pen. Daar was op een dag een halfwilde ba: n, waar iedereen wät graag naar toe zou

uit den Balkan verschenen («n subiet verli an! Maar waar haal'je weer het geld — dat

geworden op Sally!) en die had daar den ga eeselijke, afschuwelijke geld! — vandaan om

sehen inventaris stukgeslagen.... zóó maar t alles te bekostigen?

Dus worden de droomen van grootheid Sally en Tommy (zonder dat ze het van

glorie nog maar even opgeschort en maken kander weten) besluiten zich voor elkander

drie aanstaande diva's zich nuttig in dat ca te offeren. Als Sally dien Bulgaarschen bawaar

zij bovendien Tommy Reynolds ontmc n belooft, dat zij met hem zal trouwen

ten. Deze Tommy" is sympathiek, heeft ebrrrr!), zal hij misschien een dikke cheque \

prachtige stem, maar maakt geen carrière, F ven! En Tommy bedenkt, dat als hij de rijke

ontbreekt hem aan zelfvertrouwen en Sa )yce Parker ten huwelijk vraagt (hu!), dat

spreekt bemoedigende woorden tot hem en misschien óók bijspringt. Dan zal er geld zijn

helpt altijd wat.

n de schuit op te doffen, de revue uit te bren-

Maar het grootste blok aan Tommy's b ;n en beroemd te worden!

is de schatrijke Joyce Taylor, een dame, die Zoo gezegd, zoo gedaan. Alles gaat naar wensch. Alleen zijn et

hem verliefd is en die wel ieder middel n de gebroken harten van Sally en Tom (die eigenlijk voor elkaar

baat zou willen nemen om hem vriendelijk ;stemd waren), maar men moet iets voor de kunst over hebben,

stemmen. Dus voelt zij er veel voor Gabt et blijkt, dat New York het idee accepteert. Het allereerste publiek

Green een dikke cheque te geven, waarvo omt graag kijken naar die prachtige revue met die uitstekende mededeze

zijn revue op pooten zal kunnen zett( erkers en alles gaat prachtig ...

Sterren: Tommy Reynolds, Sally, Irene

Alleen de sympathieke vuilnisman heeft een klein ongelukje. Hij

Mary!

at de schuit bij ongeluk op hol slaan en daardoor ontstaat er een

Maar dat loopt mis; alles loopt mis,

ilde paniek. Gelukkig gebeurt er niets ernstigs en als Gabriël Green

heele impresario-kantoor van den grooten C

hteraf verklaart, „dat het alleen maar een reclame-stunt was", vindt

briël wordt op de keien gezet en al is er

dereen dat heel begrijpelijk. Inmiddels is er nóg iets gebeurd. Zondet

sympathieke vuilnisman, Jefferson Twitchc

et zelf te weten of zelfs maar te vermoeden, zijn Tommy en Sally

die hem zijn laatste tweehonderd dollar lee,

b usievelijk met elkaar in den echt verbonden, daarmee den Bulgaarhet

helpt niet, Sally, Irene en Mary moe

hen baron en de rijke Joyce geweldig dupeerend. Maar het treft, dat

voorloopig hun licht onder de korenmaat ho

latstgenoemden óók erg goed met elkander overweg kunnen, even-;

den en alles doen voor de slanke lijn en n

s de sympathieke vuilnisman met Mary kan opschieten. En wü*

voor een extra hapje!

herp toekijkt, ziet zelfs voor Irene nog een vrijertje, zoodat

Irenes oom sterft en laat haar een schip

lm besluit met zooveel huwelijksgeluk als in den regel bg

Een wrak was juister gezegd. Het ding is :

ie zich met hart en ziel aan de kunst plegen te wijden, maar i

Marjorie Weaver, Alice Fav* en Joan Dav elden voorkomt!

f?€M ■s

bezorgen als juffrouw van de vestiaire en Sa

!■§

- ^^

Irene heeit een ■loom-

boot geërfd, moor

deze is een Iets)*

versleten ma detect

Jefferson TwitcheU

(Jimmy Durante) de

vuilnisman. Het cos-

tuum U|kt ons Bl«t

erg practlsch.

sw

J^äfc-'

*xt-jt

\ ■ . f

< V

A4

y v

/

ORIGINEtL IS

MOEILIJK TE LEZEN

ORIGINAL IS

DIFFICULT TO READ


■■

HET VERLEDEN

Be Metro-Goldwyn-Mayer-Filmmaat-

schappij, de leeuwenfirma van Hol-

lywood, is, zooals haar naam reeds

aanduidt, ontstaan uit een fusie van drie

afzonderlijke maatschappijen; een fusie

uit de eerste groote dagen van Holly-

wood, waarbij door een samengaan van

zakelijke belangen een doodelijke concur-

rentiestrijd werd opgeheven en in een

Louis B. Mayer en Norma Shearer.

enorme organisatie collectief saamhoorig-

heidsbesef en artistiek experiment hun

kans kregen.

Metro was de naam van een ouden,

kleinen studio in Hollywood, het eigen-

dom van Marcus Loew, die tevens ver-

schillende bioscooptheaters in de Ver-

eenigde Staten exploiteerde. Sam Gold-

wyn was de naam

van den man, die

door den zonne-

schijn van Califor

nië was aangelokt

om in het reeds in

veel vroeger jaren

nabij Hollywood

gelegen en aan een

zekeren onbeken-

AH LmM«

METRO

GOLDWYN

MAYER

den Harry Culver tocbehoorende latere

Culver City een andéren studio te bou-

wen, waarboven reeds het handelsmerk

van den leeuw en het bekende Ars Gra-

tia Artis geschreven stond. Louis B.

Mayer was een bioscoopdirecteur en

filmverhuurder in Boston, die den ouden

Selig Polyscope-studio in Los Angeles

opkocht en daar, met Irving G- Thal-

berg als geniaal zakelijk en artistiek me-

dewerker en Norma Shearer als voor-

naamste ster, onafhankelijke films maakte,

welke dan weer door de grootere Metro

op de markt werden gebracht.

In 1923 had Sam Goldwyn moeilijk-

heden met de productie van het reusach-

tig opgezette „Ben Hur", waarvoor heele

gezelschappen naar Italië waren ge-

stuurd en millioenen uitgegeven waren.

Op dat oogenblik staken Louis B. Mayer,

Marcus Loew en Samuel Goldwyn de

hoofden bij elkaar en — ontstaan uit

den honger van het publiek en het ge-

stadig aandringen van de theaterbezitters

om steeds grootere, steeds kostbaarder

films — werd in Maart 1923 de Metro-

Goldwyn-Mayer geboren.

Ontelbare millioenen bioscoopbezoekers

staren week in week uit naar dien enor-

men hoorn des overvloeds van het amu-

sement, maar slechts weinigen weten,

welk een bewogen avontuur en span-

ning, durf en volharding zich aan het

andere einde van dien hoorn heeft af-

gespeeld. De historie van Metro-Gold-

wyn-Mayer is de historie van een groot

zakelijk karakter, gevoegd bij den beziel-

den wil om op deze basis steeds betere,

1 steeds waardiger, steeds hooger grijpende

en steeds meer volmaakte filmwerken te

scheppen. En wanneer wij deze geschie-

denis een drama noemen, is het vooral

om die geniale figuur van Irving G.

Thalberg, langen tijd Metro-Goldwyn-

Mayers ongekroonden keizer, die eind

1936 stierf en toen twee meesterwerken

der filmkunst naliet: „Romeo en Julia"

met zijn vrouw Norma Shearer in de

hoofdrol, waarvan hij de première nog

beleefde, en „De goede aarde", waaraan

hij vier jaar had gewerkt en dat hem

werd opgedragen.

Mijlpalen der filmkungt, zakelijke

triomfen, technische wonderen zijn steeds

de Metro-Goldwyn-Mayer-films geble-

ven. Na de eerste film onder de drie-

ster van M-G-M, Ben Hur, was het

in 1928 ging M-G-M vooraan in het

Itoepassen van de uitvinding der spre-

Ikendefilm: haar „Broadway melody" en

Ihaar „Hollywood Revue" beheerschten

|de Amerikaansche markt. Minder bekend

is wellicht, dat Lionel Barrymore, die

[niet alleen acteur, maar ook regisseur

is, de hengel-microfoon uitvond en dat

Douglas Shearer vele malen werd bekroond

om zijn noviteiten op geluidtechhisch

gebied.

De laatste jaren zijn voor M-G-M ononderbroken

successen geweest, die men

Iwellicht het eenvoudigst kan aflezen van

Ide lijst der officieele jaarlijksche bekro-

Iningen van de Academy of Motion Pic-

Itures, Arts and Sciences:

In 1929 werd reeds de eerste „Broad-

Iway melody" bekroond als de beste film

Ivan het jaar, W. S. Van Dykes eerste

javonturenfilm „White shadows" (latei*

(gevolgd door het niet minder beroemde

„Trader Horn" en „Eskimo") won den

Marcus Loew.

cameraprijs. In 1930 was het Norma

enkele jaren later Irving G. Thalberg Shearer met den eersten prijs als beste

„Groote parade", de ©enige film, die ij actrice voor „The divorcee" en Douglas

drie opeenvolgende jaren den eerstei Shearer voor het sound-eöect in het aanprijs

won in den nationalen Amerikaan grijpend drama der gëVangenen „Big

sehen stemwedstrijd der critici. In 192 House". In 1931 was het Mary Dressier

zag Louis B. Mayer een jonge Zweedsch voor „Min and Bill' in 1932 Helen

actrice in haar film „Gösta Berling" ei Hayes met „The sjn of Madeion Clau-

hij was het, die Greta Garbo met Maudet", terwijl de eerste all-star film

ritz Stiller naar Amerika bracht. M-G-A „Grand hotel" den prijs voor de beste

gaat er trots op, dat tal van haar oudst film van het jaar won, en Frances Marion,

medewerkers nog steeds in de eerst evenals het jaar daarvoor, den scenario-

rijen staan. prijs voor „The Champ".

Was niet de eerste scène, die reeds 11 In 1934 was het voor de regie van

1915 op den nu met enorme sound-stu .Het jolige weeuwtje", in 1935 voor het

dio's bedekten driehoek van Culver Cit geluid van „Naughty Marietta" en de

verfilmd werd, de triomf van den Deen dansregie van de tweede „Broadway

sehen acteur Jean Hersholt in „Civiliza melody", in 1936 gingen alle prijzen naar

tion"? Lezen wij niet in het eerste pro M-G-M voor dat romantische epos over

ductieboek der Metro-Goldwyn-Maye Amerika's grootsten showman „The

voor 1924 de namen van de thans noj great Ziegfeld" met Luise Rainer als

bij haar in hoog aanzien staande rcgis|Anna Held. In 1937 waren het wederom

seurs King Vidor, John M. Stahl, Rober

Z. Leonard, Jack Conway? Aan dal

anderen kant was het ook M-G-M, die d

eerste dooden der filmindustrie betreur

de: in 1927 stierf de alom geliefde Mar

cus Loew, opgevolgd door zijn zooi

Arthur Loew, terwijl Nicolas M. Sehen

president der Metro-Goldwyn-May:

werd. Lon Chaney, de steun voor all

beginnelingen, de mentor van Grc:;

Garbo, stierf, evenals de liefelijke st;:

van de „Groote parade", de Fran9ai

Renée Adorée. De merkwaardigsti

volksactrice van het witte doek, Ma

Dressler, stierf, evenals de merkwaar

digste volksacteur Bill Rogers. En <

jonge Jean Harlow . ..

Maar „the show must go on": ei

harde adagium aller comediantcn goi

ook voor Metro-Goldwyn-Mayer. Nieuv.'

sterren kwamen op

de plaats der

ouden, nieuwe lei-

ders aanvaardden

de erfenis van Ir-

ving G. Thalberg.

Steeds . opwaarts,

dwarg door crisis

en moeilijkheden

heen,

Irving G. Thalberg.

F. L, D. Strengholt, directeur-generaal der

M.G.M. van Centraal-Europa.

twee M-G-M-sterren: Luise Rainer voor

de tweede maal, voor haar O-Lan in „De

goede aarde", en Spencer Tracy voor de

groote avonturenfilm en opvolger van

„Muiterij op de Bounty": „Stormduivelä".

En Thalbergs levensdoel: steeds zoo-

ver vóór den publieken smaak uit te

zijn en deze op te voeren, als een mil-

lioenen-industrie maar met eenige moge-

lijkheid toelaat, Nicolas Schencks recente

uitspraak, dat er „niets mankeert aan

de filmindustrie, dat niet door waarlijk

goede films verholpen zou kunnen wor-

den", vinden hun dagelijksche bevesti-

ging in de bezielde samenwerking van

hoog tot laag dier vierduizend, die bin-

nen de poorten van Culver City werken,

en dier tienduizenden over de heele

wereld, die tezamen aan Louis B. Mayers

uitspraak, in wezen „one big happy fa-

mily", waarde en werkelijkheid geven.

De manschappen van de M.G.M.-politie.

HET HEDEN

De Amerikanen zijn groot in het fasci-

neerend opdienen van schijnbaar droge

statistieken. Voor den tegenwoordigen

stand der Metro-Goldwyn-Mayer moge

derhalve wellicht de volgende losse feiten

een algemeenen indruk geven:

In Culver. City staan vierentwintig „air-

conditioned" sound-studio's, met dubbele

deuren. De grootste hebben een speel-

oppervlak van vierduizend m- elk. De

vaste bouw-decors beslaan zoowel Afri-

kaansche oerwouden als scheepsdokken,

een haven, bergen, tuinen, Italiaansche,

Engelsche, Duitsche, Chineesche en andere

dorpen. De dagelijksche politiedienst

wordt verricht door vijftig man uit eigen

corps. Een school voor jonge sterren be-

vindt zich binnen M-G-M's muren, even-

als een eigen spoorwegstation en een

electrische centrale, voldoende voor de

volledige verlichting en verwarming van

een behoorlijke provinciestad.

Typeerender nog is wellicht het feit,

dat de telefonisten van M-G-M in Culver

City dagelijks meer interlocale gesprek-

ken aanvragen dan een stad van vijftig-

duizend inwoners. Vier- ä vijfduizend

employe's bevolken deze studio's en ver-

vullen er honderdzeventien verschillende

beroepen. Niet minder dan vijftiendui-

zend acteurs staan ingeschreven bij het

„Casting-Department". Het aparte M-G-M

restaurant kan aan zijn enorme reeksen

tafels tweeduizend menschen tegelijk eten

en drinken geven. De moderne requisie-

ten-afdeeling alleen heeft genoeg meubels,

lampen, porcelein enzoovoort om drie-

duizend behoorlijke burgermanswoningen

volledig te installeeren.

De afdeeling moderne klecding kan

tegelijkertijd vier-cn-twintigduizend men-

schen kleeden, doch merkwaardig genoeg

dubbel zooveel mannen als vrouwen —

waaruit alweer blijkt, dat voornamelijk

de beeren der schepping confectie dragen!

In het geluidsarchief hangen film-

strooken, die meer dan een kwartmilliocn

onderwerpen behandelen, een onschatbare

encyclopaedie, samengesteld uit het we-

reldnieuws en de eultuurfilms over de

gewoonten en zeden van andere volken

en er komt driehonderdvijftig km strook

per jaar bij! Het bockenarchicf behandelt

vijfhonderd aanvragen per dag en ant-

woordt op alles, van historische data of

tot moderne etiquette toe. Alle bijzon-

dere geluidseffecten staan kant en klaar

op speciale filmstrooken, zoowel het

tsjilpen van een krekel als . . . het explo-

deeren van een moderne oorlogsbom.

De scenario-afdeeling leest tusschen

twintig- en vijfentwintigduizend manus-

cripten, short stories, romans en too-

neelstukken door in één jaar tijds in meer

dan twintig talen. De gemiddelde M-G-M-

productie bedraagt vijftig hoofdfilms per

jaar, dus nagenoeg één per week, tegen-

over meer dan honderd shorts.

En in de gewelven onder de honderd-

zevenendertig gebouwen bevinden zich

vertrekken, die geen bezoeker aan-

schouwt: in een er van liggen dozijnen

baren zuiver zilver. En dit is niet het

vermogen der firma! Het is slechts uit

de donkere tanks der ontwikkel-instaP-'

latie chemisch verzameld materiaal, dat

elk jaar aan de Amerikaansche Munt

wordt verkocht. . .


HET WEEKBLAD

CIMEMAs.

THEATER

VERSCHIJNT WEKELIJKS - MtlJS PEK KWARTAAL f. t.fS - RED. EN

ADM. SALSEWATER II, LEIDEN. TEL. 748. POSTREKENING 4ltW

KÄNSALBER

[IN DE TOBIS-FI

ICUSREIZIGEI^

More magazines by this user
Similar magazines