Views
3 years ago

De negen Gaven van de Geest

"Juist omdat Elisabeth Hoekendijk zelf vele jaren zocht naar de doop in de Heilige Geest, en daarbij fanatisme maar vooral een schrikbarende onkunde bij Gods kinderen tegen kwam, weet ze mensen te wijzen op de Bijbelse wijze van de werking van de Geestesgaven. Degenen die deze Bijbelstudie volgen, duizenden in de loop der jaren, verwonderen zich unaniem over de rijkdom en duidelijkheid van het Woord van God. Ze verwonderen zich ook over deze vrouw en de manier waarop God haar gebruikt, waarmee opnieuw bewezen wordt, dat Gods kracht in zwakheid wordt geopenbaard."

DE GAVEN "Opgevaren naar

DE GAVEN "Opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. " (Eph. 4: 8) Nadat de discipelen waren "bekleed met kracht uit den hoge", begonnen zij te getuigen van de opgestane Heer. Jezus had, voordat Hij naar de hemel zou varen, gezegd: "Dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken." (Luc. 24: 47). Maar Hij zei daarbij: "En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge." (Luc. 24: 49). Gehoorzaam hebben de discipelen gewacht op de “belofte des Vaders". Jezus, de grote Hogepriester, moest nog ingaan in de hemelse tempel, in het Heilige der heiligen, waar God woont, om met Zijn eigen Bloed een eeuwige verlossing te verwerven (Hebr. 9: 12). Het "amen" van de Vader, op het volbrachte verlossingswerk van de Zoon, is de gave van de Heilige Geest, het is het begin van de hemelse erfenis. Op de dag dat de Heilige Geest werd uitgestort, begonnen de discipelen te getuigen van de grote daden Gods. Petrus kon het uitroepen als een juichkreet: "Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des Heiligen Geestes van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort." (Hand. 2: 33). Wat was er te zien en te horen? Allerlei bovennatuurlijke verschijnselen, tekenen en wonderen. Eerst was daar het geluid als van een geweldige windvlaag en vurige tongen op de hoofden der discipelen, als machtige tekenen dat de Geest was uitgestort. Dan is er het spreken in nieuwe tongen, vreemde talen, door hen die de Geest ontvangen hadden. "En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken." (Hand. 2: 4). Alleen door bovennatuurlijke krachten en gaven kunnen wij getuigen zijn van een bovennatuurlijk Koninkrijk. Als wij verder lezen in het boek der Handelingen der apostelen, dan zien wij dat er steeds wonderen worden gedaan door mensen die vervuld zijn met de Heilige Geest. Zij genazen de zieken en dreven duivelen uit. Zo getuigden zij met woorden en daden dat 3

Jezus was opgestaan als Overwinnaar en dat Hij was gezeten aan de rechterhand des Vaders. Gods Woord maakt het heel duidelijk dat de Heer wil dat wij eerst met de Heilige Geest vervuld worden, alvorens wij Zijn getuigen zullen kunnen zijn. Zonder de vervulling met de Heilige Geest en de werking van de gaven des Geestes, zijn wij als soldaten die in de strijd staan zonder wapens, een krachteloos leger dat zeker de strijd zal verliezen. De Heer wil ons zenden in deze wereld als gezanten van een hemels koninkrijk, toegerust met hemelse gaven. Als strijdbare helden van een geestelijk koninkrijk, toegerust met geestelijke wapenen. Daarom: "Wordt vervuld met den Geest." (Eph. 5 : 18). Er is grote onbekendheid over de gaven des Geestes. Door onbekendheid is er ook veel vrees voor deze dingen. De Heer wil niet dat wij onbekend zijn met de gaven en werkingen van de Geest. Gods Woord zegt: "Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis." (Hos. 4: 6). Veel fanatisme en verwarring is binnengekomen in de gemeente, doordat men onbekend is met het juiste gebruik van de gaven van de Geest. Dit was in Paulus' dagen precies zo. Eigenlijk ben ik er dankbaar om, want hierdoor heeft hij drie hoofdstukken van zijn brief aan de Corinthiërs gewijd om hen te wijzen op het juiste gebruik van de gaven. "Ten aanzien van de uitingen des geestes, broeders, wil ik u niet onkundig laten." (1 Cor. 12: 1). Paulus spreekt hier over de uitingen des Geestes en iets verder in hetzelfde hoofdstuk over de werkingen en openbaringen. "Er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt. Maar aan een ieder wordt de openbaring van den Geest gegeven tot welzijn van allen." (1 Cor. 12: 6, 7). Alles wat God werkt en openbaart door Zijn Geest, is tot welzijn, tot opbouw van allen. Is het wonder dat de kerk van Christus krachteloos is geworden sinds er geen werkingen en openbaringen van de Geest meer zijn? God wil ons niet onkundig laten, daarom weten wij dat wij naar de wil van God handelen, als wij opnieuw Gods Woord gaan onderzoeken over de gaven van de Geest. In dit hoofdstuk van de Corinthe-brief wordt indirect over de gaven van de Geest gesproken. 4