Views
5 years ago

Toepassing van risico-evaluatie in de voedselketen - Favv

Toepassing van risico-evaluatie in de voedselketen - Favv

50

50 Blootstellingsschatting Zoals weergegeven in Figuur 2 zijn de gehalten aan dioxinen in het terrestrisch en aquatisch milieu bepalend voor de verontreiniging van de voedselketen en bijgevolg voor de blootstelling van de mens. De productie van diervoeders als tussenstap (met recyclage van vet, inmenging van bijproducten van de visserij, gebruik van risicohoudende additieven en technologische hulpsto en) versterkt of verveelvoudigt dit e ect van het milieu als gevolg van een grotere verontreiniging van de dierlijke productie (vooral vlees van runderen, varkens, pluimvee maar ook melk en melkproducten, eieren en aquacultuurproducten). Daaruit volgt dat de bevolking in het algemeen thans een gemiddelde lichaamsbelasting van dioxinen heeft van ongeveer 2 pg TEQ/kg lg en per dag5 . Diverse elementen wijzen erop dat deze lichaamsbelasting een afname vertoont als gevolg van de drastische verlaging van de milieuverontreinigingen in de jaren 80 en 90. In Nederland bijvoorbeeld, zou de inname van PCCD’s, PCDF’s en dl-PCB’s gedaald zijn van 9 pg TEQ/kg lg en per dag in 1978 tot iets meer dan 1 pg TEQ/ kg lg en per dag in 199910 . Uit verscheidene door de WHO gecoördineerde studies blijkt eveneens dat de verontreiniging van moedermelk in een periode van 15 jaar is gedaald volgens een verhouding van 1 :2 tot 1 :3 in landen die worden gekenmerkt door hoge historische verontreinigingsniveaus zoals Nederland en Duitsland5,10-12 . Risicokarakterisatie Om het risico te karakteriseren, worden de gegevens over blootstelling vergeleken met de TRW. Zoals eerder vermeld is de TRW in de EU een blootstelling per week (PTWI) die is vastgesteld op 14 pg TEQ/kg lg. In België blijkt uit een verslag van de Hoge Gezondheidsraad (HGR) 13 dat werd opgesteld na het dioxine-incident van 1999, dat de dagelijkse achtergrondblootstelling voor 70 % van de Belgische jongeren groter zou zijn dan 2 pg/kg lg en dat zij voor 15% van hen groter zou zijn dan 4pg/kg lg (dit is de bovengrens van de door de WHO voorgestelde marges). Men stelt dus vast dat in België, net als in vele andere industrielanden een aanzienlijk deel van de bevolking ook nu nog wordt blootgesteld aan gehalten die groter zijn dan de TRW. Dat is vooral zo voor wie veel vis en melkproducten verbruikt. Verder blijkt uit recente studies14,15 dat in België ook consumenten van eieren van scharrelkippen van buiten het handelscircuit een verhoogd risico lopen. Uit dit alles blijkt dat de toestand, ofschoon deze verbetert, het nog steeds noodzakelijk maakt om bepaalde voorzorgen te nemen om overschrijdingen van de TRW te vermijden. Zo moet de consumptie van vis, hoewel dit op grond van de voedingswaarde wel wordt aangemoedigd, toch met mate gebeuren en afwisseling vertonen om een te grote consumptie van risicosoorten (vette vis) of van vis uit sterker verontreinigde plaatsen (de Baltische Zee) te vermijden. Daarnaast is het ook van belang dat aandacht wordt besteed aan de meest kwetsbare groepen, nl. jonge meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd, omwille van de risico’s voor hun kinderen.

4. Risico-evaluatie binnen de context van een losstaand incident Het jongste incident dat het FAVV begin 2006 heeft gekend (verontreiniging van dierlijk vet en gelatine met waterstofchloride) wordt in detail besproken als een voorbeeld van risico-evaluatie voor een losstaand incident. Er wordt eerst ingegaan op de oorzaak van de verontreiniging die werd toegeschreven aan een partij HCl die verontreinigd bleek te zijn met twee speci eke PCDD congeneren, namelijk 2,3,7,8-TCDD en 1,2,3,7,8-PeCDD. Dit zuur werd gebruikt in een bedrijf dat gespecialiseerd is in de behandeling van varkensbeenderen met het oog op de productie van gelatine en het % 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2,3,7,8-TCDF 1,2,3,7,8-PeCDF 2,3,4,7,8-PeCDF Figuur 4. Dioxineprofi elen in HCl, varkensvet en gelatine tijdens het incident dat begin 2006 in België werd aangetoond 1,2,3,4,7,8-HxCDF 1,2,3,6,7,8-HxCDF 2,3,4,6,7,8-HxCDF 1,2,3,7,8,9-HxCDF 1,2,3,4,6,7,8-HpCDF extraheren van restvet. Dat leidde tot de verontreiniging van een partij varkensvet die werd gebruikt voor de productie van diervoeders, en van een partij voor menselijke consumptie bestemde gelatine. Opmerkelijk is de typische signatuur van deze verontreiniging met overheersing van de twee genoemde congeneren, die nooit eerder werd vastgesteld bij voorgaande incidenten (Figuur 4) en als gevolg waarvan de bij het incident betrokken sto en en producten zeer snel konden worden aangewezen. Legende : Met 50 pg WHO-TEQ dioxine/g verontreinigd varkensvet (Rapid Alert System for Food and Feed, 25 januari 2006) ; Mengsel van twee monsters van met 2,8 ng WHO TEQ dioxine/kg verontreinigde voedingsgelatine ; Met 3,2 ng WHO-TEQ dioxine/kg verontreinigd HCl 1,2,3,4,7,8,9-HpCDF OCDF 2,3,7,8-TCDD 1,2,3,7,8-PeCDD 1,2,3,4,7,8-HxCDD 1,2,3,6,7,8-HxCDD 1,2,3,7,8,9-HxCDD 1,2,3,4,6,7,8-HpCDD OCDD 51

Toepassing van risico-evaluatie in de voedselketen - Favv
Beknopte versie - Favv
Omzendbrief met betrekking tot de toepassing van het ... - Favv
Aanvraag tot uitbreiding van toepassing voor het product ... - Favv
Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen ... - Favv
Bepalingen van toepassing op voedselbanken en ... - Favv
MLVA: een waardevolle epidemiologische tool ? - Favv
Advies 12-2005 : Wetenschappelijke evaluatie van de ”gids ... - Favv
PCCB/S3/JIM/879248 - Favv
PCCB/S3/KBS/1027086 - Favv
fiche 1.2 Benzeen - Favv
Advies 16-2005: Schatting van de blootstelling van ... - Favv
Advies 11-2013 van het Wetenschappelijk Comité van het FAVV