De campus als publiek domein - Rooilijn

rooilijn.nl

De campus als publiek domein - Rooilijn

Rooilijn

Stelling

Jg. 42 / Nr. 4 / 2009

Stelling

De verbondenheid met de binnenstad is

essentieel voor de aantrekkelijkheid van zowel

de UvA als van Amsterdam”

Sinds het Atheneum Illustre in 1632 de Agnietenkapel betrok,

hoort de UvA bij de binnenstad. De drommen jonge mensen

die na afloop van en tussen de colleges over straat struinen,

schilderen een prachtig beeld van de levendige binnenstad

dat men niet snel vergeet. De universiteit draagt sterk bij

aan het gemengde karakter van het stadscentrum door

haar gebruik van vele historisch waardevolle gebouwen.

De geschiedenis van Amsterdam vindt men op vele plekken

terug. Zo ziet men de handelsgeest aan de Turfmarkt en

in de bestuurskamer van de VOC in het Oost-Indisch-Huis.

Herinnert de Oude Manhuispoort met de aanwezige boekenstalletjes

aan de ouderenzorg en is de sfeer in de prachtige

Aula, de Lutherse kerk, uniek en onvervangbaar. Het is een

fantastisch decor voor het onderwijs dat onmogelijk op de

stadscampus Roeterseiland te creëren is.

Natuurlijk hebben al die oude gebouwen hun keerzijde. Ze

zijn lastig schoon te houden, meerdere portiers zijn nodig en

het is logistiek onhandig, kostbaar en tijdrovend. Maar deze

oude verspreid liggende gebouwen zijn tegelijk het tafelzilver

van de universiteit, dat door zorgvuldig beheer bewondering

afdwingt en nieuwe studenten trekt. De situering in het

stadshart is een wezenlijk onderdeel van de charme van

deze universiteit en speelt een belangrijke rol bij keuze van

studenten voor de UvA. Het geschetste beeld klinkt misschien

romantisch maar blijkt tot op heden effectief.

Het Roeterseiland is weliswaar tot de binnenstad te rekenen,

maar de schaal en concentratie zijn van een andere orde dan

het historische beeld van de Amsterdamse stadsuniversiteit

in het stadshart. Het is een grootschalig mono-functioneel

complex dat een tegenstelling vormt met de fijne structuur

van de binnenstad. De bruisende levendigheid op het

Binnen Gasthuisterrein, Spuistraat en Kloveniersburgwal,

waar studenten zich mengen met toeristen, moeders met

Leon Deben

P. 237

kinderen, dagjesmensen, werkers en buurtbewoners, staat

tegenover de rust in de Plantagebuurt.

De helaas veel te vroeg overleden voorzitter van het College

van Bestuur Jankarel Gevers zei in de nog altijd zeer

behartigenswaardige brochure Assepoester of Prinses

(Amsterdams Binnenstads Comité (ABC), eindredactie

Frans Heddema) dat er wel wat onderdelen naar de

Watergraafsmeer gaan maar dat de binnenstad de hoofdplek

blijft. “We kunnen er goed uit de voeten en de studenten

en medewerkers waarderen de plek om er te werken.” Het

argument dat soms opduikt bij de concentratieplannen is

de vermeende toename van ontmoeting en uitwisseling van

kennis. Zet medewerkers bij elkaar in een gebouw en het

komt wel goed is de doorsnee opvatting. Als kennisuitwisseling

belangrijk wordt gevonden dan gebeurt dat toch wel.

Fysisch determinisme bestaat niet. Een fysieke structuur

kan echter wel gunstige randvoorwaarden scheppen.

De historicus Donald Olsen – bekend door zijn boek De

stad als kunstwerk – wijst erop hoe de Amsterdammers

met een bewonderenswaardige eigenzinnigheid het

bijzondere van hun stad vast hebben weten te houden. Laat

dit ook gelden voor de huisvesting van de UvA en voorkom

dat de stadscampus zich naar binnen gaat opsluiten. Dat

laboratoria naar de rand verhuizen in de Watergraafsmeer

en het enorme AMC aan de Zuid Oostelijke stadsrand

zit, is logisch en voor de handliggend. Dat het

Roeterseilandcomplex wordt vernieuwd, ligt ook voor de

hand. Maar de binnenstad heeft de studenten nodig voor

haar bruisende karakter. De UvA zal haar aantrekkelijkheid

verliezen als ze de historische gebouwen te lichtvaardig

verlaat om louter financiële redenen.

Leon Deben is oud-hoofddocent Stadssociologie aan de UvA

More magazines by this user
Similar magazines