Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

A. Armoedegrenzen

In deze bijlage worden enkele resultaten gepresenteerd met betrekking tot de

armoedegrenzen die in Hoofdstuk 1 besproken zijn. Lopen deze grenzen ver

uiteen? En hoe groot zijn de verschillen in de omvang en de ontwikkeling van

armoede volgens de diverse definities?

Verschil in hoogte van de grenzen beperkt

De in hoofdstuk 1 besproken armoedegrenzen verschillen onderling in hoogte.

Bezien vanaf 2000 is de Europese armoedegrens (60 procent van het gestandaardiseerd

besteedbaar inkomen, waarbij de CBS-equivalentieschaal is

gehanteerd), de meest hoog gelegen grens. Het verschil tussen deze grens

en de lage-inkomensgrens bereikte in 2008 voor alleenstaanden met ruim

190 euro per maand zijn hoogste waarde. Bij het vergelijken van de verschillende

armoedegrenzen moet echter bedacht worden, dat anders dan bij de lageinkomensgrens

en de beleidsmatige grens bij de Europese armoedegrens en

de niet-veel-maar-toereikendgrens ook de huurtoeslag tot het inkomen wordt

gerekend. Een alleenstaande met huurtoeslag ontving in 2014 gemiddeld bijna

180 euro per maand aan huurtoeslag. Zo behoorde een alleenstaande die van

een bijstandsuitkering moest rondkomen, in alle jaren in de periode 1990–2014

tot de groep met een inkomen onder de lage-inkomensgrens en – logischerwijs –

tot de groep met een inkomen tot 101 procent van het beleidsmatig minimum.

Afhankelijk van de hoogte van de huurtoeslag overstijgt het inkomen van deze

persoon daarentegen mogelijk wel de niet-veel-maar-toereikendgrens en de

Europese armoedegrens.

Bijlagen 149

More magazines by this user
Similar magazines