Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

4.1.6 Sociale activiteiten van kinderen tot 16 jaar, 2014

100

80

60

40

20

0

Laag inkomen

Boven lageinkomensgrens

Laag inkomen

Boven lageinkomensgrens

Deelname schoolactiviteiten

met eigen bijdrage

Regelmatig vrijetijdsactiviteiten

buiten de deur

Ja

Bron: CBS, EU-SILC.

Nee, financiële belemmering

Nee, andere reden

Vertrouwen in medemens lager bij personen met risico

op armoede

Krap 60 procent van de mensen die deel uitmaken van huishoudens met een

inkomen boven de armoedegrens heeft vertrouwen in de medemens. Dit aandeel

is beduidend groter dan de iets meer dan 40 procent bij de groep met een

(langdurig) laag inkomen. Ook zijn er verschillen, hoewel minder uitgesproken,

bij het vertrouwen in het leger, rechters en politie. De personen met een inkomen

boven de lage-inkomensgrens hebben meer fiducie in deze instituties dan

personen met minder inkomen, waarbij degenen met een langdurig laag inkomen

het vaakst sceptisch zijn. Leger, rechters en politie kunnen echter binnen alle drie

inkomensgroepen (zie figuur 4.1.7) rekenen op een duidelijke meerderheid die

vertrouwen in hen heeft. Er is weinig verschil tussen de drie inkomensgroepen bij

de overige instituties.

Verbijzondering naar leeftijd laat zien dat bij de ouderen de lage en hogere

inkomens zich niet onderscheiden in het vertrouwen in de medemens. Onder de

65 jaar is dat wel het geval. Het verschil is respectievelijk 10, 24, en 16 procentpunt

voor de leeftijdsgroepen 15 tot 25, 25 tot 45, en 45 tot 65 jaar. De detaillering naar

leeftijdsgroep geeft ook inzicht in de relatie tussen inkomen en het vertrouwen in

64 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines