Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Ook onderscheid in duurcriteria

Weinig inkomen is voor veel huishoudens vaak een tijdelijke, incidentele

kwestie. Denk bijvoorbeeld aan zelfstandigen die een op zich goed lopende

onderneming hebben maar ook wel eens een slecht jaar draaien. Of aan

jonge mensen wier overstap van opleiding naar een betaalde baan niet altijd

rimpelloos verloopt, en daarom tussentijds een beroep op een sociale voorziening

moeten doen. De inkomenspositie van deze huishoudens en bijbehorende

leden van het huishouden is dan kortstondig wat minder. Van een serieuze

inkomensproblematiek is echter nauwelijks sprake. De financiële impasse is

namelijk binnen afzienbare tijd weer voorbij. Als de beperkte inkomsten echter

structureel van aard zijn en dus langer aanhouden, is de problematiek ernstiger.

Het is daarom van groot belang om naast cijfers over de kans op armoede op

basis van het inkomen in één jaar, ook uitkomsten te presenteren waarbij de

inkomenssituatie over opeenvolgende jaren in ogenschouw wordt genomen.

Ook het langdurigheidscriterium kan op verschillende manieren worden afgebakend.

Het CBS spreekt van een langdurig laag inkomen als deze weinig rooskleurige

inkomenspositie vier jaar of langer wordt ingenomen. Eurostat en het SCP

beschouwen een periode van ten minste drie jaar achtereen als langdurig.

Aanvullende materiële componenten

Bij de weergave van de materiële component van armoede worden huishoudens

veelal alleen beoordeeld op basis van de hoogte van het inkomen. Dit is

een pragmatische keuze die geen volledig financieel beeld oplevert van de

armoedeproblematiek. De welvaartspositie van een huishouden kan immers

ook afgelezen worden aan de omvang van de bestedingen. Die geven aan in

welke mate een huishouden los van het inkomen in zijn behoeften heeft kunnen

voorzien. Verder vormt het vermogen een mogelijk aanvullende financiële bron

op het inkomen. Als het inkomen laag is, scheelt het voor de financiering van de

levensbehoeften nogal of het huishouden vermogen achter de hand heeft waar

het gebruik van kan maken. Ook maakt het uit of huishoudens de tering naar

de nering zetten en eventueel spaargeld als buffer kunnen gebruiken. Wie niet

over dergelijke buffers beschikt, bouwt eerder schulden op. Voor een goed beeld

van de financiële positie van het huishouden is het dus van belang om naast de

inkomenspositie ook de bestedingen en de vermogenssituatie te bezien.

20 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines