Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Dit hoofdstuk handelt over personen die behoren tot een huishouden met een

laag inkomen. Hoeveel zijn het er en hoe is de ontwikkeling van dit aantal

geweest? Lopen vrouwen meer risico op armoede dan mannen? In welke mate

betreft het kinderen? Hoe zit het met de dynamiek van armoede: hoeveel

personen stromen jaarlijks in en uit de groep met een laag inkomen? Heb je een

grotere kans op armoede als je ouders vroeger een laag inkomen hadden?

3.1 Personen met kans op armoede,

risicogroepen

Aantal personen met langdurig een laag inkomen in

2014 sterker gestegen dan in 2013

Zo’n 734 duizend huishoudens hadden in 2014 een laag inkomen. Gemiddeld

bestonden deze huishoudens uit bijna twee personen. In 2014 moesten dus

1,5 miljoen mensen (9,2 procent van de bevolking) van een laag inkomen

rondkomen. Dat zijn er 27 duizend meer dan in 2013. Een jaar eerder bedroeg de

toename nog 106 duizend personen. In 2014 behoorden 426 duizend personen

(2,9 procent van de bevolking) ten minste vier jaar achtereen tot de groep met

een laag inkomen. Dit waren er 52 duizend meer dan in 2013. Deze toename was

daarmee groter dan in 2013, toen de stijging 42 duizend bedroeg.

Kans op armoede bij personen 43

More magazines by this user
Similar magazines