Views
1 year ago

Het Leven van Jezus door E. G. White

In het hart van de hele mensheid, ongeacht etniciteit, leeftijd, klasse, cultuur, religie of verblijfplaats, is er een brandend verlangen van enkele onuitsprekelijke ontastbaarheid - de ziel zo leeg en ellendig. Dit verlangen is inherent aan de aard van de mens door een barmhartige Schepper, die man is niet tevreden in zijn huidige toestand, wat het ook moge zijn. Maar de ervaring van spirituele heelheid in Christus mogelijk is. De profeet Haggai, genaamd Jezus Christus terecht de “Verlangen van de Naties”. Het is de bedoeling van dit boek om Jezus Christus te presenteren als de Ene in wie alle wensen kan worden voldaan - met een overvloed aan het onderwijs, ondoorgrondelijke macht, en veel glimp van het voorbeeldige leven van Jezus van Nazareth ....

Sectie

Sectie 1—Jezus' geboorte en jeugd Hoofdstuk 1—“God met ons” “Men zal Hem de naam Immanuel geven, ... God met ons.” Het licht “van de kennis der heerlijkheid Gods” wordt gezien “in het aangezicht van Jezus Christus”.2Van de dagen der ecuwigheid was de Here Jezus Christus één met de Vader; Hij was “het beeld Gods”, het beeld van Zijn grootheid en majesteit, “de afstraling Zijner heerlijkheid”. Om deze heerlijkheid ten toon te spreiden, kwam Hij naar onze aarde. Hij kwam naar deze door de zonde verduisterde aarde om het licht van Gods liefde te openbaren om “God met ons” te zijn. Daarom was van Hem geprofeteerd: “Men zal Hem de naam Immanuel geven” Door onder ons te komen wonen, zou Jezus aan mensen en engelen God openbaren. Hij was het Woord van God Gods uitgesproken gedachte. In Zijn gebed voor de discipelen zegt Hij: “Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen”, “barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw”, “opdat de liefde waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen”. Maar deze openbaring werd niet alleen voor Zijn kinderen op deze aarde gegeven. Onze kleine wereld is het leerboek van het heelal. Gods heerlijke plan van genade, het geheim van de verlossende liefde, is het onderwerp waarin “engelen begeren een blik te slaan”, en dat zij tot in alle eeuwigheid zullen bestuderen. Zowel de verloste als de niet gevallen wezens zullen in het kruis van Christus hun wetenschap en lofzang vinden. Men zal dan erkennen, dat de heerlijkheid die van het gelaat van Jezus afstraalt, de heerlijkheid van de zelfopofferende liefde is. In het licht van Golgotha zal men zien, dat de wet van de zelfverloochenende liefde de wet des levens voor aarde en hemel is; dat de liefde die “zichzelf niet zoekt”, zijn oorsprong heeft in het hart van God; en dat in de Zachtmoedige en Nederige het karakter wordt getoond van Hem Die een ontoegankelijk licht bewoont. In den beginne werd God door al de werken der schepping geopenbaard. Het was Christus Die de hemelen uitspande en de grondvesten der aarde legde. Hij was het Die de werelden in de ruimte ophing en de bloemen van het veld formeerde. “Die de bergen vastzet door Uw kracht.” “Wiens de zee is, daar Hij ze heeft gemaakt.” Hij heeft de aarde vervuld met schoonheid en de lucht met gezang. En op alle dingen op de aarde, in de lucht en aan het uitspansel schreef Hij de boodschap van de liefde Zijns Vaders. Nu heeft de zonde Gods volmaakte werk geschonden, maar het handschrift blijft. Zelfs nu nog verkondigt al het geschapene de heerlijkheid van Zijn majesteit. Niets, behalve het zelfzuchtige hart van de mens, leeft voor zichzelf. Er is geen vogel die de lucht doorklieft, geen dier dat zich op de aarde beweegt, of het is een ander leven dienen. Elk blad in het bos, elk nederig grassprietje heeft zijn taak. Elke boom, elke struik, elk blad brengt dat levenselement voort zonder welke mens noch dier zou kunnen bestaan; en op hun beurt dienen mens en dier het leven van boom en struik en blad. De bloemen ademen hun geuren uit en ontvouwen hun schoonheid als een zegen voor de wereld. De zon doet haar licht uitstralen om duizend werelden te verblijden. De oceaan, de bron van al onze bronnen en fonteinen, ontvangt de stromen van elk land, doch neemt om te geven. De 5

dampen die uit de boezem van de oceaan opstijgen, vallen als regen weer neer om de aarde te bevochtigen, opdat zij kan bloeien en vrucht dragen. De engelen der heerlijkheid vinden hun vreugde in het geven het geven van liefde en onvermoeibare zorg aan zielen die gevallen en onheilig zijn. Hemelse wezens zoeken de harten der mensen; zij brengen licht van de hemelse hoven aan deze donkere wereld; door zachtmoedige en trouwe hulp bewegen zij de geest van de mens om de verlorenen te brengen in gemeenschap met Christus, Die nog dichterbij is dan zijzelf kunnen vermoeden. Wanneer wij ons van alle beperkte voorstellingen afwenden, aanschouwen we God in Christus. Op Jezus ziende, ontdekken we, dat de heerlijkheid Gods uit geven bestaat. “Ik doe niets uit Mijzelf”, zei Christus; “de levende Vader heeft Mij gezonden en Ik leef door de Vader”. “Ik zoek niet Mijn eer”, maar de eer van Hem Die Mij gezonden heeft. In deze woorden komt het grote beginsel tot uitdrukking dat de levenswet voor het heelal vormt. Christus ontving alle dingen van God, doch Hij nam om te geven. Zo is het ook in de hemelse hoven, in Zijn dienstwerk voor alle geschapen wezens: door de geliefde Zoon vloeit het leven van de Vader tot allen; door de Zoon keert het, in lofzegging en vreugdevolle dienst, een stroom van liefde, terug tot de grote Bron aller dingen. En zo is door Christus de cirkelgang der weldadigheid volkomen, waardoor het karakter van de grote Gever, de wet des levens, wordt geopenbaard. In de hemel zelf werd deze wet verbroken. De zonde ontstond door zelfzucht. Lucifer, de overdekkende cherub, wenste de eerste in de hemel te zijn. Hij probeerde over de hemelse wezens macht te verkrijgen, hen van hun Schepper af te trekken en eerbetoon voor hemzelf af te dwingen. Daarom stelde hij God op verkeerde wijze aan hen voor, door Hem een verlangen naar zelfverheffing toe te schrijven. Hij trachtte de liefhebbende Schepper te bekleden met zijn eigen boze karaktertrekken. Zo misleidde hij de engelen. Zo misleidde hij de mensen. Hij bracht hen ertoe om aan het woord van God te twijfelen en Zijn goedheid te wantrouwen. Omdat God een God van gerechtigheid en van geduchte majesteit is, bewerkte Satan, dat ze Hem als streng en onverzoenlijk gingen zien. Op deze wijze haalde hij de mensen ertoe over zich bij hem in zijn opstand tegen God aan te sluiten, en de nacht van weedom viel over de wereld. De aarde was donker, doordat men God miskende. Om de donkere schaduwen te verdrijven en de wereld tot God terug te brengen, moest Satans misleidende macht worden verbroken. Dit kon niet door geweld gebeuren. Het uitoefenen van geweld is in strijd met de beginselen van Gods regering. Hij wil alleen in liefde worden gediend; en liefde kan niet worden gedwongen; ze kan niet worden gewonnen door geweld of macht. Liefde wordt alleen door liefde opgewekt. God kennen is Hem liefhebben; Zijn karakter moet geopenbaard worden als tegengesteld aan het karakter van Satan. Dit werk kon slechts door één Wezen in het ganse heelal worden verricht. Alleen Hij Die de hoogte en diepte van de liefde Gods kent, kon deze bekendmaken. Over de donkere nacht van de wereld moest de Zon der Gerechtigheid opgaan met “genezing onder haar vleugelen”. Het plan voor onze verlossing was niet een latere overweging, niet een plan dat opgesteld werd na de val van Adam. Het was een openbaring van “het geheimenis, eeuwenlang verzwegen”.16 Het was een openbaring van de beginselen die van eeuwigheid af de grondslag van Gods troon zijn geweest. Van den beginne aan wisten Christus en God van de val van Satan, en van de val van de 6

  • Page 2 and 3: Het Leven van Jezus door Ellen Whit
  • Page 4 and 5: Hoofdstuk 31—De bergrede ........
  • Page 8 and 9: mens door de misleidende macht van
  • Page 10 and 11: gewaden terzijde legde en dienst de
  • Page 12 and 13: verheven “tot een lof, een naam e
  • Page 14 and 15: Hoofdstuk 3—”De volheid des tij
  • Page 16 and 17: van Zijn regering over een rijk dat
  • Page 18 and 19: herstellen dat door de zonde verwoe
  • Page 20 and 21: De gehele vlakte werd verlicht met
  • Page 22 and 23: dankbaarheid voor deze gave tonen d
  • Page 24 and 25: en opstanding van velen in Israël
  • Page 26 and 27: Door het zien van Golgotha met zijn
  • Page 28 and 29: hij gehaat door de mensen over wie
  • Page 30 and 31: Satan was erop uit om het goddelijk
  • Page 32 and 33: Als kind bleek Jezus een bijzonder
  • Page 34 and 35: lange strijd tegen de machten der d
  • Page 36 and 37: titels aan. Zijn rustig, eenvoudig
  • Page 38 and 39: op hun eisen. Maar in de tempel was
  • Page 40 and 41: vergeten, een dag lang uit het oog
  • Page 42 and 43: Sectie 2 —Jezus' werk in de dagen
  • Page 44 and 45: Dit alles mishaagde Zijn broeders.
  • Page 46 and 47: kon men Hem dikwijls op een eenzame
  • Page 48 and 49: plaats waar de engel stond was een
  • Page 50 and 51: van de heiligheid van Gods geboden
  • Page 52 and 53: de regering van de Messias. De wolk
  • Page 54 and 55: die de huik naar de wind hingen. Al
  • Page 56 and 57:

    In de tijd van Johannes de Doper st

  • Page 58 and 59:

    hing de hulp voor het gevallen gesl

  • Page 60 and 61:

    Ontzaglijke belangen stonden er voo

  • Page 62 and 63:

    menselijke natuur aan met de mogeli

  • Page 64 and 65:

    er niet toe verleid met hem de stri

  • Page 66 and 67:

    de zondvloed, en zoals in Sodom en

  • Page 68 and 69:

    Toen Satan de belofte citeerde: “

  • Page 70 and 71:

    Toen Adam door verraad zijn heersch

  • Page 72 and 73:

    elangstelling voor zijn werk scheen

  • Page 74 and 75:

    Men geloofde ook dat vóór de gebo

  • Page 76 and 77:

    Voor de menigte echter scheen het o

  • Page 78 and 79:

    Nathanaël uit: “Vanwaar kent Gij

  • Page 80 and 81:

    de hemelen geopend zien om nooit me

  • Page 82 and 83:

    Bij het bezoek aan de tempel als jo

  • Page 84 and 85:

    wederom bij de instelling van die h

  • Page 86 and 87:

    Jezus zag in iedere ziel iemand die

  • Page 88 and 89:

    te worden gestort. En het was verei

  • Page 90 and 91:

    en de oversten overtreden wordt —

  • Page 92 and 93:

    esloten Hem te ondervragen wat betr

  • Page 94 and 95:

    Omdat ze in geestelijke duisternis

  • Page 96 and 97:

    waarschuwingen in de wind te slaan.

  • Page 98 and 99:

    houden van de wet, beproeft een onm

  • Page 100 and 101:

    Nicodemus werd naar Christus getrok

  • Page 102 and 103:

    even belangrijk als ze waren in die

  • Page 104 and 105:

    De discipelen van Johannes hadden v

  • Page 106 and 107:

    De vrouw zag dat Jezus een Jood was

  • Page 108 and 109:

    Toen in de dagen van Ezra de tempel

  • Page 110 and 111:

    naar de waarheid, was Hem weldadige

  • Page 112 and 113:

    gastvrijheid van het verachte volk

  • Page 114 and 115:

    Hoofdstuk 20—“Indien gijlieden

  • Page 116 and 117:

    enige afstand is van zijn huis, kom

  • Page 118 and 119:

    woorden: “Here, ik heb geen mens

  • Page 120 and 121:

    de terneerdrukkende macht van oude

  • Page 122 and 123:

    die dag gewettigd; maar zoals God r

  • Page 124 and 125:

    De nederige Man van Nazareth doet Z

  • Page 126 and 127:

    ondersteunen. Toen Christus kwam op

  • Page 128 and 129:

    die denken dat ze vrienden zijn van

  • Page 130 and 131:

    een blijde boodschap te brengen aan

  • Page 132 and 133:

    wat Johannes van Deze zeide, was wa

  • Page 134 and 135:

    stelt zichzelf verantwoordelijk voo

  • Page 136 and 137:

    Hoewel Johannes niet op wonderlijke

  • Page 138 and 139:

    zijn geheel werd uitgevaardigd door

  • Page 140 and 141:

    zusters, en aller ogen werden op He

  • Page 142 and 143:

    een grote behoefte aan hulp gevoeld

  • Page 144 and 145:

    O, hoe verlangde Christus ernaar, d

  • Page 146 and 147:

    het hart te binden. En geen enkele

  • Page 148 and 149:

    met ons; zonder Christus is onze ar

  • Page 150 and 151:

    Hoofdstuk 26—Te Kapernaüm Gedure

  • Page 152 and 153:

    oodschap voor de ongeletterden, en

  • Page 154 and 155:

    De periode van Christus’ persoonl

  • Page 156 and 157:

    Onafgebroken kwamen ze en gingen we

  • Page 158 and 159:

    “Onrein! Onrein!”, dat op sombe

  • Page 160 and 161:

    ereiken, die waren ingesloten door

  • Page 162 and 163:

    Jezus leerde in het huis van Petrus

  • Page 164 and 165:

    Jezus kwam opdat Hij “de werken d

  • Page 166 and 167:

    van Christus. Geen man die een voor

  • Page 168 and 169:

    De discipelen van Johannes waren op

  • Page 170 and 171:

    de zakken scheuren en weglopen en d

  • Page 172 and 173:

    Hoofdstuk 29 —De Sabbat De sabbat

  • Page 174 and 175:

    Op een sabbatdag, toen de Heiland e

  • Page 176 and 177:

    de rechten van de mens. Het evangel

  • Page 178 and 179:

    Hoofdstuk 30—Hij stelde er twaalf

  • Page 180 and 181:

    laatste uren vóór de kruisiging w

  • Page 182 and 183:

    Alle discipelen hadden ernstige geb

  • Page 184 and 185:

    Hoofdstuk 31—De bergrede Zelden v

  • Page 186 and 187:

    De wereldling zegt misschien, dat d

  • Page 188 and 189:

    “Voor een doornstruik zal een cyp

  • Page 190 and 191:

    verkeerde uitleg van de wet verwier

  • Page 192 and 193:

    worden, vriendelijk, geduldig, verd

  • Page 194 and 195:

    niet kan groeien. Hij die zich zond

  • Page 196 and 197:

    ”Een ieder nu, die deze Mijn woor

  • Page 198 and 199:

    diepe droefheid schilderde Hij voor

  • Page 200 and 201:

    Hoofdstuk 33—Wie zijn mijn broede

  • Page 202 and 203:

    leegstaan en geveegd en op orde. Da

  • Page 204 and 205:

    krenkten Hem tot het uiterste, en Z

  • Page 206 and 207:

    Door deze illustratie leert Christu

  • Page 208 and 209:

    hitte, want het Lam, Dat in het mid

  • Page 210 and 211:

    Toen Jezus gewekt werd om de storm

  • Page 212 and 213:

    Het was een genade voor de eigenaar

  • Page 214 and 215:

    verzwakt het lichaam, verduistert h

  • Page 216 and 217:

    eantwoordden deze vraag met een ver

  • Page 218 and 219:

    Hoofdstuk 37—De eerste evangelist

  • Page 220 and 221:

    worden toegestaan dat hun gedachten

  • Page 222 and 223:

    hun geloof. Tijdens het verhoor wor

  • Page 224 and 225:

    kunnen zien, staat Hij in werkzame

  • Page 226 and 227:

    hadden tegenwerking in verschillend

  • Page 228 and 229:

    gevaren bestaan ook nu nog. Wanneer

  • Page 230 and 231:

    Eindelijk was de dag bijna om. De z

  • Page 232 and 233:

    in geestelijke dingen moet dezelfde

  • Page 234 and 235:

    persoonlijke plichten moeten we op

  • Page 236 and 237:

    Nooit tevoren had een bevel van Chr

  • Page 238 and 239:

    Op het ogenblik toen ze geloofden d

  • Page 240 and 241:

    Hoofdstuk 41—Het keerpunt in Gali

  • Page 242 and 243:

    God, is het ware manna. Jezus zei:

  • Page 244 and 245:

    had; maar Hij liet zien, hoe gering

  • Page 246 and 247:

    gekruisigd, en toch leef ik, (dat i

  • Page 248 and 249:

    Met een bedroefd hart zag Jezus hoe

  • Page 250 and 251:

    De regels betreffende de reiniging

  • Page 252 and 253:

    geboden Gods, zal waardeloos bevond

  • Page 254 and 255:

    goed het brood der kinderen te neme

  • Page 256 and 257:

    Klasseverschil is een gruwel in de

  • Page 258 and 259:

    heidense stad beefden, toen zij de

  • Page 260 and 261:

    De huichelarij van de Farizeeën wa

  • Page 262 and 263:

    Tot hun droefheid waren de discipel

  • Page 264 and 265:

    ten leven of een reuk des doods ten

  • Page 266 and 267:

    van Christus werden niet gesproken

  • Page 268 and 269:

    Hoofdstuk 46—Hij werd verheerlijk

  • Page 270 and 271:

    De discipelen begrepen de betekenis

  • Page 272 and 273:

    verwarring waren. De discipelen sch

  • Page 274 and 275:

    aan Zijn voeten met de woorden: “

  • Page 276 and 277:

    trachtte de tempeldienst te gronde

  • Page 278 and 279:

    koninkrijk te verklaren, had Jezus

  • Page 280 and 281:

    werk van Christus, en wier harten z

  • Page 282 and 283:

    Indien één van deze kleinen overw

  • Page 284 and 285:

    Hoofdstuk 49—Op het Loofhuttenfee

  • Page 286 and 287:

    tegenover hen te stellen. Maar zij

  • Page 288 and 289:

    Hij zou niet door Zijn eigen volk v

  • Page 290 and 291:

    waarheid geopenbaard als een kracht

  • Page 292 and 293:

    einden der aarde”.16 Daarna maakt

  • Page 294 and 295:

    eschuldigden, het zevende gebod te

  • Page 296 and 297:

    Hoofdstuk 51—Het licht des levens

  • Page 298 and 299:

    Maar op hun vraag: “Wie zijt Gij?

  • Page 300 and 301:

    Het feit dat de Joden, hoewel zij g

  • Page 302 and 303:

    speeksel en Hij legde hem het slijk

  • Page 304 and 305:

    De Farizeeën zagen, dat zij openba

  • Page 306 and 307:

    Hoofdstuk 52—De Goddelijke Herder

  • Page 308 and 309:

    Van alle schepselen is het schaap e

  • Page 310 and 311:

    Jezus dacht aan alle mensen over de

  • Page 312 and 313:

    naar de zielsangst en wanhoop die h

  • Page 314 and 315:

    ontvingen ze rechtstreeks, persoonl

  • Page 316 and 317:

    zouden aanvaarden als de hunne. “

  • Page 318 and 319:

    De lessen die Christus leerde, terw

  • Page 320 and 321:

    dat zijn vraag overbodig was, aange

  • Page 322 and 323:

    aarzelde daarom niet. Hij dacht er

  • Page 324 and 325:

    Hoofdstuk 55—Niet met uiterlijke

  • Page 326 and 327:

    vernedering en schande, vooraan in

  • Page 328 and 329:

    vergissing aan met de woorden: “L

  • Page 330 and 331:

    kinderjaren verstikt; en tenzij het

  • Page 332 and 333:

    onderscheidingsvermogen te scheppen

  • Page 334 and 335:

    De bezittingen van de overste waren

  • Page 336 and 337:

    terstond zou komen, maar zonden all

  • Page 338 and 339:

    Indien Christus in de ziekenkamer w

  • Page 340 and 341:

    van Christus niet in hun volle bete

  • Page 342 and 343:

    menselijk hart is traag in het vers

  • Page 344 and 345:

    De Sadduceeën waren, hoewel zij ni

  • Page 346 and 347:

    tafereel neemt Johannes de profetie

  • Page 348 and 349:

    Sectie 4 —Verwerping en kruisigin

  • Page 350 and 351:

    Degene die het dichtst bij Christus

  • Page 352 and 353:

    Jericho was een van de steden die i

  • Page 354 and 355:

    oeping. Maar zodra Zacheüs zich aa

  • Page 356 and 357:

    nemen en het verhoor zo stil mogeli

  • Page 358 and 359:

    De Heilige Geest had het plan voor

  • Page 360 and 361:

    van hemelse engelen die Hem begelei

  • Page 362 and 363:

    met kiese hoffelijkheid, verzekerde

  • Page 364 and 365:

    Jezus koos voor dit doel een hengst

  • Page 366 and 367:

    Nooit tevoren had de wereld een der

  • Page 368 and 369:

    Israël was een begunstigd volk gew

  • Page 370 and 371:

    Jesaja zal u zeggen: “Immanuel”

  • Page 372 and 373:

    waren naar de stad, trokken de dorr

  • Page 374 and 375:

    Meer dan duizend jaar lang had het

  • Page 376 and 377:

    voorafschaduwing was van het bloed

  • Page 378 and 379:

    werkte aan de harten der kinderen o

  • Page 380 and 381:

    op hen richtte, antwoordde Jezus op

  • Page 382 and 383:

    terugtrekken van de voorrechten, da

  • Page 384 and 385:

    “Voor hen die zich daaraan, in hu

  • Page 386 and 387:

    verklaarde Hij, dat, aangezien zij

  • Page 388 and 389:

    aanstoot geven aan de Farizeeën. I

  • Page 390 and 391:

    De schriftgeleerde die de vraag aan

  • Page 392 and 393:

    oudsten, en daar zagen ze verlegenh

  • Page 394 and 395:

    laat gij niet toe daarin te komen

  • Page 396 and 397:

    De Heiland vervolgde Zijn veroordel

  • Page 398 and 399:

    herhaald, met toenemende schuld. Do

  • Page 400 and 401:

    Hoofdstuk 68—In de buitenste voor

  • Page 402 and 403:

    voor van de nood der wereld. Eigenl

  • Page 404 and 405:

    de Zoon des mensen moet verhoogd wo

  • Page 406 and 407:

    ”Dan zullen zij u overleveren aan

  • Page 408 and 409:

    Aan het einde van de grote pauselij

  • Page 410 and 411:

    Omdat wij niet precies het uur wete

  • Page 412 and 413:

    Hoofdstuk 70—”Eén van deze Mij

  • Page 414 and 415:

    ehoorden te ontvangen omtrent de te

  • Page 416 and 417:

    Hoofdstuk 71—Een dienstknecht van

  • Page 418 and 419:

    en omgordde Zich daarmee. Met verba

  • Page 420 and 421:

    ezoedelde hart in aanraking met het

  • Page 422 and 423:

    vergeven. De verzachtende genade va

  • Page 424 and 425:

    ”En terwijl zij aten, nam Jezus e

  • Page 426 and 427:

    Hoewel Jezus Judas vanaf het begin

  • Page 428 and 429:

    Dit zijn de dingen die wij nooit mo

  • Page 430 and 431:

    ”Uw hart worde niet ontroerd”,

  • Page 432 and 433:

    Nog steeds waren de discipelen niet

  • Page 434 and 435:

    weet alles van Zijn getrouwe dienst

  • Page 436 and 437:

    medewerking van de Geest van God, i

  • Page 438 and 439:

    Maar de wijnstok slingert zich om h

  • Page 440 and 441:

    de Heiland de discipelen niet, te w

  • Page 442 and 443:

    onvergelijkelijke liefde heeft Chri

  • Page 444 and 445:

    Hij ging wat verder van hen weg —

  • Page 446 and 447:

    De discipelen ontwaakten bij de ste

  • Page 448 and 449:

    niet zijn. Er werd voor de Zoon van

  • Page 450 and 451:

    Romeinse soldaten, en zei: “Laat

  • Page 452 and 453:

    had geen geheimen betreffende Zijn

  • Page 454 and 455:

    weg naar het paleis van de hogeprie

  • Page 456 and 457:

    erkende gezagdrager van de natie, e

  • Page 458 and 459:

    Christus aan het kruis uitriep: “

  • Page 460 and 461:

    met Hem?” “Waarlijk gij zijt ee

  • Page 462 and 463:

    er niet waren geweest, zou Jezus ni

  • Page 464 and 465:

    kunnen ontwikkelen. Maar terwijl hi

  • Page 466 and 467:

    Zijn goddelijkheid door de bedoelin

  • Page 468 and 469:

    Hoofdstuk 77—In het gerechtsgebou

  • Page 470 and 471:

    Slechts een paar dagen tevoren hadd

  • Page 472 and 473:

    ervan, dat hij weigerde Jezus te ve

  • Page 474 and 475:

    het zwijgen van Christus was de str

  • Page 476 and 477:

    Pilatus’ gelaat verbleekte. Hij w

  • Page 478 and 479:

    smekende stem: “Zie de Mens”.

  • Page 480 and 481:

    ”Een ieder die zich koning maakt

  • Page 482 and 483:

    zal de gehele wereld het weten en v

  • Page 484 and 485:

    Velen van de menigte die de Heiland

  • Page 486 and 487:

    Met het lijden van Christus aan het

  • Page 488 and 489:

    geloofden en Hem wenend volgden. Hi

  • Page 490 and 491:

    En nu stierf de Here der heerlijkhe

  • Page 492 and 493:

    zij verkeerd. Met bittere verachtin

  • Page 494 and 495:

    Hoofdstuk 79—”Het is volbracht!

  • Page 496 and 497:

    De overheden en machten der duister

  • Page 498 and 499:

    mogelijk was geweest, dat de wet zo

  • Page 500 and 501:

    Sectie 5 —Jezus Christus — hede

  • Page 502 and 503:

    de wet van het Pascha vervuld: “M

  • Page 504 and 505:

    met de specerijen die Nicodemus had

  • Page 506 and 507:

    De jammerklachten van de lijdenden

  • Page 508 and 509:

    Hoofdstuk 81—”De Here is opgest

  • Page 510 and 511:

    zij niet hun vermoeiende wacht geho

  • Page 512 and 513:

    Deze mensen gingen de stad in en ve

  • Page 514 and 515:

    De discipelen haastten zich naar he

  • Page 516 and 517:

    levende Heiland was, dat Hij de boe

  • Page 518 and 519:

    overpriesters en de Farizeeën geza

  • Page 520 and 521:

    Zij staan op om Zich aan Zijn voete

  • Page 522 and 523:

    De discipelen begonnen de aard en d

  • Page 524 and 525:

    Hij wendde Zich tot Thomas en zeide

  • Page 526 and 527:

    in hun boot, terwijl ze het net met

  • Page 528 and 529:

    Voor zijn val sprak Petrus altijd o

  • Page 530 and 531:

    hoeden van de kudde toe te vertrouw

  • Page 532 and 533:

    Heilige Geest waren geïnspireerd.

  • Page 534 and 535:

    De discipelen moesten hun werk begi

  • Page 536 and 537:

    Genezer. We moeten Zijn belofte aan

  • Page 538 and 539:

    alle geschillen weg. Zij waren eens

  • Page 540 and 541:

    troon der heerlijkheid, — wanneer

  • Page 542 and 543:

    egenboog der belofte. Daar zijn de

Желание веков - Эллен Г. Уайт
Zeit für Reform von Ellen G. White
Zeit für Reform von E. G. White
Zeit für Reform von Ellen G. White
历代愿望, 由艾伦·怀特写
历代愿望, 由艾伦·怀特写
Der Grosse Konflikt von Ellen G. White
Der Grosse Kampf von Ellen G. White
Der Grosse Kampf von E. G. White
Der Grosse Konflikt von Ellen G. White
Der Grosse Konflikt von E. G. White
Die Europäische Union in der Prophezeiung von Ellen G. White
Die Europäische Union in der Prophezeiung von E. G. White
Das Leben Jesu von Ellen White
Das Leben Jesu von E. G White
Das Leben Jesu von E. G. White
Das Leben Jesu von Ellen G White
善恶之争
善恶之争
善恶之争
Желание веков, Эллен Г. Уайт
Стоя в Oдиночку - Елены Уайт
Стоя в Oдиночку, Елены Уайт
Стоя в Oдиночку - Елены Уайт
Время pеформ - Елены Уайт
Время pеформ - Елены Уайт
Время pеформ --- Елены Уайт
Америка в пророчества, Елены Уайт
Америка в пророчества, Эллен Уайт