1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 14

tieve maten, maar heeft principieel een subjectief karakter. Overlast kan

worden opgevat als voorbeeld van zo’n subjectieve ervaring en treedt op

wanneer het individu zijn psychologische omgeving als belastend of storend

ervaart. Door de toenemende complexiteit van de omgeving is het

waarschijnlijk dat ook de relaties tussen persoon en omgeving complexer,

en in veel opzichten, belastender is geworden. Hieronder zal die

belasting in termen van arousal en stress nader worden toegelicht.

Arousal en stress

Het is niet eenvoudig om te bepalen wat de psychologische status van

een fenomeen als overlast precies is. Ik heb al geconstateerd dat overlast

niet verwijst naar een objectieve maat of waarde, die bij overschrijding

bepaalt dat iets – een prikkel uit de omgeving – wordt ervaren als overlast.

Dat zal ook wel een van de redenen zijn waarom psychologen, met

hun sterke hang naar meetbare verschijnselen, zich er zelden over uitlaten.

Er zijn echter twee psychologische fenomenen die bijdragen aan de

ervaring van overlast en die wel meetbaar zijn: arousal en stress.

In zijn algemene betekenis kan arousal worden opgevat als fysiologisch

of gedragsmatig effect van de interactie tussen persoon en omgeving.

In de blootstelling aan zijn omgeving reageert een individu met fysiologische

activiteit, zoals verhoogde hartslag, bloeddruk, ademhaling

en adrenalinesecretie. Gedragsmatig laat arousal zich aflezen in een verhoogde

motorische activiteit en fysieke alertheid. Ten slotte is het mogelijk

dat het individu zelf over zijn arousal rapporteert in termen van bijvoorbeeld

opwinding, schrik, plezier of ergernis.

In een engere, neurofysiologische betekenis heeft arousal betrekking

op verhoogde hersenactiviteit, in het bijzonder van de reticulaire formatie.

Deze speelt een hoofdrol bij wekfuncties, slaap, aandacht, spierspanning

en verschillende reflexen en draagt als zodanig bij aan de fysieke

en motorische alertheid van het individu.

Arousal beweegt zich over een continuüm dat loopt van zwak naar

sterk, met slaap en grote opwinding als uitersten. Bij onderprikkeling

zullen mensen meestal in een toestand van lage arousal terechtkomen

en bij overprikkeling is hoge arousal voor de hand liggend. De bron van

arousal kan zowel een plezierige als een onplezierige stimulus zijn en het

niveau van de arousal zegt dan ook nog niets over de kwaliteit ervan. Verder

reageert het individu niet zozeer op een specifiek arousalniveau,

maar veeleer op een verandering van niveau. Iemand zit te dommelen

voor de TV totdat hij plotseling de tune hoort van zijn favoriete programma,

waarna zijn arousalniveau omhoog schiet. Ook zegt de hoogte

van de aurousal niets over de kwantiteit van de prikkel. Een druppende

kraan kan je net zo goed uit je slaap houden als een wild feest bij de buren.

Arousal heeft consequenties voor de kwaliteit van gedrag. Handelingen

en taken worden het beste verricht wanneer er sprake is van een op-

More magazines by this user
Similar magazines