1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 6

kwalen en ervaart zijn medemensen als lastpakken die dezelfde vrijheid

opeisen die hij zich permitteert.’ De auteur betoogt tenslotte dat de

spanning tussen het private en het publieke domein verminderd kan

worden door persoonlijke autonomie te beperken en tegelijk de persoonlijke

levenssfeer meer te beschermen.

Vervolgens komen twee artikelen aan bod waarin de huidige

onveiligheidsgevoelens aan een analyse worden onderworpen. Volgens

stadssocioloog J.P.L Burgers is het aannemelijk dat steden, meer dan kleinere

plaatsen en het platteland, kenmerken hebben die gevoelens van

onveiligheid genereren. Hij onderscheidt drie aspecten aan stedelijke

vormen van criminaliteit en overlast. Op de eerste plaats worden steden

gekenmerkt door een openbaar domein waarin veel, voor elkaar onbekende

mensen vertoeven. In dat domein zijn er meer mogelijkheden tot

verdwijnen in de anonimiteit en daarmee voor diefstal, beroving en bedrog.

Op de tweede plaats creëren steden, door de aanwezigheid van

grote groepen mensen die dezelfde interesse, smaak of leefstijl hebben,

een draagvlak en een markt voor allerlei gedragingen zoals bezoek aan

voetbalwedstrijden, uitgaan of drugsgebruik. Tenslotte zijn in steden

concentraties van mensen te vinden die in economische achterstandssituaties

verkeren.

G.N.G. Vanderveen vraagt zich in haar bijdrage af of onveiligheidsgevoelens

de laatste drie decennia zijn toegenomen. Zij maakt daarbij

een onderscheid tussen de mate van onveilige gevoelens (intensiteit) en

de aard ervan (kwaliteit). Op basis van slachtofferonderzoeken concludeert

ze dat de mate van onveiligheidsbeleving weinig veranderd lijkt te

zijn. Wat de veranderde aard betreft bespreekt ze een drietal processen,

te weten individualisering, veranderde beeldvorming in de media en ervaringen

met normovertredingen, waardoor mensen in toenemende

mate gevoeliger zijn geworden voor risico’s. Deze ontwikkelingen culmineren

in een nieuwe mentaliteit waaruit spreekt dat mensen überhaupt

niet meer bereid zijn risico’s te lopen. De auteur noemt dat ‘riskism’: de

behoefte aan een risicovrije samenleving, waarin iedere ongewenste gebeurtenis

door regels en strenge handhaving bestreden dient te worden.

Het toenemende jeugdgeweld wordt dikwijls toegeschreven aan de

groeiende intolerantie van jongeren, die ten dele het gevolg zou zijn van

het onvermogen van ouders om hun kinderen tolerante waarden bij te

brengen. Q.A.W. Raaymakers, J.T.C. van Hoof en T.F.M. ter Bogt gaan in

hun bijdrage na in hoeverre deze veronderstellingen kloppen. Zij bestuderen

daartoe de ontwikkeling van intolerante waarden in de laatste drie

decennia en gaan na in hoeverre jeugdigen en volwassenen uitdrukking

geven aan die waarden. Wat blijkt is dat er enerzijds een ontwikkeling is

die een consistente toename van intolerantie in het economische domein

te zien geeft (minder solidariteit met minder bedeelden) en anderzijds

een ontwikkeling die een afname van intolerantie in het culturele

domein laat zien (grotere acceptatie andersdenkenden). Wat die eerste

trend betreft wijken ouderen en jongeren nauwelijks van elkaar af; wat

More magazines by this user
Similar magazines