1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 58

tussen de diverse leeftijdsgroepen van jongeren in de loop van de jaren

kleiner worden en geen statistische significantie meer weten te bereiken

(p> .05), nemen de verschillen met de ouders juist toe. Of dat ook betekent

dat jongeren zich daarmee afzetten tegen hun ouders of geen boodschap

hebben aan deze waarden van hun ouders, zal in het navolgende

nader worden onderzocht.

De intergenerationele overdracht van culturele intolerantie

Het grote voordeel van een panel-longitudinaal onderzoek bij ouders èn

hun kinderen is dat de wederzijdse beïnvloeding door de tijd heen in

kaart kan worden gebracht. Dit geeft een veel ondubbelzinniger beeld

van het werkelijke effect van ouderlijke overdracht, dan simpele éénmoment

correlaties. Door modellering via structurele vergelijking is het

bovendien mogelijk om dit effect van ouderlijke overdracht af te zetten

tegen het effect van andere factoren. In figuur4iszo’n structureel

vergelijkingsmodel afgebeeld. In dit beschrijvende model zijn, naast de

culturele intolerantie scores van ouders en hun kinderen op de respectievelijke

tijdstippen (T1 = 1991, T2 = 1994 en T3 = 1997), ook het

opleidingsniveau van de ouders en dat van hun kinderen opgenomen. Er

is voor opleidingsniveau gekozen, omdat deze variabele in het gebruikelijke

één-moment survey-onderzoek naar culturele waarden en opvattingen

als verreweg de belangrijkste factor te voorschijn komt (in Nederland

bijvoorbeeld Middendorp, 1991; Raaijmakers, 1993; Vollebergh, Iedema

en Meeus, 1999; in het buitenland bijvoorbeeld Jennings en Niemi, 1981;

Cassel en Lo, 1997; Listhaug, Macdonald en Rabinowitz, 1994).

In het model van Figuur 4 is het opleidingsniveau van de ouders van

invloed op het opleidingsniveau van hun kinderen (vergelijk Bourdieu en

Passeron, 1970; Hustinx, 1998). Het eigen opleidingsniveau wordt vervolgens

als een voorspeller gezien van de culturele intolerantie van de

ouders respectievelijk hun kinderen. Naast deze paden worden in het

model ook samenhangen verondersteld tussen de politieke oriëntaties

van ouders en die van hun kinderen op de afzonderlijke meetmomenten

(T1, T2 en T3). Aan deze samenhangen kan niet zomaar een causale richting

worden gegeven, zodat de wederzijdse beïnvloeding van ouders en

hun kinderen op deze drie afzonderlijke meetmomenten als gewone correlaties

zijn weergegeven in het model. Dat geldt niet voor de wederzijdse

beïnvloeding in de tijd (van T1 naar T2 en van T2 naar T3): gerichte

paden van ouders naar kinderen en vice versa representeren hier

de mogelijke invloed op elkaars culturele intolerantie. Aldus zijn in dit

model zowel de overeenkomst in als de wederzijdse beïnvloeding van de

culturele intolerantie van ouders en hun kinderen weergegeven. De stabiliteit

in de intolerantie van ouders en hun kinderen wordt in het model,

ten slotte, afgebeeld middels de paden tussen de eigen tolerantie

More magazines by this user
Similar magazines